Het concert dat Led Zeppelin gaf op 24 mei 1975, in Earls Court te Londen, kun je mits je wat uitkijkt zo kopen. Let wel dit concert wordt verkocht op twee afzonderlijke dvd’s. Dit concert wordt hier en daar aangeboden op kraampjes via jaarmarkten. Zo ook weer in Aalst en Sint-Lievens Houtem, en jawel ik heb allebij deze markten gedaan eer ik de twee delen bij elkaar kon sprokkelen. De kwaliteit is niet te vergelijken met de geremasterde Mothership dvd, of met het meesterwerk, de dubbele DVD Led Zeppelin, die Jimmy een paar jaar geleden samentelde. Dit gebeurde tegelijkertijd met het verschijnen van het driedubbele ‘How the West Was Won’. Daar vind je een aantal nummers op van deze Earls Court concerten. Het blijft dus al bij al een tijdsdocument, maar wat voor een.

Ik herinner mij nog goed hoe wij in die tijd ‘de repetities’ van deze concerten meemaakten in Januari van datzelfde jaar in Vorst Nationaal. Dus een must.

De twee dvd’s samen bevatten net iets meer dan drie uur materiaal, en hierbij wordt Stairway dan wel twee keer geteld. Verder ontbreekt Moby Dick. In de drie uur krijg je een staalkaart van het werk van Zeppelin uit de eerste helft van hun carrière. Toch wordt vooral geput uit Zeppelin IV (4 nummers), een hoogtepunt, Zeppelin III (4 nummers), het uitstekende Physical Graffiti (4 nummers) en Houses of the Holy (5 nummers en zelfs 6 tijdens de laatste concertdag). Verder nog ‘oldies’ uit de eerste twee albums.

Het is eigenlijk pas na deze Earls Court concerten, en door enkele gebeurtenissen uit het prive leven van Zeppelin en het uitbllijven van nieuw materiaal dat het allemaal wat minder leek te worden. Vergeten we ook niet dat in die tijd alle dinosaurussen van de Rock, ELP, Yes, Zeppelin, Purple wat werden weggedrumd door de uitbarsting van het jeugdig punk en new wave geweld. Commercieel bleef Zep echter een topband, maar deze Earls Court passage betekende toch wel ‘de echte top’.

Er wordt van Neil Young gezegd dat hij sommige van zijn nummers uitmelkt, maar wat denk je van 33,38 minuten ‘Dazed en Confused’. 10 Minuten mag dan kort heten voor de ‘Stairway’ uitvoering. DVD1 opent met ‘Rock and Roll’ en zet daarmee de toon. Het halfuurtje ‘Over the Hills’, ‘That’s the Way’ en ‘Bron-Y-Aur Stomp’ is engelen muziek. Led Zeppelin ‘unplugged’ avant la lettre.

Earls Court. Een tentoonstellingsruimte en vooral in de jaren 70, een rocktempel, al ging dat door tot op de dag van vandaag. Zeker voor ons jonge twintigers, die begin juli 75 op amper een paar 100 meter afstand verbleven in een goedkoop hotelletje (Bina) in Kensington. Ik herinner mij nog hoe wij die zaterdag voormiddag er voorbij wandelden.

Voorbij het wat rond gebogen gebouw, op weg naar een wel heel bizarre teleurstelling, tijdens onze Londonse uitstap. We hielden een taxi aan, staken de chauffeur het adres van Virgin Mail Order op de London South Wharf number 10 onder de neus. Het adres had ik gevonden in de New MusicalExpress. De taxichauffeur dropte ons ergens in wat veel op een achterbuurt leek, en scheurde weg. We bevonden ons voor het gesloten metalen inganspoortje van een omvangrijk betonnen pakhuis waarop een bordje hing met de tekst: Virgin Mail Order Wharehouse. Dat was het dus, wisten wij op dat ogenblik veel wat mailorder inhield. Toch kunnen er niet veel zeggen dat ze ooit voor de poorten van het beginnende Branson imperium hebben gestaan. Wij dus wel. Er bevond zich gelukkig om de hoek, op de terugweg in de opnieuw wat bewoondere wereld een platenshop. Een goudmijn was het deze platenboetiek, annex tweedehands shop. Ik krijg nogsteeds herineringen te verwerken aan deze uit ‘ Hi-fidelity’ geplukte shop waneer ik langs mijn rijk gevulde platenkast loop. Een glimlach valt moeilijk te onderdrukken bij de herinneringen aan ‘Autobahn’ van ‘Kraftwerk’, de dubbele ‘Free Story’ (in een wit kartonnen hoes), de allereerste ‘Byrds’ lp, een onbeluisterbare lp, voor amper 50 pence van ‘Faust’, en zelfs het uit Nederland afkomstige ‘Pudding en Gisteren’ van Supersister. Ze staan er allemaal nog. Gek genoeg is enkel materiaal van Free en de Byrds intussen vervangen door CD versies.

