Blog Image

Sadeler's blog

If I were a miller at a mill wheel grinding, would you miss your color box, and your soft shoe shining? (c) Tim Hardin

Link naar:  windmolens, Facebook   Meer weten? contacteer mij. 

Opgelet: Alle artikels en foto's zijn beschermd door copyright. Alle overeenkomsten tussen bestaande personen en personages berusten op louter toeval. Topfoto (c) Michel Verdoodt.

Een hete augustusnacht in 1972

Recensies in rock Posted on 08 sep, 2022 19:31

Neil Diamond: Hot 24 August Night 

Album hoes: Hot August Night Neil Diamond

In Los Angeles startte op 24 augustus 1972 een reeks concerten die een week zou duren. Plaats van het gebeuren: The Greek Theatre in Los Angeles. Op het podium stond de op dat ogenblik alom gewaardeerde Neil Diamond. Het concert van de avond van de 24’ste augustus werd geregistreerd en verscheen enkele jaren nadien als Hot August Night. Een dubbel album waarop zelfs dan een aantal nummers ontbraken. Dit vanwege de beperkte ruimte die vinylplaten boden. Iets wat later deels werd goedgemaakt ter gelegenheid van een heruitgave op CD. Nog tien jaar later, in 2012, verscheen een luxe uitgave opnieuw aangevuld met extra nummers, die we jaren lang moesten ontberen. 1972, het jaar van ‘Cracklin’ Rosie’ en ‘I am… I said’, mag je gerust bij de hoogdagen van Diamond’s carrière tellen. 

Neil Diamond presteerde het om drie jaar later zijn ‘credibility’ zo goed als om zeep te helpen door een soundtrack te schrijven voor de film ‘Jonathan Livingstone Seagull’. Er zijn er meer die hun carrière via een plotse wending in een andere richting stuurden en helaas hierdoor door het eerder  rockminded publiek naar de vergeetputten werden verwezen. 

Denk alleen nog maar aan de ‘disco Bee Gees’, of de zeemzoeterige Demis ‘We shall dance’ Roussos, die toch goed uit de verf kwam op het album ‘666’ van ‘Aphrodite’s Child’. 

Voor Neil Diamond de klap van de zeemeeuw kreeg, was hij al minstens sedert 1966 bekend bij het groot publiek. Zei het niet onder eigen naam, maar via songs die tot ons kwamen via andere popidolen. 

Wie oud genoeg is en bijv. de kaap van zestig al rondde brulde zeker ooit mee op ‘I am a believer’ en ‘A little bit me, a little bit you’’.  Allebei ‘van’ de Monkees.

In 1967 verscheen op het ‘Bang’(*) label van Bert Berns, waar ook een zeer jonge Van Morrison met Brow Eyed Girl en Spanish Rose onderdak vond, het nummer Kentucky Woman.  Bij ons zat het plaatje in een geel hoesje. Een dijk van een song, die wat later gretig aftrek vond bij ondermeer de dan nog embryonale band Deep Purple. Dichterbij in Nederland coverde de Tee-set zanger Peter Tetteroo het nummer Red Red Wine. Wat later met nog veel meer succes werd overgedaan door UB-40.

Minder bekend is het feit dat noch Peter Gabriel, noch Paul Simon eerst waren met het integreren van wereldmuziek in hun repertoire.  Ook op dat vlak valt de eer te beurt aan Neil Diamond. Een divers gamma aan instrumenten werd geïntegreerd in het epos rond ‘Soolaimon’ van begin jaren 70. Je kan het terugvinden op ‘Tap Root Manuscipt’(**), zeker niet een van de bekendste platen van Neil.  En precies met die nummers uit de Soolaimon plaat besloot Neil in augustus 72 zijn shows.  Plaatkant 4 van Hot August Night draagt alleen al om die reden onze voorkeur weg. 

Terug naar Hot August Night. De plaat bevat verder meer bekend materiaal zoals het indertijd in de lage landen geliefde Solitary Man, Cherry, Cherry, Sweet Caroline, Girl You’ll be a woman soon, Song song blue en Cracklin’ Rosie.  Plaatkant vier is voorbehouden, tweeëntwintig minuten lang voor ‘Holy Holy’, ‘I am… I said’ en ‘Soolaimon/Brother loves travelling Salvator show’.

Tussen de bonus nummers op de cd treffen we eindelijk ook ‘Kentucky woman’, en op de 2012 Deluxe Edition werd daar nog extra ‘Gytchy Goomy’ plus de voorstelling van de band aan toegevoegd.

De laatste jaren is het stiller geworden rond Neil Diamond al is hij altijd platen blijven maken.  Op een gegeven ogenblik, om precies te zijn in 2005, heeft Rick Rubin zich over hem ontfermd als producer.  Dit resulteerde in een zesentwintigste plaat ‘12 songs’. Helaas gebeurde met de carrière van Neil Diamond daarna niet hetzelfde als met die van bijvoorbeeld Johnny Cash.  

Zoals zo vaak het geval is zal Diamond bejubeld worden wanneer het te laat is. De man is intussen 81 jaar oud.

Deze zomer, tijdens de warme augustusavonden zullen we Hot August Night (***) nog vaak opleggen. 

—————————

(*) The label name, “Bang,” is actually the first initials of the four of them (Bert Berns, Ahmet Ertegun, Neshui Ertegun, and Gerald Wexler). He was personally involved with a lot of things with the label.12 jul. 2003

(**)Tap Root Manuscript was de zesde langspeler die Neil Diamond uitbracht in de herfst van 1970. Vooral kant twee was doorspekt met Afrikaanse instrumenten. Naast Cracklin’ Rosie bevatte de plaat ook een cover van een Hollies nummer: He ain’t heavy he’s my brother.

(***) Opgelet verwar de plaat uit 75 niet met de later uitgebrachte Hot August Night II, een live concert uit 1987, of met Love at The Greek, een registratie van een concert uit 1977.  Ook niet te verwarren met Hot August Night/NYC: Live from Madison Square Gardens uit 2009. In 2018 kwam dan ook nog Hot August Night III uit.



Kamperen, deel 1: Kalisjesap.

Forever Young Posted on 24 aug, 2022 12:33

De rust op de kamping laten mij toe te reflecteren over mijn kampeerverleden. Ook al wordt die rust af en toe verstoord door helse tuigen die zij aan zij doorheen het luchtruim van de Conwy vallei scheuren.  Iemand die weet waarom ze altijd per twee oefenen? 

In gedachten zie ik de ‘Zavelput’ uit mijn jeugd. Wat lager is men begonnen met de aanplant van een partij rozelaars. De drukte van de steenweg lag een eind weg. Auto’s hoorde je er amper.  De steenweg was toen nog een holle weg, en bomenrijen fungeerden als schermen. Gelukkig zijn, de zuid-, de west- en de noordkant ongeschonden gebleven, hier bij de Zavelput. Moet dit niet dringend vastgelegd worden voor het nageslacht? Het is een stuk eenvoudiger dan hen overtuigen en meetronen naar hier. Ze zouden het vermoedelijk eerder banaal vinden. 

Vanaf de Zavelput kijk je uit over de molenbeek vallei, waar de boomgaard met appels is verdwenen. Daar hoef je ‘de draad’ niet meer te doen.  Vroeger leek het alsof het Zomerhuisje in een bos lag. Ook dat werd gerooid. Andere bospartijtjes kwamen er voor in de plaats. Hier gaat de tijd traag nog traag en vallen wijzigingen amper op, alhoewel…. het oude huisje van Pee dat ons scheen als een Hans en Grietje peperkoekenhuis overleefde de sixties niet. Een groter exemplaar aangepast aan de noden van de jaren zeventig, fantasielozer, kwam in de plaats. Het mocht er net geen vijftig jaar blijven, om over te gaan in een kubistisch gedrocht, dat misschien past bij de nieuw aangelegde betonweg, maar dat zeker en vast zou gevloekt hebben tegenover de vroeger aanwezige vlasroot put.  De aanwezige bloemenserres van De Nijs deinen verder uit. De hele regio hier is doorspekt met kleine bospartijtjes, die spijtig genoeg aaneengeregen worden door een overvloed aan maisvelden.  Geen mens die nog weet dat Maurice de zavelboer, zich hier, in deze kouter, kwam bevoorraden.

Ik kan eindelijk begrijpen dat mijn vader daar beneden in dit stukje van de wereld zijn ankerplaats vond.  

Vandaag was een dag waarin je het geluid van ‘a screaming day’ kon horen. In de verte hangen enkele luchtballons bijna roerloos, boven de Onegem Meers. Een uitgelezen plek is het hier aan de Zavelput om toe te zien hoe de meanderende beek, netjes de warme betonnen stad ontwijkt.  De avond valt net nog niet. Het zomeruur zorgt er voor dat we twee uur vooruit lopen de echte sterrentijd. Halfnegen zou het moeten zijn, of nee eigenlijk halftien. Het is vandaag precies een week na kermis, en iedereen weet dat het vroeger in de kermisweek om acht uur donker werd.  Wordt dit het afscheid van een zomer? Blauwachtige nevels duiken op. De rozen ruik je tot hier. Ogenblikken om te delen. 

Kamperen, het blijft iets eigenaardig, en er zullen zeker een heleboel mensen zijn die het nooit hebben gedaan, of vinden dat het iets voor de jeugd van giro of scouts is.  Wie ons leerde kamperen?  Dat zijn verre herinneringen die teruggaan tot 1963 of 1964. We togen op weg samen met W, ons klein dekentje, enkele boterhammen en een drinkbus gevuld met ‘kalisjesap’(*) tegen de dorst.  Kalisjesap…. een combinatie van een stukje van een stok zoethout en een zwarte stek ‘sjinzjip’. Of hoe dat ook mag heten.  Deze attributen opgelost in water met een flinke scheut suiker er bovenop moet voor ons de allereerste versie van zelf gebrouwde coca-cola zijn geweest. 

De Zavelput, hoe vaak we er de wolken hebben bewonderd tijdens vakanties, of we er op vrije woensdagnamiddagen, op onze ruggen lagen. Hert aantal kampeermomenten aan de Zavelput valt niet meer te achterhalen, maar het zal minstens zo vaak geweest zijn als de keren dat we verder afzakten naar de ‘Parijbossen’.  En ook daar  brachten we onze  namiddagen door, liggend op onze dekentjes verhalen verzinnend. Via de ‘Krevelhoek’ en het ‘Kruiske’, een smal baantje,  dat weer uitgaf op een veldweg, bereikten we een kruispunt van veldwegen.  Hier op deze ‘crossroads’ verkocht niemand zijn ziel aan de duivel, maar werd wel in de jaren vijftig een oud vrouwtje vermoord. Verschillende boeren uit de omtrek werden hierover aan de tand gevoeld, maar nooit is aan het licht gekomen wie daar een moord pleegde. Onze ouders wisten doorgaans niet dat we daarheen liepen, want op enige goedkeuring viel niet te rekenen.  Dit bleef voor altijd een plek des onheils, temeer daar de dader nooit was gevat.  Bang zijn we op die plek nooit geweest, en hoe vaak hebben we er niet gekampeerd? 

In die dagen, zag je nog net voorbij de Zavelput, vanaf het hoogste punt langs de weg,  het silhouet van de ‘Tucmolen’ heersen over zijn omgeving.  Gemalen werd er nog amper in die houten reus, want we zaten toen al in de nadagen van koning windmolen.  De bomen groeiden nog niet tot bij de wolken. Het zou vandaag onmogelijk zijn om, vier kilometer verder,  een glimp op te vangen van de molen, temeer ook omdat hij op die plaats niet meer staat.  In dat verre westen, uit onze kindertijd, slechts enkele dorpen verder, boven de  bomen uittorend, mis ik dat silhouet van de Tucmolen.

