Blog Image

Sadeler's blog

If I were a miller at a mill wheel grinding, would you miss your color box, and your soft shoe shining? (c) Tim Hardin

Link naar:  windmolens, Facebook   Meer weten? contacteer mij. 

Opgelet: Alle artikels en foto's zijn beschermd door copyright. Alle overeenkomsten tussen bestaande personen en personages berusten op louter toeval. Topfoto (c) Michel Verdoodt.

Train plus en Anthony Van Dyck

dagblog Posted on 22 mei, 2026 18:07

Train plus en Anthony Van Dijck.

Chester: Koude rillingen lopen over mijn rug op deze meer dan gewone zonnige dag. Ergens in een immens kerkgebouw in een te weinig geroemde stad. En oudere man tovert melodieën uit een kerkorgel.  De rillingen hebben te maken met herinneringen aan een kerk en muziek. Pakweg 25 jaar geleden, al komt het niet aan op een jaar meer of minder.  Saint Peter’s church in Chester, op een zonnige dag. Rond het middaguur, tijd voor ‘a pot of tea’, want dat kan in die bewuste kerk. Nu is nog enkel een klein gedeelte aan de rechterkant in het kerkgebouw afgeschermd voor erediensten.  De linkerzijde werd omgevormd tot tearoom, waar je bedient wordt door enkele oudere allervriendelijkste dames en heren.  Ooit stonden er een stuk of wat afgeschreven IBM PC2’s, waarop je gratis het internet op kon.  Kortom een internetcafe in een kerkhoek. Je vond ze in die dagen overal; in Liverpool bijvoorbeeld.  In deze kerk zag ik enkele jaren geleden nog een drumstel wachtend, of om bespeeld te worden, of om opgehaald te worden.  Vijfentwintig jaar geleden, bevond zich naast de tafeltjes waaraan je thee kon drinken een piano.  Daar zat een oude man, ik schat achter in de tachtig, de toetsen te beroeren, op een manier die je verplichtte om te luisteren.  Mooie onvergetelijke momenten.  Een jaar later zat hij er opnieuw te spelen, en daarna…. ben ik blijven binnenlopen bij Saint Peter, maar helaas geen oude man achter een piano, tot… vandaag hier in Gent.  

Gent: Kerken zetten tegenwoordig vaak hun deuren open, om voornamelijk toeristen naar binnen te lokken.  Ook toeristen in eigen land.  Ik hoorde naderhand de pianist aan enkele jonge deernes vragen: “English? Francais? Och Vlaams, hoor ik niet zo vaak, en er lopen hier dagelijks 600 mensen naar binnen.”  Waarom kijkt de Vlaming nog altijd argwanend naar kerken? Het laat zich raden.  Het wordt stilaan tijd dat men die “lege” gebouwen begint te koesteren als erfgoed, en dat men zich over de religieuze aspecten heen zet.  De pianist, vermoedelijk nog een overgebleven geestelijke, vertelde de meisjes dat ze met hun Gsm ook naar God konden bellen.

Ik wandelde verder, want in deze Sint Michielskerk hangt zowaar een Kruisiging gepenseeld door Anthony Van Dyck.  Behorend tot het selecte groepje van Vlaamse topstukken. Anthony in plaats van Antoon, omdat hij veel tijd sleet over de plas.  Ik ken hem voornamelijk van kopieën van zijn Sint Martinus afbeeldingen in diverse kerken in de Denderstreek. Wat mij eraan herinnert dat ik toch nog eens naar Zaventem moet, want daar, juist ja, hebben ze een Sint Martinuskerk en een Van Dyck. 

Terug naar Gent. Bij het schilderij liggen teksten in drie talen met uitleg over wat we precies zien op deze afbeelding van Golgotha. De moeite waard om enige zinnen te citeren, die neergepend werden door ‘Herman Streulens’, een Oblaat Benediktijn. Ik citeer: ‘Het kruis werd in die tijd op voorhand klaargemaakt met 3 doorboorde gaten voor de nagels.’  Dit verbaast mij omdat ik ooit in mijn schooltijd van een bakkerszoon-priester, die ons les gaf hoorde dat men in feite de gekruisigden aan het kruis vastbond met touwen.  Vermoedelijk niet meer controleerbaar. De oblaat gaat verder: ’Eerst de rechterpols passen op de opening en nagel erdoor.’  Meten is weten leerden wij indertijd. Het begint al bij al macaberder te worden: ‘Toen ze de linkerpols pasten, was de opening te ver, dan maar de schouder uitgetrokken, nog te ver.’  Hé?  Was die benedictijn daar toevallig bij aanwezig?  Bon, ik begin mij vragen te stellen. ‘Dan maar de nagel door de hand. En dan de 2 voeten samen, met duivelse razernij de nagel erdoor.’ Ik mag hopen dat u zich stilaan een beeld kunt vormen van wat Anthony Van Dijck moet bezield hebben toen hij aan dit schilderij werkte. Ook de oblaat begint zich vragen te stellen, want we lezen verder: ‘Voldoende om alle zonden uit de wereld te helpen?’ Tja u vraagt, maar wij weten het niet. ‘Neen’ gaat het verder ‘ Ze draaien met veel geweld het kruis om, de nagels moeten immers omgeslagen worden. Nog niet voldoende?’  God nog aan toe wat heeft oblaat Streulens dan nog meer kunnen vaststellen? ‘Ze kipten met geweld het kruis in de klaargemaakte put en met een plof viel het kruis in de put, Jezus snakkend naar adem. De nagels scheurden zijn vel nog meer open.’  In zijn volgende zin besluit hij dat het lijden onmenselijk was, om het mensdom te redden.  Het woord mensdom wordt in de Engelse tekst gewoon vertaald door ‘us’.  Staat u mij toe dit toch wel een merkwaardig onderdeel te vinden van de verdere beschrijving van het schilderij, waarbij overigens elke figuur aan bod komt.  Zo verneem ik nog dat Maria 69 is geworden, al schrijft de oblaat daarbij ‘denk ik’, en weet hij dat zij haar ganse leven in het blauw was gekleed, behalve die ene sterfdag waarop ze een wit kleed droeg.  

Om af te ronden nog dit over Maria Magdalena, een publieke vrouw, die Jezus eerst  in het gezicht spuwde, en later zijn beste vriendin werd. ‘Is dat geen duidelijk voorbeeld om nooit mensen te beschuldigend na te wijzen?’  Ik mag hopen dat de social community van facebook en aanverwante vroeg of laat de Sint Michielskerk bezoekt, op zoek gaat naar het schilderij van Van Dyck, deze tekst ter hand neemt, en… glimlacht.   Het werd toch nog een mooie zomerdag, daar aan de Graslei bij een kopje koffie. Gent die fiere…..

Wat vooraf ging.

Eind december nog snel een Train+ kaart gekocht. Gisteren vastgesteld dat het gebruik ervan, althans bij mij, tot nu toe onbestaande was.  

Dan maar een ticket geregistreerd via het net, en na een korte wandeling naar het station moeten vaststellen dat een stem uit het plafond mij verkondigd dat omwille van technische problemen de trein is afgeschaft.  Ik zie rondom mij, niemand die hierop reageert.  Zou dit dan betekenen dat het toch waar is dat dit dagelijkse kost is, waar je geen verhaal tegen hebt?  De volgende trein komt er aan, een half uur later, en wat leuk, er werden enkele extra haltes ingelast, om het probleem van de vorige trein wat te verzachten, mag ik vermoeden.  Gevolg is dat we dus niet enkel een trein hebben gelmist, maar ook nog eens, door die extra stops, later aankomen.  

Alleen al om de bouwwerf van het Gentse station te aanschouwen kom je ogen tekort.  Hoe zal deze huidige betonnen wildernis er ooit uitzien?  Gent beschikt over een station dat aan de rand van de stad werd gebouwd. Wij zullen uiteindelijk tegen de avond dik15.000 stappen hebben gezet.  De aanhangers van de 10.000 stappen plannen kunnen dus gerust zijn over mijn geleverde inspanning.  

Besluit: twee uur nodig om tot Gent te treinen, en wat langer te genieten van de plus in trein+. Zou het echt kloppen dat een trein je in 5 uur van Lede naar Wales kan brengen, of in acht uur naar Liverpool?

Wandelen door het historische Gent en prakkezeren over treinreizen naar Wales voeren mij terug naar Mitchell Troy.  Voor alle duidelijkheid, dit is een plaats en geen persoon. Het ligt wat verder dan Monmouth (dat dan weer dicht bij Rockfield ligt). Monmouth de poort naar Wales. Op de campsite in Mitchell Troy, met de heerlijke naam Glenn Trothy, maakten we kennis met een Brit, die daar tijdelijk verbleef vanwege een job in de omgeving. Hij kon onze nummerplaat van onze auto niet direct thuisbrengen en informeerde naar ons thuisland. Kunnen wij het helpen dat wij nog steeds rondtoeren met nummerplaten waarop rode tekens op een witte achtergrond te zien zijn. Het had anders gekund: gele letters op zwarte achtergrond. Althans dat was wat ene J. Sauwens jaren geleden voor ogen had. Buiten de waard gerekend want in België, zijn dergelijke wijzigingen onuitvoerbaar.  De heer Sauwens nam dan maar weervraak en schilderde eigenhandig alle rood/witte verkeerspalen in geel en zwart.  We genieten er nog alle dagen van. Dat België  bekend staat als een surrealistische natie, moet toch ergens vandaan komen. 

Bon, de man op de campsite, zette een pas achteruit en sprak tot ons op kordate toon: ‘Och jullie komen uit België, het land dat geen geschiedenis heeft.’  We hebben daar toen toch wat op doorgeboomd. Dat bedenk ik nu wanneer ik op de Sint-Michielsbrug sta, en voor mij de torens van Gent zie. Geen geschiedenis?  Ik hoor inderdaad twintig talen rondom mij. Zijn we misschien ergens in de geschiedenis onder de voet gelopen?  Wij waren toch de dappersten van heel Gallië.  Wist u trouwens dat Gallië, Wallonië en Wales taal gezien allemaal hetzelfde betekenen? Vreemden. Inderdaad zij die langs de buitenboorden van het Romeinse rijk leefden.   

