Pasen is net een week voorbij en we zijn halverwege de periode waarbij de reguliere programmatie van Radio 1 (VRT) op de schop wordt gezet. Zoals reeds gezegd bekruipt elk jaar opnieuw dat onbestemd gevoel, dat er wat short aan een intussen tot de meubelen behorend gegeven als dit twee weken durend spektakel. Toegegeven we weten dat gedurende twee weken min of meer klassiekers zullen worden geserveerd, en dat de kans dat we de lievelingsmuziek van Radio 1 samenstellers meerdere keren horen volkomen uitgesloten is. So far the good news.

Een ding weet ik met stellige zekerheid; ik ben niet de enige die zich ergert aan alle mogelijke toppen honderden, duizenden en eender-wat-voor-aantal lijsten. Al zullen er zijn die mij influisteren: “Laat dat toch los, en geniet er gewoon van.” En dat is nu precies wat niet echt lukt. Loslaten. Want de exacte wetenschap stelt dat een en ander niet klopt. Niet dat ik maagkrampen krijg van de Radio Eén Top Duizend.
Het zijn al bij al overwegend beluisterbare radiomomenten in een wat anders eerdere troosteloze paasvakantie zou zijn. De VRT gaat er immers van uit dat er geen nieuws te rapen valt in die periode, en stuurt haar vast personeel met vakantie. Een paar droplullen zijn er altijd wel te vinden die graag deze twee weken aan elkaar praten. Zouden artiesten er al rekening mee houden dat ze in deze periode en ook rond kerstmis beter geen nieuw werk uitbrengen waar de Radio Een luisteraar in zou kunnen geïnteresseerd zijn?

Hoe kan ik het best mijn ergernis omschrijven? Laat ik om te beginnen stellen dat de muziek tamelijk meevalt, en voor een behoorlijk percentage gericht is op de Radio een luisteraar. Hier en daar een verdwaalde rap plaat ter zijde gelaten. Het ergelijke zit hem in het feit dat iemand ‘met hulp van de luisteraars’ gemeend heeft deze stroom muziek te moeten in mootjes hakken en van een rugnummer voorzien. Echt nodig? We zullen aantonen dat de term manipulatie hier best op zijn plaats is.
Alles kan beter. Wat mij steeds weer het behang injaagt, is het niet weten, niet kunnen vatten, hoe een dergelijke lijst wordt samengesteld. Het zou een doorslag moeten zijn van waar het luisterpubliek van Radio 1 voor staat, maar dat is het niet. Getuige hiervan de veel te jonge nummers die elk jaar opnieuw opduiken, daar waar we er toch mogen van uitgaan dat die jeugd eerder in de catacomben van Studio Brussel verblijft. Waarom er niet van uit gaan dat een Classic pas Classic klan worden na pakweg 20 of 25 jaar? Ruimte genoeg dus voor vernieuwing in de lijst.
Ter info nog dit. De oorsprong van dit soort van lijsten maken ligt al meer dan 50 jaar achter ons. Was het niet Radio Veronica die hiermee van start ging? Eerst via het jaarlijks top 100 overzicht van het jaar. In onze herinnering zaten in de allereerste 100 lijsten steevast Beatles, Stones, Deep Purple, Zeppelin en Procol Harum bovenin. Geen Pink Floyd om maar iets te noemen. Veronica slaagde er zelfs in om hits te laten ontstaan via die lijsten. Denk maar aan Alice Cooper met het langere nummer Halo of Flies en inderdaad ook Purple met Child in Time.
Waarom geen twee weken ‘echte’ classics laten horen, zoals tijdens een of andere wilde staking? Zonder vermelding van een nummer. En als het dan toch moet dan zou ik de genummerde lijst beperken tot een canon van 50 of 100 nummers gekozen door luisteraars, die dan wel een ongenummerd lijstje van 10 nummers mogen ophoesten. Lijkt ons een stuk democratischer, en bovendien realistischer. Mocht men daarbovenop definiëren wat een ‘classic’ echt is dan pas zou het een feest kunnen zijn. Wij denken aan nummers die op zijn minst 25 jaar geleden werden uitgebracht. Sorry Pommelien. En waarom niet onmiddellijk twee lijsten maken. Een voor albumtracks en een voor nummers die echt als 45 of CD-single werden gereleased.