Tijdens een van van onze kampeermomenten zijn we ooit richting ‘Papegem’, gewandeld om de molen van dichtbij te bewonderen, met als uiteindelijk resultaat: veel te laat thuis. 

De molen fascineerde ons. We waren er ons van bewust dat die een heel eind weg stond. 

Ouder dan twaalf kunnen we niet geweest zijn. Niemand mocht weten van ons plan, want toestemming zouden we toch nooit gekregen hebben. En dat leidde er toe dat we de kortere terugweg via de baan van Gent naar Aalst niet konden nemen en we dus verplicht waren een grote omweg te maken, terug via ‘Overimpe’ en de Zavelput, de weg langs waar we waren vertrokken. Telkens ik langs die weg, de ‘Overimpestraat’  voorbij kom zie ik nog altijd het ijzeren toegangshek van een wei, waar we veel tijd verspeelden.  Dierenvrienden als we waren wouden we een koebeest redden dat de stommiteit had begaan van zijn kop tussen de spijlen van dat hek te steken.  We weten allemaal dat het gras altijd groener is aan de andere kant van de heuvel, iets wat dit onvolwassen beest ook zal gedacht hebben toen het haar kop, vermoedelijk, schuin doorheen het hek stak.  Het kon niet meer terug en stond dan maar wat te blèren. Ons besluit stond vast. We zouden koe junior even helpen.  Met volle kindermacht probeerden we de kop van de koe opnieuw schuin te draaien om het dan achterwaarts te duwen weg van het hek. Dat het beest zich zo krachtig zou verzetten, en dat het geen jota van ons geduw en getrek begreep, daar hadden we echt niet op gerekend. Au contraire, het beest wrong tegen dat het geen naam had.  We zijn uiteindelijk met spijt in het hart opgestapt, het blèrende beest achterlatend.  Iemand, de boer (?) zal het probleem uiteindelijk wel opgelost hebben, durf ik te hopen. De onderneming hadt er wel voor gezorgd, dat we uur en tijd uit het oog hadden verloren. Rond acht uur arriveerden we en het was meteen duidelijk dat onze ouders daar niet stonden om ons met open armen te ontvangen en ons te feliciteren met onze expeditie. De verwelkoming leek eerder op een scheldtirade. Al zullen ze in hun hart wel blij geweest zijn dat ze ons niet kwijt waren.  Ik herinner mij alvast niet dat we er huisarrest voor kregen. 

We bleven een tijdje weg van onze kampeerstek aan de Zavelput.  

Bij enkele families in de buurt doken in die tijd, plots “echte” tenten op.  Of daar ooit mee gereisd werd is mij niet bekend. In de zomer werden ze vaak opgesteld in de achterliggende tuinen. De ene hadden een azuurblauwe daktent, anderen dan weer een kakikleurige ex-legertent, of zoals bij ons een zelf in elkaar gestikt exemplaar dat zo uit de Singer kwam gerold, en met geknotte stokken uit de boomgaard rechtop werd gezet. Op de “vloer” spreidde ik een leger van biezen uit. Er stonden genoeg biezen achter in de boomgaard waar het, vooral in de winter nogal drassig kon zijn. 

Op zekere dag kreeg ‘Jean-Pierre’, de zoon van de beenhouwer, een spiksplinternieuwe tent.  Het was een hete zomer, en er zat onweer in de lucht. Een zomerse vakantiedag waarbij je al kort na de middag het gevoel kreeg dat het niet echt goed zou aflopen, maar dat deerde ons niet. Met in totaal drie tenten togen we richting Zavelput, tot bij een kruispunt waar voldoende plaats was om de tenten op te zetten. Na nog geen uur zag het er naar uit dat zou gaan pijpenstelen regenen.   Er was amper een tent rechtgezet. R. en M. waren de enigen die daar wat ervaring in hadden. 

Net voor de regen met bakken uit de lucht zou gaan vallen, zette de beenhouwer bij hem thuis de handen aan de mond en hoorden we hem “Jeannnnnn-Pierrrrrrrre” roepen.  Wanneer de beenhouwer, de handen aan de mond zette om J.P. Naar huis te sommeren kon je dat waarschijnlijk in heel het dorp te horen. Jeannnn-Pierrrrrrre, hoorden we enkele keren na elkaar, en dat het nodig was stelden we zelf ook wel vast, want niet zo heel ver van ons begin de lucht stilaan asgrauw te kleuren. 

Hoe snel we alles bij elkaar gepakt hebben, weet ik niet meer, maar het werd rennen tegen de klok, of beter tegen het onweer. Net op tijd waren we in die grote garage naast de beenhouwerij waar de vleescamion stond, waarop J.P. jaren later in sierlijke letters zou schilderen: ‘Verver van dieren’. Tot groot jolijt van ons en woede van vader Marcel die uitriep: “Maar Jean-Pierre toch, ziede da ni… kemel”. De camion was bedoeld voor ‘Vervoer van dieren….’

De volgende dagen lepen we onder een vel plastiek van een paar vierkante meter door de gietende regen naar de watermolen. 

Wij zijn er regelmatig blijven op uittrekken met ons rugzakje en dekentje, en onze boterhammetjes.  Bij de spoorwegovergang op ‘Speckaerts’ gingen we treinen spotten, ook al kenden we niet eens dat woord.  Bij de nieuwe brug over de E40 tussen Erpe en Mere telden we auto’s.  Jij neemt de Volkswagens, ik neem de Volvo’s… zo ging dat. Iedereen koos een bepaald merk, en dan was het om ter eerst honderd halen, of bij een andere gelegenheid telden we ‘anderlanders’.  Kids just want to have fun….

Met ouder worden en nieuwe uitdagingen die zich aandienden verdween kamperen uit ons leven, of toch weer niet?  Vervolgt….

(*) Meer weten over kalisjesap? https://www.variaties.be/wp-content/uploads/2017/03/variaties-op-je-bord.pdf

https://www.bruzz.be/culinair-ontdekt-drop-2011-08-18



Erondegem kermis 1965

dagblog Posted on 08 aug, 2022 18:16

Enkele jaren geleden reed ik omstreeks deze tijd door mijn verleden. Begin augustus, de eerste zondag, is het nog steeds traditioneel te Erondegem kermis. Tegenwoordig sluit men de dorpskern af en laat men koning auto omrijden. In onze jeugdjaren kon dat niet, en werden de foorkramen verspreid over het dorp.

Vandaag, een paar jaar geleden, rij ik niet langs de knooppunten maar laat ik mij drijven op de wind, om uiteindelijk op de eeuwenoude weg van Aalst naar Gent te belanden, ergens voorbij de Hongegem aan de Schaapstal. Eeuwenoud? Jawel sommige stukken gaan terug tot de Romeinse heerbanen. We staan er niet meer bij stil dat de N9 die er zo kaarsrecht bijligt er ooit niet is geweest in de periode voor 1700. In die tijd reed je tussen Aalst en Gent via een aantal dorpskernen naar Gent. Oude kaarten van het Land van Aalst laten nog zien hoe je vanuit Aalst via de kerken van Erpe, Erondegem, Oordegem en Melle Gent bereikte. Ik fiets het stuk naar Erpe, Erondegem en Oordegem, om daar bij de molen af te takken richting Wetteren en de Schelde tot Schellebelle.
In Erondegem maken ze zich klaar voor de start van een wielerkoers. En ach ja bedenk ik, inderdaad begin augustus heeft hier nogsteeds de plaatselijke kermis plaats. In een flits is plots 1965 terug. Een onbezorgde tijd, alhoewel, waarin we op een warme vakantiedag te voet naar Erondgem liepen, om er rond te hangen op de kermis. Een kermis, anders dan onze eigen kermis. De attracties lagen er verspreid over het dorp en de aanpalende Zandstraat, waardoor er voldoende ruimte was voor enkele kermisattracties die er bij ons nooit bij waren. Een lunapark bijv. met grijpers. In Mere en Lede hadden trof je die ook wel aan, maar dan wel zonder jukebox. In Erondegem stond links bij de ingang, een exemplaar dat werkte met 1 frank stukken, en dus niet zoals gewoonlijk in de cafes met stukken van vijf frank. Behoorlijk bereikbaar voor ons zou je denken, al moet gezegd dat wij in die tijd door de week nauwelijks een frank zakgeld bij hadden.
Waarom herinner ik mij die jukebox? Omdat er uiteraard een verhaal aan vastzit. In die jukebox zaten naast recente hits ook oldies van de beste groep aller tijden, zeg maar de Beatles. Zelfs ep’tjes als ‘Twist and shout’ en ‘Long tall sally’ waren aanwezig. ‘Rock and Roll Music’ was de kraker van het moment. Al behoorden ‘Satisfaction’ van de ‘Rolling Stones’, ‘Like a Rolling Stone’ van ‘Bob Dylan’ ook tot de goddelijke liedjes van die tijd. Kortom wij kromden het merendeel van de onze ruggen boven dat ding om toch maar niets te missen van wat uit die muziekkast kwam. Uiterard mag in een foorkraam de muziek nooit stilvallen, en dus zal er wel regelmatig iemand van de attractie zelf er voor gezorgd hebben dat er ‘plaatjes geduwd’ werden. Wij zagen enkel iemand die, wat in onze ogen leek op een strookje karton, er in stoppen. Dat leek ons dus wel wat en bovendien ook zelf doenbaar. Van een weggegooid leeg pakje sigaretten of waren het Rizla blaadjes, vouwden we een stukje karton dat net in de geldsleuf paste. G. stopte het er in en we duwden enkele platen, die er gek genoeg kwamen. Wat meer dan zeker toeval moet zijn geweest, of mogelijks kenden wij zelf ook enkel de smaak van de fooruitbater? In elk geval duurde het zeker geen kwartier eer de verantwoordelijke ons ongezien benaderde en G. een souflet rond zijn oren gaf. Hij koos duidelijk voor de kleinste, en minste weerstand. We zijn afgedropen. Naar alle waarschijnlijkheid zullen er schroevedraaiers aan te pas gekomen zijn om die geldinworp sleuf weer vrij te krijgen. Konden wij het verhelpen dat wij Beatlesfans waren, en dat de kermis de enige plaats was waar je genoeg volume aantrof om echt te genieten? Het zou overigens nog tot ’68 duren eer ik in Erondegem een eerste voet zette in een danszaal (cafe De Klok met aanpalend zaal Claudia), maar dat is dan weer een ander verhaal. Te lezen op: https://blog.sadeler.be/2018/09/25/uit-een-dagboek-geschreven-in-1968-grote-vakantie-augustus-188/
Van Erondegem loopt de weg via een afdaling naar de Molenbeek en het Hoeksken naar Strijmeers, al zal de kasseiweg hier en daar een stukje verlegd zijn door de komst van de spoorweg. De lijn (maalroute in de volksmond) van Brussel naar Oostende via Gent. De oude straat volgt langs de linkerkant vanaf Streimeers de spoorweg. Een weg waar je nog met een auto door kan komen mocht je dat willen. Hier ligt nog een echte kasseiweg, geen straat geplaveid met nieuwerwetse Vietnamese op maat gekapte kasseisteentjes zoals op de Grote Markt in Brussel of de Molenbeekse Havenlaan. Nee kasseistenen zoals die waarover de witte meer dan 120 jaar geleden naar school liep. Grote lompe stukken steen naast kleinere stukken om het geheel toch wat in elkaar te laten passen. Wegen die men nu mijdt durft mijden bij het uittekenen van fietsroutes. Het zijn wel de paden van ons verleden. Op weg naar het eerste en tweede studiejaar liepen wij viermaal daags langs dergelijke straten. Wegen zoals de Putstraat. Een smal assebaantje, verder een bredere met asse verharde weg langs een oude vlasrootput, en ten slotte een zoals net beschreven kasseiweg.