Laat het ons houden op het feit dat we iets te bescheiden zijn, en onze identiteit laten kapen door elke nitwit met een vlag die we niet kunnen of willen zien als de onze.  

Gent is de laatste jaren toch enigszins veranderd.  Geen trams meer in de Veldstraat, meer wandelaars: lees toeristen in de straten. Ik drink mijn koffie langs de Graslei en betaal aan een meisje achter in de bar. Zij overlegd erst druk met een andere dienster in een taal, die je niet voor mogelijk houdt. Aan het meisje dat met mij afrekent vraag ik: ‘Waar kom je vandaan?’ Ze oogt rond de twintig en zegt in onze vlekkeloze taal: ‘Uit Oekraïne’. Het andere meisje spreekt enkel Engels en geeft haar identiteit niet prijs.  Ik besluit dat ze Russisch is, wat toch fantastisch zou zijn, mocht het waar zijn. Want zijn we niet allen dezelfde mensen op deze aardkloot?  Ook hier in Gent?



Dertig jaar: Digitale Regio Aalst vzw

dagblog Posted on 13 feb, 2026 00:08

Het is 16 jaar geleden dat onze eerste blogpost verscheen over Aalst carnaval. Als vliegende reporter van DRA, Digitale Regio Aalst, bleven we dit jarenlang doen.  Tijd om terug te blikken op DRA zelf, want wat blijkt? 

We zijn aan het dertigjarig jubileum bezig. Hoe mooi en knap is het dat een vereniging na dertig jaar nog steeds bestaat, wetende dat in de loop der jaren alle stichtende leden op een of ander ogenblik het schip hebben verlaten.  Bon DRA is in goede handen zo blijkt, en actiever dan ooit.

Vandaag blikken we terug naar die eerste dagen, toen er met geen woord werd gerept over carnaval.  Het idee om DRA op te richten had alles te maken met het Internet.  Op het Aalsterse stadhuis kon men het woord amper uitspreken, laat staan dat er aandacht aan werd besteed. 

1995 de prehistorie

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is DigitaalDendermonde.jpg

‘Het dorp’ Dendermonde, de ludieke aartsvijand van ‘de stad’ Aalst was in 1995, zeg maar in de oertijd plots aanwezig op het net.  Een van de bestuursleden van de Flemish Computerclub, werkzaam bij kabelvreter RTT had het licht gezien, en ontwierp vakkundig enkele pagina’s met culturele info over de Beiaardstad. Voor alle duidelijkheid, dit was geen officiële webstek van de stad maar het werk werd geapprecieerd.

Gijzegemmenaar Norbert Van Cauter, toen alom gekend van zijn radioprogramma’s op Radio Hofstade, we naderen en komen al dichter bij Aalst, kon moeilijk verteren dat Dendermonde hier de kaas afsnoepte van de keizerlijke stede. 

In eerste instantie wrochtte hij zelf een website (titan.glo.be/~norbert) in elkaar met gratis van het web geplukte software, en maakte via zijn radioprogramma genoeg reclame om de Aalstenaars naar het web te lokken.

Het internet en vooral de toegang tot dit wereldwijde web was mogelijk geworden via een gratis diskette die gevoegd was bij P-Magazine, of heette dat toen nog niet zo (De nieuwe Panorama kan het ook nog geweest zijn). De stad Antwerpen was op 4 mei 1995, een jaar eerder dus,  gestart met een webstek over de Digtale Metropool Antwerpen, afgekort DMA.  Het lag in hun bedoeling  om alle inwoners en ook diegenen daarbuiten gratis toegang te geven tot het net.  Iedereen kon een webstek aanmaken als ‘bewoner’ van DMA. De websteks rezen als gevolg daarvan als paddestoelen uit de grond.  Wij registreerden ons als http://www.dma.be/p/bewoner/aalst en bouwden een Engelstalige site uit met als doel de buitenlandse toerist naar de ajuinenstad te lokken.

Binnen de kortste keren vonden enkele gelijkgestemde Aalsterse zielen elkaar en werd er vergaderd. Bij die eerste bijeenkomsten zaten rond de tafel:  Eddy De Saedeleer, Alain en Marc Buyle (nog een ex-dj) en initiatiefnemer Norbert Van Cauter.

1996: erkenning gezocht bij de stad Aalst.

Binnen de kortste sleutelden Eddy en nieuwkomer Sven Delmoitier, samen met Andre Reynier aan een verbeterde versie van de webstek.

Er werd deelgenomen aan de vergaderingen van de Culturele Raad van de stad Aalst, sectie Culturele Animatie en Toerisme.  Hiervan getuigen enkele verslagen uit 1996, nu dertig jaar geleden.  De plannen om Aalst op het internet te promoten werden voor het eerst toegelicht op de vergadering van 15 april 1996. 

Punt 5 van het verslag meldt o.a. dat: “Door de impuls van de vorige vergadering, de snelle contacten met de schepen voor toerisme (noot: Gracienne Van Nieuwenborgh) en haar onmiddellijke toestemming is men dadelijk van start kunnen gaan.  Door de belangeloze inzet van drie mensen: Norbert Van Cauter, Andre Reynier en Eddy De Saedeleer is op korte tijd enorm werk gepresteerd zodat sedert zaterdag 13/4 Aalst op internet vertegenwoordigd is met culturele en toeristische informatie….” 

Dat de initiatiefnemers de zaken ernstig namen blijkt uit de volgende passages uit enkele daaropvolgende verslagen.

In het verslag van de vergadering van 4 juni 1996 lezen we: onder punt 4: “De heren N. Van Cauter en E. de Saedeleer geven toelichting over de evolutie van hun werk i.v.m. de bekendmaking van Aalst via INTERNET.  De pagina’s bevatten reeds een samenvatting van de geschiedenis van Aalst, gegevens over bekende personen, aangepaste nota’s betreffende gebeurtenissen, sommige van deze pagina’s zijn ook in het Engels te bekomen.

Men betreurt het zich afzijdig houden van het stadsbestuur van Aalst. De vraag wordt gesteld of de stad niet kan tussenkomen in de onkosten die voortvloeien uit deze activiteit.” Er wordt verder nog op vraag van enkele leden gevraagd om over dit gegeven een brief te sturen aan het C.B.S.

Op 24 juni 1996 te 11 uur wordt samengezeten met schepen Gracienne Van Nieuwenborgh toenmalig schepen voor Cultuur en Toerisme.

Besluit: op dat ogenblik lijkt alles in de goede richting te verlopen; toch was dat maar schijn.

In het verslag van de vergadering van 10 september van de Culturele raad van de stad Aalst, sectie Culturele Animatie en Toerisme wordt naar aanleiding van het uitgebrachte verslag door N. Van Cauter ‘verbazing en ongeloof’ uitgedrukt over het standpunt van de stad in deze zaak. Men begrijpt niet dat de Stad het belang van deze mogelijkheden niet volledig wil inzien en daaraan wil meewerken.     

Wat was er aan de hand? Zag men het niet meer zitten dat enkele particulieren Aalst wilden promoten via digitale weg?  Kortom werden de initiatiefnemers eerder als een luis in de pels ervaren?

1996: De geboorte van Digitale Regio Aalst vzw

Er werd besloten om een en ander te professionaliseren.

In een onbewaakt ogenblik, ergens te Gijzegem, werd besloten een vzw op te richten. Daartoe kwamen Norbert Van Cauter, de broers Alain en Mark Buyle (nog een ex-dj), Eddy De Saedeleer samen Wij zouden het anders en nog veel beter aanpakken.  De vzw Digitale Regio Aalst was weldra een feit. Er werd niet ver gezocht naar een naam, en de analogie met Digitale Metropool Antwerpen lag voor de hand.  Bovendien bekte DRA goed. Op 27 november 1996 werd de vzw gesticht.

Volgens haar statuten zou ze de Aalsterse regio promoten in alle mogelijke vormen.  Het hoeft geen betoog dat de activiteiten van Digitale Regio Aalst vanaf dan nog scherper in het oog werden gehouden.  Uiteindelijk, schoot het een tijdje later helemaal in het verkeerde keelgat van enkele Aalsterse stadbestuurders.

1997: DRA in woelig water. 

Op 7 april 1997 stuurde de stad bij monde van de Burgemeester een schrijven naar de voorzitter van de vzw over het plaatsen van culturele en toeristische informatie over Aalst op Internet.

De brief was een reactie op de vraag van DRA om medewerking van de stad. Lees mee: “…. Het ligt voor de hand dat alle initiatieven die tot doel hebben de stad Aalst wereldwijd te promoten op de eventuele steun van het stadsbestuur kunnen rekenen op voorwaarde dat ze vakkundig worden uitgevoerd.” 

En precies in het staartje van de bewuste paragraaf stak het venijn, want men vond dat” “… de teksten die u op Internet heeft geplaatst zowel tal van inhoudelijke als grove spelfouten bevatten.”

En dat omdat het officiële logo van de stad en verwijzingen naar toeristische brochures werden gebruikt achtte de stad zich verantwoordelijk.

Er werd vriendelijk gevraagd om de teksten te laten verifiëren door de diensten Cultuur en Toerisme, en er werd gedreigd tot het verbieden van het gebruik van het officiële wapenschild.   

Oei… werk aan de winkel. In een op 22 april  opgesteld antwoord wordt aangegeven dat men graag ingaat op de suggestie van de stad, en dat de bewuste foute pagina’s werden opgefrist en gecorrigeerd. Verder werd de stad gesuggereerd ‘dat het de herkenbaarheid van de stad zou onderstrepen mocht Digitale Regio Aalst onder de naam www.aalst.be worden gepresenteerd.’ De brief werd besloten met de vraag de vzw te contacteren om verdere afspraken te maken.

Van het daaropvolgend onderhoud met de burgemeester herinnert de toenmalig voorzitter, Norbert zich dat hem gevraagd werd naar het bureel van burgemeester Anny De Maght te komen waar hem, naast ontvangst met een kopje koffie, flink de levieten werden gelezen: “dat  ik me iets toe-eigende dat totaal verboden was ,Aalst zonder toestemming van haar en de stadsdiensten op het internet plaatsen, en dat AALST een eigen naam was die ik niet zo maar kon gebruiken,”

De voorzitter schetst daaropvolgend, niet uit zijn lood geslagen, de historiek van de webstek, hierbij verwijzend naar o.a. Dendermonde.
Zij begreep het, maar vond toch dat de stad het heft zelf in handen moest nemen. En dat DRA haar website binnen de 24 uur diende offline te halen, omdat de naam Aalst onrechtmatig was gebruikt.