Voor de statistici zou je kunnen in een dergelijke pol nog bijkomen vragen wat het geslacht of godnogaantoe gender is van de indiener en in welke leeftijdscategorie die zich bevindt, gaande van puber tot oudevandagen. Kortom ergernis en maagkrampen voorkomen, en eindelijk met wat toonbaars naar buiten treden. Je zou als zij-instromer Guy Mortier kunnen uitnodigen voor de presentatie. Dan zou er nog kunnen wat gelachen worden ook.
Maar keren we terug naar dat wrange gevoel. Wie bepaalt welke artiesten, met welke nummers in een 1000 nummers lange lijst verschijnen, en vooral waar ze zich situeren in een dergelijke lijst.
Enkele vaststellingen. Een nummer moet minstens 1 keer worden genomineerd om te worden opgenomen. Dat betekent dat minstens een individu een stem uitbrengt.
In de meest eerlijke lijst zou puur logisch elke nummer een punt meer moeten hebben dan zijn voorganger.
En hier begint de statisticus in ons zich te moeien, want net als de kans op correcte lottocijfers kan dit berekend worden. En wel als volgt: om tot een unieke lijst te komen geven we aan nummer 1000 een puntje, nummer 999 twee puntjes, enz… tot nummer 1 dat 1000 punten krijgt. Tellen we dit samen dan eindigen met een totaal van 500.500 punten. In het geval van de Classix 1000 mag je als individu op drie verschillende nummers stemmen. Zo komen we te weten dat er dus 168.000 individuele personen nodig zijn om een stem uit te brengen. En dat is het strikte minimum, want…. nogal wat personen stemmen op dezelfde nummers. Wat ons doet besluiten dat er dus minstens het dubbele aan stemmers nodig zal zijn. Volgt u nog?
We bekeken laatst de CIM cijfers van het luisterpubliek, en daaruit kunnen we leren dat puur linear gemeten Radio 1 een marktaandeel heeft van 7,8 procent van het totale luisterpubliek van 2.500.000 luisteraars. Dit zou ongeveer 200.000 luisteraars per maand opleveren.
Stemmen die allemaal voor de Classix 1000? Wie kan mij dit vertellen?
Tijd dus om mijn vriend Azaire Ickwistentwel in te schakelen. Ik meen dat jullie hem vooral beter kennen via zijn initialen AI.
Tijdens de discussie krijgen we steeds meer het gevoel dat ergens aan de andere donkere kant van het scherm iemand zit die eerst maar wat lult, en geleidelijk aan beseft dat onze vraag toch ernstig moet worden genomen. En ook al komt er geen echte soliede uitleg, toch hebben we uiteindelijk een antwoord op onze vraag. Namelijk Radio 1 doet het op zijn …..
Leest u even mee.
Beste vertel mij eens: “Hoe berekent de VRT Radio 1 de rangschikking van de Classix 1000?”
Wij krijgen na enig nadenken van Azaire ellenlange berekeningen te zien op het scherm van onze IPad. Ik voeg ze achteraan toe.
Concreet begrijp ik dat Radio 1 gewoonweg niet het aantal stemmen nodig heeft dat ik naar voor schuif om tot een “aanvaardbare lijst” te komen, want ze hanteren het systeem van tie-breaking.
Ik laat het antwoord ophoesten door Google, met wat AI hulp.
Tie-breaking in een rangschikking van een top 100-platenlijst (zoals de Top 2000, Tijdloze 100, of Spotify-charts) is het proces waarbij wordt beslist welk nummer hoger eindigt als twee of meer platen precies hetzelfde aantal stemmen of punten hebben gekregen.
Omdat een lijst een strikte volgorde van 1 tot 100 vereist, moeten deze ‘dode spel-situaties’ (ties) worden doorbroken.
Hoe werkt tie-breaking bij muzieklijsten?
Meestal worden er vooraf regels opgesteld om te bepalen welk nummer voorrang krijgt. De meest voorkomende methoden zijn:
Totaal aantal stemmen (in de laatste ronde): Als platen gelijk eindigen, wint het nummer dat in de laatste fase van de stemming de meeste stemmen heeft gekregen.
Historische positie: In lijsten als de Top 2000 wordt vaak gekeken naar de positie van het nummer in het voorgaande jaar. Het nummer dat vorig jaar hoger stond, krijgt de voorkeur.