Mei 2022 – dag 6 – Abergavenny- Monmouth – Cheltenham-Woodstock – M25

Zes dagen onderweg Posted on 18 mei, 2022 13:09

Six days in May 2022: dag 6


Dit werd uiteindelijk weer een dag om niet snel te vergeten. Vroeg begonnen, laat geëindigd. Abergavenny en Monmouth in de ochtend, Cheltenham en Woodstock in de namiddag. Uitzicht op een veel te vroege aankomst in Dover, wat dan toch weer tegenviel. In Cobham aan de zuidkant van Londen langs de M25 gestopt voor een laatste plas en een Strabucks Americano. ‘Jawel mevrouw, om mee te nemen,’ want zin om onmiddellijk een halve liter hete koffie soldaat te maken, had ik net niet. Nog binnen het kwartier van de resterende reistijd, er resten nog 158 km, begonnen de borden boven de weg mij er opmerkzaam op te maken, dat ik maar beter voorzichtig kon rijden, want ‘er lopen beesten op de weg’. Tot wel vijf keer toe, en nergens noch een koe noch een verdwaald varken te bespeuren. En dan gebeurde het: plots stonden we met zijn allen stil. Daar stonden we, minstens een uur en driekwart. Weg slonken de minuten die ik daarnet nog op overschot had, en wat later ook de minuten waarbinnen ik had moeten inchecken in Dover. Dat wordt dan de eerste keer in 41 jaar dat ik een boot mis. Bij een maatschappij waar ik voor het eerst de oversteek met maak: DFDS. Hopelijk vragen ze geen toeslag, en zit de eerstvolgende boot niet overvol. Dat deden ze toch, ook al compenseerde dat met het origineel betaalde bedrag, want de nachtboot was een zelfde som voordeliger. Dit wordt alvast thuiskomen een kot in de nacht. Behalve een uitgebrande auto die getakeld werd zagen we niets van het hele incident. Letterlijk geen kat te zien. Vermoedelijk was alles verholpen door de drie brandweerwagens die zich met veel moeite een weg konden banen op de vier rijstroken, waarop de talrijke stilstaande wagens weinig ruimte lieten.
De miserie van het loslopend wild, al kan het ook tam wild geweest zijn, is nog maar pas voorbij en er werd nieuw onheil gepresenteerd. Werken langs de weg, waardoor het verkeer naar een rijstrook werd geleid, waarop een snelheidsbeperking goldt van 30 mijl per uur. 48 Km per uur, en gecontroleerd door camera’s die de gemiddelde snelheid meten. Precies 48 km per uur rijden, of net wat minder, daar moet je een lichte voet voor hebben of cruisecontrole gebruiken, en die is niet voorhanden. Bij de minste daling in de weg ga je over de limiet. Om dit meer dan 10 km vol te houden is enige concentratie verreist. En na een ganse dag karren wil die concentratie wel eens wegebben, met als resultaat dat je je plots bevindt op een afslagstrook naar een wegrestaurant. Bon, snel voorbij rijden en de andere kant weer de snelweg op. Had gekund, maar deze keer niet, vanwege afgesloten aan die kant. De voorgeschreven omweg volgen, die leidde naar een eerdere afrit, tikt nog een kwartier bij op de teller.

Bij de incheck zie ik nog net de lichtgevende letters, aangaande corona en bewijzen. Dit kan toch niet waar zijn? Afgelopen vrijdag was er nergens sprake van die akelige aandoening. En nu zouden de Fransen dan toch weer strenger zijn dan de Britten? En jawel de madame van de Franse politie, of was het douane, vraagt naar een bewijs. Ik gebaar van krommenaas, en laat duidelijk zien, dat ik geen papier van een test of iets dergelijks bijheb. Geen ‘passenger location form’. Ze kijkt bitter ernstig. Heb ik een probleem? ‘Et votre telephone?’ probeert ze. Ik duik de auto in en hoop dat de app, die ik in geen half jaar meer gebruikt heb, nog werkt. ‘App downloaden’ verschijnt er op het schermpje van mijn Apple-genoot. Dat zit niet goed, of toch, want ik zie onder de boodschap wel nog het lijstje met certificaten. Het oudste meldt, in het rood, dat het vervallen is. Achter de boosterprik zit gelukkig nog de QR code die ze inscant. Ik krijg een wit papier met een stervormig teken.
De man van de Britse politie gebaart mij om niet uit te stappen, wat ik telkens moet, omdat al die passage hokjes aan de kant staan van het stuur van Britse wagens. ‘Waar ga je heen?’ ‘België.’ ‘Naar huis?’, ‘jawel.’ En ik mag zonder meer door. Geen verdere douanecontrole. Bij de volgende stop mag ik mijn wit papier met ster alweer inleveren. Ik heb geluk want de boot van kwart na twaalf ligt nog op mij te wachten. Weinig volk op deze nachtboot, en van de weinige passagiers ligt de helft, verspreid op de zitbanken, te maffen. Het merendeel zijn Polen of andere Oost-Europese chauffeurs. Onbewust loop ik ‘hun’ refter binnen, bestel fish and chips, waarvoor ik enkel het bijgeleverde flesje water betaal. Niemand die zag dat ik geen truck bestuur. Inderdaad raar dat ik nergens een menu of prijslijst zag. Fish & chips on the house.

Deze morgen in Abergavenny, in de Markthal, viel op dat verschillende standen leeg waren, en er minder volk rondliep dan vorige jaren. Niet vanwege de regen, want die hield vorige jaren ook niemand tegen. Vele van die standhouders zijn oudere sociaal voelende gepensioneerden die wat bijverdienen, van gezelschap en een babbel houden. Ik mag hopen dat ze niet van de aardbodem zijn verdwenen door corona. Heeft Brexit er wat mee te maken? Is er minder aanbod op de bric-a-brac markt? Dat laatste was ook voelbaar in de charity shops, waar amper nog wat te vinden is in de cd bakken of op de boekenrekken. Zou het kunnen dat de Britse cd’s voornamelijk in Europa werden geperst, en dat daardoor het aanbod opdroogt? Dat was in elk geval zo voor de covermounted cd’s bij de muziekbladen Mojo en Uncut kort na Brexit. Al zullen ook de jonge ‘sterren’ die digitaal werken vanop hun zolderkamertjes, minder nood hebben aan cd’s. En toch gelooft de man in Hay in zijn Haystack muziekshop er nog in. Cd’s en cassettes komen terug wist hij mij gisteren te vertellen.
Mijn anderhalf uur gratis staan op de parking van Morrisons zit er op. Ik ben een paar minuten over de limiet gegaan. Zal die camera mijn nummerplaat echt herkennen? Hopelijk niet.
In Monmouth mag je bij de rivier, achter de kerk, een uur gratis parkeren. Het standbeeld van Rolls of was het Royce staat nog altijd trouw op zijn zelfde plaatsje. Ook de boekshop waar ik, jaren geleden, ooit in opgesloten raakte is er nog altijd. In hetzelfde straatje neem ik enkele foto’s van het Savoy theatre. Een oude cinema die nog steeds theater, film en muziek aanbiedt, getuige de affiche van de Chris Barber Big Band die er binnenkort aantreedt.
Het is opgehouden met regenen onderweg naar Monmouth, vaak ook de poort naar Wales genoemd. Rockfield ligt op een boogscheut hier vandaan. Plaats waar in een oude boerderij, de stallen werden omgevormd tot studio’s, Bad Company een plaat opnam. Ook Queen nam er onder andere Bohemian Rhapsody op. Zelfs Oasis trok er jaren later heen.
Om van Monmouth naar Cheltenham te rijden, moet je bij Worchester de Severn over, en rij je verder de autoweg M5 op richting Bristol. Ik herinner mij dagen in Cheltenham waarbij het zoeken was in de auto-atlas en vooral letten op borden langs de weg met de benaming begraafplaats. Vandaag geeft de GPS precies aan waar je links of rechts moet, en waar je eindbestemming ligt. En dat kan dan bijv. een kleine parkeerplaats zijn, midden op een kerkhof, op enkele passen van de laatste rustplaats van Brian Jones, oprichter van de Rolling Stones. Er is weinig veranderd. In de plastic box achter de grafsteen ligt een nieuw dagboek, waarin toch weer enkele bezoekers iets neerpenden. Vaak wordt er verwezen naar het feit dat Brian de echte oprichter van de Stones was, in tegenstelling tot wat de jongeren van tegenwoordig wordt ingelepeld. Ik neem enkele foto’s van de hoge sparrenbomen bij het graf, die ik ooit verkeerdelijk omschreef als eiken. Op dit kerkhof is het een feest voor wie van oude en hoge bomen houdt. Op de onder duivenstront bescheten bank zoek ik een paar centimeters schone ruimte om nog wat te verpozen. Ik heb nog tijd zat en Dover is nog ver. Eerstvolgende stop wordt Woodstock, waar de tearooms net hun deuren sluiten wanneer ik aankom, en ik zoals enkele jaren geleden de Star Inn (https://www.thestarinnwoodstock.co.uk/s_photo.asp ) binnenloop. Nog steeds een café waar classic rock uit de speakers komt. Dylan, Crosby, Stills Nash & Young beroeren er de trommelvliezen. De koffie Americano maakt mijn gestel enigszins loom, en dat merk ik later op de ringweg rond Oxford, voorbij Wolvercote, en andere aan Morse herinnerende plaatsnamen. Vanuit Cheltenham rij je Woodstock binnen via de Woodstock Road, uit het allereerste Morse verhaal. Ik laat Oxford rechts liggen, ook al mag ik in die Britse steden nog overal binnen met mijn 465.000 km oude diesel. In Brexitland kent enkel Londen een Lez (Low Edition Zone), en die geldt dacht ik voor iedereen. Het is vijf na halfzeven, wanneer ik de lange bocht naar de M25 neem, op weg naar de laatste stop te Cobham langs de snelweg. Ik heb ruim de tijd om er de benen te strekken. Mijmerend aan een tafeltje buiten, met mijn papieren beker Americano, gaan mijn gedachten terug naar die aprilmaand in 1981 wanneer ik samen met Janneke en Diane, in Cobham, bij de familie Bennett, in hun sneeuwwitte living, aan tafel zat voor het avonddiner. De kleur was bedoeld als herinnering aan hun huis in Afrika, in Rhodesië, waar ze ten tijde van de regering van Ian Smith woonden. We hadden net ervoor, achter in hun tuin hun dartelende Chow Chows gefotografeerd. Zij was een autoriteit, voorzitster van de Chinese Chow Club, en stond op onze lijst van te bezoeken Chow kennels dat voorjaar in 1981. Het was onze laatste stop eer we met luttele aanwijzingen van hen dwars doorheen Londen reden via de North Circular Road, er was nog geen M25 in die dagen, en we van Dover naar Oostende voeren. Er is veel veranderd in al die jaren. Van Londen merk je niets meer bij een doortocht naar het Noorden, of Westen. Alles gaat nu een stuk vlotter, tenminste…. zie begin van dit verhaal.



Lijst-ernest 2021 – een gecoroneerd jaar.