Aldus sneuvelde de eerste versie van de website, maar…. er werd zeer snel een nieuwe site met een nieuwe naam op het net gezet.

Eddy De Sadeleer kreeg het lumineuze idee, om indien we toch de naam AALST niet mochten gebruiken, we beter een andere naam konden verzinnen die duidelijk aan zou geven wie we waren en wat we wilden tonen. Digit@alst werd het, en zo stond enkele dagen later de website weer online.

In de periode die volgde begon de stad inderdaad stappen te ondernemen om zelf aanwezig te zijn op het Internet.

De naam www.aalst.be werd op 17 april 1997 geregistreerd bij DNS, ten einde zich veilig te stellen tegen ‘kapers op de kust.’

DRA volgde via de Cultuurraad met argusogen deze stap, waarna snel bleek dat men voorlopig de web aanwezigheid niet zelf op poten zou zetten, maar integendeel zou uitbesteden, via uitschrijven van een offerte.Om kort te gaan de stad wou aanwezig zijn op het net maar had nog steeds geen kennis in huis.  Naderhand zouden ze dan wel zien hoe het liep… toch wel amateuristisch mag gezegd worden.  Behalve dan dat ene puntje waar DRA niet had op gerekend.  Vzw’s werden gewoonweg geweigerd bij het indienen van de offertes, omwille van ‘het niet professioneel genoeg zijn’.  Een computerverkoper met winkel op de Parklaan mocht aan de slag, en kreeg hiervoor een ruim toegemeten bedrag.

Deze afbeelding heeft een leeg alt-attribuut; de bestandsnaam is drafeb98_2.jpeg

Het resultaat was dat deze keer een en ander in het verkeerde keelgat schoot bij de bestuursleden van DRA vzw.  Dit konden we niet laten passeren en binnen de kortste keren, nog voor Aalst carnaval (sic) werd een persconferentie in Rollerland aan de Tragel belegd, waar we onze grieven over de oneerlijke behandeling door het stadsbestuur op tafel gooiden.  Uiteraard  haalden we de lokale pers want een 40-tal personen, waaronder journalisten, woonden deze persconferentie bij. De volgende stonden de kranten vol met lovende artikels. Lees we hadden onszelf plots echt op de kaart gezet.

Enkele persmannen suggereerden om de stad gewoon te negeren, en zelf ‘ons ding te doen’. Op een volgende vergadering werd beslist om ons toe te spitsen op activiteiten, en het idee om enkel een promotionele webstek voor de stad uit te bouwen te verlaten.

De eerste activiteit die zich aandiende: Aalst carnaval.  De toekomst van DRA lag open. We zouden Aalst eens laten zien wat we in onze mars hadden:  Carnval filmen, van commentaar voorzien, en dit streamen naar de ganse wereld.  Iedere uitgeweken Aalstenaar laten meegenieten van toch wel het top evenement van het jaar.

Er werd in zee gegaan met provider Interline uit Herzele die internet toegang aanbood via IBM, de grootste hard- en softwaregigant ter wereld.

Voor de allereeste ‘uitzending’ van DRA werd een eerste schuchtere poging vond ondernomen vanaf de bovenverdieping van een appartement in de Koolstraat van waaruit we de stoet recht op ons af zagen komen uit de richting Klein Parksken.

We waren gelanceerd.  Sterker nog we werden geapprecieerd door een deel van de bevolking, die het urenlang langs het parcours staan niet echt meer zagen zitten, omwille van pakweg de leeftijd.

Waren we in het begin nog afhankelijk van de kwaliteit van het indertijd nog vrij trage internet, dankzij goede relaties met de RTT/Belgacom konden we beschikken over grote upload capaciteit dan wat doorsnee werd aangeboden:  Kwaliteit waarover onze concurrenten, en die waren er, niet beschikten.  En…. de stad liet begaan.

Na de Koolstraat werd uitgekeken naar nog betere locaties, en die werden gevonden op het Stationsplein, eerst vanuit Hotel de la Gare en later vanuit Cafe Stad Brussel.

Via lokale sponsoring, want een vzw, verkoopt geen eieren, kon jaar na jaar het opname materiaal verbeterd worden.  Betere geluidsversterking en microfoons en vooral betere camera’s werden eerst gehuurd, en later gekocht. Vanaf 2001 kon men elk jaar terecht op de eigen webstek van DRA www.digitaleregioalst.be

Enkele beslissingen die werden genomen op de algemene vergadering in 2005,  hielden in dat de website tegen editie de 2006 editie van carnaval zou vernieuwd worden. Contacten werden gelegd met Belgacom, kanaal 3 , Citymusic en een rist sponsors.  Er zou een scenario gemaakt worden voor de eerste Cinemajoin DVD.

DRA vzw breidde het bestuur uit met nieuwe leden waaronder Dimitri Van Hove en Jan Wageman. Door het vertrek naar het buitenland, om persoonlijke redenen, van voorzitter Norbert, werd de fakkel overgenomen door Alain, tot die op zijn beurt werd opgevolgd door huidig voorzitter Dimitri.

De projecten van DRA mochten er zijn en dat bleek vooral een paar jaar na de opstart toen een Aalsterse cinemazaal volliep voor de eerste Cinema Ajoin DVD, een gedreven project dat werd gestart door filmer Jan.

In tegenstelling tot andere filmers van het Aalsterse cartanavalgebeuren die vooral documentaires over Carnaval produceerden, was het opzet van DRA een film over Carnaval te maken waarbij de nadruk lag op humor en vooral op het tonen van wat Caranaval echt is.  We weten met zijn allen dat  Aalst jarenlang door onze nationale TV zenders stiefmoederlijk werd behandeld. Vaak toonden zij enkel  Aalst Carnval op zijn ‘smalst’, door beelden te tonen van enkele vettige volgezopen ‘deelnemers aan Carnaval’ en die het woord te verlenen. Een TV uitzending waarin een prinsenverkiezing werd gevolgd, en de verliezers het hoogste woord kregen, kon niet echt goed genoemd worden voor het imago imago van Carnaval.

De staande ovatie na de vertoning van Cinema Ajoin in de bioscoop, in het jaar van Tommeken, zindert nog na bij wie er bij was.

Het team was, en dat mag gezegd,  toen al behoorlijk uitgebreid, met gasten die wisten hoe je een camera moest bedienen, gasten die pertinente vragen aan de carnavalisten stelden.  De prinsenverkiezing, volgen van kandidaten, prijsuitreiking, de winterfoor, alles kwam aan bod.

Na de eerste woelige jaren.

DRA hield zich bezig met de streaming van Carnaval, het filmen en op DVD uitbrengen van Cinema Ajoin.  Het inrichten van computerbeurzen, het opzetten van een Internet radio. Filmen van prinsenverkiezingen, resultaten, enz…

Dat de verhouding met de stad Aalst uiteindelijk goed kwam kan alleen maar toegejuigd worden.

Al wie in die dertig jaar mee zijn steentje heeft bijgedragen mag zich gelukkig prijzen, zeker nu we gevierd worden in de carnavalstoet 2026.

We duimen nu al voor een eerste plaats van Middelgrote Groep Drasj die dit jubileum uitgebreid in de verf zet.

We wensen het huidige bestuur van Digitale Regio Aalst alle succes toe. Bedankt Dimitri, Pascal en Guy om het werk van de internetpioniers van het eerste uur verder te zetten.

Voor meer info: www.oilsjt.be of www.digitaleregioaalst.be



Need never get old

dagblog Posted on 06 jan, 2025 13:30

2024 zit er op, en de lijstjes zijn samengesteld.  Tijd dus om een en ander toe te lichten. We staan stil bij de aanwinst op vlak van vinyl en cd, concerten en een serie aangekochte boeken. Uiteraard komt hier niet alles aan bod. Pakweg ‘Dua Lipa’ en ‘Taylor Swift’ zal u hier niet vinden, ook al kocht ik iets van hen om “te ontdekken”, zoals dat heet.  Alles moet kunnen.  Het was een jaar waarin toch weer heel wat Beatles materiaal het licht zag.  Dat mag zeker gezegd van ‘One hand Clapping’, de opnames van ‘Paul McCartney’ met zijn nieuwe Wingsversie na de opnames van Band on the Run.    Band on the Run was nagenoeg een soloplaat met hulp van ‘Linda Eastman ‘en ‘Denny Laine’.  McCartney wou de hort op en de nummers live brengen en dus stelde hij een nieuwe band samen. One hand Clapping is de weergave van de studiorepetities met die nieuwe band.  Naast de CD werd recent op TV ook het beeldverhaal getoond. Toch voor een groot stuk een openbaring waarin we zien, dat Linda wel degelijk speelt, en niet zoals zo vaak werd gesuggereerd er maar voor spek en bonen bijzat.  Je zou kunnen stellen dat McCartney haar nu probeert te geven wat waar toen werd onthouden.  Al bij al blijkt uit deze CD dat ‘Wings’ veel mer was dan een hobbybandje. ‘Sean Lennon,’ Lennon’s jongste zoon en Yoko zorgden voor een heruitgave van ‘Mindgames’ in verschillende versies.  Gaande van een heruitgave van de originele opgekalafaterde CD tot een ware houten box met een pak dingen waarop niemand zat te wachten.  Een luxepakket dat ooit op veilingen hoog zal scoren, dat mag u geweten hebben.  Wij kozen voor de eenvoudige CD met extra CD waarop voldoende demo’s. Overigens zat een vergelijkbare CD gratis bij een van de Britse muziekbladen.

Een ander toch wat onbegrijpelijke plaat die pas na 55 jaar het daglicht ziet zag is  de ‘Ten Years After’ opname van hun Woodstock concert.  Merkwaardig omdat steeds verteld werd dat door een onhandige technicus de opnames waren verknoeid, tenminste op de ‘I’m going home’ versie na. Niet dus en we krijgen nu het nagenoeg volledige concert.

