Blog Image

Sadeler's blog

If I were a miller at a mill wheel grinding, would you miss your color box, and your soft shoe shining? (c) Tim Hardin

Link naar:  windmolens, Facebook   Meer weten? contacteer mij. 

Opgelet: Alle artikels en foto's zijn beschermd door copyright. Alle overeenkomsten tussen bestaande personen en personages berusten op louter toeval. Topfoto (c) Michel Verdoodt.

Berlin Symposium: de eerste dagen.

TIMS mills Posted on 25 aug, 2019 17:34

Zondag, 18 augustus

Twee dagen volgen waarin we een aantal papers gepresenteerde krijgen. Een eerste dag op verplaatsing in het Urania gebouw. Beneden is er een beperkte boekenmarkt met overwegend Duitse molenliteratuur. Iedereen mocht daar boeken aanbieden, maar diegenen die met het vliegtuig arriveerden reiden eerder licht bepakt, waardoor dus een schraler aanbod.

Het thema van dit symposium behelst archeologie en geschiedenis. Niet te verwonderen dus dat we tijdens deze eerste dag konden kennismaken met o.a. een presentatie over de molens van Seistan in Iran. Daarnaast ook een lezing over de herbouw van een middeleeuws kasteel in Frankrijk, met molen, volledig met vrijwilligers die ere aan het werk zijn met al even oude middeleeuwse hulpmiddelen: zeg maar hamertjes en beiteltjes.

De allereerste presentatie, die er eigenlijk geen was, was een korte kennismaking met het Oekraïense boek van Olena. Goed voor haar, want voor de fondsen die zij ontvingen, moet zij tastbare bewijzen leveren, dat het boek er is, en ook wordt verspreid. Een groepsfoto drong zich op.

Maandag, 19 augustus
Vandaag meer lezingen over molen gerelateerde zaken. Gaande van genealogie tot een Tsjechische website waarin al meer dan 10.000 molens werden opgenomen. Je kan gefilterd zoeken, inzoomen zoals met google streetview maar alweer via Tsjechische software.

Na vijf uur was er ruim twee uur tijd om een wandeling aan te vatten naar de Brandenburger Thor, en een grote pint onderweg.Al onze windmotoren posters die Peter bij had werden vlot verkocht.

Dinsdag, 20 augustus

Vandaag de eerste dag tijdens het symposium waarbij vier molens werden bezocht, allen in of in de buurt van Berlijn. Twee bussen volgden elk hun eigen parcours, om uiteindelijk met twee uur verschil aan te komen bij de laatste molen. Ik hoorde het woord ‘stau’ vallen. Omdat we met de helm geboren zijn, hadden wij er geen last van.

Na een klein uur kwamen we aan bij de ‘bockwindmühle’ (staakmolen) te Marzahn. Opnieuw viel het op hoe ruim deze kast binnenin was. De molen oogt wat minder authentiek, vanwege verschillende verbouwingen. Interessant was hoe men er inspeelt op het ontvangen van schoolkinderen. Een op schaal gemaakt gebinte stond onder het echte gebinte. Nog nooit bedacht maar de enkele blokken gezaagd van eiken balken van ongeveer 20 op 40 centimeter, voorzien van een handvat, laten bezoekers toe om zich een idee te vormen van het gewicht van een staakmolen. Idee mee te nemen naar onze molens. De wieken, met houten ‘shutters’ (blinden), stonden stil. Uitstekend, om een goede foto te maken van de spin op de askop, die gebruikt wordt om de bladen van de wieken te regelen.

Binnenin zagen we dat de molen aangedreven wordt met een motor, en dat er zelfs plaats was voor een miniwinkeltje. De molen was versierd met plant strengen groen. Poison Ivy?

Telkens weer is zo een molen een waar feest voor fotografen. Zeker wanneer je dingen ontwaart, die afwijken van wat bij ons gangbaar is. Enige kans bijvoorbeeld, om hier een lip vang te bestuderen.

De middag brachten we door te Potsdam waar genoeg tijd was om de ‘Historische Mühle’ te bezoeken, en vervolgens te genieten van een lichte lunch.

De molen van het Hollandse type bevatte in de stenen onderbouw beneden de stelling een massa informatie via panelen, geluidsbronnen en maquettes. In een van de nissen lagen twee kussentjes te wachten op ‘die schöne Mühlendame’ de mooie molenvrouw. Een gedicht er net voor leert ons hoe we haar moeten voorstellen. Geen geluk deze keer, want ze kwam niet….

De enkele aanwezige molenaars zorgden voor de nodige uitleg, terwijl ze er niet voor terugschrokken om intussen de molen te bedienen, te kruien, en dat met de vang los, en een aantal molinologen in de kap. Hopelijk kwamen ze er enkel met de schrik vanaf. Wat ons uiteindelijk niet weerhield om even later ook de nodige trappen te nemen naar diezelfde kapzolder. Een behoorlijk ruime molen.

Keuze uit soep met groenten en wat dierlijke restanten, of een tomatensoep met kaas. Toetje achteraf, en er was koffie.

De derde molen op onze tocht, een windmolen zonder wieken, maar toch aangedreven door de wind. Het betrof een reconstructie, op een andere lokatie, want de nabijheid van de huizen maakte goed duidelijk dat dit hier nooit zou kunnen werken.

Het gebouw had meer weg van een watermolen gebouw dan van een windmolen. In de voor en zijgevel kon je een poort openmaken, waarachter zich het cirkelvormig aandrijfmechanisme bevind. Je zou het kunnen vergelijken met een groot wiel, waar spaken aan bevestigd zijn, die op hun beurt drager zijn van niet richtbare bladen. Je moet het zien op foto. Voor de rest binnenin uiteraard nog een van de twee steenkoppels. Het lichtsysteem leek vreemd, maar wanneer je met een stel molinologen op pad bent, dan wordt alles uiteindelijk toch verklaard.

Verder zagen we ook een handmachine uit de vlasteelt, om te breken en te snijden, en een wasmachine, naast een primitieve droger, met houten rollen.

Op de zolder een kleine lui-installatie, om zakken graan binnen te brengen.

Het molentje staat aan een heerlijke ouderwetse Oost-Duitse Dries in een rustig dorpje.

Tegen vijven werden we verwacht op ‘die Britzermühle’ waarop Gerald, de organisator van dit symposium actief is samen met een aantal andere molenaars van een lokale vereniging.

Vooraf wat verbaasd over de omgeving die ons naar de molen leidde. Stel je een omgeving voor waar je de en Lidl naast de andere Aldi treft, opgevuld met schrale huizenblokken. Gelukkig is de straat afgezoomd met boompjes. De site zelf is een oase in deze omgeving.

Een schitterende molen met staartroer en een wiekenkruis met spin. Alle ‘zolders’ (verdiepingen) zijn bezoekbaar. Het is er ruim en dus is alles goed fotografeerbaar.

Tijd om zelfs buiten boven op de molen buiten de kap een klein filmpje te maken over de constructie van het roer, en de stangen en raderen om dit te bedienen.

Er werd voor gekozen om het avonddiner ter plekke te nemen, in enkele ruime tenten. Je weet maar nooit wat voor weer er aankomt. We leven weer even zoals God in Frankrijk.

Woensdag, 21 augustusVandaag brengen we opnieuw een dagje door op de schoolbanken, zij het dan wel in een conferentiezaal, met koffiebreaks, en een serie sprekers. Het oogt interessanter dan die eerste twee dagen, waarbij de nadruk eerder op archeologie lag. Vandaag bestond de hoofdmoot uit historiek en het kennismaken met enkele streken van Europa. Het mag gezegd, maar tot op heden waren alle voordrachten in perfect Engels.

Vanavond gingen we op ons lappen naar de biergarten, waar er eigenaardig genoeg rond halfelf gestopt werd met dranken serveren. Wie nog een half glas voor zich had kreeg zowaar een plastieken pint om in over te gieten. We zijn in Duitsland, bedenk ik toch weer even.



Berlin Symposium: the first days

TIMS mills Posted on 25 aug, 2019 17:31

Zondag, 18 augustus

Twee dagen volgen waarin we een aantal papers gepresenteerde krijgen. Een eerste dag op verplaatsing in het Urania gebouw. Beneden is er een beperkte boekenmarkt met overwegend Duitse molenliteratuur. Iedereen mocht daar boeken aanbieden, maar diegenen die met het vliegtuig arriveerden reisden eerder licht bepakt, waardoor dus een schraler aanbod.

Het thema van dit symposium behelst archeologie en geschiedenis. Niet te verwonderen dus dat we tijdens deze eerste dag konden kennismaken met o.a. een presentatie over de molens van Seistan in Iran. Daarnaast ook een lezing over de herbouw van een middeleeuws kasteel in Frankrijk, met molen, volledig met vrijwilligers die er aan het werk zijn met al even oude middeleeuwse hulpmiddelen: zeg maar hamertjes en beiteltjes.

De allereerste presentatie, die er eigenlijk geen was, was een korte kennismaking met het Oekraïense boek van Olena. Goed voor haar, want voor de fondsen die zij ontvingen, moet zij tastbare bewijzen leveren, dat het boek er is, en ook wordt verspreid. Een groepsfoto drong zich op.

Maandag, 19 augustus

Vandaag meer lezingen over molen gerelateerde zaken. Gaande van genealogie tot een Tsjechische website waarin al meer dan 10.000 molens werden opgenomen. Je kan gefilterd zoeken, inzoomen zoals met google streetview maar alweer via Tsjechische software.

Na vijf uur was er ruim twee uur tijd om een wandeling aan te vatten naar de Brandenburger Thor, en een grote pint onderweg.

Al onze windmotoren posters die Peter bij had werden vlot verkocht.

Dinsdag, 20 augustus

Vandaag de eerste dag tijdens het symposium waarbij vier molens werden bezocht, allen in of in de buurt van Berlijn. Twee bussen volgden elk hun eigen parcours, om uiteindelijk met twee uur verschil aan te komen bij de laatste molen. Ik hoorde het woord ‘stau’ vallen. Omdat we met de helm geboren zijn, hadden wij er geen last van.

Na een klein uur kwamen we aan bij de ‘bockwindmühle’ (staakmolen) te Marzahn. Opnieuw viel het op hoe ruim deze kast binnenin was. De molen oogt wat minder authentiek, vanwege verschillende verbouwingen. Interessant was hoe men er inspeelt op het ontvangen van schoolkinderen. Een op schaal gemaakt gebinte stond onder het echte gebinte. Nog nooit bedacht maar de enkele blokken gezaagd van eiken balken van ongeveer 20 op 40 centimeter, voorzien van een handvat, laten bezoekers toe om zich een idee te vormen van het gewicht van een staakmolen. Idee mee te nemen naar onze molens. De wieken, met houten ‘shutters’ (blinden), stonden stil. Uitstekend, om een goede foto te maken van de spin op de askop, die gebruikt wordt om de bladen van de wieken te regelen.

Binnenin zagen we dat de molen aangedreven wordt met een motor, en dat er zelfs plaats was voor een miniwinkeltje. De molen was versierd met strengen van groene planten. Poison Ivy?

Telkens weer is zo een molen een waar feest voor fotografen. Zeker wanneer je dingen ontwaart, die afwijken van wat bij ons gangbaar is. Enige kans bijvoorbeeld, om hier een lipvang te bestuderen.

De middag brachten we door te Potsdam waar genoeg tijd was om de ‘Historische Mühle’ te bezoeken, en vervolgens te genieten van een lichte lunch.

De molen van het Hollandse type bevatte in de stenen onderbouw beneden de stelling een massa informatie via panelen, geluidsbronnen en maquettes. In een van de nissen lagen twee kussentjes te wachten op ‘die schöne Mühlendame’ de mooie molenvrouw. Een gedicht er net voor leert ons hoe we haar moeten voorstellen. Geen geluk deze keer, want ze kwam niet….

De enkele aanwezige molenaars zorgden voor de nodige uitleg, terwijl ze er niet voor terugschrokken om intussen de molen te bedienen, te kruien, en dat met de vang los, en een aantal molinologen in de kap. Hopelijk kwamen ze er enkel met de schrik vanaf. Wat ons uiteindelijk niet weerhield om even later ook de nodige trappen te nemen naar diezelfde kapzolder. Een behoorlijk ruime molen.

Keuze uit soep met groenten en wat dierlijke restanten, of een tomatensoep met kaas. Toetje achteraf, en er was koffie.

De derde molen op onze tocht, een windmolen zonder wieken, maar toch aangedreven door de wind. Het betrof een reconstructie, op een andere lokatie, want de nabijheid van de huizen maakte goed duidelijk dat dit hier nooit zou kunnen werken.

Het gebouw had meer weg van een watermolen gebouw dan van een windmolen. In de voor en zijgevel kon je een poort openmaken, waarachter zich het cirkelvormig aandrijfmechanisme bevind. Je zou het kunnen vergelijken met een groot wiel, waar spaken aan bevestigd zijn, die op hun beurt drager zijn van niet richtbare bladen. Je moet het zien op foto. Voor de rest binnenin uiteraard nog een van de twee steenkoppels. Het lichtsysteem leek vreemd, maar wanneer je met een stel molinologen op pad bent, dan wordt alles uiteindelijk toch verklaard.

Verder zagen we ook een handmachine uit de vlasteelt, om te breken en te snijden, en een wasmachine, naast een primitieve droger, met houten rollen.

Op de zolder een kleine lui-installatie, om zakken graan binnen te brengen.

Het molentje staat aan een heerlijke ouderwetse Oost-Duitse Dries in een rustig dorpje.

Tegen vijven werden we verwacht op ‘die Britzermühle’ waarop Gerald, de organisator van dit symposium actief is samen met een aantal andere molenaars van een lokale vereniging.

Vooraf wat verbaasd over de omgeving die ons naar de molen leidde. Stel je een omgeving voor waar je de en Lidl naast de andere Aldi treft, opgevuld met schrale huizenblokken. Gelukkig is de straat afgezoomd met boompjes. De site zelf is een oase in deze omgeving.

Een schitterende molen met staartroer en een wiekenkruis met spin. Alle ‘zolders’ (verdiepingen) zijn bezoekbaar. Het is er ruim en dus is alles goed fotografeerbaar.

Tijd om zelfs buiten boven op de molen buiten de kap een klein filmpje te maken over de constructie van het roer, en de stangen en raderen om dit te bedienen.

Er werd voor gekozen om het avonddiner ter plekke te nemen, in enkele ruime tenten. Je weet maar nooit wat voor weer er aankomt. We leven weer even zoals God in Frankrijk.

Woensdag, 21 augustus

Vandaag brengen we opnieuw een dagje door op de schoolbanken, zij het dan wel in een conferentiezaal, met koffiebreaks, en een serie sprekers. Het oogt interessanter dan die eerste twee dagen, waarbij de nadruk eerder op archeologie lag. Vandaag bestond de hoofdmoot uit historiek en het kennismaken met enkele streken van Europa. Het mag gezegd, maar tot op heden waren alle voordrachten in perfect Engels.

Vanavond gingen we op ons lappen naar de biergarten, waar er eigenaardig genoeg rond halfelf gestopt werd met dranken serveren. Wie nog een half glas voor zich had kreeg zowaar een plastieken pint om in over te gieten. We zijn in Duitsland, bedenk ik toch weer even.



Alle wegen leiden naar Dresden.

TIMS mills Posted on 17 aug, 2019 23:18

Alle wegen leiden naar Dresden.

Gisteravond liep ik te voet naar Polen. Ook dat moet kunnen. Zeker wanneer je in een hotel in Zittau verblijft dat op amper 200 meter van de Oder-Neisse grens ligt. Hoe lang is het geleden dat we op school leerden dat de Duitse grens niet meer de Duitse grens was, maar vervangen werd door de Oder-Neisse grens. En hier sta ik dan zoveel jaren later aan de Neisse. Over de brug kan je terecht in een benzinestation of in en kleine winkel waar sigaretten worden verkocht. Het herinnert mij aan die ene keer dat ik naar Schotland reisde, en in Gretna Green, waar de hippies en ander van huis weggelopen tuig heen trok om er door de smid te worden getrouwd, een bord frieten verorberde, en daarna prompt terug reed naar Wales. Net die ene voet in dat andere land, de temperatuur checken, en dan terug.