Het Lijsternest Posted on 31 jan, 2022 13:30
Foto editorial purpose by David McClister

31 januari, de dag waarop de koning zich richt tot ‘de gestelde lichamen’, ook wel de laatste dag waarop terugblikken op het vorig jaar nog net mag, en een nieuw jaar in gang wordt geschoten. Er is dankzij Nelis Dejongere, de laatste dagen heel wat te doen rond Spotify. Dat is die beker die vooralsnog aan ons voorbijging. Via een selecte Kringwinkel keuze valt namelijk een behoorlijk alternatief te verwezenlijken.  En er zijn hier en daar nog wel enkele echte platenwinkels die overleefden, en zelfs Mediamarkt biedt gelukkig nog steeds mooi spul aan. En dat bleek nog maar eens tijdens een laatste passage, in de periode van korte dagen en lange nachten, bij deze gigant, waarje nog altijd het echte zoekproces kan beleven.  Een tijd waarin elk radiostation, zich begeeft aan een top honderd of meer, waarbij overdrijven de boventoon voert.  Want hoe kom je anders op het idee een top 2000 samen te stellen.  Toegegeven het is een makkelijke manier van uren vullen met muziek waar niemand last van heeft. Ze kunnen weinig fout doen, en laat ons eerlijk zijn, wie ligt wakker van de volgorde.  Of een nummer nu op 1875 staat of op 604, dat maakt geen moer uit.  Trouwens dat die rangorde bepaald werd door de luisteraars, dat gelooft niemand. Toch? Wat er in de hoogste regionen zweeft, ook is intussen ook bij iedereen gekend.  Elk station heeft zijn klassiekers, en zijn pappenheimers die er voor zorgen dat de slappere versie van Fleetwood Mac met een schabouwelijk nummer zich nestelt naast een albumtrack van Pearl Jam.  ‘Nog een glaasje wijn?’  ‘Dank je wel.’ Die lijsten zijn niet meer of niet minder dan het herhalen van de serie De Kampioenen, maar dan op radiovlak. Overigens kocht ik eindelijk dit jaar die bewuste cd van Pearl Jam, voor de prijs van 1 euro.  Iemand moet hem beu geworden zijn, en heeft het kleinood uiteindelijk naar een kringwinkel gebracht.

Die kringwinkels zijn een uitgelezen manier, om voor de prijs van een zilveren schijfje, verschillende artiesten te leren kennen, zij het dikwijls met vertraging.  Dikwijls met jaren vertraging.  Dit jaar Beck gekocht.  Nee niet de Jeff, wel die andere, en toegegeven hij kan nummers maken. Maar net niet genoeg om er een top cd met te vullen.  Het coronajaar 2021 zal voor ons het jaar van Emmylou Harris blijven.  Een jaar eerder ‘herontdekt’, en nu volop onze schade ingehaald.  Zelfs via een box van alweer jaren geleden.  Een andere beste koop was de mij onbekende live CD van Gram Parsons uitgevoerd en opgenomen in de seventies.  Wat zou Emmylou eigenlijk denken over Keith R. zonder wie Parsons misschien nog onder ons of bij haar zou zijn geweest?

Een streepje klassiek mag altijd en zeker als het via de bekoorlijke stem van Sarah Brightman tot ons komt. Uiteraard weer teveel gekocht, en dat leidt dan weer tot te weinig plaats om nog te stockeren.  Volgend jaar wordt het anders. Maar zeg nu zelf, je kan toch geen blues cd van Jeremy Spencer laten liggen, ook al heb je van de bewuste cd  nog nooit gehoord. De uren luisterplezier, na datum blijven beklijven.  Ik laat nooit spullen liggen van John MacLaughlin, dat mag blijken uit het overzicht.  De man nog ooit nog aan het werk zien, zal meer dan waarschijnlijk niet meer lukken, vanwege leeftijd en  de stilaan in zijn vingers kruipende kwaaltjes.  Een andere ontdekking tijdens de laatste paar jaar is zeker en vast Al Di Miola.  Wie wil kan eenvoudig bevriend worden  met hem via facebook.  Wat hij met een aantal Beatles nummers heeft gedaan is superieur. Regelmatig ‘live’ te horen via zijn eigen facebook kanaal.

Kringloopwinkels zijn tegenwoordig ook een vindplaats voor wie op vinyljacht wil. Toegegeven je moet er snel bij zijn, en daarbij komt, af en toe,  de eindeloze vrijheid van de jong gepensioneerde goed uit. Toch al een paar keer meegemaakt dat een medewerker de rekken komt bijvullen net na het binnenkomen, en dat er geen andere vinylfanaat aanwezig is, want dat laatste is de pest.

Prachtig vinyl gekocht dit jaar Humble Pie, The New Inspiration, Mahavishnu Orchestra, The Bee Gees of zelfs Elvis.

Uiteraard blijf je voor nieuw materiaal aangewezen op Mediamarkt.  Ik blijf het vertikken om de makkelijke weg op te gaan en te kopen via Bol of andere punt kommen. De herinnering aan de woensdagnamiddag bij Kiekens, in de Zoutstraat, waar je met een nieuwe lp van Floyd of Zeppelin naar buiten stapte daar kan geen webshop tegenop.  Zelfs al moest je uiterst voorzichtig fietsen, wilde je niet hebben dat de plaat tussen de spaken van je voorwiel terechtkwam, en duurde het nog minstens een uur eer de naald dan eindelijk door de groef kliefde.  Erfgoed moet in ere gehouden worden.  Een vijftiental cd’s moeten de business gaande houden, want wanneer niemand nog cd’s koopt in een werkelijke winkel, pas dan zijn we nog een stuk verder van huis.   Er zijn al bibliotheken bekend die alle cd materiaal hebben buitengegooid. Vermoedelijk op de schroothoop. Geloof me vrij maar de ‘oudjes’ brengen nog steeds materiaal uit op CD en nu soms ook weer op vinyl.  John Lord, Rod Stewart, Neil Young, Mick Fleetwood, Clapton, Tom Jones en Van Morrison,  zijn maar enkele namen   En dan zijn er nog  de vele honderden heruitgaven waaruit moeilijk kiezen valt, al was de keuze voor Michel Chapman dit jaar wel makkelijk.  Plots duiken ook een aantal opnames op van liveconcerten daterend uit de jaren zestig, opgenomen in ons land. Bijvoorbeeld in Moeskroen (Small Faces Live in ’66) of tijdens Jazz Bilzen (de Bonzo Dog Band), en wie weet wat ligt er nog op de plank.

De topplaat van 2021 is voor ons de nieuwste worp van Robert Plant en Alison Krauss, waar we graag dieper op ingaan, in een volgende aflevering.

30Sarah Brightman Symphony
29The Hollies Butterfly
28The Mahavishnu Orchestra with John MMcLaughlin The inner mounting flame
27Antoon De Candt archief van een luisterliedjespionier
26Jeremy Spencer Bend in the road
25John McLaughlin Devotion
24Gram Parsons & the Fallen Angels Live 1973
23The Kinks Lola versus Powerman
22Emmylou Harris Portraits
21Lynyrd Skynyrd The Broadcast Collection 1975-1994
20Bonzo DoD Do Dah band Transmissions Live in Bilzen
19George Thoroughood & Destroyers Live in Boston 1982 Complete 
18Nick Mason’s saucerful of secrets Live at the Roundhouse
17Al Di Miola Across the universe
16Jon Savage 1972-1976
15Johan Lord Blues Project Live
14The Kinks The Broadbcast Collection 1965-1975
13Van Morrison latest Record Project Volume 1
12Hurdy Gurdy songs
11Tom Jones Surrounded by time
10Steve Miller Band Live Breaking ground august 3,1967
9Lynerd Skynerd Live at Knebworth 76
860 years of genuine houserocking
7Neil Young Barn
6Michael Chapman Decca Years
5Eric Clapton Lady in the Balcony: lockdown
4Mick Fleetwood & Friends celebrate the music of Peter Green
3Neil Young and Crazy Horse Way down in the rust bucket
2Rod Stewart The Tears of Hercules
1Robert Plant & Alison Krauss Raise the roof

Op nummer 27, een gigantische ontdekking.

Vinyl uit vervlogen tijden.

20Hurricane Smith Oh Babe, What would you say
19Lionel Hampton Golden Favorites
18Rod Stewart Atlantic Crossing
17Chicken Shack The Golden Era of Pop Music
16Sam and Dave Greatest Hits
15New Inspiration Rainbow
14Let’s dance to the Wolfman Jack Radio Show
13The Bee Gees Best of the Bee Gees (gele)
11Elvis G.I. Blues
10Bob Seger and the Silver Bullet Band Against the wind
10Can Soundtracks
9Humble Pie The Crust of Humble Pie
8Michael Nesmitch Live at the Palais
7Julie London for the right people
6Earl Bostic The Swinging sax of
5David McWilliams
4Larry Coryel Comin’ Home
3Erik Satie Musique pour piano a quatre mains
2The Cotton club legend
1Mahavishnu Orchestra Visions of the Emerald Beyond

Afgelopen jaar zeer genoten van de nummers 2 en 3 uit de boekenlijst

positieOmschrijving
25Wilbert Schreurs – De jaren zeventig van Abba tot zitkuil
24Friedl’ Lesage – Het beste moet nog komen
23Jimi Hendrix record versions Radio One Hendrix
22Jo Bogaert – Dag meneer De Wilde
21Klassieke muziek voor dummies
20Patti Smith – Just Kids
19John Lennon remembered Strawberry fields foerever
18Tom D. Tomlinson – Querns Millstones and Grindstones
17Phara de Aguirre & Kaat Mensels – mijn vader
16Ilse Nackaerts – Moet just niks
15Tony Palmer – All you need …
14Leo Blokhuis – City to City
13Kinderdijk –  Unesco
12Jef Turf -Memoires- van kernfusie tot vlaams comminist
11Dag Jan (Wauters) 2 – (CD + Boek)
10Hugh Gregory – Roadhouse Blues
9Etienne Vermeersch – De Ogen van de Panda en kwarteeuw later
8Belgium The Vinyl Frontier – Unieboek Focus Opera
7Ann & Nancy Wilson – Kicking & Dreaming
6Marc Danval – Biografie Toots Thielemans
5Sabam 75 jaar
4Jerry Hall – My life in Pictures
3Mary Boduin – Dat heet dan gelukkig zijn
2Sigrid Spruyt – Dagboek van een anker
1Meik wiking – the liggeld book of hygge


Ghislaine Nuytten 67 geworden.

dagblog Posted on 29 jan, 2022 18:40

Enkele dagen geleden, weer een dag die begon met een akelig bericht over het heengaan van Ghislaine Nuytten. Ontmoet heb ik haar nooit, maar onrechtstreeks bezorgde ze mij fijne avond.  Dat moet pakweg dertig jaar geleden zijn, reken ik snel na. Ze had een probleem met haar telebanking en schreef daarover een klachtbrief, al kan het ook een klachttelefoontje geweest zijn.  Het is ook al zo lang geleden. Omdat de naam mij bekend voorkwam nam ik de verwerking van de klacht over van een van de meisjes van de helpdesk.  

Het is mij al meer gebeurd dat het niet altijd de bekende dame zelf is die de telefoon opneemt, en dat ik ongewild in contact kom met een andere mannelijke wederhelft, vaak ook niet gespeend van enige bekendheid.  ‘Hallo mijnheer, ben ik bij mevrouw Nuytten en wat kunnen wij voor jullie betekenen?’. Hij had de telefoon opgenomen, zijn naam liet een belletje rinkelen. Ik herkende de stem onmiddellijk.  Dat was toch?  We bespraken kort het gesignaleerde probleem.  Het waren de dagen waarin telebanking systemen nog werkten via modems, telefoons met draaischijven voor de nummerkeuze, verbonden met de wereld via verouderde koperen telefoondraden. Het duurde enkele ogenblikken om het ontstane euvel te verhelpen. Ik constateerde dat hij meer dan blij was dat het probleem van zijn wederhelft van de baan was.

 

Hoe we op het onderwerp “stukjes schrijven”, over voortreffelijke muziek kwamen ligt gehuld in de mistige nevels van de tijd. Het kan over de Rode Vaan geweest zijn, of over een interview dat hij net had gepubliceerd in het Onafhankelijkste TV-blad van Vlaanderen.  Misschien draaide in de achtergrond wel een lp, die hij, WH, net had besproken in Humo. Ons gesprek eindigde er mee dat hij mij aanbood mij twee VIP kaarten te sturen voor het komende poppoll gebeuren van Humo in de AB.  Iets waar ik gretig op inging.  