Zowel de ‘Who’ als ‘Joe Bonamassa’ omringen zich met orkest, en voegden op die manier iets toe aan het doorsnee rockgeluid. ‘Roger The Engineer’ van de ‘Yardbirds’ wordt nog maar eens heruitgegeven in een betere mix en met enige extra’s. Een vruchtbaar jaar voor ons in onze zoektocht naar materiaal van ‘John McLaughlin’ al dan niet omringd door het ‘Mahavishnu Orchestra’.  In eigen land zeer genoten van de nieuwste van ‘Lieven Tavernier’:  ‘Sprokkelgoud’. Tavernier schitterde op de Gentse Feesten op het Luisterplein , zij het in een gedeeld optreden met ‘Kadril’, waarmee hij later nog de baan zou optrekken.

Wat livemuziek betreft pikten we twee grote concerten mee.  Wie had ooit kunnen dromen dat de ‘Creedence familie’ ergens in Zottegem in een wei zou aantreden. Vandaag omringt John Fogerty zich met zijn twee zonen.  En ook al was dit optreden voor ons een blij weerzien na het Antwerps concert van een jaar eerder, het blijft genieten.  De festivalsfeer speelde zeker mee.  In Fogerty’s voorprogramma kregen we ‘hardrocker’ ‘Helmut Lotti’. Mooi meegenomen, want enkel voor Lotti waren we thuisgebleven. Toegegeven, het is een gimmick, maar wel gebracht door een professional, en het publiek lustte er pap van.  In het najaar togen we naar Antwerpen om er ‘Zeppelin’s Robert Plant’ aan het werk te zien.  De jonge god, is veranderd in een gewaardeerde entertainer.  “Ik ben geen jukebox”, liet hij ooit weten aan al wie hoopt op ‘de reunie’.  Een reunie die er nooit zal komen. En Plant neem je of neem je niet. Zonder enige twijfel een van de  beste en grootste artiesten van deze tijd.  Ook deze keer liet hij zich vergezellen van topmuzikanten en een topzangeres, waarmee hij bekende en eigen nummers van een ongekende frisheid voorzag.   

Het Amberteam was toe aan een jubileum. Het team is nu al tien jaar in de weer met de organisatie van bijeenkomsten waar aan de ‘oude’ gasten van het cafe en staalkaart van lokale muziek wordt geboden, afgewisseld met het beste wat in de jaren zeventig op de draaitafels belandde.  Deze keer bracht ‘de Ferre’ een keuze van zijn platen uit zijn Ambertijd.  Nadien werden we vergast op een spetterend optreden van ‘Dizzy Fingers’, de band waarin ex-Irish Coffee gitarist ‘Luc De Clus’ mocht schitteren, naast de twee Franky’s.  Wie er niet bij was had alweer meer dan ongelijk.

Wij leven in een omgeving waar op diverse lokaties tijdens zomerse avonden genoten kan worden van de beste muziek, en dat zelfs gratis, of het moet zijn dat er met de hoed wordt rondgegaan.  Zoals bij het optreden van ‘Roland’ met ‘Nils Decaster & Sarah De Smedt’ in Klein Zwitserland. Puur genieten.  Twee lokale Oost-Vlaamse bandjes, ‘Chez Kit’ en ‘Atmid’,  eindigden met krak hetzelfde bisnummer van  ‘Nathaniel Rateliff & the Sweats’: ‘I need never get old’.

Terzelfdertijd de beste CD single die we dit jaar kochten, precies dit nummer in de versie van Chez Kit, opgenomen in Herzele.  Meer dan vermeldenswaard was zeker de avond in het Aalsterse Stadspark waar ‘Alex Agnew en de Moonlovers’ aantraden. De begeleidingsband bracht eerst onder eigen naam een waar tribute aan ‘George Harrison’, waarbij doorheen Harrison’s volledige  ouevre werd gestruind: ‘Beatles’, solo, ‘Traveling Wilburys’. Wat Agnew nadien zelf bracht was van de bovenste plank.  Wij hebben de ‘Doors’ nooit live kunnen aanschouwen, en dit gaf ons zeker een idee van hoe het moet geweest zijn, waarvoor dank.  Dit moet u zeker ergens te lande zien, indien  nog mogelijk.

Boeken aangeschaft? Uiteraard en genoten van enkele werken over de blues.  Niet toevallig van twee lokale schrijvers dan nog: ‘Karel Bogaert’s Blues Lexicon’ en een zeer verhelderend boek van ‘Johan Op de Beeck: Blues Seks Moed en tegenspoed’.  Bij de keuze molenboeken eveneens twee lokale werken kunnen op de kop tikken.  Een standaarwerk over hondenmolens van het duo ‘Jan Delcour – John Verpaalen’. Een toelichtend werkje van ‘Benoit Delaere’ over molendeskundige ‘Alfred Ronsse’.  Dankzij een kringwinkel aan voordeelprijs het werk over zilveren molenbekers.  Ons bezoek aan het TIMS symposium in Portugal leverde dan weer een paar Griekse ‘onleesbare’ prachtige boeken over wind- en watermolens.

Blijven doorgaan: I need never get old….

Het lijsternest.



Vakantiejobs 1967-1970

dagblog Posted on 11 jul, 2024 23:09

Elk jaar opnieuw tijdens  de eerste dagen van juli, duiken herinneringen op aan vervlogen (school)vakanties, of gebeurtenissen die plaatsgrepen rond die tijd.

Half juni waren we er reeds vanaf, van de examens in het Koninklijk Atheneum van Aalst. Het was de laatste worsteling met die school. Afscheid van tal van nooit meer te missen leraars, en goeidedag aan die enkele die dat verdienden. De school waar het lerarenkorps bestond uit ‘de Zwing, de Slasch, de Vogel, de Spek, de Kiek’ enzovoort.  Nog eenmaal liep ik er binnen eind juni 1967, om er een getuigschrift af te halen.  Daarna nooit meer en dat is nu toch al 57 jaar.  Het KAA staat dan ook op de allerlaatste plaats van de scholen die ik frequenteerde.

In 1967, net vijftien geworden,  zetten we onze eerste stappen in een wereld waarin werken van 8 tot 6 de norm was.  Het kwam al eerder aan bod, het feit dat we in 1967 voor het eerst kennis maakten met ‘hard labeur’.  Ik mag zeggen dat wij het werk, en vnl de eentonigheid ervan zwaar hadden onderschat.

De meeste jongens van onze leeftijd vonden het nuttig vakantiewerk te doen. Het hoorde zo.  In de velden zag je ze bezig, gebukt, gebukt onder de hete zon, bezig met het oculeren van rozen. Niet ons kopje thee en bovendien verdiende je er amper 8 of 9 frank per uur.   Via Marcel, toen zeventien en al enkele jaren werkzaam in de meubelindustrie vernamen we dat er bij ‘Meubelfabriek Paul De Neve’ op de Gentse Steenweg, altijd werkstudenten aan de slag waren, en nu was er nog niemand begonnen.  Als vijftienjarige kreeg je zelfs 20 frank per uur. Wie een jaar jonger was moest zich tevreden stellen met 15 frank. We namen de job aan en hielden het precies drie en een halve dag vol. Aan ons zou geen meubelmaker verloren gaan, noch een handige kasten polierder.   

Die bewuste maandagochtend in juli werden wij ingezet naast onze buurjongen, die er lustig op los hamerde en nagels moeiteloos het hout indreef. Wij werden verondersteld te zorgen voor de “verfijnde” afwerking van de meubelplaten. Eerste vaststelling, hier werd niet gewerkt met volhouten panelen, maar met op velzelplaat gelijmde bovenplaten. Langs de zijkanten werden daar dan afgeronde moluren op ‘geschoten’.  De ingeschoten nageltjes zonder kop, hingen een eind diep de moluren in.  En precies die gaatjes mochten wij met mastiek, stopverf, opvullen.  Volgens de inspectie van de ploegbaas kon dat veel beter, en mochten we het nog eens overdoen.  De realiteit was dat wij te snel wekten, en er niet direct een andere bezigheid voorhanden was. Kortom hij wou af van ons.

De tweede dag belanden we dan ook in het ‘spuitkot’.  Gelukkig aan het andere eind van de ruimte waar de ‘spuitgast’ het pistool hanteerde om er  elke binnengebrachte plank of meubelstuk  te benevelen.  Na een eerste vernislaag belanden de behandelde vlakke stukken en kastjes  bij ons. Onze taak bestond er in om deze opnieuw helemaal mat te polieren met een stuk schuurpapier, zodanig dat elk spuitbobbeltje werd weggewerkt, en ze opnieuw naar de spuitgast konden die er een finale laag opzette.

Een paar ‘oudere ratten’ in hdet vak mochten de meer hoekige poten en andere moeilijker  materiaal schuren.   De twee wisselden geen gebenedeit woord.  Misschien was het aangewezen dat ze hun mond dicht hielden, gezien de vermoedelijk minder onschuldig dampen waar zij dichter bij stinden dan wij.

 Stoelen werden niet ter plekke gemaakt,  die werden geleverd door een Mechelse meubelmaker.  Een van die gasten zag ik nadien nog jarenlang thuis voorbijfietsen, iets na zes uur ’s avonds, op weg naar huis. Ik heb nog vaak gerild bij de gedachte dat die man daar doodgewoon zijn leven weg schuurde bij PDN.  Het enige grappige aan het stel was, voor ons dan toch, was dat hij en zijn compaan die veel kleiner was een oerkomisch gezicht vormden wanneer ze door de werkplaats stapten met alweer een afgeschuurde kast die ze tussen hen in droegen,  alsof het een schuifaf was.

We hadden recht op korte pauzes om wat te verluchten, een middagpauze om de boterhammen te verorberen. Ogenblikken waarop de spuitgast hele flessen melk soldaat maakte. Iets waar hij recht op had om zijn ‘gezondheid’ op peil te houden. 

De meegebrachte boterhammen aten we buiten achter het gebouw waar hout gestapeld lag. Binnen de kortste keer kwamen er enkele konijnen uit de achterliggende velden af op  de korsten van de boterhammen van Duimpje. Duimpje, nogal klein en geblokt van gestalte, hapte slechts het kruim weg uit zijn boterhammen. Het bleek al snel dat hij het mikpunt was van de bende. Zeker nadat ze hem een keer hadden betrapt op de niet afgesloten wc terwijl hij, nu ja, vul maar in, bezig was.  Typische arbeiderslol die hun dag moest verlichten, al zal Duimpje er wel ongemerkt onder geleden hebben.  Het was daar tijdens een van die boterhammenlunches dat we afspraken om enkele weken later tijdens de conge naar Hofstade Bad (bij Mechelen) te fietsen. Andre en Marcel kenden de weg.