Hoogste notering: Het nummer dat ooit in een eerdere editie de hoogste piekpositie heeft behaald, wint.
Aantal stemmers (populariteit): Als twee nummers evenveel punten hebben, wint het nummer dat door een groter aantal unieke personen is gekozen (in plaats van een nummer dat door een kleine groep fanatieke stemmers heel hoog is geplaatst).
Willekeur/Loting: Als er aan alle statistische criteria is voldaan en er nog steeds een gelijkspel is, wordt er soms een loting uitgevoerd.
Voorbeeld
Nummer A: 5000 stemmen, hoogste positie ooit: 10
Nummer B: 5000 stemmen, hoogste positie ooit: 5
Tie-breaker: Nummer B wint omdat het historisch gezien een hogere notering heeft behaald.
Tie-breaking zorgt ervoor dat de ranglijst eerlijk en definitief is, zelfs bij zeer nipte resultaten.
Als voorbeeld stelt men dat met 40.000 stemmen al een mooi resultaat wordt bereikt. Nl. omdat de top 10 40 procent van de stemmen opslorpt, oftewel dus 16.000 stemmen. De top 90 overige van de top 100 nemen dan nog 12.000 stemmen op. Tussen plaats 100 en plaats 500 krijg je dan nog 8000 stemmen, en de laatste 500 moeten het stellen met 4000 stemmen, of pakweg 8 stemmen per nummer.
Op dier manier wordt het duidelijk dat de rangschikking van de nummers tussen 100 en 1000 zeer discutabel blijkt, en vooral ingegeven wordt door de manier waarop de tie-breaking wordt opgezet. Concreet met 30 tot 50 stemmen krijg je zo een nummer de top 300 binnen. Fans van Irish Coffee waarop wachten jullie? Het toont ook aan dat je geen 100.000 man nodig hebt om, zoals indertijd bij Studio Brussel, een “hit” als ‘Er staat een Paard in de gang’ op nummer 1 te stemmen. (bron: https://tijdloze.rocks/website/methodologie). Bij 40.000 stemmers heb je genoeg aan 1600 stemmen. Iets om over na te denken.

Dit moest er even uit. Het is paasvakantie en komkommertijd voor iets. En we zijn al aanbeland in de hogere regionen waar nummers van Prince afgewisseld worden met nummers van mindere goden als Wilco en of Shism van Tool op nummer 391. Man, man, man, Shism van Tool…. Waar’ zijn ze mee bezig…. Les Classiques?
We vragen het ons blijvend af.
Veel luistergenot.

Wie wil kan hieronder de redeneringen van Azaire Ickwistentwel helemaal lezen.
‘De rangschikking van de “Classics 1000” van “VRT” (vaak ook “Classix 1000” genoemd) is in de basis vrij eenvoudig, maar met één belangrijke nuance:
- Luisteraars stemmen
- De lijst wordt ‘volledig bepaald door het publiek’
- Luisteraars van ‘Radio 1’ stellen hun persoonlijke top samen (meestal via de website of app).
Elk nummer dat mensen kiezen, krijgt stemmen.
Met andere woorden: het is geen jury of algoritme, maar ‘collectieve voorkeur van de luisteraars’.
- Aantal stemmen bepaalt de ranking
- De positie van een nummer hangt af van ‘hoe vaak het voorkomt in alle ingestuurde lijstjes’.
- Hoe meer stemmen een nummer krijgt, hoe hoger het eindigt.
Zo kon bv. ‘Imagine’ plots naar nummer 1 springen doordat veel mensen het dat jaar kozen. (Bron Radio 1)
- Mogelijk gewogen (maar niet volledig transparant)
- De VRT geeft ‘geen volledig gedetailleerde formule’ vrij.
- In de praktijk gaan radiozenders vaak op één van deze manieren te werk:
– Ofwel telt ‘elke vermelding even zwaar’
– Ofwel krijgen ‘hogere plaatsen in iemands lijst meer punten’
Voor de Classics 1000 is het duidelijk dat ‘populariteit (aantal stemmen)’ de doorslag geeft, maar de exacte puntentelling is niet publiek uitgelegd.
- Geen objectieve “beste nummers”
- De lijst weerspiegelt dus:
* smaak van het moment
* actualiteit (bijv. maatschappelijke thema’s)
* mobilisatie van fans
Daarom kunnen nummers soms grote sprongen maken van jaar tot jaar.