We praten de avond voorbij in de ‘biergarten’ bij ‘eine gröse Weisse‘ waarbij we het hadden over immense ontginning hier in de buurt van bruinkool. Terreinen van enkel vierkante kilometer groot en driehonderd meter diep, zorgen er in deze buurt voor dat de complete waterhuishouding nagenoeg om zeep werd geholpen. Om nog maar te zwijgen van de luchtpolutie.

We zijn op de terugweg naar Berlijn, met nog een laatste stop bij een watermolen, waar de tijd stilstond. Alles lijkt nog zoals voor dertig jaar. De muren van huis en molengebouw werden niet opnieuw bepleisterd, noch geschilderd.

De ontvangst door de molenaar en zijn molenarin, voor de gelegenheid in typisch molenoutfit, verwelkomen ons hartelijk. Met koffie, pruimentaart en een broodje met kaas en augurk. Voor bier is het nog wat vroeg in de ochtend. Vergeet niet dat we deze keer al om zes uur uit de veren waren. De molen herinnert mij aan een van die molens die we vier jaar geleden bezochten, en waar we doordrongen tot op de zolder, waar stof vergaard werd gedurende tientallen jaren. Achter een gesloten deur ontwaarde ik vergelijkbare toestanden. Het molengedeeelte zelf lag er eigenlijk nog pico bello bij. De molenaar vertelde dat de vorige eigenaarsfamilie emigreerde naar Adelaide in Australië en dat er nog jaarlijks familieleden de molen komen bezoeken. Dus onderhoud is nodig. We zagen het waterwiel niet inwerking, vanwege te weinig water.

Op de steenzolder een koppel stenen waarbij de aanvoer van het graan gebeurde van de hoger liggende zolder, via een nu gedemonteerde graanbuis die voor de toevoer zorgde. Er naast stond een cilindermolen. Interessant was ook het apparaat waarmee je stenen kon scherpen. Een ingewikkeld tuig dat men toch nog met de hand bediende. Moeilijk voor te stellen hoe het echt werkte. Mits wat bochtenwerk en de nodige opstapjes kon je bij het mooie houten waterwiel geraken. Onder de pannen konden we nog een plansichter vinden. Ook hier waren weer mooie foto’s te maken van talrijke naambordjes op de diverse apparatuur.

Ook hier was er een dame aanwezig van de lokale pers, die de tijd van haar leven had, de camera steeds in de aanslag.

Even na tien vertrokken we voor ons laatste bezoek aan de stad Dresden. Geen molens meer vandaag, maar bewonderen hoe een stad uit haar as kan herrijzen. Een beetje zoals ons Ieper, waar nog jaarlijks honderden duizenden toeristen uit de hele wereld neerstrijken.

Welkom in Dresden. Dat was de gids die ons welkom heette. We waren net de stad ingereden langs de Elbe voorbij een immense moskee. Tenminste daar leek het toch op.

De wandeling doorheen het park naar het oude stadsgedeelte was kort. Alles in deze stad waar de toerist in geïnteresseerd is ligt dicht bij elkaar. Het leven van August de Grote werd voor ons uit de doeken gedaan, en bij de meeste gebouwen kregen we de nodige uitleg, die ik intussen voor een groot deel alweer vergat, gewoonweg omdat er zo veel indrukken waren op te doen. In de beloofde kerk zijn we uiteindelijk niet geweest, omdat er een trouw aan de gang was. In de verte lag het openlucht stadion waar Neil Young nog aantrad enkele dagen voor wij hem te zien kregen in Antwerpen. Op dit ogenblik lopen er een weeklang feestelijkheden in de stad, waardoor hier en daar een podium was opgesteld. Enkele Portugezen speelden Oye coma va van Santana. We zagen een paar knappe straatanimators standbeelden uitbeelden. Het idee van de opdravende kelner leek best leuk. Anderhalf uur verloopt snel i!n deze stad. Dit vraagt om een langer bezoek, waarbij je ook tijd hebt voor de musea. Voor ons was het eerder een architecturale rondgang, langs gebouwen, die opnieuw werden vervolledigd uit de nagelaten restanten van de laatste oorlog. Waarom precies werd Dresden zo onder handen genomen. Vergeling uiteraard; Het Idee van: we zullen je eens een lesje leren. Het is niet mogelijk dat dit idee bij de geallieerden van een groep kwam. Vergelding nog tot daar aan toe, maar uit welk brein precies werd de lokatie Dresden als doel geboren? Was het Churchill? Wie was deze stad zo kotsbeu dat ze tot as mocht worden herschapen?

We zijn onderweg naar Berlijn, waar we vanavond nog registreren voor het een week lang durende symposium. En uiteraard het welkom diner.

Vanavond verbroederen we met al die anderen die hier vier jaar op hebben gewacht.



Tweemaal water, tweemaal wind.

TIMS mills Posted on 16 aug, 2019 22:55

Dag 5: Tweemaal water, tweemaal wind.

We krijgen vandaag wat meer uitslaap tijd. De bus wacht ons in de regen, maar …. er is mooier weer beloofd na elf uur. Gisteren na de wandeling kon ik even niet laten op te merken dat we ons zeer gelukkig mochten achten vanwege het mooie weer. Prompt vijf minuten later kregen we een kleine plensbui, waardoor ik direct tot regenmeester werd gebombardeerd.

Opnieuw een grote standaardkast. Precies hetzelfde type waar we ook gisteren langskwamen zij het binnenin quasi geheel vernieuwd op de staak en enkele andere balkjes na. Langs de zijkant van de molen staan, in de luwte, wat zitbanken opgesteld, wat er op wijst dat de molen niet te vaak gekruid wordt.

Toch werd de molen even van de vang gehaald, maar veel vaart zat er niet in met de stenen ingelegd. Ook de vang optrekken kan niet echt zonder manuele tussenkomst, want er zit geen direct mechanisme bij om vangbalk van de sabel te lichten.

Bij het einde van ons bezoek kwam de burgemeester, een lieve dame nog langs om ons uitgebreid te danken. Ook de laatste molenaar was er, en ik bespeurde zelfs een persjuffrouw.

Pikant detail, bij de ingang merkten we op de deur een van de tekeningen van de TIMS kalender, van Johan DP.

Een watermolen complex waar ooit een Francis turbine inzat en nog eerder een waterwiel. Waar ooit zelfs leer werd gelooid, en olie werd geslagen, naast korenmolen. De klassieke maalstoelen waren er verdwenen, en het geheel is uitgerust met walsenstoelen, waarbij het graan wordt vermalen tussen ‘rollers’, zeg maar cilinders. Boven uiteraard in dit type maalderij, want dat was het, ook de plansichters. Interessant was dat ons kon getoond worden hoe een plansichter er langs binnen uitziet, en vooral hoe het mechanisme werkt.

Benden hadden ze een kleine met elektromotor aangedreven ‘olieslagerij’. Niet meer dan een machine op een tafel. De walnoten stonden er naast te wachten op verwerking.

In een klein winkeltje kon je uiteraard olie en kleinere verpakkingen bloem aankopen. Er wordt hier een aanzienlijke productie gehaald.

Op de verpakkingen zelf, ook de grote zakken van vijftig kilo die naar bakkers gaan, wordt nergens een samenstelling opgegeven. Bij navraag antwoordde men mij, dat er slechts af en toe controle komt, dat die de molen schitterend vinden voor wat betreft netheid, en verder niets dus. So far for European regulations….

Onder de middag bezochten wij een plaats waar de sterren gemaakt worden. Tenminste de kerstmis sterren, werden er volledig handgemaakt. Fotograferen niet toegelaten, vermoedelijk vanwege het geldende patent. De gids gaf een inleiding van twintig woorden, en loodste ons een zaaltje binnen waar een bedrijfsfilm werd getoond. Cake en koffie voor lunch.

Dit unieke bedrijf waar nog negentig mensen handenarbeid verrichten exporteert naar de gehele wereld. Het is eigendom van de kerk van de Moravians. Nog nooit van gehoord, maar het moet iets zijn zoals de Amish, verspreid over de gehele wereld, behalve dan in ons stuk van de wereld. In de film zagen we o.a. De met kerststerren versierde Londen Tower Bridge.

Het is halfdrie wanneer de bus opnieuw aanzet.

Deze keer wordt het een uitgebouwde standaard kast, die op het eerste zicht oogt als een ‘flying nun’ in vol ornaat. Uiteraard komt dit omdat het wiekenkruis werd verwijderd. De gebroken gietijzeren askop ligt voor de molen in stukken op de grond. John probeert de delen in gedachten bij elkaar te puzzelen, maar makkelijk is anders. Deze molen behoorde eertijds toe aan een molenaar die van nieuwe snufjes hield. Niet te verwonderen dat voor hier een hopperboy aanwezig was. En… een wiekenkruis met vijf wieken. Er lagen twee steenkoppels, maar er is plaats voor vier. Mogelijks zijn die ooit aanwezig geweest. De kap werd ooit uitgebouwd om een groter vangwiel te kunnen plaatsen. Een vraag die steeds weer komt is: zal hier nog ooit wat mee gebeuren. Welke eigenaar wil hier nog in investeren? Wetende dat op korte afstand een heuse maalderij actief is. We bezochten ze tijdens de voormiddag.

Er staat nog een watermolen op ons programma van vandaag. Een omvangrijk gebouw, waarin we aanvankelijk een kleine molen ontwaarden. Na enkele trappen genomen te hebben en op zolders gekeken te hebben, waar zich alweer plansichters bevonden hebben we onze mening herzien. De molen wordt tegenwoordig als klein museum in de markt gezet. Naast een verzameling oude molendag affiches lagen er een aantal oude boeken op een tafel. Langs de muren, bij het binnenkomen, hing de gehele uitgeprinte geschiedenis aan de wand. Niet direct op ooghoogte, waardoor je door je knieën moet.

Op bijna wandelafstand genoten we in een hotelpension, van het diner. Een rijkelijk gedekte vleestafel, waar iedereen naar best vermogen het zijn van nam, terwijl ik wat afwachtend toekeek, hopende op een interessante veggy schotel. Het blijft toch altijd weer verassend.

Morgen vangen we de terugweg aan naar Berlijn, met nog een laatste molenstop onderweg.



Over molenstenen en hopperboys.

TIMS mills Posted on 16 aug, 2019 08:29

Donderdag, 15 augustus

Dag 4 TIMS Pretour Molensteen groeven.

Precies om negen uur en een minuut, zoals aangekondigd, nemen we plaats in enkele wagons van een smalspoor stoomtrein. Dit treintje zal ons in een uur naar een kuuroord brengen, vanwaar we via een fikse wandeling oude steengroeven zullen bereiken. Er is keuze uit een makkelijke ‘shortcut’ en een wandelpad voor gevorderden, waarbij het er een stuk steiler aan toe gaat.

We genieten van ons treinticket. Halverwege gedurende een stop is er voldoende tijd om foto’s te nemen. We schuiven dor een landschap waar betere en mooiere huizen staan. Dit was dan ook een beperkte streek die zelfs in de DDR tijd als kuuroord gold.

De benen zijn nog wat stram, van de vorige dagen, maar toch vat iedereen de tocht aan. Er. Zijn geen ‘cheaters’ die de bus nemen. Neem van mij aan dat de shortcut, niet echt korter was, en vlak dient geïnterpreteerd te worden als vlak ‘omhooglopend’. Hier en daar werd al eens op adem getrapt, maar we kwamen met zijn allen aan op het BBQ punt. Onderweg leerden we nog een interessante architectuur kennen waarbij we een huis bestudeerden, dat in feite bestond uit drie in elkaar geschoven woningen. Het dak steunt op een aantal balken, die wat aan vakwerk doen denken. Daarbinnen zit rechts een houten woongedeelte, en links een gemetseld deel. Omdat de uitleg maar door bleef gaan stapte de vermoedelijk nieuwsgierig geworden eigenaresse naar buiten. Ze nodigde ons prompt uit om ook de binnenkant te bestuderen. Koffie hebben we voor alle duidelijkheid niet gevraagd. Er bestaan vriendelijke mensen op deze wereld.

Onze gids stopt hij een kleine sterrenwacht waar in het ernaast liggende tuintje een interessant bord is opgesteld waarop een twintigtal verschillende stenen werden aangebracht, ter bestudering. Zeg maar een goede voorbereiding op het bezoek aan het eindverantwoordelijk de klim aan de steengroeve.

Een immense wand zien we ter plaatse, waar je de kleine verticale kanaaltjes ziet waarin men dynamiet aanbracht, om op die manier dikke lagen van de rotsen te scheiden. Uit die lagen werden dan ter plaatse ruwe molenstenen gekapt, die vervolgens naar beneden in het dal werden getransporteerd waar ze werden afgewerkt. In een kleine smidse op de terugweg hangt een mooie foto uit de tijd dat er nog bedrijvigheid was in de steengroef. Opvallend op die smidse was zeker de windvaan die een heks op haar bezem verbeelde, met erbij het jaartal 1952. Naast het gebouw lagen op de restanten van een omgezaagde boom enkel stenen bij elkaar. Nagelaten na een heksensabbat? Wie weet?

De rest van de tocht naar beneden verliep voorbeeldig, op wat schaarse waterdruppels na.

Er stond vandaag maar een molen op het programma. Een nog grotere kast van een staakmolen. Weer een molen met een hopperboy. Een vinding uit Amerika, om ons meel te koelen. Meer uitleg is makkelijk te googelen….. The hopper-boy, or cooler, was invented in the late 1700’s by America’s best known milling engineer and inventor, Oliver Evans. This mechanical device, once commonly found in the upper floor of mills, is no longer in use. It faded out of popularity less than 100 years after its invention. Designed to cool hot flour coming off the buhr stones, the hopper-boy was automated and more sanitary than the traditional method it replaced. This was one of the five inventions that were to make Oliver Evans famous to this day.

D jonge molenaar die we gisteren ontmoeten in de moderne maalderij was ook vandaag weerman de partij, samen met wat collega’s. De deelnemers hingen dan ook aan hun lippen.

Aansluitend een avond diner naast de molen waar ook nog een kleine tentoonstelling liep op de bovenzolder, over het dagelijkse leven van vroeger, en waar je een kast huisgemaakte textiel kon bewonderen. Het kruidendrankje dat we aantroffen op tafel liep vlot naar binnen. En het aangeboden boekje zal vast en zeker meevallen.

Tijd om af te zakken naar ons hotel, waar een film over een watermolen ons opwachtte….. nooit genoeg van molens.



Sorben land

TIMS mills Posted on 14 aug, 2019 22:58

Day 2 TIMS Pretour Sorben land.

Het hotel waar we overnachten dateert duidelijk uit de tijd dat er nog ijzeren gordijnen bestonden, en is geenszins te vergelijken met Berlijn. Maar we zijn molenaars, en die slapen licht in het meel. Dus we zitten goed voor de komende drie nachten.

Al krijg ik het ‘s avonds al meteen aan de stok met een van de hoteldiensters, wanneer ik aanschuif bij een tafel waarop drie bestekken liggen en reeds drie leuke personen hebben plaatsgenomen. Er is meer dan plaats voor een vierde persoon, en dus haal ik op een wat afgelegen tafel het nodige bestek, maar dat is buiten Elsa gerekend. Ik noem haar even zo omdat ze mij doet denken aan een juffrouw uit de Duitse jaren zeventig die iets had met wolven en nog veel erger. Ik vermoed dat ze een boekhouding hebben opgezet per vooraf gedekte tafel en dat heb ik dus duidelijk in de war gestuurd. Ze maant mij aan om ergens anders plaats te nemen, waarop ik protesteer eerst in het engels en daarna in het Frans, en ik een woeste blik krijg en een antwoord waarop ik begrijp dat ze enkel Hoog-Duits of zo praat. Ik haal mijn beste Duits uit de kast, waarop ze overlegt met onze Gerald. Ik mag blijven…. So far for Deutsche Grundlicheit.

Vandaag staan er twee watermolens en twee windmolens op ons programma. Negen uur en we zetten aan weg uit Zittau richting Sorben land.