Dit was pas het begin van een tocht die ons met onze gevulde draagkoffertjes, speciaal voor lp’s, zou verder leiden langs Harlequin records (nee we hebben geen tickets meer voor Knebworth, maar aan de kassa lukt het nog wel), naar het Kings Cross metrostation en vandaar met de trein naar Stevenage in Hertfordshire. Pink Floyd gaf er een legendarisch concert waarbij ze voornamelijk uit ‘Dark Side of the Moon’ en het nog te verschijnen ‘Wish you were Here’ putten om af te sluiten met ‘Echoes’ uit ‘Meddle’. Het concert was een topper in 1975. In New York en in Londen smeulde toen reeds het vuur die de jonge meute in een nieuwe richting zou sturen.

Maar keren we terug naar het concert in Earls Court (wat eigenlijk een serie van 5 concerten was) om te zien hoe deze indertijd in de pers werden beoordeeld. Wikipedia meldt dat de concerten origineel slechts voor 3 dagen waren voorzien, nl 23,24 en 25 mei. Door een ongekend snelle uitverkoop van de tickets werden daar dan nog 17 en 18 mei snel aan toegevoegd. In totaal zouden 85.000 mensen naar de concerten gaan.

Er werd drie dagen gerepeteerd voor deze concerten, dit ondanks het feit dat de band amper bekomen was van de Amerikaanse toernee twee maand eerder.

Om de concerten te promoten werd gebruik gemaakt van affiches waarop een trein te zien was, de Zeppelin-Express die werd gelinked naar Earls Court via de InterCity dienst van British Rail. Alle fans konden op die manier van overal in Engeland makkelijk naar die ene lokatie in Londen sporen.

Bron: http://pyzeppelin.free.fr/photos/affiches/75-05-23-25-ec.jpg

Elke dag werd gepresenteerd door een andere dj. Nicky Horne nam de 24e voor zijn rekening. Er werd telkens meer dan drie uur gespeeld, en tijdens de laatste dag werden er zelfs nog enkele extra bisnummers toegevoegd. Nicky is vandaag nog te beluisteren via de digitale radio “Planet Rock”.

Wikipedia haalt nog een verslag aan van de Zeppelin archivaris Dave Lewis:

The 17,000 capacity Earl’s Court afforded them the luxury to showcase in the best possible setting, the sheer enormity of their stage act. Over five nights of May ’75 Zeppelin delivered perhaps the most impressive series of shows of their entire career … Photographic images from the shows still light up the pages of countless Zep features and books, bootleg performances are eagerly snapped up,and the official video footage of the gigs projects the sheer magnitude and power of Led Zeppelin in full flight more than any other surviving film of the group.

En wat schreef de pers?

Ritchie Yorke schrijft in zijn definitive biography ‘Led Zeppelin from early days to Page and Plant’: Fleet Street virtually went beserk in their sudden discovery of Led Zeppelin – almost seven years after the band ‘s launching, the straight press had suddenly figured out what was happening. Ludicrous as it may have seemed to members of the public, the daily papers had at last opened their blinkered vision to the realities of what had been so cleraly obvious for years: Led Zeppelin was easily the biggest act in the 1970s rock and roll. The Daily Mail hailed them as new ‘rock gods’, to the Sun, they were the ‘new ‘ superstar band; and the Observer pondered the obvious in a colour-supplement piece headed: “Led Zeppelin – Bigger than the Beatles?” Yorke voegt er nog aan toe: “One couldn’t help but wonder where these commentators had been for the past five years.”

In ‘Hammer of the Gods’ van Stephen Davis lezen we wat criticus Tony Palmer schreef in het magazine van the Observer: “There is no theater like it, no action painting which approaches the constantly fluctuating patterns of light and sound which this lethal combination of talent has managed to unleash. If the Beatles dragged popular music from the inanities of middle-class, middle-aged, business-oriented pap, then Led Zeppelin have propelled rock and roll into the forefront of artistic achievement in the mid-1970s”.

Davis meldt verder dat na de laatste show, de pers wild werd. Na het laatste concert op maandagavond, backstage , werd er een grote party gehouden voor de oude vrienden. Jeff Beck was er en hij bleef tot 4 uur in de ochtend. Het was een reunie.

De New Musical Express (NME) van 24 mei 1975 stuurde journalist Charles Shaar Murray (CSM) en fotografe Pennie Smith naar de concerten.