Kort samengevat: de Classics 1000 is een ‘publieksstemming’ waarbij nummers gerangschikt worden op basis van ‘hoe vaak (en mogelijk hoe hoog) luisteraars ze kiezen’. De exacte rekensleutel is niet volledig transparant, maar ‘populariteit bij het publiek bepaalt de volgorde’.
En onzen Azaire voegt er nog aan toe: “Als je wil, kan ik ook uitleggen waarom bepaalde artiesten (zoals Pink Floyd of Bowie) bijna altijd hoog scoren—daar zit ook een interessant patroon achter.”
Zie bijvoorbeeld: “Radio 1-luisteraars maken statement voor vrede: Imagine van John Lennon op nummer 1 in Radio 1 Classics 1000.” https://communicatie.radio1.be/radio-1-luisteraars-maken-statement-voor-vrede-imagine-van-john-lennon-op-nummer-1-in-radio-1-classics-1000?utm_source=chatgpt.com
Wij nemen aan dat elke ‘normale’ luisteraar het hiermee doet, maar wie zijn wij? Doorgaan is de boodschap. Dit vraagt om meer duidelijkheid en dus antwoorden wij met: “Graag meer uitleg over o.a de hoge plaats van Pink Floyd.”
Azaire krabt even achter zijn oren menen wij te ontwaren en barst dan los:
De hoge posities van “Pink Floyd” in de Classics 1000 van “VRT” / Radio 1 zijn geen toeval. Er zitten een paar duidelijke mechanismen achter die elkaar versterken:
- “Albumbands” scoren beter in stemlijsten
Pink Floyd is geen typische singlesband, maar een ‘albumgerichte groep’. Albums zoals: The Dark Side of the Moon, Wish You Were Here en The Wall worden door fans vaak als ‘totaalervaring’ gezien, met als gevolg: mensen stemmen niet op één nummer, maar op ‘meerdere tracks tegelijk’ (bv. ‘Time’, ‘Comfortably Numb’, ‘Shine On You Crazy Diamond’). Dat geeft Pink Floyd een structureel voordeel: ‘veel nummers in de lijst én hoog’. - Emotionele en “serieuze” muziek past bij Radio 1. Radio 1 richt zich eerder op een publiek dat houdt van:
diepgang, nostalgie, muzikaal vakmanschap. Pink Floyd sluit daar perfect bij aan: thema’s zoals vervreemding, tijd, oorlog, lange, atmosferische nummers, geen “lichte pop”, maar ‘belevenismuziek’
In stemlijsten kiezen mensen sneller nummers die ‘impactvol en betekenisvol’ aanvoelen → Pink Floyd scoort daar extreem goed. - Generatie-effect (de kern van de luisteraars)
Veel Radio 1-luisteraars zijn: opgegroeid in de jaren 70–90, vertrouwd met klassieke rock
Pink Floyd zit exact in dat referentiekader, net als: David Bowie, Led Zeppelin, The Beatles
Resultaat: een soort “canon” van muziek die telkens opnieuw hoog eindigt. - Zelfversterkend effect (canonvorming)
Eens een nummer hoog staat, gebeurt dit: mensen verwachten het in de lijst, het krijgt veel airplay, nieuwe stemmers nemen het over. Voorbeelden zijn: Comfortably Numb en Wish You Were Here. Die worden bijna “verplichte keuzes” in toplijstjes. - Muzikale kenmerken die stemmen aantrekken
Pink Floyd heeft een paar troeven die ‘perfect werken in rankings’: lange opbouw → voelt “episch”, herkenbare gitaarsolo’s, sterke sfeer → blijft hangen
In een stemsituatie kiezen mensen sneller: een ‘iconisch nummer’ dan een leuk maar vluchtig liedje - Geen versnippering zoals bij moderne artiesten
Bij hedendaagse artiesten: stemmen worden verdeeld over veel songs, populariteit is diffuser
Bij Pink Floyd: een relatief ‘beperkte set iconische tracks’, stemmen concentreren zich → hogere posities
Samengevat
Pink Floyd staat zo hoog omdat ze:
- meerdere sterke nummers hebben (→ veel stemmen)
- perfect aansluiten bij het Radio 1-publiek
- al decennia in de “muzikale canon” zitten
- emotioneel en inhoudelijk zwaarder wegen dan doorsnee pop
Het is dus geen toeval, maar een combinatie van ‘muziekstijl + publiek + stemgedrag’.