De rest van onze twee weken durende job leek geregeld: van de ochtend tot de avond, met een blokje schuurpapier, planken schuren  waarmee uiteindelijk kastjes, tafels, enz. werden geconstrueerd.  Afstompend mag redelijkerwijze worden aangenomen, tenminste dat vonden wij toch. Buiten scheen de zon, en lonkte de vrijheid.  Wij voelden ons als slaven op een galeischip.  PDN snapte het niet echt toen we die donderdagmiddag stelden dat we het wel gezien hadden.  Hij dacht nog even dat het voor die dag was, bekeek ons en zei dat we op het einde van de “quinzaine” om ons “pree” mochten komen.

Drie en een halve dag proeven van het arbeidersbestaan was ruim voldoende om ons te laten verder studeren. In die tijd zweefde nog  het zwaard van Damocles boven de hoofden van schoolmoe geworden kinderen.  Wie niet wilde studeren kon naar de fabriek op zijn veertiende. In die dagen bestond in gemeentescholen nog een zevende en achtste studiejaar. Wat er feitelijk op neerkwam dat men drie keer het zesde studiejaar afwerkte in afwachting van die “gelukzalige” veertiende verjaardag.  Ik heb er in ons zesde studiejaar nog zien ‘verdwijnen’ de dag dat ze veertien werden.  Of het een gelukkige verjaardag was?

De toenmalige fabriek van PDN  kan nog enkel bekeken worden op Made in Vlaanderen. Op de plek langs de Gentse Steenweg kan je nu naar de Delhaize. (*)

1968 sloegen we over, maar in 1969 togen we opnieuw aan de slag. Deze keer in de matrassen industrie. Bij Carlos deden we netjes onze veertien dagen uit.  Geld verdienen voor bandopnemers en gitaren. De werkzaamheden vielen er behoorlijk mee.  Het werk bestond voornamelijk uit het vullen van plastiek zakken met vlokken mousse. In de handel werd dit dan aan de man gebracht als vulsel voor kussenslopen.  De zolder lag vol met de meest kleurrijke vlokjes mousse, wel een meter hoog.  De vlokken werden beneden gekapt in een machine die hele schuimrubber blokken vrat.   

Aan het eind van de dag telde Carlos de plastiekzakken die we hadden gevuld, waarna hij een tevreden knikje gaf.  “Zet ze maar bij de rest”.  Vooral de eerste week zaten we  eenzaam en alleen op die zolder, enkel met een transistor radiootje waaruit Veronica schalde.  Elke dag zetten we onze voorraad zakken bij de rest.  Het kon al eens gebeuren, op een mindere dag, dat we eerst wat zakken uit de voorraad terughaalden, en bij onze die dag gevulde zakken zetten.  Of Carlos dat ooit gezien of geweten heeft, blijft een open vraag.  In elk geval tijdens de tweede week kregen we toch enkele andere taken voorgeschoteld.  Zo mocht ik, als oudste, aan een reuze borduurmachine de zijkanten van de matrassen stikken.  In die zijkanten vormde zich een patroon van het liggende cijfer  acht. Het was zaak om op tijd en stond een nieuwe bobijn te steken, maar dat lukte wel.  En er zorg voor te dragen dat geen dure naalden braken.

Een dagje kaarden op een kaardmolen door Carlos ‘ezel’ genoemd,  was andere koek, want dat was labeur, en bovendien niet erg appetijtelijk. 

Het was zaak om de ineengekoekte wol uit oude matrassen weer uit elkaar te trekken. Op de ‘ezel’ kon je achteraan  plaats nemen , pal achter het middenstuk dat bestond uit twee gebogen platen, beslagen met lange kromme scherpe haken.  Bij elke heen- en weer beweging grepen die haken als als tanden in elkaar, en trokken dedoor mij  toegevoegde wol uit elkaar.  Het was dus zaak het bovenste gebogen  deel van de kaardmolen ritmisch van voor naar achter en terug bewegen, via een houten spaak die er  aan was bevestigd, en niet te vergeten steeds weer nieuwe oude wol  te voeren aan de vreetmachine.   Na een werkdag voelde je je rug niet meer.

Ook hier was de leerschool, te beseffen dat verder studeren toch maar de beste optie was.Tussendoor vernamen we tijdens onze zolderactiviteit dat een nieuwe plaat van de Rolling Stones verscheen, en dat de net gedumpte oprichter, Brian Jones, verdonk in zijn zwembad.

De laatste werkdag mochten we mee met Gilbert, de in het zwart bijklussende postbeambte,   op levertocht ergens in de buurt van Willebroek.  Wat ons onderweg in Londerzeel in een baancafe, nog een pint opleverde.  Omdat de camion voorin maar twee zitplaatsen had mocht G.op de vloer zitten. Telkens we een combi tegenkwamen moest G., op bevel van Gilbert,  snel naar beneden duiken.

In die matrassen fabriek maakten we voor het eerst kennis met JIT. Just In Time werken was daar toen al de regel. Wanneer een klant belde om enkele matrassen te bestellen, hoorden we Carlos aan de telefoon zeggen: “ dat ze bbijna klaar waren,”  waarna hij naar Frieda en haar collega, de enige werkneemsters, stoof, en riep: “laat vallen wat valt, en zie dat tegen overmorgen matras zus en zo afgwerkt zijn.”   Een al bij al goede werkwijze want tot voor enkele jaren was het bedrijf nog altijd actief.

De volgende en laatste vakantiejob in september 1970 speelde zich dichter bij huis af.  Bij Angelus in de Dorpstraat

maakten ze in een hangar doodskisten en in een andere hangar werden lichte bakjes voor groenten en fruit geassembleerd.  Het was met die laatste bezigheid dat we ons twee weken ledig hielden. ‘Koppen leggen’ bijvoorbeeld.  Het koppen machine was in feite een mini lopende band, waar je met een man of vier aanstond en de onderdelen van een groentenkistje in de juiste volgorde legde waarna die met ijzerdraad aan elkaar werden gestikt.  Een van de vier legde de bovenste zijplank, een tweede legde het onderste wat bredere plankje, de derde mocht de beide hoekbalkjes leggen, en de man aan het einde van de band stikte het geheel aan elkaar met dunne ijzerdraad.  Gelukkig kon deze laatste man, overigens een van de bazen van de zaak, via een knop het zaakje stilleggen wanneer een van de leggers te veel, opschoof en onder zijn handen, en dus de stikkop, dreigde terecht te komen. Dat stilleggen gebeurde steevast begeleid door een half ingeslikte vloek. 

Wat had je gewild?  Wij, de groten, zeventien en  achtiten jarigen konden de  aanvulbakken met een flinke zwaai voor ons op de band zetten.  Filiberke die tussen ons in stond, pas veertien en net van de schoolbanken, slaagde daar slechts met veel moeite in. We hadden hem Filiberke gedoopt, gewoon omdat hij wel iets had van de stripfiguur uit de Jommekes boekjes.   Het ventje vroeg overigens om het kwartier hoe laat het wel al was, en wij kwelgeesten, deden daar ofwel telkens een kwartier bij of af, naargelang het voormiddag of namiddag was.  Elke onderbreking voor een boterham was dan ook een opluchting voor hem.  Ik heb nadien nooit geweten wat er van hem is geworden.

Buiten zat een Aalsterse jongen de zijplankjes door een drukpers te voeren. De zogenaamde stempelaar. De broer van de patron werkte in een aanpalende hangar waar bomen gevild werden. Een speciale machine ontrolde een boom tot een meterslang vel, dat nadien tot handige plankjes werd versneden.   

Aan een van de andere stikmachines stond een gestrande  Marrokaan.  De tweede die ooit in ons dorp arriveerde.  Staffa was een student,  gestrand in Aalst op weg naar Engeland.  Helemaal blut. Hij kreeg bij Angelus niet enkel  een job, maar ook logies, in afwachting van zijn terugreis naar Elmenzech, want in Engeland raken dat zat er voor dat jaar niet meer in. In de werkplaats had hij weinig contact met de andere arbeiders.  Dat kwam  gewoon omdat die de franse taal niet machtig waren.  Contacten vlotten wel  in het vlakbij gelegen jeugdhuis Dido waar hij de weekends doorbracht, en waar ook wij hem uiteindelijk beter leerden kennen. Tot 1972 kwam hij overigens tijdens de vakantie elk jaar terug, en in die tussentijden correspondeerden wij met hem.  Ergens in  mijn archief zit nog een brief waarin hij ons uitlegde  wat de ramadan was en is.  Zaken waar de jeugd in onze buurt nog nooit van had gehoord.  Hier  werd op vrijdag nog vis gegeten,  omdat onze godsdienst vlees eten verbood.  Wie herinnert zich niet de visauto die op donderdagnamiddag en vrijdagochtend langs kwam?   Die vishandelaren deden meer dan waarschijnlijk gouden zaken op  vrijdagtijdens  en tijdens de vastentijd waar je ook op woensdag ‘verplicht’ werd vis te eten.

Met de opbrengst van twee weken groentenkistjes maken kocht ik mijn allereerste LP: ‘Cosmo’s Factory’ van ‘Creedence Clearwater Revival’.  Nooit was het er van gekomen om  de eerste LP die ik echt op het oog had aan te kopen, vanwege nooit genoeg pingping in kas.  UItgaan, singles kopen, muziekbladen verslinden waren daar niet vreemd aan. Pas jaren later zal ik voor vijftig frank, ergens in een Brusselse galerie in de buurt van de ASLK en de Zilverstraat ‘A Collection of Oldies but Goldies’ van de Beatles op de kop kunnen tikken.  En  ik mag nog van geluk spreken, want de plaat werd uit de catalogus van de Beatles gehaald en vervangen door  minder mooi ogend zwarte comilatie cd. Al waren de door EMI uitgebrachte rode en blauwe daar ook niet vreemd aan.