NME trok er meer dan twee pagina’s voor uit en titelde: ‘They can rock you, they can roll you, ‘til your back ain’t got no bone…But can they kiss you goodnight?’

Toch altijd weer die dubieuze houding van de pers. Bovendien was NME sterk uit op marktaandeel, en stelden ze zich alleen al daardoor wat cassanter op dan bijv. Sounds of Melody Maker, de andere toonaangevende muziekbladen in Engeland.

CSM schrijft: “They don’t assault their audience: instead they pick them up and accelerate off with them and they’ll take you just as far out or far in as you want to go whether they’re sitting down with the mandolin and acoustic box flashing back to childhood with an amazingly poignant ‘That’s The Way’ , embarking on a grandiose mystic journey like ‘Kashmir’ or just doing their time-honoured never knowingly undersold unsurpassed lemon squeezing routines like ‘Black Dog’ or the lethal ’Trampled Underfoot’ ”.

Mooie woorden van Charles Shaar Murray die doorheen het meer dan twee pagina’s lange verslag niet geheel kan verbergen dat hij het meer voor The Who en Jeff Beck heeft dan Zeppelin. In het eerste deel van het verslag wordt stilgestaan bij de verschillende bandleden, waarbij Bonham vooral vergeleken wordt met Moon. Toch vind de verslaggever voornamelijk Moby Dick (I’m surprised to find myself enjoying it because I’ve got a total loathing for drum solos.) schitterend. Hij schrijft: Bonham’s solo on “Moby Dick” is one of the main Zep revelations. I’ve heard him do it several times, and each time I’m surprised to find myself enjoying it.

The music is exiting not simply because they‘re exploding all over you at the precise ground zero moment that you’re watching them, but because they made it exciting while they were writing and arranging it and rehearsing it. Led Zeppelin are fail safe and fool proof. What they lack in crazyness they make up by a curious combination of monomania and hard work.

En nog in vergelijking met de Who: He (Plant) and Roger Daltrey are the prototypes of the Hippie Adonis school of lead singer: all curls and torso and tricky moves with mike leads. The principal difference between the two singers (and in fact, between the two bands) is that the Daltrey/Who vibe is primarily aggressive, whereas the Plant/Zep persona combines aggression and sexuality.

CSM besluit toch wat in mineur door te stellen dat: “By Led zeppelin’s own standards, it was a mediocre gig, though apart from the Who and the Stones, I can’t think of many bands who could’ve put on anything like it. Produced moments like “Trampled Underfoot” during which it seemed that the entire stage was just gonna roll forward and crush everybody in the hall.”

Nergens in het artikel wordt vermeld over welke van de shows het verslag gaat, maar aangezien het magazine zelf dateert van 24 mei, gaat het dus vermoedelijk om het openingsconcert op 17 mei.

Pittig detail. De NME cover toont een knappe foto van Jimmy Page met zijn rode double neck Gibson gitaar, genomen door Pennie Smith.

Bij ons in aalst kon je in 1975 de NME kopen voor vijftien frank. Er was slechts een winkeltje halverwege de Kattestraat, waar je terecht kon. Overigens waren ze gespecialiseerd in de verkoop van patronen voor het aanmaken van voornamelijk dameskleding.

De volledige playlist.

  • “Rock and Roll” (Page, Plant, Jones, Bonham)
  • “Sick Again” (Page, Plant)
  • “Over the Hills and Far Away” (Page, Plant)
  • “In My Time of Dying” (Page, Plant, Jones, Bonham)
  • “The Song Remains the Same” (Page, Plant)
  • “The Rain Song” (Page, Plant)
  • “Kashmir” (Bonham, Page, Plant)
  • “No Quarter” (Page, Plant, Jones)
  • “Tangerine” (Page)
  • “Going to California” (Page, Plant)
  • “That’s the Way” (Page, Plant)
  • “Bron-Yr-Aur Stomp” (Page, Plant, Jones)
  • “Trampled Under Foot” (Page, Plant, Jones) (incl. “Gallows Pole”)
  • “Moby Dick” (Bonham, Jones, Page)
  • “Dazed and Confused” (Page) (incl. “Woodstock”/”San Francisco”)
  • “Stairway to Heaven” (Page, Plant)

Bisnummers

  • “Whole Lotta Love” (Bonham, Dixon, Jones, Page, Plant) (incl. “The Crunge”)
  • “Black Dog” (Page, Plant, Jones)

Additionele bisnummers tijdens de laatste show op 25 mei.

  • “Heartbreaker” (Bonham, Page, Plant)
  • “Communication Breakdown” (Bonham, Jones, Page) (incl. “D’yer Mak’er”) .