Het gevoel bekruipt ons dat er wordt afgeweken van het onderwerp en ook Azaire geeft niet op en komt nu aandraven met Queen. No way, dat wij daar verder willen op doorbomen.
Hier zijn vraag: “Als je wil, kan ik ook analyseren waarom bijvoorbeeld ‘Queen’ vaak nóg breder scoort dan Pink Floyd, of waarom sommige moderne artiesten moeilijk in de top geraken.”
Wij proberen hem terug het rechte pad op te sturen met volgend argument: ”Volgens de CIM cijfers heeft Radio 1 een luisterpubliek van 187.200 luisteraars. Om 1000 platen te rangschikken heb je minstens 500.500 stemmen nodig. Indien elk op 3 liedjes stemt dus toch nog steeds 166.834 individuele stemmen. Hoe valt dat te rijmen?”
En nu gaan we het krijgen. We worden zomaar beschuldigd van verkeerde aannames! Gelukkig onderbouwt hij zijn stelling als volgt: “Je redenering lijkt logisch, maar vertrekt van een paar aannames die in de praktijk niet kloppen. Daardoor lijkt het alsof de cijfers niet kunnen, terwijl ze wél te verklaren zijn.”
Laten we dat stap voor stap ontleden:
- Die 187.200 luisteraars is geen “totaal publiek”
De “CIM-cijfers” (Centrum voor Informatie over de Media) geven meestal:
- het ‘gemiddeld aantal luisteraars op een bepaald moment’
- (of per kwartier, afhankelijk van de metric)
Dat is dus ‘niet het totaal aantal unieke mensen’ dat Radio 1 bereikt.
In werkelijkheid: - luisteren ‘veel meer mensen gespreid over een dag/week’
- het ‘weekbereik’ ligt vaak een veelvoud hoger (soms x5 tot x10)
Dus potentieel: ’honderdduizenden tot meer dan een miljoen unieke luisteraars’ kunnen in aanraking komen met de stemactie.
- Niet alleen Radio 1-luisteraars stemmen
De stemming voor de Classics 1000 van “VRT” is:
- ‘open voor iedereen’ online toegankelijk, dus ook:
- occasionele luisteraars
- ex-luisteraars
- mensen die gewoon de lijst leuk vinden
Je hebt dus ‘geen 1-op-1 relatie’ tussen luistercijfers en stemmers.
- Je aanname van “500.500 stemmen” klopt niet
Je veronderstelt impliciet: elke positie moet een uniek aantal stemmen hebben
Maar zo werkt het niet. In realiteit: nummers krijgen ‘ruwe stemtotalen’, die worden gewoon ‘gerangschikt van hoog naar laag’, dus: je hebt ‘geen minimum aantal stemmen nodig per plaats’, nummer 1000 kan bv. maar ‘enkele stemmen’ hebben. Je hebt dus absoluut géén 500.500 stemmen nodig.
- Mensen stemmen meestal op méér dan 3 nummers
Typisch bij zulke lijsten: mensen geven een ‘top 10, top 20 of zelfs top 100’
Stel:
- 50.000 deelnemers
- elk gemiddeld 20 nummers
dan heb je al: - 1.000.000 stemmen
Zonder dat je veel individuele deelnemers nodig hebt.
- Zelfselectie (enthousiaste stemmers)
Belangrijk mechanisme:
- slechts een ‘klein deel van het publiek stemt’
- maar die mensen zijn ‘zeer betrokken’
Dat zijn vaak:
- muziekliefhebbers
- fans van bepaalde artiesten (zoals Pink Floyd)
- mensen die actief campagnes delen
Een relatief kleine groep kan dus ‘veel stemmen genereren’.
- Hoe valt het dan wél te rijmen?