Enkele weken later waren we ter plaatse.  Het koppel Nuytten-Hendrickx kwamen we niet tegen, in de kleine zaal van de AB waar de receptie voor de aanwezige VIP’s, BV’s en BN’ers doorging. Geen kans om de milde schenkers van onze gratis kaarten te danken.  

Veel herinner ik mij niet meer van die avond, behalve dat we ons op een gegeven ogenblik richting tap begaven en daarbij Arno en Urbanus links van ons lieten liggen die op dat moment verwikkeld waren in een druk gesprek.  In die tijd leek dat nog  een merkwaardige ontmoeting.  Een grappige flurk in gesprek met een rockster.

In Humo 4000 lezen we dat Wilfried van zijn stokken geblazen werd al bij zijn eerste ontmoeting met Ghislaine, toenmalig mode-icoon. ‘Bij de intro van ‘Blikvanger’ toonde de camera eerst haar delicate gezicht in profiel, oorbel van roze parels aan het lelletje. Na enkele seconden draaide ze haar hals een kwartslag en keek ze pal in de lens. Ik werd ter plekke van mijn canapé geblazen: de mooiste vrouw die ik ooit zag.’

We lezen verder dat onze reporter hoofdredacteur Guy weet te overtuigen om hem uit te sturen voor een interview met zijn droom. En dat lukte want hij herinnert zich: ‘Haar Borgerhoutse flat bleek sober ingericht, met veel wit. Ze liep blootsvoets, droeg een Indische pareo met bloemmotief, en een zwart satijnen T-shirt met ‘Stay Alive in Eighty-Five’ erop, in witte kapitalen. Ze was nauwelijks opgemaakt, ze had geen kapsones, ze was onschuldig. Ik ging in de stoel zitten – witkalfsleer – en Ghislaine vlijde zich aan mijn voeten, met vóór ons een grote rode doos waarin ze haar modefoto’s bewaarde. Argeloos toonde ze mij op míjn vraag hoe dat ging, defileren. Mijn bandopnemertje stokte, mijn adem gaf de geest. Ik…’.   

Liefde op het eerste zicht, het bestaat.  “Struck by Lightning” zoals de Angel-Saksen het zo mooi kunnen uitdrukken.

Hoewel ik haar nooit ontmoet heb, bezorgde ze in een ver verleden, onrechtstreeks, mij en mijn vrouw, een prachtige avond in de AB.  Het ga je goed ginder boven tussen de echte sterren.



4 oktober: it’s a beautiful day

dagblog Posted on 04 okt, 2021 22:26

Hoe overheerlijk zitten is het in de Midday Sun, al is het volgens de sterretijd amper 10:30. Pal boven de nok van het dak oogt de lucht blauw, al kan je het wazige, enigszins verstorende lichtgrijs niet wegcijferen. Wie ooit al de A5 naar Wirral nam weet dat een echte blauwe lucht zoveel intenser is. Hier is de azuurblauwe lucht uit onze kindertijd niet meer te aanschouwen. Ooit, wie weet ooit, misschien opnieuw, al zal nog veel water naar de zee moeten vloeien. Vandaag is het de vierde dag van oktober. Armand zal zeker vanuit zijn hemel mijmerend toezien, en zachtjes zingen: ‘Op de vierde dag van oktober, draaien de abattoirs gewoon door…’. Wie staat er stil bij de wereld dierendag? ‘De boer op het veld, hij ploegde voort, de oogst moet binnengehaald….’ De oogst? Voer, niet alleen voor melkvee, maar net zo goed voor dat ene stukje achterbil op het bord van hij die vraagt: ‘Werelddierendag, en dan?’
Witte wolken, volgen het Kanaal en drijven boven ons hoofd naar Oostwaarts gelegen binnenlanden waar Polen de stille roep van verdwaasde Brexiteers amper horen. Waarom zouden ze het zwarte goud rondbrengen in de UK? Voor een habbekrats kunnen ze zich nog steeds verwarmen aan een klomp bruinkool. Dat de eeuwige wolken die hier voorbij vlieden, straks nog net wat grijzer zullen ogen zal hen worst wezen op deze vierde dag van oktober, waarop helaas ook nu nog altijd de dieren niet kunnen praten. ‘De aarde is een grote bol met planten en met beestjes vol, en ze draait al heel lang in het rond….’ Mijnheer Beaufort laat via zijn buienradar ons weten dat hij vandaag maar kracht vier kan leveren. Dat hij na vijven (drie uur sterretijd) het wat milder aan zal doen op d’Aard in de Schellebelse meersen, waar de Galloways wachten op hun voer. Zij hebben geen weet van de vierde dag van oktober.
De notelaar achter mij laat stilaan een voor een zijn harde ombolsterde vruchten los. Het is nog even wachten op alweer een lange winternacht.
‘De winter wordt lang, eenzaam en koud.’ Af en toe, veel te vaak, schopt de realiteit ons wakker, zoals ook een week geleden, toen de zon hoog aan de hemel, even verduisterde.
‘Je voelt je als een slak op wie het leven zout legt’….

Tot beton zijt gij verworden, gij rustpunt bij de ‘parijbossen’
Daar waar eens aan uw zijde de houtstoven ruimte zochten
Recht voor ons een rij populieren, wachtend op de kap,
Wachtend op een laatste tocht naar de ‘stekskesfabriek’
Union Match of een andere, kenden nog geen ‘benzinebriquets’.

Daar op die plek, waar ooit ene gruwelijke moord plaatsgreep,
Een oude vrouw werd er gevonden, de daders nooit
Daar kampeerden wij, lagen op onze dekentjes, te zomeren,
Dronken ‘kalisjesap’, en aten uitgedroogde boterhammen,
Tot de zon verdween in het westen achter de parijbossen.

Met onze meester trokken we door het bos naar Overimpe,
Waar op een boerderij een wondermooie schooljuf huisde,
De meester zag haar wel zitten, maar dat was niet wederkerig,
In het piepkleine schooltje mochten we een uur mee aanschuiven,
Op de boerderij kregen we een glas water van de pomp

In de verte stond de windmolen te wieken, een houten kot,
Nog amper van tel, want ergens was wel een moderne maalderij
Het leek alsof de houten reus ons wenkte, met zijn wiekende armen
Laat was het al, en kinderen maakten plannen, voor de tocht
Onderweg stak een koe onvoorzichtig haar kop door een hek

September ‘68, ik, wij, was(ren) zestien, jij was drieëntwintig,
Kortgerokt, meterslange benen, altijd lachend, je was er voor ons,
Jij maakte in amper een jaar, drie verloren jaren taal van Molière goed,
Eeuwig dankbaar omdat ik Pantagruel en Docteur Laënnec kon achterlaten
Jij leerde ons lezen en luisteren, de radio, de krant, frans uiteraard,

Hoe schoolmeesterachtig jong was je, de best passende lerares in de school,
Fietsen in gedachten langs de beek Ottergem, oh ja de Ottergemse steenweg,
Herinneringen, mei ‘68, amper achter ons, je leerde ons studie reizen,
We lazen in Courrier-Sud, over Antoine, le mini-jupe en mini-football,
Hoe vaak kwam ik je nog tegen, in het latere leven, nog altijd dankbaar

Jij was de beste juf die we ooit hadden. Vaarwel Geneviève, tot later.

condoleren: https://www.begrafenissen-bael.be/rouwregister/genevieve-clauwaert/1313/guestbook/
Met dank aan Herman van Loenhout, Lennaert Neigh, Urbain Servranckx en Wim De Craene voor quotes uit hun teksten.
Kalisjesap: samenstelling, water, suiker, zoethout en zwarte drop.
Stekskesfabriek: luciferfabrieken tussen Ninove en Geraadsbergen.
Benzinebriquets: aanstekers waarin een lont was verbonden met benzine doordrenkte watte.



In memoriam: Floortje 2007-2021

dagblog Posted on 10 sep, 2021 10:43

Dinsdag, 7 september.

In de keuken raakte je niet meer. Even pauzeren op de koele vloer, op deze voor jou te warme dag. Als een vis happen naar voldoende adem. Je sprong nog een keer in de zetel, als vanouds, niets aan de hand. Je zette mij op het verkeerde been. Ik kon je nog wel even alleen laten met Arthur. Helaas heb je mij liggen gehad. Wou je echt geen afscheid nemen? Deze morgen streelde ik zoals vanouds je dikke buik, en sloeg je je kattenarmpjes om mijn arm. Maar de greep die ik anders voelde was er niet meer. Het was nog een streling in tegenstelling tot vroeger, wanneer ik je telkens waarschuwde je teennagels binnen te houden. Speels bleef je tot je laatste dag. Veertien jaar is te vroeg.

Floortje: maart 2021

Veertien jaar geleden kwam je bij ons. Je leek op een Engelse korthaar, maar je was het niet. Nee je was een Blauwe Rus met een Aziatische inslag van een Siamees. Dankzij ons belandde je net niet in het asiel, waar je eerste baasjes je hadden willen droppen, omdat je niet ‘handelbaar’ was. En dat laatste toonde je ons zonder schroom: geen menselijke poot aan mijn lijf, zal je gedacht hebben. Waar was je beland? Bij Zjoef, ons andere kat, bij Modest de hond, die jou trachten te besnuffelen. Aandacht die je liever niet had. Je liet ons al direct zien dat we rekening zouden moeten houden met je karakter. Je ging over naar je typische verdedigingspositie. Breed uit, want breed was je, op de rug, de vier poten languit naar voren gestrekt, om onze handen, die we voor die eerste kennismaking hadden gehandschoend, te kunnen afweren. Onverwacht spoot je al het vocht uit je lichaam naar ons in een meter lange straal. OK. We wisten het nu wel, je was een katje dat niet aan te pakken viel zonder handschoenen.
Maar je was blij met je nieuwe thuis. In de voortuin kijken naar voorbijrazende auto’s was het verste dat je je waagde. Voor de rest was ons huis en onze tuin jouw nieuw territorium.
Lang duurde het niet, voor je besefte, dat je in een paradijs was aanbeland, waar iedereen het goed met je voor had. We groeiden naar elkaar toe, al hield je altijd Modest en later Arthur op pootafstand, al die keren met uitgestoken teennagels, ook al verboden we je dit, en leerde ik jou dat kat en hond samen in de zetel konden en mochten liggen elk aan zijn eigen kant, ik in het midden. Hoe heb ik genoten telkens wanneer je vanuit je mand in mijn richting keek en smekend vroeg: ‘kan ik op je komen liggen?’
Hoe hartverwarmend ontving je mij steeds weer na mijn buitenlandse molentrips die soms drie weken of meer duurden. Hoe je tegen mij aan kwam gekropen.
Natuurlijk wel, tot gisteren, maar vandaag lagen we een laatste keer zij aan zij. Wie kon vermoeden dat het zo snel zou gaan?

Buiten regent het nu. Binnen regent het al twee dagen, sinds je afscheid nam.

Malou blijft verweesd achter.

Tears in heaven. Will I recognize you, when I see you?
I miss my baby.



Obituary: Charlie Watts

dagblog Posted on 25 aug, 2021 14:36

Charlie Watts: 1965

Het was laat op de avond die 24ste augustus, toen het nieuws via sociale media mij pas bereikte: Charlie is gone. Het zat er aan te komen. Wie de wereld van die mannen een beetje volgt, wist dat Charlie nooit zijn driepikkel zou hebben geleend aan een of andere Expensive Whino, wanneer zijn band de hort op trekt.
Of we dit nu graag horen of niet, feit is dat ‘the dream over is’. Met drie zijn ze nu al, die ginder boven een bandje kunnen vormen: Brian, Stu en Charlie. Tachtig worden, het klinkt prachtig, maar is dat vandaag in deze tijd, echt oud? We verkijken ons aan gecorrigeerde foto’s op platenhoezen wanneer weer eens een McCartney, Dylan, Young of Stonesplaat ons verblijdt. Gisteren reageerde McCartney op het overlijden van Charlie vrij snel via een videoboodschap. Hij oogde naturel, baard van drie dagen, wallen onder de ogen, uitgedund haar, een blik van een achtenzeventiger. De blik die ik mij altijd zal blijven herinneren van mijn peter, toen ik paardje mocht rijden op zijn knie.