Het jaar er op, 1971, was niet echt een geschikt jaar voor een vakantiejob, vanwege een onverwachte tweede zit.  Het examensysteem werd plots onaangekondigd gewijzigd.  Het maakte ineens  niet meer  uit of je de helft haalde op all vakken.  Een buis kon best, als je maar in globo 60 procent haalde. En laat ik daar nu net 18 punten  op een totaal van meer dan 1800 voor te weinig hebben behaald.   Het perverse aan het hele zaakje was, dat er in ons jaar een paar gasten waren met een superdikke buis voor boekhouden, hun hoofdvak.  Maar omdat ze in  totaal 60 procent scoorden dansend de schoolpoort uitliepen.   Onze leraar, de latere liberale schepen van financiën, stond er bij en keek er naar, wel  ziedend.  Die tweede zit viel  mee, omdat de proffen ons op voorhand hadden verwittigd, in de trant van: ‘Voor mij zat je goed, dus lees even je stof, en kom maar af’.  Maar wie vertrouwt zo iets?  Dus het werd toch blokken, vooral die laatste weken, en geen vakantiejob.

Afgestudeerd in 72, en dus was de tijd van de vakantiejobs voorbij, volgden wel nog 13 stielen die zich voornamelijk in het weekend afspeelden.  Vestiairehouder voor een avond op een CVP bal waar ik  op het einde van de avond 500 frank en een hoed aan over hield.  Ik hielp er  de veel te diep in het glas gekeken dorpelingen hun overjas aansteken.  Voorzien van een witte Garçonsvest met goudkleurige knopen en zilverkleurige epauletten  op feesten en fuiven opdienen. Sleuren, opstellen en afbreken van disco installaties. Part-time dj tijdens fuiven, feesten en concertavonden.

In de jaren tachtig freelance persmedewerker bij de Rode Vaan, met doortochten op Torhout Werchter, Festivalcatraz, Seaside, concerten aan de VUB,  enz…

(*) Made in Aalst Collectie: André Schollaert



Dizzy Fingers speelt op 8 juni tijdens Amber Jubilee (zaal Cinema Aalst).

dagblog Posted on 19 feb, 2024 16:07

Wij zagen ‘Dizzy Fingers’ aan het werk in Herzele op de ‘Burchtfeesten’ in 2022 en 2023, en wij zagen dat het goed was.  Dizzy Fingers bevolkt de Vlaamse podia nu al 40 jaar. Een band die best omschreven kan worden als een van de sterkhouders in het recente cover circuit. Op dit ogenblik bestaat de band uit: ‘Franky Du Mongh’, ‘Luc De Clus’ (1951.06.27), ‘Franky Cooreman’ en ‘Patrick Goessens’. Af en toe aangevuld met een aantal blazers zoals te zien zal zijn op 8 juni.  Zelf omschrijven ze zich als een “Country RockBand”.  Wat betekent dat hun repertoire behoorlijk breed uitgesmeerd wordt. Een repertoire dat bestaat uit nummers van ‘Clapton en Peter Green’ tot de ‘Beatles’, over gitaarpareltjes als ‘Dueling banjos’ en het van ‘Blinkit’ bekende ‘Sabre Surf’.

(c) fotografie Eddy De Saedeleer

De namen van Luc en de beide Franky’s zullen voor eewig gelinked aan die van ‘William Souffreau’ waar ze op een of ander ogenblik gedurende de laatste 50 jaar hebben  met samengewerkt. Met ‘Franky Du Mongh’ bracht William een soloplaat uit, waarop ook Luc meespeelt. ‘Franky Cooreman’ maakte deel uit van ‘Irish Coffee’ in de latere periodes terwijl ‘Luc De Clus’, als jeugdige opvolger van ‘Jean Van Der Schueren’ reeds bij ‘Irish Coffee’  speelde in 1974, en dat 30 jaar lang. Luc vinden we in dezelfde periodes terug op een aantal soloplaten van Souffreau.

Overzicht:

Nadat Luc Irish Coffee vervoegt wordt er nog een single ingeblikt bij ‘Barclay records’: ‘Witchy Lady’ met op de b-kant ‘I’m hers’. Het is intussen 1974 geworden, en de optredens drogen stilaan op. De band, zonder William, gaat vanaf die tijd ‘Wim De Craene’ begeleiden. Met ‘Wim De Craene’ nemen ze het album ‘Brussel’ op, met als bekendste nummers ‘Brussel’, ‘Sara’, ‘Tante Emma’ en vooral ‘Rozanne’.

In 1974 begin november slaat het noodlot toe en verongelukt de toetsenist op terugweg van een optreden in Limburg. Van ’75 tot ’80 begeleidt Luc verder De Craene op enkele lp’s waaronder  ‘… is ook nooit weg’, ‘Perte Totale’ en ‘Alles is nog bij het oude’ met op de hoes een foto van de al lang afgebroken wetterse kroeg ‘De Kneut’. Op dit laatste album kunnen we genieten van ‘5 uur’, ‘De schoolstraat’ en uiteraard de Vlaamse Klassieker ‘Tim’.

Naast werk met De Craene pleegde Luc De Clus nogal wat sessiewerk (zie bijv. ‘Misverstand” met leden van ‘Stampen en Dagen’), en zelfs opnaames met ‘Will Tura’.

Door zijn drukke bezigheden zag De Clus de volgende stap in de carrière van ‘William Souffreau’, ‘Joystick’, haast aan zich voorbijgaan. Toch duiken zij opnieuw samen op in ‘Oh Boy’.

Vanaf 1984 is er sprake van ‘Dizzy Fingers’, eerst als duo met ‘Franky Du Mongh’, later als trio en uiteindelijk als volwaardige band. Vanwege Luc’s deelname aan ‘Oh Boy’, ontwikkelde ‘Dizzy Fingers’ zich de eerste jaren eerder langzaam. Dit was de periode waarin Franky Du Mongh en William deel uitmaakten van Dizzy Fingers.   We vinden ze samen, terug op de in 1998 uitgebrachte CD ‘Rolling through the Night’. Aangezien zowel Luc De Clus als Franky Cooreman meespelen zou je dit evengoed een  ‘Dizzy Fingers’ cd kunnen noemen, met extra zang van William op een aantal nummers.

In 1999 kan ‘Luc De Clus’ helemaal losgaan in alweer een nieuwe band van ‘William Souffreau’ , ‘Blinkit’. Luister zeker naar ‘Caddilac Rock’ en ‘Sabre Surf’ uit het onvolprezen ‘Rock Billy Boogie’

Nadat begin jaren 1992 de magische lp uit 1971 ‘Irish Coffee’, aangevuld met alle singels, op cd wordt uitgebracht, volgt een jaar later een legendarich optreden in ‘Zaal Netwek’ in Aalst. ‘Luc De Clus’ is weer aanwezig samen met enkele andere originele leden. De weergave van dit concert, in die dagen gefilmd voor een herinneringsvideo, werd in 2023 uitgebracht op LP en CD als ‘The Return of The Legendary Irish Coffee Live at Network Aalst’. Nog beperkt te verkrijgen in de betere platenzaken.

Omwille van de solocarriere van William neemt het negen jaar in beslag eer Irish Coffee opnieuw opduikt. Zij mochten het voorprogramma van ‘Golden Earring’ verzorgen in de ‘Aalsterse Flora hallen’.  Er volgden nog wat optredens waarbij ‘Franky Cooreman’ opduikt in de band. ‘Irish Coffee II’ is geboren. In 2004 wordt in de studio van ‘Luc De Clus’ een nieuw album opgenomen: ‘Irish Coffe (2004)’. Het nummer ‘I’m Lost’ vormt de link met het eerste album uit 1971. Dit resulteert een jaar later in shows in Duitsland voor Rockpalast.

‘Franky Cooreman’ bas’t niet alleen bij ‘Dizzy Fingers’ maar leent zijn basspel aan de meest uitgebreide schare van muzikanten. Recent nog te zien in Lede aan de zijde van ‘Jan Hautekiet’, ‘Patrick Riguelle’ en ‘Chris Peters’ in een hulde aan ‘Randy Newman’. Zeg maar samen met de kern van ‘De Laatste Showband’.  

‘Franky Cooreman’ was er bij op bijna elke ‘reunie’ van het ‘Amber Team’, als muzikant of achter de knoppen.

Terug naar Dizzy Fingers. In 1991 verschijnt ‘On the Cover’ met nummers als ‘Bo Diddly’, ‘White man’s Blues’ en ‘Midnight Train’. In 2005 verschijnt ‘The Breeze’ met uiteraard ‘Call me the Breeze’, en ‘Dust in the Wind’.  Gevolg door ‘Carry On’ in 2009. Dit album bevat ‘Water of Love’, ‘Driving my life away’ en ‘The Letter’. 

Dizzy Fingers is duidelijk geen band met vervelend lange eigen nummers, maar veeleer een band die u het beste van de laatste 50 jaar uit de rock geschiedenis voorschotelt.  Elk van de muzikanten heeft zijn sporen in de Belgische pop en rock meer dan verdiend.

Luc De Clus heeft zelfs voor opvolging gezorgd via zoon ‘Thijs De Clus’ en zijn band ‘Zender’. Neem even de tijd voor een luisterbeurt van ‘Acid Avenue’ waarop je zowel Luc, Franky DM en zelfs William kan terugvinden.

Wij verwachten u op zaterdag 8 juni in Aalst.