De eerste watermolen ligt op anderhalf uur rijden voorbij Bautzen, waarover we vernemen dat in de dagen van de Stasi dit een gevreesde stad was, omdat zich hier in deze uithoek van het land een bijna concentratiekamp bevond waar je heen werd gestuurd wanneer je wat minder volgzaam was.

De molen staat te koop voor een slordige 80.000 euro, wat gezien het complex een prikje is. Er. Is trouwens ook een belendende woning inbegrepen. Maar, wat kost het onderhoud? Waar vind je hier molenbouwers op wie je kan beroep doen? Waarschijnlijk heeft de toch lage prijs en en ander te maken met dit gegeven.

De molen, Fehrmann-Muhle te Coblenz, zelf mag je gerust omschrijven als een kleine maalderij. Tegenwoordig zit er een Francis waterturbine in, die een vroeger waterwiel vervangt. We slagen er niet in om die te zien. Wel kruipen we langs een stel riemen tot helemaal onderin waar het uiteindelijk toch wat beangstigend wordt wanneer plots iemand ergens de molen in gang zet. Gelukkig is er nog een tweede uitgang waar we langs kunnen en zoeken we het hogerop waar de plansifters hun werk doen. Dit is een type molen waar heel wat te fotograferen valt, en waar menigeen zich ook de nodige vragen stelt over de werking van bepaalde onderdelen.

De volgende standaardmolen verschuiven we naar het namiddagprogramma, want in het lunchcafé Sportheim te Oderwitz kunnen we helaas niet later aankomen dan gepland, ook al zijn daar nauwelijks andere gasten. Alweer dat rigide dat vermoedelijk nog stamt uit de tijd van nu bijna meer dan dertig jaar geleden. Als enige veggy aanhanger krijg ik een best aanvaardbare groentes choreograaf met brocolli overgoten met een kaassaus. De anderen moeten het stellen met een vleessoep. Een grote pint Weiss beer rond het geheel af.

We komen aan bij onze eerste windmolen van deze reis. Een standaardmolen verscholen in een paltrok. Berndt-Muhle ook bekend als Hauckmuhe, staat te Oberoderwitz.

Een wat rare molen waar we vaststellen dat de steenbalk recent werd vervangen, waar alle panelen van de wieken binnen staan gestapeld net als de borden van het achter roer. En hoe werd het enige steenkoppel dat we aantreffen aangedreven? Er is geen lantaarn, noch een ijzerbalk te bespeuren. Langs onder probeert een van de Franse deelnemers mij Diets te maken. Tja maar op de zolder net lager, is direct onder der stenen wel een en ander te bespeuren dat als aandrijving kon worden gebruikt, maar waar werd dit dan weer met verbonden? Waar kwam de energie vandaan?

Ook het systeem om de shutters in de wieken te bedienen is anders dan wat we gewoonlijk zien in de UK. Hier geen doorboorde as, maar enkele metalen stangen naast de molenas, die uiteindelijk toch door de askop moeten gaan om de ‘spin’ buiten op de askop te bereiken.

Vandaar gaat het naar een watermolen, waar commercieel wordt gewerkt. Bertold-Muhle in Oderwitz is in feite een moderne maalderij waar heel wat plastiek het overgenomen heeft van het hout. Plastiek buizen die in alle richtingen lopen en als het ware een modern abstract kunstwerk vormen.Een anderhalve vierkant meter groot paneel waarop zich nagenoeg alle electriciteitsschakelaars en zekeringen bevinden. We krijgen van een nog jongere molenaar die het Engels beheerst een behoorlijke uitleg op de zolder waar de plansichters staan. Voor de rest staat elke zolder vol met de nodige gevulde zakken bloem.

Beneden is er bij het binnenkomen en of buitengaan een winkeltje waar je de hele zwik kan kopen. Men beweert de beste bloem van heel Duitsland te verkopen. Waar zit het verschil tussen meel dat onmiddellijk van tussen twee stenen stroomt, en de bloem hier die mogelijks via een buizenstelsel van honderd meter heeft gelopen?

Er werd gezorgd voor taart en koffie. Een overvloed aan taart(en) en koffie, en dat allemaal van eigen bloem. we lieten het ons smaken.

Op wandelafstand lag de molen die we in de ochtend links lieten liggen. De standaardmolen bekend als Neumann-muhle, kan enkel omschreven worden als de kers op de taart van deze dag. Via een stijle mole molenweg wandelen we de paar honderd meter naar een alweer ruime kast. Deze keer wel gevuld met diverse machinerie. Een van de maalstoelen fungeert in feite als een soort eerste behandelingssteen bij het maalproces. De korrels worden er gepolijst en van de kiem ontdaan, zodat de bloem naderhand beter bewaard kan worden. Nogal wat riemen en tandwielen zorgen voor overbrengingen in deze molen.

Ik probeer nog een foto te maken van de onderkant van de molen die verscholen zit in de lange rok van deze kast. Teerlingen zijn klein, en verder draagt de molen op twee kruiselingse balken onder het normale gebinte. De kast kan draaien via twee ijzeren rollen die over een rond de molen liggend spoor lopen.

Nog een laatste intressante foto van de ‘kruiwagen’ waarmee de molen op de wind wordt gezet.

Tijd om opniew het hotel in Zittau op te zoeken, voor het avond diner en een Weiss bier.



Going back to my roots.

TIMS mills Posted on 13 aug, 2019 22:42

Day 1 TIMS Pretour. Going back to my roots.

Ik mag niet klagen. De nacht verliep vlekkeloos, en het ontbijt kon je beschouwen als een mengeling van continentaal en Brits. Wat niet begrijpelijke is voor een hotel van dergelijke omvang, met enkele honderden kamers, is dat ze in de ontbijttafel twee koffiemachines hebben staan, die om de haverklap foutboodschappen geven en waar je vier minuten op een koffie moet wachten. Gelukkig staan er op een belendende tafel, niet aangeduid, enkele kannen met gewone koffie, waarbij eenvoudig schenken kees zo klaar is.

Na de checkout, even na negen, zetten we aan voor een tocht van vijf uur richting Saxon. Onderweg een stop voor een bezoek aan een molen, waarbij je in feite drie molens in een aantreft. De molen wordt aangekondigd op een welkombord als Europees Erfgoed, en ook als de enige molen in Europa met drie functies: Historische Mahl-, Oel- und Sägemühle.

Buiten , wat achteraf, staat er nog een ijzeren kruis gered van een kerkhof in de buurt van watermolenaar Wilhelm Bärow.

Een uit de kluiten gewassen korenmolen van het ‘Holländer type’ waarnaast in een aantal bijgebouwen zich nog een zaagmolen en een olieslagerij bevindt. Bij die laatste bedrijvigheid die gedemonstreerd wordt staat de oven heet, en wordt er van het lijnzaad van vlas olie geslagen. Rijk aan omega-3 vertellen ze er graag bij. Weet je wel, het middel om je cholesterol naar beneden te krijgen. Ik hoor de gids vertellen hoeveel zijn cholesterolgehalte bedraagt, als staving van zijn pleidooi om meer lijnzaadolie te verbruiken, en te kopen. Zijn we dan toch met zijn allen gelijk?

In dit molencomplex is het makkelijk een paar uur vertoeven, ook al is de uitleg van de gidsen voornamelijk in het Duits, maart Gerald, organisator van deze toer, vertaalt vlekkeloos naar het engels. Enkele oud TIMS gedienden worden regelmatig aangesproken om toch maar uitleg te verschaffen bij alweer een of ander wiel, of tuig, waar elk ander normaal mens kop noch staart an krijgt. Prachtig om zien, hoe land- en taalgrenzen ook nu weer wegvallen en Holland en Frankrijk steun verlenen aan de Britten en Amerikanen. Ik kan zo nog even doorgaan.

Het aantal foto’s dat in deze digitale tijden wordt geschoten tijdens een dergelijk bezoek, loopt waarschijnlijk in de duizenden. Laat ons hopen dat er een tiental spraakmakende tussenzitten. En ik wil het in deze niet eens hebben over over de talrijke ‘copies’ die werden genomen in het tussenliggende gebouwtje een tentoonstelling loopt van fotograaf Andreas Funke onder de noemer ‘Kontraste Erotische fotografie in der Hollanderwindmühle Straupitz ’. Mij leek het eerder: ‘Naakte schoonheid in een industrieel complex’. U kan er nog heen tot en met 8 september.

Maar we bezochten molens, dacht ik toch? In de romp van de molen konden we kennis maken met een heuse maalderij. Helaas was de korenmolen niet in werking. De wieken, van het type, uitgerust met jaloeziën, uitgevoerd in blinkend aluminium, zullen er hoogstwaarschijnlijk ooit anders hebben uitgezien. Werd hier bij een restauratie voor duurzaamheid en een lagere prijs gekozen? Wie weet? Per slot van rekening bevinden we ons op weg naar Saxen in het vroegere Oost-Duitsland.

Meer bepaald in Spreewald en bredere omgeving. Reizen mag dan ook steeds weer een beetje leren zijn, en daar kregen we vandaag de kans toe. In Spreewald woont een bevolkingsgroep die nog tot de oorspronkelijke Ariërs zou behoren (*), met een eigen taal, waardoor dit gebied een Duits tweetalige regio is. En dat valt hier en daar op te merken in straatnaambordjes, waarop ik onder andere merk dat ‘wasser’ vertaalt wordt als ‘woda’. Navraag bij Gerald levert mij voorlopig op dat deze tweede taal geen Tsjechisch is nog Hongaars of zo. Kan dit Keltisch zijn? Dit dient verder uitgezocht te worden, tenzij Wikipedia raad weet.

Vier jaar geleden kwam ik als bij toeval tot de ontdekking in het vroegere Siebenburgen, Sibiu, dat de naam Saedeler en afgeleiden vaak voorkwamen bij de Saksische bevolking, die dat gebied ooit ‘koloniseerde’. Ben ik op weg naar mijn roots?

Ik moet toegeven dat ik meer geniet van de aanblik vanuit de bus van de vroegere Oost-Duitse dorpen, waar de tijd wat stilstond, dan van het Duitsland dat de meesten onder ons beter kennen. In Mein grünes tal van Roland W zou als soundtrack bij onze tocht door een bosrijke omgeving zeker niet misstaan.

Uiteindelijk rijden we langzaam maar zeker naar ons doel: de meest zuid-oostelijke hoek van de vroegere DDR. Een streek waar nog heel wat moet gered uit de tijd eer de muur viel. De West-Duitsers dragen naar verluid nog steeds 10 procent van hun belastinggeld af voor de herbouw van Oost-Duitsland. En dit nadat er heel wat Europees geld, waaronder ook Britse ponden werden geïnvesteerd. Maar hou dit vooral stil bij onze Britse collega’s, want er zijn al genoeg Brexitvoters. De streek hier kende zelfs na de val van de muur weinig heropleving. Wat hoge werkloosheid tot gevolg heeft. Toerisme bestaat er haast niet. De vroegere industrie is teloorgegaan. Hier werd vooral linnen, en ander tafeltextiel geproduceerd. Vaak zie je nog te renoveren kasten van huizen uit de tijd van voor de oorlog, waar textielbaronnen woonden. De werkers in de stamden nog af van ervaren thuiswevers. Helaas ging men na de val van de muur textiel importeren uit het verre oosten, waardoor alles hier in elkaar stortte. Ben ik nu over Saksen aan het schijven, of over het vroegere Vlaanderen. Zoek de zeven verschillen, of beter gelijkenissen.

Onze ervaren gids, die hier ooit samenwerkte met een aantal verkopers, die amper auto konden rijden, maar wel een rijbewijs hadden, en al twintig jaar op een auto wachten reden uiteraard binnen de kortste keren hun Audi of BMW firmawagens in de praktijk. Ze werden dan maar naar rijles gestuurd in Berlijn, waar ze het meer dan waarschijnlijk in hun broek deden, maar op het einde ervaren toch chauffeurs werden. De trabant en Wartburg waren de koningen van de weg in de oude DDR.

(*) volgens Wikipedia gaat het om een een West-Slavische etnische groep die overwegend hun thuisland in Lausitz bevolkt, een gebied verdeeld tussen Duitsland (de deelstaten Saksen en Brandenburg ) en Polen (de provincies Neder-Silezië en Lubusz ).

Sorben spreken traditioneel de Sorbisch taal (ook bekend als “Wendische” en “Lusatian”), nauw verwant aan de Poolse , Kasjoebisch , Tsjechisch en Slowaaks . Sorbisch is een officieel erkende minderheidstaal in Duitsland . Sorben zijn taalkundig en genetisch het dichtst bij de Tsjechen en Polen .



Berlijn…. nog nooit bezocht.

TIMS mills Posted on 12 aug, 2019 22:56

Maandag, 12 augustus

Reisdag naar TIMS pretour in Duitsland. Om iets na negen was er een trein waarmee, ik nog voldoende tijd zou hebben om rustig uit te zoeken in Brussel Zuid waar de treinen richting Duitsland zich bevinden. Ik werd zowaar uitgeleide gedaan door Artuur, die er natuurlijk geen jota van snapte. Net tijd genoeg om nog een Uncut aan te schaffen in een van de winkeltjes beneden in het Zuid station. Het sleuren met de valies viel al bij al nogal mee. Stukken beter dan indertijd met haar voorganger die bij de uitstap in Oekraïne aan het eind in brokken en stukken uit elkaar viel. De lady of the house en Artuur uitgezwaaid, en plaatsgenomen in een van die wagons met ruimte voor fietsen, en invalidekarren. De twee kaartjesknippers, tegenwoordig uitgerust met een heus computertje, aten er hun ontbijt en letten niet op mij. Voor het eerst heb ik een treinticket ingelezen op mijn IPhone. Voor de veiligheid toch ook een print-out van het pdf bestand meegebracht. Je weet maar nooit of er iets mis gaat. Maar zoals gezegd ‘kaartjesknippen’ kwam er niet aan te pas. Enkele sporen verder bij het internationale gedeelte vind ik de ICE trein die mij zal meenemen tot Köln, en die dan verder gaat richting Frankfürt. Om twintig na tien start de trip voor nagenoeg twee uur. Het is even zoeken naar het rijtuig met gereserveerde plaatsen. De zon maakt de rode letters nagenoeg onleesbaar op het schermpje.

Achteraan in de wagon plof ik neer naast een dertiger die druk is met lezen in een Engelstalig boek, een hoofdtelefoon op zijn kop heeft, en af en toe zijn smartphone checkt. Verder geen last van maar ook geen woord mee gewisseld. En het inscannen van de de QR-code werkt. Moet ik dus voor mijn terugrij ticket geen print-out versieren.

We rijden voorbij de weg die naar Hanuit loopt, en waar ik ooit een jongedame wat eerste rijlessen gaf. Ik reed zelf amper een paar maanden auto. Mooie herinneringen aan mijn eerste autootje, een okerkleurige Fiat 128. Doorheen het wat megalomane station van Luik, een ontwerp van enkele Italianen, zitten we snel bij Aachen. Op een gegeven ogenblik stopt de trein midden in een bos, en ben ik er getuige van hoe incidentmanagement werkt bij onze oosterburen. Tenminste het onderdeel communicatie. ‘Dames en heren, de trein is gestopt in een bos. We rijden binnenkort verder.’ Het waren misschien niet de exacte woorden, maar het kwam daar toch op neer. Zo zie je maar, hoe je een steeds weer terugkerende opmerking, ‘wij wisten van niets’, ook bij zou kunnen counteren. Bon, na een paar minuten zette de trein toch weer aan, en uiteindelijk verloren we slechts een paar minuten bij aankomst in Köln. Wat ik vooral van deze treinreis zal onthouden is dat de sporen ook in Duitsland aan de achterkant van gebouwen lopen, waar je vaak een verloederd landschap er zo maar bij krijgt. De stad staat hier en daar nog in de stijgers, al oogt de kade langs de rivier zeer mooi. Doet mij denken aan de plaats in Londen aan de Theems waar ik in 2007 genoot.

Het station van Köln valt mee. Al bij al een niet eens zo groot station. En dus wordt wisselen van spoor en trein al bij al een makkie. Het voelt als een opluchting aan wanneer ik ook weer hier achter in de wagon mijn plaatsje bij het raam inneem. Aan het andere venstertje zit een leuk wezen, schattig te wezen, en dat schept een band. Shuss, and have a save journey, krijg ik nog wanneer ze in Hannover de trein verlaat. Shuss.