Een realistisch scenario:
- bereik Radio 1 (week): bv. 800.000+ mensen
- slechts 5% stemt → 40.000 deelnemers
- elk stemt op 20 nummers → 800.000 stemmen
Perfect voldoende om: - 1000 nummers te rangschikken
- duidelijke verschillen te krijgen
Conclusie
De schijnbare tegenstelling verdwijnt omdat: - CIM-cijfers ≠ totaal aantal unieke luisteraars
- stemming is open voor meer dan enkel luisteraars
- je hebt geen minimum stemmen per rang nodig
- mensen stemmen op veel méér dan 3 nummers
Daardoor heb je ‘veel minder unieke stemmers nodig dan je denkt’, maar toch ‘ruim voldoende stemmen’ om een top 1000 samen te stellen.
Als je wil, kan ik een simulatie maken (met concrete cijfers) die toont hoeveel stemmen nodig zijn om zo’n lijst statistisch stabiel te maken—dat is best interessant en soms verrassend laag.
Bon, ik laat hem een simulatie maken, maar daarna begin ik er stilaan genoeg van te krijgen.
Ik toon hoe weinig stemmen je eigenlijk nodig hebt om een stabiele top 1000 te krijgen.

Simulatie 1: “Kleine maar actieve groep”
‘Aannames:’
- 30.000 deelnemers
- iedereen stemt op gemiddeld 15 nummers
Totaal aantal stemmen: - ‘30.000 × 15 = 450.000 stemmen’
- ‘Wat betekent dit voor de ranking?’
- Top 10: duizenden stemmen per nummer
- Top 100: honderden stemmen
- Plaats 1000: misschien ‘5–20 stemmen’
Resultaat: volledig werkbare lijst. ‘je hebt géén enorme aantallen nodig om plaats 1000 te vullen’
Hoe stabiel is zo’n lijst?
Interessant punt: - Top 50 → ‘zeer stabiel’ (verandert weinig jaar tot jaar)
- Top 100–300 → redelijk stabiel
- Onderste 500 → ‘veel beweging mogelijk’
Daarom zie je:
- altijd dezelfde klassiekers bovenaan
- maar veel variatie onderaan
Belangrijkste inzicht uit de simulatie. Je initiële idee was: “Je hebt honderdduizenden unieke stemmers nodig”. Maar in werkelijkheid: ‘30.000 – 60.000 actieve stemmers is al ruim voldoende’
Omdat: mensen op meerdere nummers stemmen. Stemmen zich concentreren rond bekende songs. La
ge posities weinig stemmen nodig hebben.
En dat is méér dan genoeg om een geloofwaardige top 1000 te maken.
Als je wil, kan ik nog een stap verder gaan en simuleren hoeveel stemmen een nummer nodig heeft om bv. top 10 of top 100 te halen—dat geeft een goed gevoel voor hoe “moeilijk” die posities zijn.
Dit loopt nu toch wel echt de spuigaten uit. Azaire is een topper in het simuleren, dat is nu wel duidelijk. Ook dat hij mijn aannames duidelijk niet snapt.
Ik onderneem een nieuwe poging en schrijf schoorvoetend: “Graag verdere simulatie, maar hou er rekening mee dat elk individu maar maximum 1 keer mag stemmen op maximum 3 nummers.”
Bon hij wordt wakker en repliceert: ”Goed — met jouw strengere voorwaarden verandert het plaatje wel degelijk. Dan gaan we echt rekenen met ‘weinig stemmen per persoon’, en wordt het interessanter.”
Basisscenario: hoeveel stemmen zijn er nodig?
We nemen drie realistische scenario’s:
Scenario A — 40.000 deelnemers
- 40.000 × 3 = ‘120.000 stemmen’
Scenario B — 60.000 deelnemers - 60.000 × 3 = ‘180.000 stemmen’
Scenario C — 100.000 deelnemers - 100.000 × 3 = ‘300.000 stemmen’
Hoe worden die stemmen verdeeld?