Concerten:

Dizzy Fingers speelde in onze regio ondermeer in:

  • 8 november 1991:  in De Nieuwe Madelon in Aalst.
  • 27 april 2000: in de Aalsters Cocoon
  • 10 mei 2014:  op het Zottegemse More Blues Festival. (info Setlist.fm)
  • 2019 Boogie Woogie
  • 2022 Tovenaarsfeesten Iddergem

Discography (Dizzy Fingers en leden van… enkele uittreksels)

  • Irish Coffee 1974: Luc De Clus,  leadgitaar op single: Witchy Lady en I’m hers
  • Wim De Craene 1975: Luc De Clus en andere leden van IC op  Brussel
  • Wim De Craene 1975: Luc De Clus op Alles is nog bij het oude
  • Wim De Craene 1977: Luc De Clus op  … is ook nooit weg
  • Wim De Craene 1980: Luc De Clus op Perte Totale
  • Dizzy Fingers 1991: On the Cover
  • William Souffreau solo 1991: Franky Du Mongh (guitar & backing vocals), Luc De Clus (guitar & lapsteel) op Under a Belgian Moon
  • William Souffreau solo 1994:Luc De Clus op nieuwe opname Masterpiece op In My Room.
  • William Souffreau solo 1996: met Luc De Clus op Been away too long (een soloplaat die af en toe klinkt als een echte IC plaat)
  • Wim De Craene 1996: Compilatie, Luc De Clus  akoestische gitaar en/of steelguitar op 18 van de 29 tracks op Dag Wim … Alles is nog bij het oude
  • William Souffreau & Franky Du Mongh solo 1998: Franky Dumongh (vocals & guitar), Luc De Clus (guitar), Frankie Cooreman / Geert Maesschalck (bass)
  • Irish Coffee 2 2004: Irish Coffee 2002 – 2005: Luc De Clus, Franky Cooreman,  Video en CD
  • Rockpalast – Harmonie, Bonn – 21.12.2005 (Second Battle, 2008)
  • William Souffreau solo 2005: Franky Cooreman op 1 nummer, I had a friend  op Time
  • Dizzy Fingers 2005: The Breeze
  • Dizzy Fingers 2009: Carry On
  • Irish Coffee 2012 – 2017: Franky Cooreman.
  • Blink It: met Luc De Clus
  • Irish Coffee: Live at Rockpalast mdet Luc De Clues en Franky Cooreman
  • Irish Coffee versie 3 tussen 2012 en 2017 met Franky Cooreman  en de Cammen
  • Wim De Craene 2015:  Integraal Luc De Clus, elektrische gitaar, akoestische gitaar, steelguitar en/of gitaar op 48 van de 140 tracks
  • Irish Coffee 2023: ‘The Return of The Legendary Irish Coffee Live at Network Aalst’.

Enkele intressante links



Irish Coffee …. de laatste?

Classic rock, dagblog Posted on 14 apr, 2023 13:37

In memoriam William Souffreau 1946-2023

In de vroege jaren tachtig was het, tijdens een zonnige zaterdagnamiddag, pootte een vrouw uit de Koolstraat op de Aalsterse Grote Markt een kraam, met daarop verschillende bakken gevuld met diverse, zeer goed bewaarde, 45-toerenplaatjes. Zij verkocht de gedurende dertig jaar, door haar man, die veel te vroeg gestorven was, bijeengespaarde collectie vinylplaatjes. Alles netjes gerangschikt, voorzien van plastic hoesjes, en zelfs kartonnetjes ter versteviging. Een prijs. 50 frank vroeg ze voor een plaatje. Wij begonnen aan de rechterkant van het kraam de bakken te doorzoeken, en vonden ‘Rock and Roll Music’ in originele jaren vijftig uitgave van ‘Chuck Berry’, ‘Gimme some lovin’ van de ‘Spencer Davis Group’, en nog veel meer moois. Aan de andere kant van het kraam haalde ‘William Souffreau’, er de ene na de andere ‘Beatles’ eepee uit. Allemaal uitgaves op het ‘Parlophone label’. Je zal maar geluk hebben, was het enige wat wij er bij konden bedenken. Wat later diezelfde namiddag aan de toog in het ‘Pompierken’, vertelde William ons nog dat hij een stevige Beatles fan was, maar dat het voor hem allemaal zo’n zes zeven jaar eerder was gestart met ‘Elvis’, Chuck Berry en ‘Eddie Cochran’. Tot dan toe hadden wij er nooit bij stilgestaan dat William al een kleine generatie eerder bezig was met muziek. Voor ons was William toen nog synoniem met de progressieve muziek van ‘Led Zeppelin’, ‘Spooky Tooth’, ‘Free’ en meer van dat slag bands van begin jaren zeventig. Pas vele jaren later raakte algemeen bekend wat de voorgeschiedenis van William Souffreau was. Dat hij van de ‘Kinks’ hield en in de ‘Mings’ en de F’our Rockets’ had gespeeld in de jaren zestig toen wij nog volop in korte broek rondliepen.

Archief auteur

Irish Coffee 1970-1972

Als een donderslag bij heldere hemel, begint het voor ons op zondag 15 november 1970, in ‘Jeugdhuis Leeuwerik’ te ‘Lede’, waar de ‘Voodoo’ optreedt. De eerste band die we hoorden, waarvan we konden zeggen dat die “onze geliefde muziek” speelde. Nummers uit lp’s die wij koesterden. Ze bevonden zich aan de vooravond van hun eerste single die ze net hadden ingeblikt. In de daaropvolgende weken vervelde de Voodoo plots in ‘Irish Coffee’. Een naam die we in het begin als behoorlijk vreemd ervoeren, en behoorlijk minder tot de verbeelding sprak dan het lekker klinkende Voodoo. Voodoo was zeker geen uitzonderlijke naam in het rockwereldje. ‘Black Sabbath’ of ‘Spirit’ en ‘Black Widow’ waren namen die we kenden van het pas verschenen promotie album van ‘CBS’: ‘Fill your head with Rock’. Voor ons klonk Irish Coffee eerder stomweg als de naam van een veredelde koffie, of niet soms? Het verhaal ging al snel rond, dat de naamswijziging nodig was, omdat ze een LP hadden opgenomen waarmee de doorbraak in de States zou worden geforceerd. Het was allemaal de schuld van ‘Louis De Vries’, hun toenmalige manager, die ook de ‘Pebbles’ onder zijn vleugels had. Intussen zijn we de naam Irish Coffee meer dan gewoon geraakt, en geen enkele rockfanaat in ons land denkt daarbij nog aan koffie.
De band repeteerde In de periode van 1970 tot 1972 in Lede in het ‘Brouwershuis’, de vroegere bioscoopzaal ‘Patria’, waar in de dagen van ‘patron Norbert’ regelmatig werd gefuifd. Historische optredens vonden er plaats waarbij op een affiche zowel ‘John Woolley & Just Born’ als Irish Coffee voorkwamen. Die 17de januari in 1971 was het publiek verdeeld in twee kampen, precies zoals het zes jaar eerder voorkwam over de plas bij optredens van “Stones en Beatles”. Woolley werd in die dagen eerder beschouwd als pop zanger terwijl het langharige publiek op haar beurt Irish Coffee beschouwde als “de” heilige graal. Naast Wiliam Souffreau, zang en gitaar bestond de band uit ‘Jean Van Der Schueren’ op sologitaar, organist ‘Paul Lambert’, bassist ‘Willy De Bisschop ‘ en lokale Leedse drummer, ‘Hugo Verhoye’. Hun titelloze lp verkocht te Lede als zoetebroodjes, en niemand vermoedde dat jaren later Japanners en Amerikanen de streek zouden uitkammen om er exemplaren op de kop te tikken die op dat ogenblik voor minstens 500 euro van eigenaar wisselden. Het succes van Irish Coffee was voornamelijk te wijten aan het formidabele gitaarspel van Jean, het via leslie versterkte orgel van Paul Lambert en het gouden keelgat van William.
Lede was voor een tijdje het epicentrum van Irish Coffee met optredens georganiseerd door de Schellebelse ‘DJ Ludaro’ (voorheen zanger ‘Jacky River’ met de ‘Black Devils’, en latere bezieler van het op trouwpartijen alom aanwezige L’udwig’s Discotheek’), en de Leedse ‘DJ Daheera’ van het toenmalige M’usical Born’ (organisator van het op 31 oktober 1971 in de kelder van het ‘Groen Kruis’ gehouden ‘Pop-Aalst ’71’). 20 december 1970, 28 februari 1971, 4 april 1970, 26 september 1971, data van enkele zeer gesmaakte concerten van Irish Coffee in zaal Brouwershuis, waar ze n die dagen ook voor de ‘VRT’ door ‘Zaki’ werden geintervieuwd.
Wie er bij was, zag de nu legendarische LP Irish Coffee worden geboren. Speelden de Voodoo en de beginnende Irish Coffee voornamelijk covers van ‘Free’, ‘Spooky Tooth’, ‘Humble Pie’ dan evolueerde dit naar nummers als T’he Beginning Or The End’ en uiteraard ‘Masterpiece’ en ‘The Show.’
Helaas leidde het succes van de band ertoe dat zij enerzijds “duurder” werden, en vaak gevraagd werden in vooral Wallonie en Frankrijk. Wij, het lokale publiek, zagen Irish Coffee uit onze handen glippen, en voelden ons als ‘Liverpudlians’ die meemaakten hoe de Beatles de ‘Cavern’ ontgroeiden.

Irish Coffee 1973-1975

De band die de legendarische LP opname speelde amper twee jaar samen. Een tweede single ‘Carry On’, haalde nog amper de radiogolven, en regelmatig doken ze het cafe van Norbert binnen met de legendarische woorden: “we zijn gesplit”. Splitten was in die dagen als het ware een modewoord. Uiteindelijk hield drummer Hugo het voor bekeken en werd vervangen door ‘Raf Lenssens.’ Er volgde een derde single ‘Down Down’ met op de B-kant het meesterlijke ‘I’m Alive’ waarna ook Jean het voor bekeken hield en L’uc De Clus’ de zes snaren plank overnam. Er volgden nog een laatste single ‘Witchy Lady’, maar de grote doorbraak in de rest van de wereld, buiten Frankrijk greep nooit plaats.
Stilaan verminderden de optredens en speelden de muzikanten ondermeer in de begeleidingsband van Wetteraar ‘Wim De Craene’. Mooie herinneringen hebben wij nog aan het voorlaatste optreden van Luc, Paul en Raf dat zij op 31 oktober 1974 gaven te Sint-Lievens-Esse in ‘Dancing Discovaria’, gelegen naast de legendarische danstempel ‘De Truweel’, waar ‘Zottegemse Miele’ een voorprogramma verzorgde voor ‘Johan Verminnen’ en Wim De Craene. Een nacht later, op de terugweg vanuit Limburg na hun laatste optreden waren werden ze slachtoffers van een fataal ongeluk waarbij een dronken chauffeur hen frontaal aanreed en Paul Lambert het leven liet. Ook Raf was er een tijdlang slecht aan toe.