Paul McCartney

Wordt het niet stilaan tijd dat we erkennen dat de droom voorbij is? Corona heeft duidelijk een grens bepaald. Er zal altijd een voor en na corona zijn. Onze rockgoden behoren tot het voor corona kamp. Jagger, de boekhouder, die zijn bedrijf zal leiden tot hij er bij neervalt is net weer d straat opgetrokken in Amerika, met wat de pers nog altijd de Rolling Stones noemt. Helaas zijn het eerder de Expensive Whinos , toegegeven nuchterder dan vroeger, die over de planken wandelen. Ik kan mij geen Stones voor de geest halen, zonder het drumstel van Charlie, zijn monkelend glimlachje, en zijn uitermate goed afgemeten slagen op de ezelsvellen.

Elke zomer van 1965 tot 1968 werd bepaald door Beatles en Stones muziek. 45-toeren singles waren belangrijk en bepaalden het succes van een band. Wie nu nog gelooft, dat je of Beatles- of Stonesfan ‘moest’ zijn, en dat een keuze onvermijdelijk was, heeft die dagen niet meegemaakt, of zat opgesloten in een of ander jongenspensionaat, waar een zwartrok de plak zwaaide, en er op vrijdagavond rituele verbrandingen werden gehouden met de boeken van Jan Cremer, humoradio’s en zwart vinyl van langharig werkshuw tuig.
‘Get off of my Cloud’, ‘Paint it Black’, ‘Let’s spend the night Together’, ‘Honky Tonk Women’, ze hebben allemaal iets gemeen: de intro’s van Charlie Watts die je onmiddellijk naar de keel grepen, en nog steeds grijpen, flink gesteund door de bass van de Wyman. Watts was een jazzman, en had geen nood aan vierenveertig trommeltjes en achttien cymbalen, om er zich achter te verschuilen. Ik herinner mij nog dat de kranten na een optreden in ons land schreven, dat ze amper konden geloven, dat Charlie echt drumde, en dat het niet om vooraf opgenomen tapes ging. Kortom een professional ten top. Zonder Charlie Watts zou het beeld van de Stones incompleet zijn geweest, en toch kon hij het zich veroorloven om geen deel te nemen aan de uitspattingen waarmee de anderen de ‘boekjes haalden’. In zijn vrije dagen, was hij thuis bij moeder de vrouw, al klinkt dat bijzonder melig, of zat hij in een of andere, toen nog rokerige club, de borsteltjes in de hand, te drummen bij een jazzband. Wanneer hij naar België kwam bezocht hij vrienden in de paardenfokkerij, een ander tijdverdrijf.
Charlie was de drummer waar Jagger en Richard toen nog zonder s, in hun begintijd, zelfs niet durfden van te dromen. Watts drumde ondermeer bij de band van Alexis Korner en Cyriel Davis, waar Jagger af en toe een liedje mocht kwelen. Brian Jones, de oprichter van de Stones kwam zonder een penny aan in Londen en verbleef regelmatig bij Alexis Korner, waar hij op de zetel mocht slapen, en zich vergapen aan Korner’s enorme collectie bluesplaten.
Het behoort tot de ‘dreamtime’ van zestig jaar geleden. De droom is voorbij. We kunnen niet meer naar de wei van Werchter, het Sportpaleis in Antwerpen, of de betonnen bunker van Vorst om er de Rolling Stones te bewonderen. Zonder Charlie Watts geen Rolling Stones meer. Het rollen van de stenen zal er nooit meer in zitten. Komen er nog platen? Dat zou kunnen, maar dan liefst in alle eerlijkheid onder de naam van de Glimmertwins of iets dergelijks. McCartney heeft ook nooit platen uitgebracht waarin hij pretendeerde de Beatles te zijn.

Vaak wordt beweert dat Charlie ooit Jagger op zijn plaats zette, wanneer die hem ‘my drummer’ noemde, met als tegenquote ‘Don’t call me ever again your drummer, you are my singer’ Juist of een broodje aap verhaal, het gaf in elk geval Charlie nog meer respect. Watts die die over een uitgebreide garderobe aan kostuums beschikte was de perfecte oudere Britse gentlemen geworden, die nog zeker tien jaar langer had mogen blijven genieten van een welverdiend pensioen. Alhoewel, bestaat dat eigenlijk wel, pensioen, in dat wereldje?
Charly schreef geen hits voor de Stones…. hij maakte ze compleet. Hij zette de perfecte backbeat onder de vaak eenvoudige riffs en uithalen van Jagger en Richards. Ze mogen hem, Brian en Stu op hun beide knieën bedanken want zonder hen had de popmuziek van de jaren zestig er anders uit gezien.
We will never forget August the 24th of 2021.
Meer over de Stones en hun optredens is terug te vinden op:



Elsje Helewaut

dagblog Posted on 22 jul, 2021 18:30

Vandaag wordt Elsje 60, volgens haar profiel op Facebook. Als een van de eerste Rock Rally winnaars kan dit tellen.
Op de radio wordt ze geheel ten onrechte ‘vergeten’. Is dit het effect van oud worden? Of meer het effect van van onze generatie die naar pensioen en weg van de radio wordt verbannen?
België schiet vaak tekort wanneer het over ons erfgoed gaat. En dat zowel op materieel als immaterieel vlak.

Enkele jaren geleden mochten we Elisa Waut nog aan het werk zien. De babbel achteraf met de zangeres was mooi meegenomen.
Lees meer.



In memoriam: de keizer: Kamiel.

Carnaval Posted on 07 jun, 2021 17:08
Kamiel: achter de schermen.

De man met de zeis kun je niet tegenhouden.  Altijd weer duikt hij op onverwachte momenten op. Afgelopen donderdag wordt weer een dag die we ons later zullen herinneren, precies omdat we nog zullen weten, waar we waren, wat we aan het doen waren op het ogenblik dat het altijd onverwachte nieuws kwam dat op zesentachtig jarige leeftijd de Keizer is vertrokken.  Keizer Kamiel Sergant is vertrokken naar andere oorden op de derde junidag. In het Herdersemse rusthuis treedt de leegte in. Kamiel heeft een en ander meegemaakt in zijn leven, plezante momenten, maar ook momenten waar men liever niet aan herinnerd wordt.  

Buiten Aalst en directe omgeving kent men Kamiel Sergant voornamelijk als Keizer Carnaval. In 67 ging de eer nog naar grote concurrent Jean-Paul De Boitselier, die ons in dat zelfde jaar een eerste echte carnavalskraker bezorgde met ‘Jongens van de Veirkemert’ gekoppeld aan Oilsjteneers Zemmen’.  Kamiel werd drie keer tot prins gekroond in de gouden jaren zestig. Te beginnen in 1963, nadien nog een keer in 1966 en de derde keer in1968.  Maar drie keer zou je kunnen zeggen, maar dat is geheel te wijten aan het feit dat hij vanaf 1969 de Keizerskroon mocht opzetten, voor de rest van zijn leven.

Kamiel zette Aalst, Oilsjt, sinds 1968 meer dan eens op de Carnavalsplaat, Te beginnen met ‘Oilsjt viert Carnaval’, ‘Oilsjt g’hetj men ert gestoelen’ en ‘Weir zen van Oilsjt’. Telkens weer bezong hij met veel liefde Aalst, De Eendracht, en de  door hem opgerichte dansgroep de Kamillekes.

De Kamillekes waren een groep tienermeisjes die Kamiel begeleiden bij zijn optredens, als backing koor. In de jaarlijkse stoet kregen ze later een eigen wagen, en een prominente plaats ergens voorin.

Uit deze Kamillekes ontstaat later een vrouwelijke voetbalploeg die zal uitgroeien tot VC Dames Eendracht Aalst.

Kamiel de feestvierder, met de Kamillekes.

Het is best mogelijk dat je Kamiel Sergant kent omdat je op de Moorselbaan in het Fietsenpaleis, een velo kocht, waarop dan in sierlijke letters zijn naam prijkte.  Kamiel hield er gedurende 35 jaar,  vanaf 1964, een fietsenwinkel en werkplaats open. Ondergetekende erfde de fiets van zijn zoon, gekocht in het Fietsenpaleis, en rijdt er nog regelmatig met rond. Van het merk Prestige waar Kamiel later verdeler van was geworden.  Ik herinner mij nog als de dag van toen dat we met enkele kameraden, we waren veertien of vijftien, zijn fietsenzaak binnen doken, op zoek naar een occasie koersstuur, om onze sportieve fietsen ‘om te tunen’ tot een echte koersvelo. ‘Nee jongens, vandaag heb ik er geen, maar kom volgende maand nog maar ne keer terug.’ Dat was Kamiel. Ik vond er uiteindelijk een bij Roger De Clerck, voormalig veldrijder, die ook al velo’s repareerde en daarnaast stoven en gas verkocht. 

Kamiel onder de mensen.

Maar Kamiel was veel meer, en betekende veel meer voor vele Aalstenaars. Met zijn vereniging ‘Mensen Helpen Mensen’ heeft hij zeer vele noden gelenigd. Hij stond open voor al wie het moeilijk had. Kamiel wist wat armoede was.  Hij had als kind zelf genoeg armoede gezien.  Kamiel is van 1935, zoals Elvis Presley, maar dit ter zijde, en groeide als kind op in de oorlog. Zijn speelkameraden hadden het niet breed.  Ze woonden in de barakken op Mijlbeek. De ‘barakken’, waren noodwoningen die na de oorlog werden opgetrokken op de gebombardeerde oorlogsgronden van Mijlbeek, een wijk op ‘de rechterkant’ van Aalst. Noodwoningen die werden opgetrokken om de arme sukkelaars te helpen, die in de oorlog have en goed hadden verloren. Een paar jaar geleden vertelde Kamiel nog in het stadsmagazine Chipka, dat ‘soert niet bestaat’.  Dit als reactie op het feit dat er vroeger werd neergekeken op een deel van de bevolking van de ‘rechterkant’ van de Dender.  Voor Kamiel waren alle mensen gelijk. Dertig jaar lang konden mensen zich in een ‘huizeke’ langs de Moorselbaan bevoorraden met levensmiddelen die bijeengebracht werden door de vzw ‘Mensen Helpen Mensen’. Deze taak werd een vijftal jaren geleden overgedragen aan het OCMW. Kamiel was toen al 81.

Kamiel de zanger.  Jaarlijks komen er tientallen cd’s uit gevuld met de meest diverse carnavals liedjes. Een ding hebben ze gemeen, de liefde voor het Aalsters dialect.  Aalst kent tegenwoordig meerdere goede tekstdichters die zich toeleggen op het vinden van de meest spitsvondige refreinen.  Ooit was het anders.  Tussen 1967 en 1970 verschenen er amper enkele liedjes op vijfenveertigtoerenplaatjes. Een carnavalshit maakte je niet in je eentje op een zolderkamertje.  Kamiel liet zich bijvoorbeeld bijstaan door het orkest van Octaaf Boone, trok naar een heuse platenstudio, en liet de nummers uitgeven via een ‘echt’ platenlabel.  Onnodig te zeggen dat die plaatjes vandaag collector’s items zijn geworden. 

Uiteraard was Kamiel naast Keizer en gevierd zanger van menig carnaval schlager ook presentator tijdens de vele Driekoningenfeesten, waarop de kandidaat-prinsen werden voorgesteld.  We hebben vaak genoten van de professionaliteit waarmee hij elke Prinsenverkiezing steeds weer naar een hoogtepunt leidde.  