Stemmen volgen bijna altijd een ‘ “long tail” verdeling’: - enkele nummers krijgen véél stemmen
- heel veel nummers krijgen weinig stemmen
Dat is perfect haalbaar voor klassiekers zoals: - Comfortably Numb
-Bohemian Rhapsody
Top 100
- nodig: ± 0,3% – 1% van stemmers
- dus:
‘180 – 600 stemmen’
Nog steeds relatief toegankelijk
Top 500 - nodig: ± ‘0,05% – 0,3%’
- dus:
- ‘30 – 180 stemmen’
Plaats 1000
nodig: - ‘5 – 20 stemmen volstaan vaak al’
Belangrijk gevolg van jouw beperking (max 3 stemmen)
Dit verandert het gedrag sterk:
- Meer competitie aan de top
Mensen moeten kiezen → minder spreiding
Grote klassiekers krijgen relatief ‘meer concentratie’
voordeel voor bands zoals:
- Pink Floyd
- Queen
- Minder “niche” nummers
- Minder ruimte voor obscure keuzes
- Staart van de lijst wordt ‘dunner’
- Kleinere groep kan nog steeds volstaan
Zelfs met beperking:
- ‘50.000 deelnemers × 3 stemmen = 150.000 stemmen’
Dat is:
- ruim voldoende voor 1000 plaatsen
- met duidelijke verschillen
Realistische conclusie
Met jouw strikte regels:
- Je hebt géén 166.000 deelnemers nodig
- Zelfs ‘40.000 – 60.000 stemmers’ is al genoeg
Omdat:
- lage posities weinig stemmen vereisen
- stemmen zich concentreren op bekende nummers
- rangschikking relatief is (geen minimum per plaats)
Intuïtieve samenvatting
Denk er zo over:
Voor plaats 1 heb je duizenden stemmen nodig
Voor plaats 1000 heb je er misschien maar 10 nodig
Daardoor kan een lijst van 1000 nummers bestaan met verrassend weinig totale input.
Blijkt dat( Azaire ook thuis is in de grafiekkunst en hij stelt voor: “Als je wil, kan ik dit nog realistischer maken met een “echte” verdelingscurve (zoals Zipf/Pareto) en tonen hoeveel nummers effectief maar <10 stemmen krijgen—dat is vaak onthullend.”
We pleujen niet en laten hem dan maar wat uit zijn hoed toveren. “OK maak dit nog realistischer met Zipf/Pareto curves”
Hier is het cumulatieve overzicht van de stemmen in onze simulatie van de top 1000 volgens een Zipf-verdeling:
🔹 Cumulatieve verdeling van stemmen
| Rang | Cumulatief % van stemmen |
|---|---|
| Top 10 | 39,1 % |
| Top 100 | 69,3 % |
| Top 500 | 90,7 % |
| Rest (501–1000) | 9,3 % |
| Wat dit laat zien | |
- Top 10 krijgt al bijna 40 % van alle stemmen → verklaart waarom klassiekers zoals Pink Floyd en Queen zo dominant zijn.
- Top 100 verzamelt bijna 70 % van de stemmen → de meeste populaire nummers zitten hier.
- Onderste 500 nummers krijgen minder dan 10 % van de stemmen → weinig competitie, weinig stemmen nodig om te rangschikken.
- Zipf-effect: een klein aantal toppers “absorbeert” het grootste deel van de stemmen, terwijl een lange staart van nummers amper stemmen krijgt.
Dit maakt duidelijk dat zelfs met maximaal 3 stemmen per persoon een stabiele top 1000 kan ontstaan, en dat een kleine kern van iconische artiesten bijna automatisch hoog eindigt.
Als je wilt, kan ik nog een visuele markering van typische artiesten zoals Pink Floyd en Queen in deze curve toevoegen, zodat je visueel ziet hoeveel stemmen hun nummers domineren. Wil je dat
Ik onderneem een laatste poging en stel: “Toch klopt het niet, omdat je weglaat dat de rangschikking uniek moet zijn. Jij stelt dat je voor de onderste 500 nummers minder dan 10 procent van de stemmen nodig hebt. Statistisch heb je minstens 45050 stemmen nodig om tot een unieke rangschikking te komen, waarbij elk nummer 1 stem meer heeft dan het vorige nummer. Wat is je mening?”
Hier is de simulatie van een top 1000-lijst met unieke rangschikking door tie-breaking toe te passen:
- Unieke rangschikking: elk nummer heeft nu een unieke positie dankzij een kleine tie-breaking factor.
- Topnummers blijven dominant**: de top 10 ontvangt duizenden stemmen, waardoor hun rang stabiel is.
- Staartnummers: de onderste 500 nummers hebben zeer vergelijkbare stemmen, maar nog steeds uniek door kleine random verschuivingen.
- Praktisch effect: dit is waarschijnlijk hoe Classics 1000 de onderste nummers rangschikt — de absolute verschillen zijn klein, maar elke positie is uniek.


100%