We rijden richting Hannover en eerlijk gezegd, valt het landschap behoorlijk tegen. Iets te gewoon, te gelijkend op ons eigenste land. Dezelfde bouwstijl, dezelfde dakpannen, enz…

Het is na drie, we zijn Hannover voorbij, en pas nu haalt deze trein de 250 km per uur. Naar het einde toe begint de aanblik van het vroegere Oost-Duitsland door te sijpelen.

En dan is er Berlijn, eerst het station Spandau. Zouden jongeren nog aan iets denken bij die naam? Het station Haupbahnhof is een Brussel Zuid in het kwadraat. Al lukt het vinden van het juiste spoor voor de S trein nog vrij goed. 1,70 betaal ik aan de infobalie, en de man stuurt mij richting spoor 16, met de boodschap ‘neem eender welke trein’. En jawel ik zit al na twee haltes bij de Tiergarten. Alleen klopt er opeens niets meer van wat ik op mijn plannetje heb staan. Een vriendelijke tiep die ik aanspreek begint onmiddellijk kaartjes te googelen en vertelt mij dat het dik twee kilometer lopen is. Dit kan niet…. dus terug die trein op, en een halte verder er weer uit bij Zoological garten. Blijkbaar bestaat er dus toch een verschil tussen een zoo en een tiergarten…. want nu zit ik wel op de correcte route van mijn uitgeprint plannetje. Nog een plein overlopen, en enkele straten langs, en ik check in bij het Mark Hotel. Mijn kamergenoot komt er ook net aangewaaid. Om zeven uur eten we iets licht, en worden we geïnformeerd over de dag van morgen. Er zijn er nog enkele spoorloos of zullen later arriveren. Eentje uit Amerika zat vast op de luchthaven in Londen.

Na het ‘lichte diner’, een veggy spahetti, wandel ik nog even de stad in voor een koffie, op een terras aan de Kurfürstendam. Het lijkt alsof ik op een terras zit aan de Brusselse Anspachlaan….



Neil Young – Antwerpen 9 juli 2019

Recensies in rock Posted on 11 jul, 2019 16:51

Het was niet voor het eerst dat gisteren Nelis De Jongere (Neil Young zeggen de Canadezen), Antwerpen aandeed. In juni 2016, nu drie jaar geleden, kwam hij al aanzetten met Promise of the Real (POTR), een band waartoe enkele kinderen van countryzanger Willy Nelson behoren. Persoonlijk vond ik het toen een wat rare combinatie, al is de akoestische Young nooit vies geweest van landelijke liederen. Ik heb het toen niet kunnen checken, omdat een tocht naar Oekraïne roet in het eten strooide. Een concert dat ik maar beter snel wou vergeten, vanwege mijn niet deelname. Sinds zijn recente doortochten in Lokeren en Vorst met Crazy Horse, waar hij er behoorlijk hard en ook wat routineus tegen aanging, en hij het uitspinnen van zijn nummers nog niet had verleerd, waren de verwachtingen om heel eerlijk te zijn niet zo heel hoog gespannen. Ik heb ook niet de gewoonte om op voorhand uit te vissen wat hij tijdens de huidige tournee al afwerkte, in de buurlanden.

Neil op zijn best.

Besluit: dit concert in Antwerpen behoort tot de drie beste Young verschijningen die ik ooit meemaakte. De andere twee dateren van 1976 (25 maart) en 1987 (28 mei). Dat wil dus best wat zeggen. Na wat speurwerk via Youtube, kom ik er snel achter, dat ik niet de enige ben die er vandaag zo over denkt.

Wat een verademing om Neil Young zijn songs opnieuw te horen brengen zoals hij ze vele jaren geleden schreef, zij het nu nog voller, dynamischer en muzikaler dan toen. Best verassend dat in zijn setlist een heel pak Crazy Horse nummers zitten, en quasi niets wat hij de laatste 30 jaar aan vinyl of CD toevertrouwde. Blijkbaar put hij uit een lijst van 50 songs, en selecteert er voor elke stad een twintigtal, om er een twee en een half uur durende set met te vullen. Dit in tegenstelling tot wat Teleticketservice ons een paar dagen geleden nog trachtte wijs te maken. Namelijk, dat het concert zou duren van 21 tot 22:30. Mis poes. In vergelijking met Nederland, een dag later, kregen zij ‘amper’ zeventien songs, gedurende een slechts twee uur durende set, en geen enkele verassing.

Het concert, voert je in een roes door een viertal stadia: binnenkomen via enkel snoeiharde nummers, gevolgd door een akoestische set, volgt de tocht naar het hoogtepunt en uiteraard nog een toegift.

Met zes man bezetten ze het podium, waarbij de naast de drummer opgestelde congaspeler nog het minst opvalt. De pet dragende bassist, weet van wanten, en Neil’s vingeroefeningen op de gitaar worden mooi ondersteund door de twee overige jonge gitaristen. Dat ze niet aan hun proefstuk toe zijn was duidelijk te horen. De nummers volgden elkaar op in een snel tempo, en we waren drie kwartier ver in het concert vooraleer Neil voor het eerst deze avond zijn legendarische woorden ‘How are you doin’ tot het publiek richtte. Halverwege de set trok hij zijn openhangend ruitjeshemd helemaal uit, en werd pas goed zichtbaar wat er zijn t-shirt stond. Een tekening van de Rocking Chair die we kennen van de hoes van een legendarisch Howlin’ Wolf album uit Wolf’s Chess tijd. Het doet deugd te zien dat ook sterren van wie wij zelf T-shirts dragen zelf heel gewoon door het leven gaan, en ook eenvoudigweg een T-shirt van een van hun idolen dragen.

Bon, laten we stilstaan bij wat onze oren aan geluidsvoedsel kregen voorgeschoteld. Zelfs de wat langere songs, Love to Burn nog aan het begin en Danger Bird, op weg naar het einde bleven binnen het originele formaat, en dus onder de 6 a 7 minuten grens, en dat is behoorlijk kort naar Young normen.

Neil naar het strand.
Een verrassing mag wel On The Beach genoemd worden. Het was geleden van 1974 dat hij het nummer nog met een band speelde. Titeltrack van een lp waar ik toch altijd behoorlijk sceptisch heb tegenover gestaan, en nooit heb begrepen, waarom die in diverse overzichtslijsten zo hoog scoort, terwijl de man zoveel betere platen uitbracht. Misschien toch morgen nog eens uit de kast halen, je weet maar nooit. Tijden veranderen en geesten rijpen, probeert men mij nog regelmatig Diets te maken. Een eerste hoogtepunt kwam er snel aan toen hij Mr Soul inzette. Een nummer dat nog regelmatig op de setlist voorkomt, ook al dateert het uit zijn Buffalo Springfield dagen. De versie hier ondersteund met twee extra gitaren, en een naar Satisfaction riekende riff ging er in als koek. Het werd nu wel meer dan duidelijk, dat POTR niet enkel countrysongs leerden toen ze in de voetsporen van papa traden.

Akoestisch kregen we Old Man, From Hank to Hendrix, Are you ready for the Country en Long May you Run van de Stills-Young band periode.

Dat Neil nog steeds een boodschap met zich voert, zal niemand ontgaan zijn. De lichtgevende LOVE balk op een van de versterkers. Het standbeeld van de Indiaan dat Neil steeds meevoert, de gebroken pijl (broken arrow) in het testbeeld op de twee grote schermen links en rechts hoog naast het overigens behoorlijk lage podium. Het is geleden van 2007, in de O2, waar Zeppelin aantrad dat ik nog een dergelijke eenvoudige podium opstelling mocht aanschouwen.

Wie indiaan zegt, zegt uiteraard ook Cortez The Killer, een nummer van het album Zuma uit 1975, dat niets aan actuele waarde heeft ingeboet. Het blijft boeien ook zonder de begeleiding van Crazy Horse. He came dancing across the water, with his galleons and guns. Een beetje geschiedenis kan er wel bij.

Overigens kregen we na het rustpunt van de akoestische set, een loeiharde versie van F*!#in’ Up. Niet dat we iemand in slaap zagen, maar iedereen was opnieuw klaarwakker. Terug naar 1979 voor een Hey Hey, My My (Into the Black), het achtste Crazy Horse nummer van de avond, waarin Neil tijdens de woorden ‘It’s better to burn out than to…’ een stap achteruitzette, en het onhoorbaar werd wat hij echt zong. Ik meen mij te herinneren dat na de dood van Cobain hij ooit zei, van dit nooit meer te zingen.

Volgde onmiddellijk Throw Your Hatred Down, waarin we aangemaand worden de wapens neer te leggen.

Hoe beter een show eindigen dan met de koorzang Keep on Rocking in the Free world. Dik acht minuten lang, met een paar reprises aan het einde, waarbij de temperatuur in de zaal steeg tot kookpunt. Het was mooi.

Als toegift kregen we nog Roll Another Number (For the Road).

Wat kregen de Duitsers, enkele dagen eerder, wat wij niet kregen?

Powderfinger, Everybody knows this is Nowhere en Like a Hurricane, zei het dan wel verspreid over drie steden. Men kan niet overal tegelijk zijn.

Zelf had ik niet te klagen over mijn zitplaats in het publiek. Blok 115 rij 17, dat is het eerste blok rechts van het podium. Schitterende kijk op het gebeuren, maar toch verdient de cameraman die regelmatig op de vingers van Neil zat met zijn rechtstreekse beelden naar de twee grote schermen een grote pluim. Wat daarbij opviel was het gemak waarmee Young zijn gitaren beroerde, de Tremelo hanteerde, en af en toe wisselde van fingerpicking naar een plectrum dat voor hem bij de microfoon standaard op zijn Ipad lag. De handen vertonen de klasse, maar ook de leeftijd, 73 reeds, van deze uitgeweken Canadese boer. ‘Old man look at my life….’ Het wat uitgedunde haar handig verscholen onder een traditionele zwarte hoed, torent boven een nog redelijk rimpelloos gezicht. Op zijn wat ijle stem lijkt de tijd weinig vat te hebben. Voorlopig kan hij er nog , naar ons gevoel, dik tien jaar met doorgaan. Tot de volgende passage in ons landje.

Naschrift: nog nooit ben ik zo snel van, de Slachthuislaan naar de E17 gereden als gisteravond. Tegen de stroom in, via de konijnenpijp, de ring vermijdend. Wie zei daar dat er in Antwerpen file problemen zijn? Onthouden voor later.

———————————————————————————————

Sadelers Concertlist (extract NY tussen 1976 en 2019 – 10 concerten)

1976-03-25, Vorst Nationaal, Brussels, Belgium (solo en met Crazy Horse)

acoustic solo

Tell Me Why

Mellow My Mind

After The Gold Rush

Too Far Gone

The Needle And The Damage Done

A Man Needs A Maid

No One Seems To Know

Heart Of Gold

w/ Crazy Horse

Country Home

Don’t Cry No Tears

Down By The River

The Losing End

Like A Hurricane

Lotta Love

Drive Back

Southern Man

Encore

Cortez The Killer

Cinnamon Girl

1987-05-28, Vorst Nationaal, Brussels, Belgium met Crazy Horse

Mr. Soul

Cinnamon Girl

The Loner

Down By The River

Name Of Love

Heart Of Gold

See The Sky About To Rain

When Your Lonely Heart Breaks

Too Lonely

Opera Star

Cortez The Killer

Sugar Mountain

Comes A Time

Mideast Vacation

American Dream

Long Walk Home

Powderfinger

Like A Hurricane

Encore

Hey Hey, My My (Into The Black)

1993-07-04, Werchter Festival, Werchter, Belgium met Booker T. & The MGs

Mr. Soul

The Loner

Southern Man

Helpless

Like A Hurricane

Love To Burn

Motorcycle Mama

Separate Ways

Powderfinger

Only Love Can Break Your Heart

Harvest Moon

The Needle And The Damage Done

Live To Ride

Down By The River

Encore

All Along The Watchtower

1995-08-25, Pukkelpop Festival, Hasselt, Belgium met Pearl Jam

Big Green Country

Song X

Act Of Love

Downtown

Mr. Soul

Scenery

Comes A Time

The Needle And The Damage Done

Don’t Let It Bring You Down

Mother Earth (Natural Anthem)

Throw Your Hatred Down

Cortez The Killer

Powderfinger

Encore

Rockin’ In The Free World

1996-07-07, Werchter Festival, Werchter, Belgium met Crazy Horse

Hey Hey, My My (Into The Black)

Down By The River

Powderfinger

Big Time

Slip Away

The Needle And The Damage Done

Sugar Mountain

Cinnamon Girl

F*!#in’ Up

Encore

Cortez The Killer

Music Arcade

Like A Hurricane

Encore 2

Sedan Delivery

Rockin’ In The Free World

2001-06-18, Flanders Expo, Ghent, Belgium met Crazy Horse

Don’t Cry No Tears

I’ve Been Waiting For You

Love And Only Love

Piece Of Crap

Goin’ Home

When I Hold You In My Arms

From Hank To Hendrix

Don’t Let It Bring You Down

Pocahontas

After The Gold Rush

Standing In The Light Of Love

Gateway Of Love

Hey Hey, My My (Into The Black)

Like A Hurricane

Encore

F*!#in’ Up

Cortez The Killer

2008-02-12, Stadschouwburg, Antwerpen, Belgium met Ben Keith, Rick Rosas, Ralph Molina, Anthony Crawford and Pegi Young

From Hank To Hendrix

Ambulance Blues

Sad Movies

A Man Needs A Maid

No One Seems To Know

Try / Harvest

After The Gold Rush

Mellow My Mind

Love/Art Blues

Don’t Let It Bring You Down

Cowgirl In The Sand

Old Man

Encore

Mr. Soul

Don’t Cry No Tears

Dirty Old Man

Spirit Road

Bad Fog Of Loneliness

Winterlong

Oh, Lonesome Me

The Believer

No Hidden Path

Encore

Cinnamon Girl

Encore 2
Rockin’ In The Free World

Encore 3

The Sultan

2013-06-08, Vorst Nationaal, Brussels, Belgium met Crazy Horse

Love And Only Love

Powderfinger

Psychedelic Pill

Walk Like A Giant

Hole In The Sky

Comes A Time

Blowin’ In The Wind

Singer Without A Song

Ramada Inn

Cinnamon Girl

F*!#in’ Up

Surfer Joe And Moe The Sleaze

Welfare Mothers

Mr. Soul

Hey Hey, My My (Into The Black)

Encore

Roll Another Number

Everybody Knows This Is Nowhere

2014-08-05, Lokerse Feesten, Lokeren, Belgium met Crazy Horse

Down By The River

Powderfinger

Standing In The Light Of Love

Days That Used To Be

Living With War

Love To Burn

Name Of Love

Blowin’ In The Wind

Heart Of Gold

Barstool Blues

Psychedelic Pill

Cortez The Killer

Rockin’ In The Free World

Encore

Be The Rain

Who’s Gonna Stand Up?

2019-07-09 Antwerp Sportpaleis

Mansion on the Hill – (Neil Young & Crazy Horse cover)

Over and Over – (Neil Young & Crazy Horse cover)

Mr. Soul – (Buffalo Springfield cover)

Love to Burn – (Neil Young & Crazy Horse cover)

The Loner – (Neil Young cover) (tour debut)

When You Dance, I Can Really Love – (Neil Young cover)

On the Beach – (Neil Young cover) (live debut by NY+PotR; first since 2003)

Unknown Legend – (Neil Young cover)

From Hank to Hendrix – (Neil Young cover)

Old Man – (Neil Young cover) –

Are You Ready for the Country? – (Neil Young cover)

Long May You Run – (The Stills–Young Band cover)

Fuckin’ Up – (Neil Young & Crazy Horse cover)

Cortez the Killer – (Neil Young & Crazy Horse cover)

Cinnamon Girl – (Neil Young & Crazy Horse cover)

Danger Bird – (Neil Young & Crazy Horse cover)

Hey Hey, My My (Into the Black) – (Neil Young & Crazy Horse cover)

Throw Your Hatred Down – (Neil Young cover)

Rockin’ in the Free World – (Neil Young cover)

Encore:

Roll Another Number (For the Road) – (Neil Young cover)

20 nummers



Mei 2019 – dag 5,6 – Hay-Abergavenny-Cheltenham-Woodstock

Zes dagen onderweg Posted on 03 jul, 2019 14:05

Six days in May: dag 5

Wie naar Hay komt doet dit, of om er in de omgeving te wandelen, of om er naar boeken te zoeken, of om er aan het jaarlijkse literaire festival deel te nemen. Een gebeurtenis, die jaarlijks eind mei of begin juni, tienduizenden naar dit bergdorpje lokt, om er de crème de la crème van de literatuur te ontmoeten.