Kamiel had de touwtjes strak in handen.  Voor niet-Aalstenaars, Carnaval is een door en door ernstige aangelegenheid. Vergeet de VTM-beelden van jaren geleden, die er enkel op uit waren het gebral van ‘zogenaamde’ feestvierders te tonen.  

Aalst Carnaval verdiende zijn plaats op de lijst van het Unesco, Immaterieel Erfgoed, wat ze daar in Amerika ook mochten van denken. Kamiel heeft meer dan een steen bijgedragen tot die erkenning. Het was zeker niet altijd voor de vuist weg, wat hij debiteerde. Wij zagen hem vaak genoeg achter het podium nog even zijn teksten doornemen. Het was daar dat hij mij ooit zei: ‘Gij zijt geen gewone portrettentrekker.  Gij denkt na over wat ge doet.’ Een mooier compliment kan je niet krijgen wanneer je daar in die massa een origineel standpunt zoekt, om niet de zoveelste cliché foto te schieten.  Bedankt Kamiel, dat deed meer deugd dan duizend likes op facebook.

Alle mooie liedjes eindigen, en met veel spijt werd zijn aankondiging in 2014 na de Popverbranding op dinsdagavond, ontvangen. Kamiel stopte met presenteren. De laatste tien jaar van zijn leven is hij af en toe door het oog van een naald gekropen. Toch leek hij onaantastbaar, tot donderdag, 3 juni, toen zijn dochters via Facebook volgende mededeling verspreiden:

“Met pijn in ons hart, laten we jullie weten dat onze pa, deze middag overleden is en vanaf nu, in het hiernamaals, zal voesj doeng”. 

‘Doeme voesj’ (Gaan we door?) was zijn kreet die elk jaar tijdens weer opdook, waar hij aanwezig was.  Wij hebben ze hem vaak horen roepen, na de presentatie, of voorstelling van de kandidaat-prinsen, op de Prinsenverkiezing zelf, of na het sluiten van het carnaval op dinsdagavond na de popverbranding.

Aalst wil Kamiel eren. Er werd een crowdfunding initiatief opgestart, voor de oprichting van een standbeeld.  Komaan Stadsbestuur van Aalst, een standbeeld voor Kamiel, daar dragen jullie toch zeker de grootste steen aan bij.  Toegegeven Kamiel werd al op 17 februari 2009 ereburger van de stad naast o.a. Valerius De Saedeleer, die zijn standbeeld kreeg op de Vismarkt.

Onze vorige koning Albert II benoemde Kamiel tot Commandeur in de Kroonorde. 

Het ga je goed Kamiel, en ‘doe mor voesj’.



Dagboek mijmeringen, lente 2021

dagblog Posted on 31 mei, 2021 20:21

Net nog geen juni, op deze eenendertigste dag van de ergste regenmaand in jaren. Vandaag verdrong de zon de volle supermaan van vier dagen geleden. Morgen mag het gras geknipt worden. De bijen hebben hun kans gekregen om in de bloemkelken te kruipen.  Komen bijen eigenlijk buiten in de gutsende regen?

Vogels zingen in de notelaar van de buren achter onze veel te kleine tuin. Zingen vogels altijd dezelfde liedjes? Misschien gegeven ze die door van vadervogel op achterkleinvogel? 

Brachten trekvogels  hun wijsjes mee uit het verre zuiden, uit het donkere Afrika?

Dat de roots van de blues, de jazz, de rock en roll in Afrika liggen, dat is mogelijk.  Maar ze liggen net zo goed hier, in mijn tuin, waar ik in een luie stoel geniet van het gezang van de vogels in de buurt.  Dat mensen het gezang van de kleine gevederde vrienden gingen nabootsen, en daarbij met stokjes op een stuk hout klopten, omdat de marmiet toen nog niet was uitgevonden, zal dus ook wel kloppen.

Vandaag herdenken we de boer die drieënzeventig jaar geleden geboren werd in de buurt van Kidderminster.  Een paar jaar geleden hebben ze ter zijner eer daar een koperen drumstel neergepoot, waarop John Bonham eeuwig mag blijven meppen. Al twee jaar niet meer in de buurt geweest, omwille van het coronabeest. Ik moet er dringend even langs op weg naar Snowdonia, waar mij meer dan een afternoon tea wacht.

Alternatief? Fietsen langs de Schelde op een luie maandagnamiddag, na een driedaags meer dan druk molenweekend. Zelfs de vrijdag gekregen tweede prik is al lang verteerd, na het beluisteren van enkele speeches van een spiksplinternieuwe deputé, en een vroegere Europese president. De haiku kregen we er gratis bij. Naar de tentoonstelling over molens moet u zelf komen kijken.  

Aan een tafeltje wat verder op veilige corona afstand zitten vier mensen, twee koppels, wat bij te praten. Zij, die met hun aangezicht naar mij toe gekeerd zitten, hoor ik terloops vertellen, dat ze, hij negentig is en zij eenennegentig is. Ik nip van mijn duvel en verzink enkele ogenblikken in gedachten. 

Ik lees in een in Cluj gekocht boekje, waarin een onderzoeker alle familienamen heeft bestudeerd die voorkwamen in die streek. De regio rond Sibiu die ooit Siebenburgen heette, en waar de bevolking uit Saksen bestond lag als een eiland in het nu huidige Roemenië. Al in 1411 en 1413 woonden daar Satlers en Sattlers.  Blijft nu de vraag of zij van hier naar ginder trokken, dan wel dat de Saksische naamgenoten van daar naar hier kwamen.  En zijn de Saddlers in Engeland en Wales ook van voormalige Saksische afkomst?  Precies nog wat werk aan de winkel. 

Breng nog maar een koffie, en bye the way, ook nog een gelukkig jaar wens ik Ingrid toe. Ik kreeg dit jaar de kans nog niet, omdat haar terras gesloten bleef, al die tijd. Hugo, uit mijn vroeger, werkend leven was er niet. Toch al aan het overzomeren in Spanje of mag dat nog niet?

Morgen opnieuw 24 graden, debiteert Sabine. Ik tel ze niet meer de dagen, dat laat ik over aan zij die nu voor mijn pensioen werken. Ik luister morgen weer naar het gezang van de vogels. 



2021: een jaar geleden, lente.

dagblog Posted on 23 mrt, 2021 14:59

Fietsen tijdens de coronadagen, samen met de Moody Blues doorheen de parijbossen. Tuesday Afternoon, genieten van de warme zon, de paadjes rond de plassen volgen.  Wegels met amper wandelaars, en toch het eenzame meisje tegenkomen dat weent, maar niet beseft dat ze wandelt precies op die plaats waar ooit ene gruwelijke moord plaatsgreep.  Nooit opgelost, al bekende hier en daar wel eens iemand, stoer, tijdens een zattemansgewauwel, dat ze hem nooit hadden kunnen pakken omdat hij veel te slim was.

Daar standing at the crossroads waar Johnson nooit voorbijkwam, en wij o zo vaak het gevaar trotseerden, op onze dekentjes, het flesje kalisjesap bij ons, ligt vandaag macadam de boeren zonder paard met tractoren met metershoge wielen ter wille.  De rij met metershoge populieren is verdwenen, waar we naar toe wandelden als zesjarige kleuters op weg naar een mogelijk lief van onze meester, die het helaas nooit zag zitten. Breath deep… another day spent… remove the colours from our side…. in a timeless flight.

De landweg kronkelt zich wijd omheen een watervolle toren, helemaal naar de molenbeekvallei die ons vroeger teergeliefde dorp netjes in twee zaagt. 

Ik rij langs huizen van oude schoolkameraden die daar al lang niet meer wonen. De afgebroken schuur met hooischelf van Matthijs den bieruitzetter, waar we heimelijk op de schelf in het hooi sigaretten rookten. Een eertijds slijkerige weg loopt nu hemelsbreed langs een lang verdwenen restant van de tweede Wereldoorlog, waar oude amerikaanse legervoertuigen werden gestockeerd, naast vergane marktwagens, waar waarschijnlijk collefctioneurs nu voor in zwijm zouden vallen, mochten ze die nog kunnen restaureren. Helaas, de eenhoornige weg wenkt. De oude korte weg naar de stad Megretto waarlangs mijn vader o zo dikwijls op wolkjes liep, naar mother Mary. We takken af, we dalen af richting zeven koten op een rij, richting Gentweg. Ooit een smalle wegel met een dubbele functie. Kerkgangers uit de buurt de Sterre liepen er langs om goed hun pasen te houden. Keuterboeren duwden hun. Kruiwagens richting windmolen in de Dorpstraat. De molenbeek kruis je bij het Gentbrugsken of via de bredere Koebrug, tot daar waar de beek over tweehonderd meter werd gekanaliseerd. We hadden de vroegere lang vergeten Cottemweg kunnen nemen die de langswonenden nu kennen als Botermelkstraat, Allemansbos en Molenstraat.  De wereld was vroeger eenvoudiger.  De Koebrugstraat, ooit met de naam Jozef De Somerlaan bedacht maar nooit, en gelukkig maar, doorgetrokken naar het andere eind over de spoorweg. Kleine en Grote Zadelwegen voeren ons over de dorpsheuvel naar de vroegere praterij Nieuwerkerken, die we  rechts van ons laten om via de Siesegem kouter naar het kasteel van Verdoemenis te bollen. Aalsters stedenschoon, maar helaas verkocht, en de tuin, waar ik menige middag doorbracht in de nillies werd ontoegankelijk verklaard. Wateringen met zijn verscholen huizen leidt regelrecht, of toch via het Roklijf naar de buurt waar ooit Sint Apolonia moet geregeerd hebben. Ik heb de keuze, of langs die straat waar in de jaren vijftig de noten voor het rapen lagen, of via de Red Sin City en de Meiboomweg terug de beekvallei  in duiken. Ik kies voor het laatste, en stel vast dat Red Sin City volledig afgesloten werd. In de winter van ‘66 kon geen haag of poort ons tegenhouden en kropen we binnen in het geheimzinnige huis. Wij waren Pim Pandoer of Bas Banning. Nee we waren dertien. 

De meiboomweg  die nog al te lijden had van een als maar dikker wordende boom waardoor het dallenpad niet meer berijdbaar was heeft een oplossing gekregen. Het pad ligt nu om de boom heen. De molenweg ligt helemaal droog. De molen wacht op betere tijden en vooral op een nieuw rad, want het is erg gesteld met dit erfgoed.  

De Kleine Steenweg mag er dan nog zijn, zijn bewoners zijn verdwenen. Lokes Dille, het hof waar Castro de wacht hield, het huis van Den Bakker, die op zijn knieën kroop na een paar trekken aan een John Thomas, ons Godelieveken de dochter van Staaf die zonder haar rokken op te tillen over de meterhoge omheining van hun weide sprong maar ons niet te stekken kreeg. Langs ‘t Ijzeren hekken waar de zon nog altijd schittert op het glas van de serres, voorbij bij Tistepee , waar ik al drie keer een ander huis heb weten staan, langs de verdwenen root, door de Goemanswegel. De weg kruisen, via de Groenstraat de Onegem in duiken. Sommigen zeggen de Honegem, anderen de Oonegem. Toen bestond globalisatie en eenmaking nog niet.  Of misschien toch wel, want was de Honegem niet een ‘gemene meers’, waar iedereen zijn beesten samen mocht uitlaten?  Er liggen turfputten verscholen, waar de doorsnee wandelaar niet langs komt. 

Het park van Mesen in Lede nodigt uit tot schrijven.



