Train plus en Anthony Van Dijck.

Chester: Koude rillingen lopen over mijn rug op deze meer dan gewone zonnige dag. Ergens in een immens kerkgebouw in een te weinig geroemde stad. En oudere man tovert melodieën uit een kerkorgel.  De rillingen hebben te maken met herinneringen aan een kerk en muziek. Pakweg 25 jaar geleden, al komt het niet aan op een jaar meer of minder.  Saint Peter’s church in Chester, op een zonnige dag. Rond het middaguur, tijd voor ‘a pot of tea’, want dat kan in die bewuste kerk. Nu is nog enkel een klein gedeelte aan de rechterkant in het kerkgebouw afgeschermd voor erediensten.  De linkerzijde werd omgevormd tot tearoom, waar je bedient wordt door enkele oudere allervriendelijkste dames en heren.  Ooit stonden er een stuk of wat afgeschreven IBM PC2’s, waarop je gratis het internet op kon.  Kortom een internetcafe in een kerkhoek. Je vond ze in die dagen overal; in Liverpool bijvoorbeeld.  In deze kerk zag ik enkele jaren geleden nog een drumstel wachtend, of om bespeeld te worden, of om opgehaald te worden.  Vijfentwintig jaar geleden, bevond zich naast de tafeltjes waaraan je thee kon drinken een piano.  Daar zat een oude man, ik schat achter in de tachtig, de toetsen te beroeren, op een manier die je verplichtte om te luisteren.  Mooie onvergetelijke momenten.  Een jaar later zat hij er opnieuw te spelen, en daarna…. ben ik blijven binnenlopen bij Saint Peter, maar helaas geen oude man achter een piano, tot… vandaag hier in Gent.  

Gent: Kerken zetten tegenwoordig vaak hun deuren open, om voornamelijk toeristen naar binnen te lokken.  Ook toeristen in eigen land.  Ik hoorde naderhand de pianist aan enkele jonge deernes vragen: “English? Francais? Och Vlaams, hoor ik niet zo vaak, en er lopen hier dagelijks 600 mensen naar binnen.”  Waarom kijkt de Vlaming nog altijd argwanend naar kerken? Het laat zich raden.  Het wordt stilaan tijd dat men die “lege” gebouwen begint te koesteren als erfgoed, en dat men zich over de religieuze aspecten heen zet.  De pianist, vermoedelijk nog een overgebleven geestelijke, vertelde de meisjes dat ze met hun Gsm ook naar God konden bellen.

Ik wandelde verder, want in deze Sint Michielskerk hangt zowaar een Kruisiging gepenseeld door Anthony Van Dyck.  Behorend tot het selecte groepje van Vlaamse topstukken. Anthony in plaats van Antoon, omdat hij veel tijd sleet over de plas.  Ik ken hem voornamelijk van kopieën van zijn Sint Martinus afbeeldingen in diverse kerken in de Denderstreek. Wat mij eraan herinnert dat ik toch nog eens naar Zaventem moet, want daar, juist ja, hebben ze een Sint Martinuskerk en een Van Dyck. 

Terug naar Gent. Bij het schilderij liggen teksten in drie talen met uitleg over wat we precies zien op deze afbeelding van Golgotha. De moeite waard om enige zinnen te citeren, die neergepend werden door ‘Herman Streulens’, een Oblaat Benediktijn. Ik citeer: ‘Het kruis werd in die tijd op voorhand klaargemaakt met 3 doorboorde gaten voor de nagels.’  Dit verbaast mij omdat ik ooit in mijn schooltijd van een bakkerszoon-priester, die ons les gaf hoorde dat men in feite de gekruisigden aan het kruis vastbond met touwen.  Vermoedelijk niet meer controleerbaar. De oblaat gaat verder: ’Eerst de rechterpols passen op de opening en nagel erdoor.’  Meten is weten leerden wij indertijd. Het begint al bij al macaberder te worden: ‘Toen ze de linkerpols pasten, was de opening te ver, dan maar de schouder uitgetrokken, nog te ver.’  Hé?  Was die benedictijn daar toevallig bij aanwezig?  Bon, ik begin mij vragen te stellen. ‘Dan maar de nagel door de hand. En dan de 2 voeten samen, met duivelse razernij de nagel erdoor.’ Ik mag hopen dat u zich stilaan een beeld kunt vormen van wat Anthony Van Dijck moet bezield hebben toen hij aan dit schilderij werkte. Ook de oblaat begint zich vragen te stellen, want we lezen verder: ‘Voldoende om alle zonden uit de wereld te helpen?’ Tja u vraagt, maar wij weten het niet. ‘Neen’ gaat het verder ‘ Ze draaien met veel geweld het kruis om, de nagels moeten immers omgeslagen worden. Nog niet voldoende?’  God nog aan toe wat heeft oblaat Streulens dan nog meer kunnen vaststellen? ‘Ze kipten met geweld het kruis in de klaargemaakte put en met een plof viel het kruis in de put, Jezus snakkend naar adem. De nagels scheurden zijn vel nog meer open.’  In zijn volgende zin besluit hij dat het lijden onmenselijk was, om het mensdom te redden.  Het woord mensdom wordt in de Engelse tekst gewoon vertaald door ‘us’.  Staat u mij toe dit toch wel een merkwaardig onderdeel te vinden van de verdere beschrijving van het schilderij, waarbij overigens elke figuur aan bod komt.  Zo verneem ik nog dat Maria 69 is geworden, al schrijft de oblaat daarbij ‘denk ik’, en weet hij dat zij haar ganse leven in het blauw was gekleed, behalve die ene sterfdag waarop ze een wit kleed droeg.  