Ik ken intussen in het dorp enkele plaatsen die ik zeker wil aandoen. Ik mag zeggen dat ik er blindelings mijn weg kan vinden tussen de honderduizenden boeken, mocht dat nodig zijn. Overal staan ze, netjes gerangschikt per onderwerp of auteur. Op die manier kan ik jaarlijks een aantal shops skippen, omdat literatuur voor kinderen, poëzie en religieuze onderwerpen, mij niet onmiddellijk interesseren. Want geloof mij vrij, binnen een dag raak je nooit rond. Iets wat ik al herhaaldelijk heb mogen ondervinden.

Maar first things first, en dus rep ik mij naar Haystacks (what’s in a name?), want muziek prefereert nog steeds, en ik wil de nieuwe shop wal eens van binnenuit zien. Meer vinyl, en nog wat rekken met gewone literatuur, die hij overhield van de vorige eigenaar, en die hij nu probeert te slijten aan halve prijs. Uiteraard om de rekken nadien te kunnen opvullen met meer stapels muziek die nu nog liggen te wachten in een belendend achterkamertje. Ik browse door zijn wall of sound die helemaal opgevuld is met muziek cd’s. Wat ik er deze keer vind, zijn vooral luxe heruitgaven met extra bonus discs. ‘461 Ocean Boulevard’, ‘Band on the Run’, net als ‘McCartney 2’ behoren tot deze categorie. En uiteraard ook zeldzame dingen zoals de opnamen van Alexis Korner waarop Duffy Power zingt, daterend uit het begin van de jaren zestig. Een ‘net wat meer’ technisch boekje waarin de muziek van de Beatles wordt ontleed.

Mijn vondst van de dag, waardoor nu al deze dag niet meer stuk te krijgen is, wordt ‘The Old Hyde’ van ‘Deborah Bonham’, en dat zelfs nadat ik vaststel dat ik de cd reeds thuis heb. Deze versie, want het is wel degelijk een andere versie, heeft een veel mooiere hoes, beter tekstboekje, en als bonus een extra live CD, waarop ik onder andere de Zeppelin cover The battle of Evermore aantref.

Uit de ‘cheap section’ neem ik verder nog drie ‘Katherine Jenkins’ expanded cd’s. Zoals gewoonlijk krijg ik de hele handel aan een afgerond prijsje. Die gast weet hoe hij aan klantenbinding moet doen. We babbelen nog wat. ‘Klopt het?’ vraag hij, ‘dat je in Holland geen cd’s meer vind?’ Nu dat lijkt er mij toch wat over, al is alles uiteraard mogelijk. Bon ze hebben het hoofdzakelijk aan zichzelf te danken door Free Record Shop massaal te omarmen. Een keten die op enkele jaren tijd de, zogenaamde detailhandel heeft kapot geconcurreerd. Lees er het boek ‘Free’ maar op na van de intussen overleden van ‘marktkramer tot tycoon’ geworden eigenaar.

Op naar ‘Addyman’s’, een zaak die binnenin zou verfraaid zijn met het interieur van een Transcarpathisch kerkje. Ik merk het niet echt. Het boek over ‘Page’ merk ik daarentegen wel onmiddellijk op, net als een ander boekje waarin elke song van ‘Zeppelin’ wordt uitgelegd. Voor de rest zie ik er voornamelijk stuff die ik er ook al eerder zag. In een paar andere shops is dit net zo. Krijgen ze te weinig aanvoer? Zijn gedrukte boeken op de terugweg? Wie zal het zeggen.

Neem nu in ‘Hay Cinema’ waar een boek staat dat handelt over ‘Guns and Roses’, ‘The band that time Forgot’. Het ironische is dat uitgerekend dit boek er al enkele jaren staat. Geen hond die er in is geinteresseerd. Browsen door de honderden cd’s levert mij enkel een in een luxedoosje verpakte jazzcollectie op die door Jazz FM werd uitgebracht ter ere van de Beat Generation. ‘Kerouac’ declameert zelf in een vijftal stukken, tussen de nummers door van Coltrane, Davis en ander kort-na-oorlogse tijdgenoten.

Wie in Hay een beetje zoekt vindt er minstens wat over watermolens, of windmolens, of over de wolindustrie in Pembroke, waar Vlamingen ooit thuis waren rond 1330.

Tussendoor wip ik binnen bij ‘Shepherds’ voor ‘a pot of tea’ en een rozijnenbroodje uit de oven.

Mijn avondwandeling is een herhaling van de avondwandeling van een jaar geleden, maar dan wel in omgekeerde richting. Het weer is precies hetzelfde als toen. ‘Mijn bank’ staat er nog steeds, en de inspiratie om te schrijven vind ik er eveneens opnieuw.

In de ‘Blue Boar’ serveren ze nog altijd de beste vegetarische ‘Glamorgan Sausages’, en smaakt een ‘pint of bitter’ nog atijd even goed.

Voor de tweede avond op rij sluit ik af, dankzij VRT.nu met de ‘oergezellige heren Zinzen en Van Cauwelaert’ die de politieke avond evalueren samen met ‘Ivan De Vadder’.

Persoonlijk ben ik hier nog niet over Brexit begonnen. Ik geef ze liever zelf de kans om er eventueel wat rond te zeggen. En dat gebeurt amper. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen, dat ze er intussen wat beschaamd over zijn geworden.

Six days in May: dag 6, woensdag, 15 mei

Een toffe babbel met Sally terwijl ik afreken. Mijn bedenking van, vorig jaar lijkt min of meer correct. ‘Ze moeten als nieuwelingen nog een en ander leren’. En dat hebben ze gedaan. De man werd naar het achterplan verbannen, en Sally, is gegroeid in de job, en het valt zelfs niet meer op dat ze amper een jaar bezig zijn in deze B&B. Ze beloofde mij dat ze de volgende keer een single room voor mij zou bewaren. En ook hier kreeg ik hetzelfde identieke ontbijt als gisteren, maar bon hier kies je de ‘onderdelen’ wel zelf. Toch waren er ooit andere tijden, toen B&B’s nog niet zo gereglementeerd waren, en veel minder op mini hotelletjes leken.

We babbelen verder over honden, links rijden, woelige baren op zee, en nog wat dingen.

Het is bij tienen wanneer ik nog even Hay inrij, naar de shop met de ijzeren varkentjes, maar die ‘bietekwiet’ ziet het blijkbaar niet zitten om al om tien uur open te maken, of misschien maakt hij zelfs niet eens open op woensdag. Wie zal het zeggen?

Te ‘Abergavenny’, parkeer ik de auto op de parking van ‘Morrisons’, de supermarkt. Mag je twee uur gratis staan. Maar opgelet, ze filmen bij het in- en uitrijden je nummerplaten, en ze beloven je een aangepaste rekening bij de minste overtreding. Ik probeer toch maar niet of ze ook toegang hebben tot de Belgische nummerplaten. Tegenwoordig kan alles via het internet, en privacy zal in deze ook wel niet gelden.

Bij de markt koop ik enkele cd’s. Eentje waarop nummers staan van o.a. de ‘Four Rockets met een jonge William Souffreau’ en ‘John Woolley en Just Born’. Moet ik daarvoor helemaal naar Abergavenny reizen?

Staat die man er toch wel opnieuw zeker, hij die bij een vorig bezoek, een rist Beatlesprentjes aanbood. Heb ik er 59 van de 60, maar miljaar, welk ontbrak er nu ook alweer? Ik bel de ‘lady of the house’, en hoop dat ze er is, en dat ze de moeite wil nemen om uit te zoeken welk nummer ik nodig heb. Ik heb geluk. Na drie keer checken blijkt het om nr 45 te gaan. Lap zit er niet bij…

‘Wacht’ zegt de man, ‘dit zal je interesseren’, en hij toont mij een origineel verzamelmapje met Beatlesprentjes. ‘75 pond, maar het is niet volledig.’

‘Luister, ik ga geen onvolledige reeks kopen, omdat ik er amper eentje nodig heb. En mogelijks zit dat er zelfs niet eens bij’.

‘Mijn probleem is dat in mijn reeks echt maar een nummer ontbreekt.’

‘Fair enough’ kucht hij, en opent het plastiek omhulsel. Hij toont mij effectief nr 45. Ik bekijk het, ook langs de achterkant, en dan spreekt hij de magische woorden: ‘you can have it for a fiver’. Het is duidelijk dat hij mij in de tang heeft, maar wat kan ik doen?

Of ik koop alles voor 75 pond, en verkoop nadien alle dubbele door voor een prijs. Maar heb ik daar echt wel de tijd voor?

Ik betaal de vijf pond. Ik gelukkig, en hij gelukkig, want 100 procent winst voor hem. De prijs van 75 zal hij wel niet verlagen, omdat er nu een prentje minder in het pakket zit.

Buiten op een bank waar ik mijn net gekocht broodje eet, wordt ik besprongen door een hondje van een wat oudere man, die naast mij heeft plaats genomen en die spontaan een en ander begint te vertellen.

Wanneer je in je eentje een stadje als Abergavenny inloopt, en je wil enige conversatie, dan volstaat het een wat opvallende t-shirt aan te trekken, zoals deze waarop enkel te lezen staat: ‘To do list’, met een streep er onder en dan ‘Nothing’ er bij. Nogal wat vrouwen en ook mannen vinden dat best leuk, en wensten vooral dat zij dat ook konden zeggen. ‘Zitten die hier dan niet voor de fun in deze overdekte markthal?’, vraag ik mij daar bij af.

Zitten zij hier echt om het zout op hun patatten te verdienen? Dat lijkt mij er toch wat over. Is dit het echte Wales, waar ook ‘Odin Copper’ toe behoort, die elke dag Keltische logo’s op t-shirts strijkt in ‘Llanberis’ bij het ‘Slatemuseum’. Iets waar de toeristen enkel het mooie van zien. Ik denk hierbij ook aan ‘mijn goede vriend’ in zijn Haystack platenwinkeltje, dat elke dag van de week open is. That’s Welsh life.

Iets wat je je kan afvragen over de meeste winkeltjes in Hay, want je mag er komen wanneer je wil, ze zijn altijd open, behalve dan die Pipo met zijn ijzeren varkentjes.

Zeven dagen op zeven in een kleine ruimte zitten met je muziek, vinylplaten mechanisch opkuisen, Af en toe een cd’tje opleggen, en wat babbelen met de bezoekers. Vooral dat laatste moet wat zin geven aan zijn bestaan, bedenk ik dan.

Vandaag al meerdere keren bedacht dat we uiteindelijk maar een leven hebben om doorheen te fietsen. En dat wil je toch niet opsouperen aan eender welke dagelijkse zich steeds maar herhalende bezigheid? Kun je in dergelijk geval thuis, want hij woont elders, nog genieten van muziek? Een eigen collectie uitbouwen? I doubt it.

Bij WHSmith’ rits ik wat tijdschriften mee, die bij ons of moeilijk te vinden zijn, of er het dubbele kosten. ‘Mojo’, ‘Blues Matters’ en ‘Shindig’ mogen mee naar huis.

Ik laat het zonnige Abergavenny, ooit bezongen door ‘Marty Wilde’, de vader van ‘Kim’, achter mij. Wat is er trouwens van die hele familie Wilde, die niet eens zo heten, geworden? De jongste ‘Ricky’, ooit een kindsterretje, die zong over zijn ‘Longhaired Lover from Liverpool’, is naar verluidt producer geworden. Is Kim getrouwd, en heeft ze nu zeven kinderen, en zestien achterkleinkinderen, en breidt ze daar kousen voor? Het was leuker in de dagen dat ze zong over ‘Cambodja’, ‘Checkered Love’ en meer.

Bijna twee uur zet ik er op, langs heerlijke binnenwegen door bosrijke en bergachtige omgevingen, eer ik ‘Cheltenham’ binnenrijd, op zoek naar het derde kerkhof tijdens deze tocht.

Onderweg tijdens de rit door het ‘Forest of Dean’ luister ik naar de in de markthal gekochte CD met Belgische garagebandjes. Al zal ‘den John’ dat mogelijks niet zo graag horen. CD’tje met de b-kant ‘The place where she lives’ van de enige Four Rockets single. Een echte ‘Kinks’ doorslag, maar wel goed. John Woolley en Just Born staan er met twee nummers op: ‘Look and you will find’, en ‘You’re Lying’, beide nummers waarop de gitaar voortreffelijk werd gehanteerd, door een bierbrouwer uit Mere, die we toen kenden als ‘Jeff Stone’.

Recht toe recht aan langs one track roads rij ik van Abergavenny richting ‘Monmouth’, de poort van Wales, en kom ik ook langs ‘Rockfield’. De naam heeft origineel niets vandoen met rock muziek. Dat kwam pas veel later, toen er in dat landelijke stukje van de wereld studio’s werden geopend, waar o.a. ‘Queen’ neerstreek om er ‘Bohemian Rhapsody’ op te nemen. Ook ‘Bad Company’ verbleef er. En de alom gekende band ‘Tal Van Anderen’.

Brian Jones 3 juli 1969

Het ‘Cheltenham Cemetery’ zat nog niet bij mijn favoriete opgeslagen plaatsen in de GPS, en dus wordt het toch wat rondrijden, al herinner ik mij van enkele jaren geleden, dat het in de buurt van ‘Oxford Road’ lag, en dat treft, want al snel verschijnen er borden langs de weg, waar nu ook het crematorium op staat aangeduid. Ik rij het kerkhof op, met de auto, dat mag hier, en parkeer mij waar ik altijd al parkeerde op amper enkele meters van diegene over wie ‘Don McLean’ in 1972 zong: ‘and moss grows fat on a rolling stone’. De rechtopstaande steen ziet er nog even onderhouden uit als vroeger. Nieuw is dat er tegenover het graf een zitbank staat, die geschonken werd door: ‘members of golden stone’. Voor de steen staan bloemen, en achter de steen ligt nog altijd de plastieken doos, met memorablilia, en een agenda, waarin ook enkele komende gebeurtenissen staan, naast hier en daar een aantekening van een bezoeker. Niet zo veel, eigenlijk, en dat zal er allicht met te maken hebben, dat jongere fans, vermoedelijk niet zo bekend zijn met waar Jones vandaan kwam. In de agenda wordt een wandeling aangekondigd einde mei, maar er staat nagenoeg niets in over 3 juli, wanneer het precies vijftig jaar geleden zal zijn dat Brian Jones zijn tranendal verliet.

Alle drie de graven die ik bezocht, herbergen mensen die het gemaakt hadden, maar uiteindelijk toch niet van het geluk proefden dat daar bij hoort. Brian Jones, de enige oprichter van de ‘Rolling Stones’, zag ‘zijn’ groep uit zijn handen glippen, wanneer ‘Jagger’ en ‘Richards’, zo nodig in de voetsporen van ‘Lennon en McCartney’ wouden treden, om songs te produceren die ‘echt’ verkochten. Iets wat Blues en Rhythm en Blues in feite nooit deed. ‘Eric Clapton’ stapte om dezelfde reden uit de ‘Yardbirds’, om het commerciële te ontvluchten, en blijven op zoek te gaan naar de pure blues. Dat had Jones ook moeten doen, maar in plaats daarvan koos hij er voor, om het dan maar ‘op zijn manier’ te beleven, en de drank en drugs er maar bij te nemen, en dat tot op het ogenblik waarop ze niet alleen zijn band, maar ook nog eens zijn lief afpakten.