Een jaaroverzicht zoals geen ander: 2020

dagblog, Het Lijsternest Posted on 17 jan, 2021 22:41

Het jaar 2020 zoals het normaal zou zijn verlopen, kan eigenlijk samengevat worden door enkel de maanden januari en februari te overschouwen. Met recht en rede de enige maanden die verliepen zonder dat iemand zich zorgen maakte. Problemen waren er enkel voor de Chinezen, en dat schenen op dat ogenblik nog altijd onze tegenvoeters. Die periode bracht ons concertjes van Barbara Dex en Alfred Den Ouden. Aalst Carnaval ging door en we ontwaarden schitterende poppen van de Stones eb van de Beatles, al vielen ons ook enkele mieren op. Er was nog geen vuiltje aan de lucht, lat staan vuil in onze neus.
Hoe het verder verliep in wat nu bekend staat als het rampzalige jaar 2020 leest u later meer. Ook de concerttickets voor McCartney, Fogerty en Eric Clapton liggen nog op het schap.
Op de plaat en cd aankopen hebben we verplicht kunnen besparen. Zeker tijdens de lockdown. Zes weken lang geen enkele niet-noodzakelijke winkel, noch kringwinkel te bezoeken. De periode nadien mocht er dan weer wel zijn. Blijkbaar heeft lockdown geleid tot opkuis van zolders, kasten en jawel zelfs platenrekken. Artiesten zochten nieuwe wegen om zich toonbaar te maken aan hun publiek. Achter een micro voor hun voordeur, of voor een gemaskerd en verspreid publiek toen het nog even kon. Deze zomer stelde William Souffreau op die manier zijn nieuwste songs voor. McCartney liet zich verleiden in Sussex tot een derde McCartney solo plaat.

https://www.facebook.com/PaulMcCartney/photos/a.488766413312/10159362274943313/

1Paul Mccartney McCartney 3CD
2Robert Plant Digging Deep: SubtereneaCD
3CCR live in Woodstock 6,99CD
4The Rolling Stones Goats Head Soup 100CD
5Neil Young HomegrownCD
6Emmylou Harris The very best of Heartaches & Highways  2,5CD
7Neil Young The Broadcast collection  1984-1995 9,99 BCCD
8Moody Blues at the Isle of Wight 1970CD
9John Prine In sprite of ourselves 2,5CD
10Bruce Springsteen on Broadway 2CD
11Tom Petty & the heartbreakers Greatest Hits 3CD
12Chicago Transit Authority 50th Anniversary Remix 12,99 7 5,25CD
13Whitesnake Unzipped 8,99 5 3,75CD
14Nils Lofgren I came to danceVinyl
15Bobby Gentry’s Greatest! Vinyl
16Francoise Hardy Blues 1962/1993CD
17Katie Melua The Katie Melua Collection 2 CD
18Les Paul Now! 2Vinyl
19Sharleen Spiteri MelodyCD
20Imagine No John Lennon A tributeCD
21Al Di Meola the Manhattan years 3CD
22Wim de Craene (Dag Wim, Alles is nog bij het oude) 3CD
23George Thorogood and the Destroyers The Hard Stuff 3CD
24Dr Feelgood StupidityVinyl
25The Most Collection Volume 2Vinyl

Een overzicht, waarbij cd en vinyl door elkaar. Vooral de novemberaankoop van een twintigtal albums van Nils Lofgren, Journey, Asia, enz… was een meevaller.
Voor de rest zeer toe te juichen, het na 50 jaar verschijnen van de passage van Creedence Clearwater op Woodstock.
De Rolling Stones die Goats Head Soup heruitgeven, en waarbij in de (dure) box ook het Brussels concert van 1973 werd gestopt. Lik mijn lipje.
Ook Neil Young die een ooit niet uitgegeven plaat uit die tijd eindelijk laat verschijnen is de moeite.
We hebben eindelijk Emmylou Harris echt ontdekt, mag ik zeggen. Heeft leeftijd daar iets mee te maken? Ik weet het echt niet. John Prine, nog net ontdekt via een ex-bibliotheek aankoop in Zottegem, vooraleer de man Covid-slachtoffer werd.
Op 10 staat Bruce Springsteen. Het mag weer, omdat hij reflecterend over zijn eigen leven, eindelijk weer op en beter spoor zit. Zijn biografie ligt nog op de leesplank. Elf en twaalf heb ik meerdere keren meegenomen in de auto, gewoon omdat ze beregoed zijn.

1Chris Barber in Hamburg Live in concertVinyl
2Barbara Thompson’s Paraphernalia Live in London ‘A cry from the heart’ 3CD
3Eric Clapton Me and Mr Johnson CD
4Earl Bostic The Best of Bostic 0Vinyl
5Lonnie Johnson The complete Folkways RecordingsCD
6Living Blues Rocking at the tweed mill Vinyl
7Ray Charles The birth of a legend CD
8Bobby Jaspar’s NW Jazz CD
9“Rounder Europe” Blues Revue CD
10Blue Blot YoYo ManCD
11Nat King Cole Route 66CD
12The Alley Gators Feet & Teeth CD

Collectie jazz en blues weer mooi kunnen aanvullen me(t ondermeer enkele Britse top platen van Chris Barber en Barbara Thompson. Eindelijk Earl Bostic op vinyl gevonden.

Niet gerangschikt een lijst van veel te veel boeken, die ik ooit wil lezen.

GeografieTrotter Berlijn 
HistoriekDe Monnik-manager Abt De Loose in zijn abdij t’Ename 
Info Tony Hawks Door Ierland met een koelkast
RomanJack Kerouac On the road the original scroll
MuziekStuurt Maconie Cider with the roadies 
GeografieReisgids National Geografic Roemenie
HistoriekPhilip Carr-Gomm De Druïden De herleving van een traditie
Info Laurence J. Peter Raymond Hull Het Peter principe
RomanMarc Didden Het verdriet van de mediawatcher
MuziekBruce Cook The Beat Generation 
GeografiePaul De waard Wereldwijzer Bulgarije
HistoriekWim Blockmans/Walter Prevenier In de ban van Bourgondië
RomanJames Joyce Dublinners
MuziekCharles Shaar Murray Jimi Hendrix kind van de regenboog 
GeografieMichelin Lannoo  Met de Camper door Europa
HistoriekGeorges Duby De Kathedralenbouwers
RomanKristien Hemmerechts Mijn man de schrijver
MuziekMarc Mijlemans Mijl op zeven 
GeografieUitgave Bellevue Geuze-neuzen in Brussel
MuziekBob Dylan Chronicles
GeografieFlorin Andreescu Made in Romania
MuziekRobert Shaw Classic Guitars
MuziekTed Gioia How to listen to Jazz
MuziekAlexander Waugh Klassieke muziek leren luisteren en begrijpen 
MuziekLeo Blokhuis Het Plaatjesboek 
MuziekErik Bindervoet & Robert-Jan Henkes Help! The Beatles in het Nederlands 

Jack Kerouac’s zeg maar de demo van zijn On the road. Het boek werd getypt, op een rol papier, vergelijk het met een rol, o zo populaire wc-papier van het afgelopen jaar. Gelukkig was deze koop slechts de weergave van die rol, en is het in boekvorm. Ex New Musical journalist nebadert Hendrix muziek toch even anders, en daardoor alleen al een must. Nog maar eens Mijl op Zeven en de Dylan Chronicles op de kop kunnen tikken.
De wegwijzer voor Bulgarije had ik in 2021 moeten gebruiken, maar dat zal allicht 2022 worden.
Deze zomer vaak gefietst en dikwijls Cider met de Roadies meegenomen, en nog een paar andere. Zeker toen we opnieuw op een bankje mochten gaan zitten, nadat de politiek haar absurde maatregelen wat had ‘af’gescherpt.
Ook de Beat Generation lijkt zeer de moeite, en was de aanschaf waard.
Ondanks corona en de gesloten winkels toch NIET overgegaan tot online hamsteren. En dat is maar goed ook, nu eindelijk de transportkosten worden doorgerekend.
Och ja en op de valreep was er Brexit…. En hoe we dat ervaren, leest u volgend jaar.



Neil Young wordt 75.

Classic rock Posted on 12 nov, 2020 18:09

Achteraf bekeken bestaat het leven uit een aan elkaar rijgen van gebeurtenissen. Sommige gebeurtenissen vinden plaats zonder dat we erbij zijn, of zelfs zonder dat wij er weet van hebben. Soms laten we ons misleiden door een of ander prul van een recensie van een of ander stuk onbenul in een of ander al even onbenullig week- of maandblad.
Terzake: elke luisteraar van het nachtradioprogramma met Tineke op Veronica kende haar afsluit tune, Expecting to Fly, die ze leende van Buffalo Springfield.
We wisten allemaal dat in Woodstock Crosby, Stills en Nash hun debuut maakten. Iets minder bekend was dat dwarsligger Neil Young had geeist dat hij niet zichtbaar in de film zou komen. Er waren er nog die dat liever niet hadden. CCR om ze niet te noemen.
En dan een paar jaar later werden we dagelijks, op de radio, om de oren geslagen met Heart of Gold, door radiofiguren als daar zijn: Anthony, Prince Of Darkness. Zacht gevooisde muziek tussen het geweld van Zeppelin en Deep Purple en Pink Floyd.
Kortom Neil Young stond in die jaren niet hoog genoteerd in mijn fan-lijst.
Daar kwam in 1976 verandering in. En of daar verandering in kwam. De openbaring vind plaats op 25 maart in 1976. Amper zes dagen nadat ik de liefde van mijn leven tegen kwam. Had een en ander late geprogrammeerd geweest, het had helemaal anders kunnen gelopen zijn. In die dagen dweilden we op zondag- en zaterdagavond nog de discotheken af. Plaatsen waar je Neil nooit hoorde, want everybody was still Kung-Fu Fichting. Maar dankzij ‘de Rie’ liet ik mij overhalen om mee te gaan naar Vorst. We hadden met ons beiden nog maar pas naar het Koninklijk Circus bezocht waar we in Bad Company vertoefden, en nog enkel maanden eerder zagen we Status Quo. Nog zo een band waar ik in mijn eentje niet zou voor zijn buitengekomen. Zelden zo een op en neer gaande massa gezien als die avond in de betonnen Vorstelijke tempel.

Een dag na het concert kocht ik Zuma. En daar is het niet bij gebleven. Precies op 25 maart maakte ik kennis met Neil, die zowaar gitaar kon spelen. Tenminste dat schreef ik,neer in mijn toenmalig verslag. We stapten binnen in Vorst Nationaal beladen met herinneringen aan Helpless en Woodstock. Wat direct opviel was de massale opkomst. Er waren zelfs Canadese soldaten die gekazerneerd lagen in Duitsland, met een bus gekomen. Na een poos begon ik mij stilaan te realiseren dat Young iets meer bezat dan zijn ‘eigenaardige’ stem. Hij kon begot nog gitaar spelen ook. De songs uit Zuma en ander recent plaatwerk stonden als een huis. Een solied huis. Young startte met een akoestische set. Een man op een stoel met een gitaar, die wondermooie nummers bracht. The Needle and the Damage Done was er een van. Na de pauze trad Young voor het licht met Crazy Horse, en pootte hij een geluid neer, wat ik nog nooit had gehoord. Dat was pas een rockband. Ik eindigde de korte beschrijving met: ‘We geven grif toe dat we Young danig onderschat hebben. Muziek die je energie geeft. Young heeft er weer een fan bij.’

Ik zag hem intussen tien keer live, en de rist platen en cd’s is niet meer te meten.
Wie meer wil lezen over mijn concertbezoeker of cd-recensies verwijs ik graag door naar:

Neil Young in Antwerpen

2014 Het jaar van Neil Young

Ik zou het bijna nog vergeten, maar vandaag vierde Neil Young zijn vijfenzeventigste verjaardag.
We hebben nog veel Neil Young tegoed. Wij wensen de archivaris en vooral componist en muzikant Young nog veel mooie muzikale jaren. We komen elkaar nog wel eens tegen.



Volgende »