Om af te ronden nog dit over Maria Magdalena, een publieke vrouw, die Jezus eerst  in het gezicht spuwde, en later zijn beste vriendin werd. ‘Is dat geen duidelijk voorbeeld om nooit mensen te beschuldigend na te wijzen?’  Ik mag hopen dat de social community van facebook en aanverwante vroeg of laat de Sint Michielskerk bezoekt, op zoek gaat naar het schilderij van Van Dyck, deze tekst ter hand neemt, en… glimlacht.   Het werd toch nog een mooie zomerdag, daar aan de Graslei bij een kopje koffie. Gent die fiere…..

Wat vooraf ging.

Eind december nog snel een Train+ kaart gekocht. Gisteren vastgesteld dat het gebruik ervan, althans bij mij, tot nu toe onbestaande was.  

Dan maar een ticket geregistreerd via het net, en na een korte wandeling naar het station moeten vaststellen dat een stem uit het plafond mij verkondigd dat omwille van technische problemen de trein is afgeschaft.  Ik zie rondom mij, niemand die hierop reageert.  Zou dit dan betekenen dat het toch waar is dat dit dagelijkse kost is, waar je geen verhaal tegen hebt?  De volgende trein komt er aan, een half uur later, en wat leuk, er werden enkele extra haltes ingelast, om het probleem van de vorige trein wat te verzachten, mag ik vermoeden.  Gevolg is dat we dus niet enkel een trein hebben gelmist, maar ook nog eens, door die extra stops, later aankomen.  

Alleen al om de bouwwerf van het Gentse station te aanschouwen kom je ogen tekort.  Hoe zal deze huidige betonnen wildernis er ooit uitzien?  Gent beschikt over een station dat aan de rand van de stad werd gebouwd. Wij zullen uiteindelijk tegen de avond dik15.000 stappen hebben gezet.  De aanhangers van de 10.000 stappen plannen kunnen dus gerust zijn over mijn geleverde inspanning.  

Besluit: twee uur nodig om tot Gent te treinen, en wat langer te genieten van de plus in trein+. Zou het echt kloppen dat een trein je in 5 uur van Lede naar Wales kan brengen, of in acht uur naar Liverpool?

Wandelen door het historische Gent en prakkezeren over treinreizen naar Wales voeren mij terug naar Mitchell Troy.  Voor alle duidelijkheid, dit is een plaats en geen persoon. Het ligt wat verder dan Monmouth (dat dan weer dicht bij Rockfield ligt). Monmouth de poort naar Wales. Op de campsite in Mitchell Troy, met de heerlijke naam Glenn Trothy, maakten we kennis met een Brit, die daar tijdelijk verbleef vanwege een job in de omgeving. Hij kon onze nummerplaat van onze auto niet direct thuisbrengen en informeerde naar ons thuisland. Kunnen wij het helpen dat wij nog steeds rondtoeren met nummerplaten waarop rode tekens op een witte achtergrond te zien zijn. Het had anders gekund: gele letters op zwarte achtergrond. Althans dat was wat ene J. Sauwens jaren geleden voor ogen had. Buiten de waard gerekend want in België, zijn dergelijke wijzigingen onuitvoerbaar.  De heer Sauwens nam dan maar weervraak en schilderde eigenhandig alle rood/witte verkeerspalen in geel en zwart.  We genieten er nog alle dagen van. Dat België  bekend staat als een surrealistische natie, moet toch ergens vandaan komen. 

Bon, de man op de campsite, zette een pas achteruit en sprak tot ons op kordate toon: ‘Och jullie komen uit België, het land dat geen geschiedenis heeft.’  We hebben daar toen toch wat op doorgeboomd. Dat bedenk ik nu wanneer ik op de Sint-Michielsbrug sta, en voor mij de torens van Gent zie. Geen geschiedenis?  Ik hoor inderdaad twintig talen rondom mij. Zijn we misschien ergens in de geschiedenis onder de voet gelopen?  Wij waren toch de dappersten van heel Gallië.  Wist u trouwens dat Gallië, Wallonië en Wales taal gezien allemaal hetzelfde betekenen? Vreemden. Inderdaad zij die langs de buitenboorden van het Romeinse rijk leefden.   

Laat het ons houden op het feit dat we iets te bescheiden zijn, en onze identiteit laten kapen door elke nitwit met een vlag die we niet kunnen of willen zien als de onze.  

Gent is de laatste jaren toch enigszins veranderd.  Geen trams meer in de Veldstraat, meer wandelaars: lees toeristen in de straten. Ik drink mijn koffie langs de Graslei en betaal aan een meisje achter in de bar. Zij overlegd erst druk met een andere dienster in een taal, die je niet voor mogelijk houdt. Aan het meisje dat met mij afrekent vraag ik: ‘Waar kom je vandaan?’ Ze oogt rond de twintig en zegt in onze vlekkeloze taal: ‘Uit Oekraïne’. Het andere meisje spreekt enkel Engels en geeft haar identiteit niet prijs.  Ik besluit dat ze Russisch is, wat toch fantastisch zou zijn, mocht het waar zijn. Want zijn we niet allen dezelfde mensen op deze aardkloot?  Ook hier in Gent?