Jones moet zich al afgevraagd hebben wat al die auto’s die achter hem doorrijden te betekenen hebben. Zij volgen de wegwijzers naar de nieuwe kapel en het ernaast gelegen crematorium. Het kerkje waar ooit een ceremonie voor Brian werd gehouden, wordt niet meer gebruikt. Ik liep er ooit binnen tijdens een begrafenis, meer om er naar de wc te gaan, dan om de begrafenis bij te wonen. In die wc ruimte hingen vrij grote spiegels. Het was nog in de tijd van de eerste digitale fototoestelletjes, en ik bedacht dat het wel leuk zou zijn om een foto van mijzelf te maken via die spiegels. Het woord selfie was toen nog bijlange na niet uitgevonden.

Ik moet verder langs het van mijn jeugd. Boten wachten niet. ‘Jimi Hendrix’, ‘Alvin Lee’, ‘Joe Cocker’, ‘Al Wilson’, ‘Keith Moon’, allemaal hebben ze twee dingen gemeen. Ten eerste, spelen ze nu in het grote orkest, ergens in de hemel, op gouden gitaren, en eten rijstpap met gouden lepeltjes, en ten tweede speelden ze met zijn allen op het Woodstock festival. Een festival gehouden te Bethal, omdat het niet mocht in Woodstock, en de affiches waren al gedrukt, dat helemaal uit de hand liep, en dat dankzij de film toch wereldvermaard werd. In die mate zelfs dat men nu vijftig jaar later, een nieuw festival wilde organiseren ter herinnering. Maar zie dat loopt ook al goed fout en gaat dus meer dan waarschijnlijk niet door.

Voor mij vormt het een mooie link tussen Cheltenham en dat dorpje in de buurt van ‘Oxford’, waar zich het allereerste verhaal van detective ‘Morse’ afspeelde, langs ‘Woodstock Road’. ‘Churchill’ werd er geboren op ‘Blenheim Palace’. Een doeninkske van zowaar een vierkante mijl, dat ik ooit bezocht met zoon Bram.

Vandaag stop ik in het enige echte originele Woodstock voor mijn afternoon koffie. De vermoedelijk laat open zijnde tearoom eigenaar keert niet het bordje van Open naar Closed, wanneer ik er voor de deur parkeer. Dan maar naar cafe ‘The Starr Inn’, waar een vlammende rosse mij een grote Americano serveert voor 2.50. Ik werk mijn dagboek bij.

Met lichte vertraging cirkel ik rond Oxford, voorbij het Wolvercote Cemetery. Wolvercote dat via de ‘Wolvercote tongue’ figureert in een Morse verhaal trekt mijn aandacht.

Het is intussen zes uur geworden, en tot Dover heb ik nog 150 mijl te karren. Nog een korte stop langs de M25 bij de Cobham services, waar Starbucks mij een laatste koffie schenkt, en ik een laatste maal mijn mails check.

Net op tijd, rij ik het laatste stuk A20 tussen Folkestone en Dover, waar borden mij om de haverklap vertellen dat de A20 na de M2 gesloten is. In het kielzog van een grote truck negeer ik alle borden, en rij precies op tijd, alweer als laatste de boot op. Eenzaam en alleen wordt het ‘fish en chips’ in de foodcourt, waar de kok mij vraagt, of ik toch niet tot de freight drivers behoor. Dat zou voor hem net iets makkelijker geweest zijn, want dan hoefde hij zijn potten en pannen niet eens op te warmen. Freight drivers beschikken over een eigen restaurant. Later net buiten Calais rijdt de ene na de andere vracht voerder mij voorbij. Snelle jongens zijn het, en allemaal rijden ze in witte bestelwagens uit Roemenië en Polen. Ik vraag mij af of die ook moeten voldoen aan de rust en wachttijden waaraan de ‘grote’ truckchauffeurs’ gebonden zijn.

Het is half twee, UK time, wanneer ik na 1700,3 km mijn bed opzoek. Goodnight.



Mei 2019 – dag 4 – naar Stratford en Hay

Zes dagen onderweg Posted on 02 jul, 2019 01:22

Brian meldt dat Hilary gisteren nog naar mij vroeg. Ze ligt al van bij Pasen in Cambridge in het ziekenhuis, met een longontsteking, maar zou nu eindelijk naar huis mogen.

Ik wens haar goed herstel, betaal, en start een twee-en-een-half uur lange tocht naar Stratford-Upon-Avon voor een pitstop, inclusief koffie en ‘scone met jam’ bij Bensons. Ik kan er in de buurt van B&B The Hollies twee uur gratis parkeren. Dat moet volstaan, om al kringwinkelend, een paar mij vertrouwde ‘second hand’ shops in te duiken. De scone is vers, en naar mijn gevoel met volkoren meel gemaakt. Is het om die reden dat ze bij het teruglopen nogal zwaar op mijn maag ligt? Ik merk nog net dat een mannelijke ‘lovely Rita metermaid’, in een geelgroen hesje de zijstraat inloopt waar ik de auto heb achtergelaten. Een kwartier te laat zijnde zit dit precies niet echt goed. Oef, hij controleert eerst de andere kant van deze straat, waar je langs beide kanten mag parkeren. Die enkele foto’s die ik maakte bij het Shakespeare theater zorgden voor mijn vertraging.

Een dik half uur heb ik nodig om naar Tanworth-in-Arden te rijden. In de praktijk iets langer, omdat ik even een stuk snelweg niet oprijdt, vanwege een aanschuivende file, daarbij een ‘wegen-onderhoud-camion’ volg, met de redenering: die zal het wel weten. En dat lukte nog ook. De maag is wat tot rust gekomen, na wat zonnen op de bank tegenover café de Bell, bij de kerk in Tanworth. Dit is een plaats waar ik enkele jaren geleden nooit raakte, vanwege mijn toenmalige Mio gps die mij daar echt niet wou heen sturen.

Elke rechtgeaarde muziekliefhebber snapt al lang wat ik hier te zoeken heb. Onder een weelderige boom ligt de veel te vroeg gestorven Nick Drake, en intussen ook zijn moeder. Er staat een bord bij het graf waarop gevraagd wordt om dit niet te ontsieren door er allerhande prullaria achter te laten. Toch ligt er voor de vrij eenvoudige rechtopstaande steen, een briefje en wat beschilderde keien. De man heeft amper drie platen gemaakt, heeft tijdens zijn leven nooit echt succes gekend, en is toch wat vreemd aan zijn einde gekomen. De enige reden dat zijn platen blijven verkopen is uiteraard omdat ze nog verkrijgbaar blijven, en daar heeft zijn toenmalige manager voor gezorgd. Uiteindelijk was het zowat het enige wat hij nog kon doen. Drake was een gevoelsmens, die het niet kon verkroppen, dat wanneer hij speelde er mensen achter in de zaal pinten stonden te drinken, en niet luisterden. Hij was een muzikant, en geen entertainer, maar dat hoorde er nu eenmaal bij. Zijn laatste rustplaats is een aanrader voor wie in een rustig dorp, zich wat zen wil voelen, op een zeer aangenaam en vooral groen bomenrijk kerkhof.

Maar ik moet verder, wil ik ook in Rushock nog het kerkhof halen, waar alles nog duizend keer stiller en rustiger is. John Henry ligt daar onder een grote spar. In het kerkje kan je er je eer betuigen en je naam in een boek schrijven. Iets wat nog wekelijks meerdere mensen ook doen. Ze komen naar dit kerkje op de heuvel, gereden langs ‘one track roads’ smalle met hagen afgezoomde wegen. En ze komen uit Japan, Zweden, Amerika, België. Ze komen echt van overal ter wereld, om er de beste drummer die de wereld ooit kende te groeten.

Ik loop het hekje door, samen met nog een gast met een fototoestel, die duidelijk ook direct weet welke richting hij uit moet stappen. Ik laat hem maar eerst een positie in nemen, maar dat zit niet goed, want op dit uur zit de zon compleet verkeerd. Ik vraag terloops of hij hier wel meer is geweest. Blijkt dat hij fotografie studeert, en elke maand krijgen ze daar een opdracht. Deze keer is het thema songtitels van Queen. Ik kijk waarschijnlijk net verbaasd genoeg, want hij gaat verder: ‘ik koos als titel: Only the good die young’. Dus toch een fan. Op mijn vraag of hij ook weet waar John Bonhams broer ligt begraven moet hij ontkennend antwoorden, al denkt hij dat het ergens in Redditch moet zijn, want daar woonden ze ooit. In Redditch bezochten we in 2017 tijdens de TIMS Midtour nog de naaldenfabriek waar ooit quasi alle kopspelden van de wereld werden gemaakt. Wie er een job had kon er van op aan dat hij of zij niet al te oud werd.

Aan de achterkant van de grafsteen staan opnieuw massa’s drumsticks opgesteld. Het lijkt wel alsof nogal wat bezoekers drumsticks meebrengen wanneer ze naar hier komen. Vooraan deze keer geen cd’tjes en dergelijke maar drie heuse grote cymbalen, waarop je onder andere Zoso en Coda kan lezen.

Ik loop, het kerkje binnen, waar de klink van de binnendeur is verdween, maar je de deur toch openkrijgt, mits je wat morrelt aan het slot. Het memoriam boekje ligt er nog steeds. Al is het sinds ik de laatste keer langskwam een nieuw exemplaar. Iemand houdt dat vermoedelijk bij. Deborah?

Bijna twee uur later kom ik aan te Hay. Ik wordt er hartelijk ontvangen en heb zelfs nog de keuze uit twee kamers. Tijdens mijn avondwandelingetje door Hay stel ik vast dat het kasteel compleet in de stijgers staat. Eindelijk wordt er dus gerestaureerd. Haystack Records is inderdaad verhuisd naar een net wat grotere ruimte twee ‘sheds’ verderop. De eigenaar heeft in dit nieuwe pand nog amper een uitstalraam. Enkel een klein venstertje. De toegang bevindt zich achter een grote poort, die overdag vermoedelijk openstaat. Ik wandel langs Addyman’s, waar ze altijd over een grote voorraad muziekboeken beschikken. Er ligt een Jimmy Page voor het venster. Hopelijk vind ik dat hier morgen nog terug. Kortom ik heb alweer een doel om voor te leven. Ik sluit af in de Blue Boar bij een koffie.



Mei 2019 – Molenweekend (2)

Zes dagen onderweg Posted on 27 jun, 2019 18:45

Six days on the road – Molendag twee.

Vroeger kon je deze dag bestempelen als ‘de molendag’. Dat was vooraleer ze de uitbreiding naar een weekend hebben ingevoerd. Ik vraag mij wel eens af of dit wel een wijs besluit is geweest, aangezien heel wat molens nu de keuze maken, of open op zaterdag, of open op zondag, en zoals al eerder opgemerkt dikwijls amper een paar uurtjes.

De ochtend belooft goeds. Een zonnige start van bij het begin. In de dorpen Swafham, zie je aan elke zijde van de straat pal tegenover elkaar twee windmolens, al zullen de ‘locals’ die ene niet meer meetellen. Hij heeft dan nog wel zijn gevlucht, maar hij ziet er vooral geconverteerd uit tot woning. Ooit had ik hier nog een babbel met de eigenaresse, en die zag restauratie toch niet meer zitten meen ik mij te herinneren. De molen aan de overkant die wel nog maalt, wat ik ooit zelf kon vaststellen, zou vandaag open zijn tussen twee en vier. Nationale molendagen zijn dus ook hier voor sommige eigenaars een echt ‘moetje’. De lucht oogt op dit vroege uur, amper na tien, al direct goed. Mooie ‘witte weerswolken’ zoals Constable, of een andere landschapschilder ze ooit ook moet hebben gezien. Enkel de grote watertoren vlak bij de molen stoort. Na een korte fotoshoot rij ik de weg terug, richting Newmarket om van daaruit Suffolk in te duikelen. Voorbij Bury-Sint-Edmonds, richting Diss rij je zo het molenland in. Het rondpunt bij Bury neem ik de laatste jaren uiterst voorzichtig, zeker sedert ik er ooit in een Kate Perry’s ‘I kissed a girl’ situatie terechtkwam. De kus gaf ik niet rechtstreeks aan de wonderschone twintiger waar ik kennis mee maakte maar wel aan haar BMW. Het was nog in de tijd dat GPS bestond uit een atlas, die je naast je had liggen op de passagiersstoel, en waar je voortdurend zat in te turen. ‘Oeps, net te laat’, dacht ik toen, en ik maakte nog een rondje op de rotonde, maar dat zinde die meid niet, en met haar snel Duits vehikel schoot ze mij toch nog voorbij, of althans probeerde ze mij voor te zijn. Er lagen wat onderdelen van bumpers op de weg, en zij die nog nooit een Belgisch aanrijdingsformulier had gezien, kon enkel stamelen ‘what shall we do’. Ze had een internetadres bij van haar verzekeringsmaatschappij en daar moesten we het mee doen. Enfin, bon het is allemaal nadien nog goed gekomen, en lang nadat mijn omniumkar was opgelapt zag ik nog wel iets voorbijkomen van de verzekeringsmaatschappij waarop haar naam stond, en daarmee was de kous af.

Ik mag mij gelukkig prijzen met meer dan 40.000 (de wereld rond) kilometers die ik intussen bij elkaar heb gereden hier in Brexitland. En dat zonder verdere kleerscheuren. Er zijn er die in een mensenleven niet eens zoveel kilometers onder de wielen krijgen.

Maar wij Vlamingen zouden Bury-Saint-Edmunds van iets helemaal anders moeten kennen In werkelijkheid is dat echter niet zo. Geef toe: wie kent het boek ‘A dog of Flanders’? En toch was het een schrijfster uit Bury die meer dan honderd jaar geleden Antwerpen en omgeving bezocht. Vermoedelijk kwam ze ook te Hoboken waar ze haar verhaal situeerde. Het verhaal van een arme weesjongen die bevriend is met de jonge molenaarsdochter, Bij ons is het verhaal bekend als ‘Nello & Patrache’. Er bestaat zelfs een Suske & Wiske versie van. ‘Nello’ is de weesjongen en ‘Patrache’ de trekhond van de molenaar. Om het verhaal wat in te korten geef ik het einde mee: de weesjongen sterft aan de gesloten poort van de kathedraal, waar hij hoopte een schilderij van Rubens te kunnen bewonderen.

Een niet aantal te tellen Japanners zakt elk jaar af naar Hoboken om daar, geen molen meer te zien, maar een klein standbeeldje van Nello en Patrache. Alle kinderen in Japan kennen het verhaal, want het zit er in elke schoolbibliotheek van de lagere scholen. Zelfs bij ons verscheen er een studie over dit verhaal. Het werd al een paar keer verfilmd, o.a. door Amerikanen als ‘A dog of Flanders’.

Waarom halen we de Japanners niet naar de molen van Erpe-Mere, die er wel nog staat, uit een vroegere Aalsterse praterij afkomstig is, en niet eens zo ver gelegen is van de Aalsterse (onafgewerkte) ‘kathedraal’ waar een schilderij van Rubens hangt…. Ik vraag het mij af?

Bij de molen van Bardwell valt altijd wat te beleven. Vandaag staat er een gepensioneerde man met een collectie op schaal gebouwde grijze oorlogsboten. Vorig jaar was het een andere met een collectie miniatuur stoommachines. In de tuin zitten wat dames te spinnen in het ochtendzonnetje, en in de molen, waarvan de restauratie, of beter het klein onderhoud, amper vordert mag je enkel binnen op de benedenvloer en op de steenzolder. Al was dat enkele jaren geleden nog wel anders. Ik vermoed gebrek aan gidsen, want het was hier dat je op elk verdiep begeleidt werd door een vrijwilliger, die snel achter je het trapgat dicht legde. Ooit sprak een van, die mannen om eventueel beneden schermpjes te zetten zodat je dan bijv. als gehandicapte niet eens naar boven hoefde te gaan. Brood en gebak wordt er in het winkeltje nog steeds verkocht. Boven herinnert een oud aanplakbiljet mij aan ‘the streets of London’.

In Pakenham betaal ik mijn twee pond voor een parkeerplaats in de achtergelegen boomgaard, ontvang mijn polsbandje en verken het terrein en de watermolen. Direct wordt ik aangeklampt door iemand van ‘Naturepoint’, al heet dat hier enigszins anders, en krijg ik een aantal foto’s voorgeschoteld van vogels waarvan ik enkel de merel herken. Ook de bijhorende eieren en nesten vormen een probleem. De merel is de enige uit dit gezelschap die een met klei versterkt nest bouwt. Ziezo de les natuurkunde zit er op, of toch niet helemaal, want aan de overkant van de vijver wandel ik een echt subliem stukje ‘verwilderde’ tuin in.

Op een geplastificeerd document dat ik ter inzage mag mee nemen op mijn wandeling merk ik dat dit toch doordacht is, en heel wat verder gaat dan de vlindertuintjes die ik bij ons wel eens bezoek, tijdens een van mijn fietstochtjes. Hier liggen bijvoorbeeld stukken zink in het gras, die langs de onderzijde wormen aantrekken. Zelfs een stapel rottend hout is goed om de beestjes te lokken. Dit kan ook bij ons aan de molen, en hoeft niet eens stukken van mensen te kosten, noch voor de aanleg, noch voor het onderhoud. Wij hebben in Erpe-Mere duidelijk nood aan een ontsluiting van de molensite. Zaten er maar wat groenen in de gemeenteraad denk je dan al snel. Bon er is een taak weggelegd voor de nog in te stellen molencommissie.

Ik proef wat brood gebakken van een mengeling van een tweetal oeroude graansoorten. Drink een koffie, en fotografeer een zwaan, die dekking zoekt, omdat ze die radiobestuurde boten op haar vijver echt niet ziet zitten. In de molen demonstreert men ondertussen hoe het maalproces in zijn werk gaat. De molenaar draagt een witte doktersjas. Op de bovenzolder legt een andere wat traditioneler geklede molenaar mij uit wat een ‘bolter’ is. Een soortement zeef. Juist ja dus een buil.

Na twee uur genieten van deze zonovergoten plek, rij ik naar Telnetham waar de windmolen zeker open is. Een stenen molen, zwart geteerd, waar opnieuw een team voor de molen zorgt. Ze zijn georganiseerd. Er is een film te zien in het schuurtje, de ‘shed’ zoals dat hier wordt genoemd. De motor wordt gedemonstreerd, en er worden rondleidingen gegeven. En dat allemaal voor een minuscuul ticketje van vier pond dat je eerst moet aanschaffen. Jawel, ook tijdens het molenweekend. Effe wachte…. Geloof het of niet maar ik blijf dik twee uur ter plekke, waardoor mijn programma voor het resterende deel van de dag wat in het gedrang komt. Maar dat mag. Ik sluit aan bij nog een vijftal mensen, die net als ik trouwens behoorlijk pertinente vragen stellen aan Mitch de man die de rondleiding geeft. Intussen gaat de molen zijn gangetje, al wordt er niet gemalen. En rustig is het ook niet echt, want er klopt alvast iets niet in de kap waar de metalen tanden van het vangwiel, niet helemaal sporen met het kroonwiel. Iemand van de bezoekers voorspelt miserie in de toekomst. Volgens de molenaar zit het wel mee, al is het toch de eerste keer dat het zo erg is. Draait de molen nog wel regelmatig? Blijkbaar wel. We krijgen verder uitleg zoals het hoort van boven in de molen tot helemaal beneden. Ik merk nog enkele gewichten langs de kant waarop o.a. 56 Lb staat, en dat lijkt mij een rare aanduiding. Of toch weer niet zoals blijkt, wanneer je je verplaatst naar een tijd waarin de Britten nog rekenden in ‘guineas’ en ze vijf of zes ‘stone’ wogen. Wat er mij doet aan denken dat de mijlen die onder mijn auto doorschuiven wel voor eeuwig en drie dagen mijlen zullen blijven, en ponden, binnenkort zullen verhandeld worden, aan quasi dezelfde koers als de euro. Of niet soms? Gaan de Europese verkiezingen hier ter plekke veel wijzigen? Ik denk het niet.

Interessant detail, beneden aan de uitloop van de meelgoot is een sterke magneet bevestigd. Dit zou hier een verplichting zijn, om alle overtollige metalen uit het meel te verwijderen. Daar heb ik persoonlijk nog nooit van gehoord, maar het lijkt als tip toch wel aanvaardbaar. In de film in het schuurtje maak je de ontmanteling mee van wat toen toch een molen in verre staat van ontbinding was, en uiteraard zie je er ook de volledige heropbouw.

Stowmarket en Hinxton lukken niet meer. Toch rij ik terug via Stowmarket, om te ontdekken waar het museum voor het East-Angelian Life zich bevind. Te onthouden: pal in het centrum tegenover de Asda superstore.

Burwell staat ook dit jaar voor mijn zondagavond veggy burger en chips, gekocht bij een Turkse kebabman. Ook in Engeland zijn de chips qua uiterlijk mee geëvolueerd. Wegspoelen in de Five Bells doe ik met een lokale ‘pint of bitter’. Een lokale pub, waar gesocialiseerd wordt door de lokale bevolking, en er soms al eentje te diep in het glas kijkt.

Ik stippel later op de avond enkel nog de verderzetting van de tocht uit, bij een vrt.nu blik op de Zevende Dag.

Deze ochtend voor het vertrek boek ik een vervolg b&b in Hay-on-Wey. ‘The Firs’ hebben gelukkig nog een kamer. B&B’s zoeken via internet, is een heel gedoe geworden, omdat allerlei sites je van alles en nog wat aanbevelen. Klik je dan door dan zit je steevast met een hogere prijs opgescheept. Ik begin zo een vermoeden te krijgen dat door tussenkomsten en aanbevelingen van die sites, ook de prijzen de lucht zijn ingeschoten. Op amper een paar jaar tijd betaal je 25 procent meer, al wordt dat enigszins gecompenseerd, door de vrije val van het pond tijdens de laatste paar jaar.

Morgen meer weer…. Stratford aan de einder.



Mei 2019 – molenweekend

Zes dagen onderweg Posted on 25 jun, 2019 19:39

Zes dagen onderweg…. dag twee. Molens rond Cambridge.

Voortreffelijk ontbijt, en met Brian kout ik wat over molens in de buurt. Hij is mijn vorige passages nog niet vergeten. Via mijn wifi gekoppelde pc, stippel ik een reisplan uit voor vandaag. Tussendoor regel ik nog een en ander via email voor onze uitstap van komende zaterdag.

De molen van Burwell opent pas na 11 uur, en daar wacht ik niet op. Korte stop voor een fotoshoot volstaat. In het straatje wat verder loop ik het tweedehands boeken shopje binnen. Voor het venster staat een mooi tekening van de kap van een molen uit de buurt. “Sorry, maar die verkopen we niet, die is enkel voor display bestemd.” Dat weet ik dus ook alweer.

Wicken is de volgende voorziene stop, en ik bots er al onmiddellijk op Graham, die een of ander stuk hout op maat zaagt. Onvoorstelbaar wat een team hier bezig is. Ik begroet de hele bende, en loop de molen in. Graham offreert thee, waarna we het allerheiligste der heiligen binnentreden. Achter in hun werkplaats staat een tafeltje, wordt de ketel opgezet, en liggen wat koekjes klaar. Wanneer ik rondkijk waar ik mij zowaar in een mini werkplaats van een of andere molenmaker.

Photo: Dave inspect!ng the cap.
Ze hebben letterlijk alles, om eender wat bij te schaven, te herstellen of te vervangen. Buiten liggen zelfs al onderdelen te wachten voor een ander molentje in de buurt. Binnenkort beschikken ze hier dus in de omgeving naast Wicken Fen over een tweede waterpomp molentje.

Later vraag ik hen hoe ik best bij de smokmolen van Soham kom, want vorig jaar had ik die namelijk gerateerd, en zag ik Soham zelfs meerdere keren onder mijn wielen doorschuiven. Deze keer rij ik quasi direct naar de Shadesmill aan de uitkant van de gemeente. Ik herinner mij nog dat iemand met Indische roots die molen enkele jaren geleden kocht en mij toen vertelde, wat hij allemaal ging doen. We zijn nu enkele jaren verder, en naar mijn gevoel is er buiten het plaatsen van een tv-scherm en wat fotomateriaal echt niet zo veel veranderd. De wieken liggen nog altijd onder een zeil te wachten om opnieuw gemonteerd te worden. Eerst moet wel de scheefgezakte kap gelicht worden met een ‘cherrypicker’ (?) vertelt men mij, en moet een en ander vernieuwd worden. Ik heb toch wel enige bedenkingen bij deze operatie, en zie het nog niet zo voor mij. Zoals op zovele plaatsen heeft ook hier de wachttijd vooral te maken met prioritaire gelduitgaven. Ik merk ook dat er rond het woonhuis op het terrein nog wat onkruid moet gewied, en dat in de boomgaard het gras zeer recent werd afgereden.

Volgens Graham is Haddenham een hopeloos geval geworden. En dat klopt wanneer ik even de auto uitwip, en de ernaast gelegen boomgaard inloop voor een fotoshoot. De wieken die in de achtertuin al meerdere jaren liggen te wachten, zijn intussen half verrot, en haast verdwenen onder het overwoekerende gras. Tussen de kap en de bovenring komen hier en daar takken piepen. Herinnert mij aan de achtkant te Aalst, waar ook jaren bomen uitgroeiden. Maar kijk, ook daar kwam alles goed. Hier ligt het vermoedelijk allemaal wat moeilijker, want de molen is privébezit. Nochtans leek het paar dat mij een tiental jaar gemeden een rondleiding gaf in die dagen “redelijk” entoesiast.

Nog op het programma: Lode watermill in Anglesey Abbey, en windmolens in Impington en Fullbourn. Toch besluit ik om eerste een ‘tea for one’ met scone en jam te nuttigen in de tearoom bij de watermolen te Houghton. Alweer een National Trust molen.

Het wordt, ‘Tea en scone met enkel jam, en neen ik hoef die clotted cream echt niet,’ voor net iets minder dan vijf pond. De confituur zit in een klein glazen mini bokaaltje, met op het dekseltje National Trust. Vandaar dat ze er 0,85 euro voor vragen. De National Trust mag dan al half de UK bezitten voor niks kom je er niet in. Ook niet in de molen. En omdat ik die vroeger al enkele keren bezocht blijft het deze keer bij wat foto’s maken. Ik maak een korte wandeling naar ‘mijn’ bank bij het sluiswerk, waar een zwaan rond dobbert, en een eend met haar kroost voedsel zoekt op het bijeengedreven groen in de hoek van de vijver. Af en toe duikt een ijsvogeltje samen met wat andere gevleugelden neer in de buurt van de eendjes. Het is er rustig en het is er mooi. Hier wordt je helemaal zen. Hier kan je besluiten nemen, die eenmaal thuis toch weer zullen verwateren. Dat besef ik nu al.

Tijd om aan meer molens te denken, en dus gaat het richting Impington, waar ik net na vier uur aankom, en het hek al werd gesloten. Ik zie nog wat beweging in de molen, waar ze waarschijnlijk al voorbereidingen treffen voor morgen. Dan maar een wat verlate lunchpauze, en richting Willingham, waar ze naar goede gewoonte niet op het uur letten. De deur van de molen staat open, en beneden is er warempel grondig gekuist. Zelfs de steenzolder ligt er al wat beter bij dan vroeger, maar ook hier is de toegang naar de hoger gelegen zolders gesloten. Ik zie weinig vrijwillig molenaars, en dus babbel ik maar wat met enkele radioamateurs die in hun tentje de ether afspeuren naar andere gelijkgestemden. In België zitten er morgen radioamateurs bij de Kruiskoutermolen vertel ik hen. Later verneem ik, via facebook, dat er ook bij de Windekemolen zullen aanwezig zijn. ‘En waarom doen jullie dit nog in deze tijd van Skype en Internet?’ Duidelijk blijkt uit de man zijn antwoord dat het voor hen een ‘sociale’ bezigheid is. ‘En zitten jullie enkel bij molens’ vis ik nog, want daar heb ik ze al meer zien opereren, zelfs in Denemarken, jaren geleden. ‘Nope man’, is het antwoord, ‘ook bij vuurtorens, of andere gelegenheden die zich voordoen’. ‘Alles is goed om thuis weg te zijn’ lacht de man nog. Tja zo zijn er dus nog wel meer hobbies te bedenken.

Maar ook zij zullen vroeg of laat toch iets moeten ondernemen in het kader van opvolging, want echt jonge gastjes heb ik niet gezien.

In het zaaltje links in de tearoom liggen de gebruikelijke fotoboeken, tijdschriften en andere oude uitgaven ter inzage. Blijkbaar lezen ze hier enkel het blad van SPAB, de organisator van het molenweekend. SPAB is de Society for Protection of Ancient Buildings. Deze vereniging heeft een afzonderlijk sectie die zich met molens bezighoudt. Het is intussen te laat geworden voor nog meer molens. Cambridge wacht. De auto voert mij direct naar Jesus Lane, waar ik net wat te vroeg arriveer bij een parkeermeter. Ik wandel richting rivier, althans dat denk ik toch, maar voor de zoveelste keer hier in Cambridge sla ik een verkeerde straat in en arriveer ik er uiteindelijk wel via een omweg, die mij gelukkig langs een boekenwinkel en Fopp’s, een platenzaak, leidt. Er ligt materiaal van Roy Harper, en dat is niet zo voor de hand liggend, voor een artiest die altijd ‘tegendraadse’ platen heeft opgenomen, en derhalve voor bijna geen meter verkocht. Het is pas nadat hij zijn eigen catalogus de laatste jaren zelf in handen nam, dat er weer hier en daar wat opduikt. Stormcock, de plaat heette in Amerika zelfs anders, om ‘obvious reasons’ waarop ene S. Flavius meespeelde, die ook al om ‘obvious reasons’ niet zijn eigen naam, Jimmy Page’ gebruikte.

En dan Lifemask met het uitgesponnen nummer The Lord’s Prayer. Goede vangst. Bij de rivier wordt al stevig geterrast, maar daarvoor lijkt het mij net nog wat te koud. Liever een voortreffelijke pizza bij Garfunkel’s. Een zaak die al jaren geleden van naam veranderde en nu een Italiaans restaurant is geworden, waar ze pizza’s uit Calabria met Merlot wijn uit Italië serveren. Voortreffelijke afsluiter van deze avond. Via wifi en hun facebookpagina kan ik er op Internet. Nu nog krijg ik dagelijks mails met aanbiedingen van dit restaurant. Zo werkt de wereld de dag van vandaag.



Mei 2019 – dag 1 – naar Burwell

Zes dagen onderweg Posted on 23 jun, 2019 17:26

Six days on the road: dag 1 naar Burwell.

Voorbij Veurne breekt een flauw zonnetje door, maar dat is al meer dan voldoende om de druilerige ochtendregen snel te doen vergeten. Het is genieten buiten op het achterdek van de ‘Spirit of Britain’, de veerboot van P&O. Een zacht windje, kleine lichte golfjes het vernoemen amper waard.

Kortom de aanzet van deze trip ligt al goed en wel achter mij. Gelukkig zonder al te veel stress, en dat mag ook wel, na de tientallen keren dat ik richting ‘Brexit country’ ben gereisd. Tijd zat bij het vertrek thuis, en dan neem je af en toe al eens een foute beslissing zoals deze ochtend. Foute beslissing om niet de E40 te nemen in Erpe-Mere, waar je doorgaans zo op de snelweg zit. Ik koos er voor om rustig door de velden richting Wetteren te cruisen. Vanaf het kruispunt met de Grote Steenweg, stond alle verkeer stil. En dat tot bij Mariagaard. Het leek wel alsof iedereen deze ochtend hier Iets had verloren. Iets te snel besliste ik daarna dan weer om rechts de steenweg op te rijden richting Melle en de R4. Oh wee, dat was dus van de drop in de regen, want mijn tocht door Melle, verliep alles behalve snel. Vanaf vandaag ben ik voorstander van het rekeningrijden, althans voor al diegenen die het nodig vinden om tussen halfacht en halfnegen hun kinderen te gaan droppen bij een schoolpoort. Mariagaard en het College van Melle, mogen voor mij als proefproject gekozen worden. Zijn we tenminste daar al van probleem verlost. Welke politieker heeft dit op zijn agenda staan? Ik stem er voor, of ik overweeg het toch. Voor alle duidelijkheid rekeningrijden moeten ze niet gaan invoeren in heel Vlaanderen. Maar minimaal de jeugd uit de auto halen, daar ben ik voor. Wat hebben zij meer nodig dan een fiets? Net als wij die nodig hadden ‘in onzen tijd’. Uit mijn Arheneumtijd herinner ik mij enkel de Renteria’s die door hun al wat oudere, en vermoedelijk bezorgde vader, naar school werden gereden, in een Mercedes die er al een leven had opzitten.

Bijna twintig voor negen wanneer ik uiteindelijk bij Gent de R4 verlaat en inschuif op de E40. Nog wat wegwerkzaamheden bij Jabbeke, waar we over een afstand van 4,5 km op een vak worden gedreven. Het wordt dus doorkarren, maar precies om twaalf na tien volg ik de alweer nieuw aangelegde toegangswegen naar de incheck in de haven van Calais. Mijn GPS heeft hier duidelijk nog geen weet van. We beleven op dit ogenblik de eerste maanden van de na-Brexit periode. Tenminste mocht op 29 maart Brexit een feit geworden zijn, maar dat werd het dus niet.

In elk geval merk ik sinds mijn passage van augustus vorig jaar amper verschil. Behalve dan dat er op mijn online geregistreerd boekingsformulier staat, dat je 40 minuten voor het vertrek moet aanwezig zijn op de terminal, daar waar dit vroeger dertig minuten was. Of het zou moeten zijn dat ze het drie op drie meter tellende gebouwtje van de franse douane beschouwen als facilitaire infrastructuur om extra controles uit te voeren. U raadt het al, ik mocht het kleine kantoortje ook langs binnen bekijken. Iedere andere bestuurder mocht direct door richting Britse douane. Ik mocht de koffer openmaken, en mijn reiskoffer binnen dat kantoortje over een lopende band rollen. Wat zoeken die mannen eigenlijk? De man in de hoek moet zeker mijn zakmes-reisset met aan de zijkant ‘een lepel en vork voor noodgevallen’ hebben zien voorbijkomen, of zouden die niet uit metaal gemaakt zijn? Als reiziger moet je voorbereid zijn om in een noodgeval wanneer de honger te sterk mocht worden, en je te velde bent gestrand, je tenminste niet met je handen in een of anderen noodlepot hoeft te zitten. En vergeet niet dat je in een ‘stiff upperlip’ land, eet met mes en vork. Toch?

Bon, ik mag dus naar de check-in waar men mij ‘lane 105’ adviseert, en meldt dat ‘loading has begun’. Ik sta weer eens als laatste auto in de rij op de boot.

Vertrokken voor alweer een aflevering van ‘Six days on the road’.

Het uitrijden van de Dover terminal verloopt zonder kleerscheuren en tussenkomsten van ook maar enige douanier.

Net als vorig jaar rij ik richting Chillenden, de blauwe lucht met wit bezaaide mooi-weer wolken tegemoet. Onmiddellijk keert dat gevoel van thuiskomen weer, wanneer ik onder een bladerdak over de op de grond geprojecteerde zonnestralen rij. Iets wat ik een jaar eerder ook al ervoer. Het dorpskerkje van Chillenden, met kleine houten toren lijkt enigszins op de lokale kerkjes in Transcarpathië. Tijd voor een eerste fotostop. Wie weet doe ik er Olena nog een plezier mee. Wat verderop staat de windmolen nog precies in dezelfde toestand als vorig jaar. De trap goed vast geklonken in de grond, een zitbank binnen de draaicirkel van het kruiwerk. Hier is duidelijk amper iemand geweest. Ik word bekeken door wat moderne boeren die op een aanpalend veld hun mestoverschotten dumpen. Voor alle zekerheid schiet ik enkele situatiefoto’s, voor een artikel dat er ooit wel moet komen, en waar deze molen, die een tiental jaar geleden omwaaide zeker in zal voorkomen. Al was het maar omdat de restauratie vrij onoordeelkundig werd uitgevoerd, door iemand van buiten het molenmakers ambt.

Half een, wat betekent dat het over de plas al halftwee is, en dus lunchtijd. Dit jaar geen geel golvende velden met koolzaad. Rond de molen schiet opnieuw koren uit de grond.

Sandwich en Sarre laat ik deze keer links liggen, want ik ben er quasi zeker van dat de toestand er allicht niet gewijzigd zal zijn. Twee uurtjes bollen naar Finchingfield in Essex, waar een molen staat die quasi nooit open is. Daar wil ik nog een koffie drinken in de Fox on the Green. Het zicht op het centrale stuk groen, met ernaast liggend brugje zal de ‘Tour de France’ liefhebber vast bekend voorkomen. Enkele jaren geleden was dit nog het startpunt van de toer.

Onderweg valt het op, hoe groen de dorpen in Essex nog zijn. Oude lindebomen sieren straten en pleinen. Hier geen dorpspleinen in beton, met fonteinen. Respect voor eeuwenoude smalle bruggetjes over kleine waterlopen, waar de ene automobilist zonder morren voorrang geeft aan een andere automobilist. Het verhaal van de twee koppige ezels is hier vermoedelijk onbekend.

Het doet mij o zo na, denken, aan het album van ‘The Kinks’ ‘The Village Green Preservation Society’. Een uit 1968 daterende plaat die nog steeds actueel is, en o zo Brits klinkt.

De tas koffie is op en het is intussen vijf uur geworden. Met nog een uur karren voor de boeg, zit de kans er nog in dat ik onderweg toch nog bij een molen kan halt houden.

Na wat inkopen bij Tesco’s ga ik op zoek naar de ronde stenen windmolen te Thaxted. Het wordt wat zoeken. Ik mag de molen dan wel zien staan, er geraken met de auto is nog iets anders. En net nu begint het ook nog licht te motregenen. Na enkele straten in en uitgereden te zijn, besef ik dat je er enkel via een smal wegeltje achter de kerk kan bijkomen. Bij de molen staat een radioantenne opgesteld. Hier zal dus tijdens het weekend zeker beweging zijn. Ik schiet wat plaatjes en plaats de molen op mijn verlanglijstje voor zondag.

B&B The Meadow House

Omstreeks negentien uur twintig arriveer ik in Burwell bij de ‘Meadow house’ waar ik drie nachten boekte, en de rest van de avond blijf. Uitrusten bij VRT.nu en nadenken over wat ik de komende twee dagen zal bezoeken. Ik wordt ontvangen door een wat ‘sloddervos-achtig’ uitziend persoon, die mij direct de familieroom aanbiedt. Daar heb ik ooit nog nachten in doorgebracht. Een ruime kamer, met een tweepersoonsbed en daarnaast nog twee eenpersoonsbedden. Het andere comfort beperkt zich tot een douche, en een rek om kleren op te hangen. De strijkplank heb ik niet nodig. Op de tv kan je door nagenoeg 100 kanalen zappen, maar zoals we weten leerde Springsteen ons al eerder, ‘57 channels and nothing on’. Brian de eigenaar zou pas later thuiskomen en Hilary zijn vrouw blijkt ergens te Cambridge te zijn opgenomen in een ziekenhuis.

Burwell, is een groot dorp gelegen langs een hoofdbaan, met een aantal zijstraten. Een echt dorpsplein is er amper. De kerk staat langs de weg. Wat verder op een klein pleintje bij een oudstrijder-gemeenschapshuis verkoopt een nieuwe Brit alle afgeleiden van pita en burgers. Zelfs chips heeft hij, maar geen fish & chips. In Burwell staat een stenen molen met ernaast een klein museum. Verder tref je hier en daar nog een shop. Wanneer je via de Swafham’s (dit zijn dorpen met namen als Swafham Prior en Swafham Bulbeck) Burwell binnenrijdt zie je na een flauwe bocht aan je rechterkant, wat van de straat afgelegen, de Meadowshouse. Een nieuwbouw uit de jaren tachtig, met uitbreiding, waar zeker een twintigtal mensen onderdak kunnen vinden in de verschillende kamers die dit guesthouse rijk is. Door zijn rustige ligging, een eind van Cambridge is dit een goede uitvalsbasis voor wie de streek ten noordoosten van Cambridge wil bezoeken. Je zit vlakbij Ely, de kathedraal stad, en niet zo ver van Newmarket. De nationale wegen die hier in de buurt liggen, en o.a. Felixstowe met het westen en de Midlands verbinden zijn van het type snelweg, en dus uiterst comfortabel. Burwell vormt de ideale basis om van daaruit wat zuidelijker Essex in te duiken, of oost- en noord-oostwaarts Suffolk en Norfolk te verkennen. Ik exploreerde van hieruit ooit het noord-westen tot en met Lincolnshire, maar eigenlijk kan je daarvoor beter een eind noordelijker bivakkeren. En och ja ze hebben ook nog enkele cafés, waaronder de Five Bells, maar daarover later meer.

Goodnight.



Ongepubliceerde memoires 1969

Forever Young Posted on 23 apr, 2019 19:50

Over studiereizen hebben we het al gehad. De kortste studiereizen verliepen vaak te voet. Naar de kousenfabriek van Du Parc bijvoorbeeld naast het stadspark, of soms zelfs nog korter bij, zoals die keer in 1969 toen we net om de hoek naar de film Romeo en Julia togen met de leraar schei- en natuurkunde. Een film die behoorlijk wat impact moet gehad hebben op ons, zestienjarigen, op zoek naar de ‘grote’ liefde. Ik zou er anders geen verslag over hebben neergepend.

Uittreksel uit mijn ongepubliceerde memoires….

Foto (c) Wikipedia. Geboren 17 april 1951


Donderdag, 20 maart 1969. De film Romeo and Julia.

In Verona, een stadje, waren twee clans, twee geslachten die steeds tegenover elkaar stonden en ruzie zochten waar ze konden. Op een markt begonnen ze ruzie te maken om alles in het honderd te doen lopen.

Zekere dag werd bij de ene clan een gemaskerd feest gegeven. Romeo van de andere clan trok er naar toe en zag er een fantastisch mooie meid . Hij zag der een paar maal in der ogen en draaide er wat rond. Bij het lied van een minstreel gingen ze rond de kring. Hij op weg achter haar. Op de duur had je haar, en verklaarde hij zijn liefde met een fantastische kus. Bij nadere ondervraging bleek zij de dochter te zijn van het hoofd, en hij dus de zoon van het andere hoofd. ‘s Nachts zocht ie haar op. Zij was aan het dromen over hem en daar bezegelden ze hun liefde door overeen te komen zo spoedig mogelijk te huwen.

Intussen was Romeo zijn beste vriend gedood in een duel, met de neef, Tybolt, van Julia. In zijn woede dood hij hem in een duel. Hij wordt verbannen uit de stad door de vorst. Bij een pater schuilt ie, en ligt er ganse dagen te wenen. De pater verzint een plan en hij geeft Julia een drankje dat ze moet innemen. Dan zal ze tweeënveertig uren schijndood zijn. Ze zullen haar begraven en Romeo zal der komen redden. Romeo wist echter nog van niets. Een andere pater toog met een brief op weg, doch Romeo’s vriend die de begrafenis gezien had ging hem het droeve nieuws melden. Hij vertrekt direct en de pater komt te laat. Hij verschaft zich toegang tot het graf en beweent haar. Ten slotte neemt hij afscheid van haar lichaam en verenigt hun geesten door een slok vergif in te nemen. Hij zakt neer. de pater krijgt tranen in de ogen als hij dat ziet. En nu ontwaakt Julia, net te laat. Zij ziet het onheil, en daar er geen vergif meer is stoot zij zich een dolk in het hart.

Door deze feiten wordt dan uiteindelijk de vrede van deze twee clans bezegeld.

Het is fantastisch aangrijpend. Julia een beeldschoon meisje. Romeo een knappe vent. William Shakespeare moet een het van steen hebben gehad wanneer hij dat schreef. Waarom liet hij het niet uitdraaien op een gelukkig huwelijk? Ontroerend, en het stemt tot nadenken. Tot een uur of zeven heb ik nog met mijn gedachten tussen die film, mezelf, en het leven gehangen.

Vrijdag, 21 maart 1969.

Lente. Ho zoete schoonheid die de natuur zal worden, en zoete schoonheid die de natuur zal geven. Groen zullen de bladeren zijn, en zuiverend de kruinen der bomen, wijl de zon alles heerlijk zal bestralen. De natuur, het mooiste wat er is.

Vanmorgen in school, met de Roelants nog nagekaart over de film. Hij was gisteren nog direct in het werk van Shakespeare gedoken, en vertelde ons, dat het daar de gewoonte is dat er aan het einde zelfmoorden met hopen gebeuren. Harteloos man.

Tot besluit van dit ongepubliceerd verslag schrijf ik nog: ‘harteloos man!’

Tot daar mijn wat naïeve kennismaking met een icoon uit de literatuur. Wij zaten op een school, waar Mercurius, ons de weg wees. Literatuur kregen we, bij wijze van spreken, dankzij de goodwill van toch wel enkele schitterende leraars.

Een greep uit wat Wikipedia verhaalt over deze film.

Het gaat om een Brits-Italiaanse film van regisseur Franco Zeffirelli, uiteraard gebaseerd op het toneelstuk van William Shakespeare. In de hoofdrollen zien we Leonard Whiting en Olivia Hussey. De muziek is van Nino Rota. Deze Paramount film (138 minuten) ging al op 8 oktober 1968 in première, en bereikte dus ons provinciestadje, goed een half jaar later. er werd een budget van 850.000 dollar aan gespendeerd, en de film bracht meer dan 38 miljoen dollar in het laatje.

De film won een Academie Award voor beste camerawerk, en beste kostuumontwerper. Genomineerd voor beste regisseur.

De film was populair bij een groot tienerpubliek, mogelijk doordat de acteurs de leeftijd hadden die Shakespeare beschrijft in zijn stuk. De film werd deels goed ontvangen door critici.

Volgt de samenvatting van het verhaal zoals weergegeven op Wikipedia.

Kan u rustig nagaan in hoeverre mijn eigen samenvatting de realiteit weergaf.

Het is 1450 in het Italiaanse Verona wanneer Romeo en Julia, twee kinderen van twee strijdende families (Montagues en Capulets), elkaar op een feest ontmoeten en verliefd worden. Ze treden al gauw in het geheim in het huwelijk door middel van Romeo’s biechtvader broeder Laurens en met hulp van Julia’s opvoedster. Door een ongelukkig toeval breekt er een duel uit tussen Julia’s neef Tybalt en Romeo’s vriend Mercutio, wanneer Tybalt beschuldigingen uit tegen Romeo. Maar omdat Romeo net getrouwd is met Julia, weigert hij dit duel aan te gaan, met als gevolg dat Mercutio zijn plaats in het duel inneemt. Mercutio verliest het duel en wordt gedood. Romeo grijpt dan alsnog in en vecht met Tybalt tot hij hem doodt. Romeo wordt vervolgens gestraft door de prins van Verona met verbanning en ontloopt daardoor de doodstraf.

Niet wetend van het geheime huwelijk van Julia, heeft haar vader een huwelijk geregeld met de rijke graaf Paris. Om onder dit geregelde huwelijk vandaan te komen en loyaal te kunnen blijven aan haar Romeo, drinkt ze van een speciaal gebrouwen flesje, gemaakt door broeder Laurens, waardoor ze 42 uur zal slapen en dood zal lijken. Broeder Laurens informeert Romeo over dit plan zodat hij Julia na haar begrafenis kan ophalen als ze uit haar slaap is bijgekomen. Het nieuws van Julia’s overlijden bereikt Romeo echter eerder dan de brief van broeder Laurens. Wanhopig gaat hij naar haar graf en drinkt een flesje met dodelijk elixer waardoor hij sterft. Net na Romeo’s zelfmoord ontwaakt Julia en zij doodt zich met het mes van Romeo. Later volgt de begrafenis van beide geliefden waarbij de strijdende families hun onenigheid bijleggen.



« VorigeVolgende »