William Souffreau nam in 1973 samen met Diane, zijn echtgenote, in Aalst de ‘Bar Amber’ over, waar voordien ‘Vader’ en later de vroegere garcon van Vader, ‘Gilbert’, achter de toog hadden gestaan. Bijna drie jaar lang werd dit het stamcafé van iedereen die een jongerencafé zocht met ‘deftige’ muziek op de jukebox. Vanaf oktober ’75 nam de ‘Ferre ‘de fakkel over en introduceerde er het betere lp werk.

We vinden William nadien nog terug in de ‘Alegro Ma Non Tropo’, en in een café waarvan de naam ons ontsnapt tegenover de ‘Aa keirk’ ofte de Sint Martinuskerk.

Irish Coffee-loze tijd 1976-1990

De lokale weekkrant Voorpost interviewt William aan de vooravond van een eerste solostart waarin hij laat weten te werken aan een single en een LP die zullen uitgebracht worden via het ‘BASF’ label onder leiding van ‘Romain De Smet’. De Smet ook bekend van ‘Cindy (Nelson)’ die eveneens op datzelfde label platen uitbracht, en twintig jaar later een duet met William zal opnemen. Zaterdag 1 maart 1975 treedt William solo op in het ‘Kultureel Centrum’ te Affligem in het voorprogramma van Johan Verminnen.
Een jaar later komt de lp ‘Raarlst’ op de markt. Een productie van William en ‘Luc Ardyns’ (Just Born) waarop 12 lokale groepen worden gepromoot. Een van de nummers, ‘Amber’, wordt door William zelf gebracht. 29 mei 1976 staat William op het podium met oud-collega Jean Van Der Schueren in de Denderleeuwse jeugdhonk ‘Parnassos’ onder de noemer “Rock and Classic”

Vanaf 1978 vinden we de ‘Soef’ terug in een aantal bandjes die nooit het legendarisch succes van Irish Coffee halen: ‘Joystick’ werd steevast aangekondigd als (ex-Irish Coffee). William en Raf Lensens gingen in zee met zanger ‘Tony Boast’ en vormden vanaf 1978 de band Joystick. Daarna kwam ‘Oh Boy’ voornamelijk gekend als coverband. Jaren later maakt William gedurende zijn solocarriere af en toe leuke uitstapjes met ‘Blink-It’, de ‘Moonlovers’ en de ‘Rockabilly Rhythm Revue.’ Een aantal jaren treedt hij voor het voetlicht aan de zijde van ‘Kloot PerW’.
Zaterdag 29 juni 1991 brengt William Souffreau een countryprogramma samen met ‘Wigbert van Lierde.’ Die avond in de ‘Mikisclub’ kregen we een aan de ‘Everly Brothers’ herinnerende set gepresenteerd.

Irish Coffee 1993

William hield van afwisseling en haalde af en toe Irish Coffee uit de mottenballen. De band released hun eerste en enige lp op CD, aangevuld met de vier singles en b-kantjes. Ook het nummer Masterpiece was daar eindelijk bij, want dit was niet meegenomen op de originele LP. Omdat de originele banden niet terug te vinden waren, werd gebruik gemaakt van een aantal zeer gave vinylexemplaren. Bij die gelegenheid treedt de band (versie met Luc De Clus), op 9 juli 1993 aan in zaal Netwerk. Alweer is er sprake van een legendarisch optreden. Wie er was koestert nog steeds de herinnering,… en het kaartje met daarop het LP logo.

Archief auteur

Vanaf 1990 gaat William officieel solo. Vooral zijn allereerste soloworp werd goed ontvangen door de toenmalige BRT, en vaak hoorde je het nummer ‘We all must get together’ uit ‘Under a Belgian moon’. William werd op zijn eerste soloworpen bijgestaan door de recent overleden ‘Top Topham’, de allereerste gitarist van de ‘Yardbirds’, voor ‘Eric Clapton’. Topham hanteerde opnieuw de gitaar in een aantal recente bezettingen van de Yardbirds.

4 Februari 1995 stelt William ‘In My Room’ live voor in ‘De Werf’. Bij die gelegeheid komt Cindy Nelson haar duet live inzingen.

Archief auteur

Irish Coffee 2002-2022

Op 5 oktober 2002 speelde de band in de Florahallen. We zagen hen als voorprogramma voor ‘Golden Earring’. Lager op de affiche stond ‘Golden Green’, band met ‘Kris Van der Cammen’.
Over naar 2005 wanneer de band optreedt in het Duitse ‘Rockpalast’, uitgegeven op zowel DVD als CD. Ook in deze reïncarnatie speelt Luc De Clus.

In 2007 te Lede in zaal Intermezzo concerteert hij akoestisch samen met Jean Van Der Schueren. Zij brengen er ondermeer The Show.

De Werf stond garant in 2013 voor enkele reunieconcerten van Aalsterse bands. ‘Isopoda, John Woolley & Just Born, ‘Lavvi Ebbel’ en Irish Coffee stonden toen tijdens een tweedaags gebeuren op de affiche. Voor de gelegenheid traden ook een aantal oudleden voor de spotlights waaronder Jean Van Der Schueren. Een maxi-CD inclusief interviews verscheen bij die gelegenheid. Werden er van die concerten opnames gemaakt door de Werf? Wij blijven het hopen.

Vanaf 2002 wordt nieuw materiaal uitgebracht.
Achtereenvolgens in 2004 ‘Irish Coffee II’ versie met Luc De Clus. In 2013 ‘Irish Coffee Revisited III ‘met een gloednieuwe band waarin Kris Van Der Cammen en ‘Franky Cooreman’, in 2015 ‘When The Owl Cries’, en als (voorlopig?) laatste ‘Heaven’ in 2020 in een alweer nieuwe bezetting met gitarist ‘Frank Van Laethem’.

In maart 2014 stelt William een gelegenheidsband samen om samen met het ‘Amber Reunie Team’ (ART) herinneringen op te halen aan de legendarische bar Amber. Ook Ferre is van de partij en vergast het publiek op een progressieve dj-set.
Twee jaar later gaat het Amber Team door, en viert in zaal ‘De Brug’ de zeventigste verjaardag van William, met Aalsterse gastmuzikanten waaronder ‘Jan Oelbrandt’, ‘John Woolley’, ‘Dirk De Schepper ‘en ‘Cas Van Der Taelen’. William speelt tot slot de avond naar een hoogtepunt met een stomende Irish Coffee versie van Whole Lotta Love, opgedragen aan iedereen die er niet meer bij kon zijn. Als herinnering aan Den Amber krijgen we het magistrale ‘They Tore the Playhouse Down’, terug te vinden op Whhen The Owl Cries.


Bronnen:
Onuitgegeven diaries auteur. Archief auteur.
Digitaal krantenarchief Aalst, de Voorpost edities jaren 70.
Discogs en FM-setlists



Erondegem kermis 1965

dagblog Posted on 08 aug, 2022 18:16

Enkele jaren geleden reed ik omstreeks deze tijd door mijn verleden. Begin augustus, de eerste zondag, is het nog steeds traditioneel te Erondegem kermis. Tegenwoordig sluit men de dorpskern af en laat men koning auto omrijden. In onze jeugdjaren kon dat niet, en werden de foorkramen verspreid over het dorp.

Vandaag, een paar jaar geleden, rij ik niet langs de knooppunten maar laat ik mij drijven op de wind, om uiteindelijk op de eeuwenoude weg van Aalst naar Gent te belanden, ergens voorbij de Hongegem aan de Schaapstal. Eeuwenoud? Jawel sommige stukken gaan terug tot de Romeinse heerbanen. We staan er niet meer bij stil dat de N9 die er zo kaarsrecht bijligt er ooit niet is geweest in de periode voor 1700. In die tijd reed je tussen Aalst en Gent via een aantal dorpskernen naar Gent. Oude kaarten van het Land van Aalst laten nog zien hoe je vanuit Aalst via de kerken van Erpe, Erondegem, Oordegem en Melle Gent bereikte. Ik fiets het stuk naar Erpe, Erondegem en Oordegem, om daar bij de molen af te takken richting Wetteren en de Schelde tot Schellebelle.
In Erondegem maken ze zich klaar voor de start van een wielerkoers. En ach ja bedenk ik, inderdaad begin augustus heeft hier nogsteeds de plaatselijke kermis plaats. In een flits is plots 1965 terug. Een onbezorgde tijd, alhoewel, waarin we op een warme vakantiedag te voet naar Erondgem liepen, om er rond te hangen op de kermis. Een kermis, anders dan onze eigen kermis. De attracties lagen er verspreid over het dorp en de aanpalende Zandstraat, waardoor er voldoende ruimte was voor enkele kermisattracties die er bij ons nooit bij waren. Een lunapark bijv. met grijpers. In Mere en Lede hadden trof je die ook wel aan, maar dan wel zonder jukebox. In Erondegem stond links bij de ingang, een exemplaar dat werkte met 1 frank stukken, en dus niet zoals gewoonlijk in de cafes met stukken van vijf frank. Behoorlijk bereikbaar voor ons zou je denken, al moet gezegd dat wij in die tijd door de week nauwelijks een frank zakgeld bij hadden.
Waarom herinner ik mij die jukebox? Omdat er uiteraard een verhaal aan vastzit. In die jukebox zaten naast recente hits ook oldies van de beste groep aller tijden, zeg maar de Beatles. Zelfs ep’tjes als ‘Twist and shout’ en ‘Long tall sally’ waren aanwezig. ‘Rock and Roll Music’ was de kraker van het moment. Al behoorden ‘Satisfaction’ van de ‘Rolling Stones’, ‘Like a Rolling Stone’ van ‘Bob Dylan’ ook tot de goddelijke liedjes van die tijd. Kortom wij kromden het merendeel van de onze ruggen boven dat ding om toch maar niets te missen van wat uit die muziekkast kwam. Uiterard mag in een foorkraam de muziek nooit stilvallen, en dus zal er wel regelmatig iemand van de attractie zelf er voor gezorgd hebben dat er ‘plaatjes geduwd’ werden. Wij zagen enkel iemand die, wat in onze ogen leek op een strookje karton, er in stoppen. Dat leek ons dus wel wat en bovendien ook zelf doenbaar. Van een weggegooid leeg pakje sigaretten of waren het Rizla blaadjes, vouwden we een stukje karton dat net in de geldsleuf paste. G. stopte het er in en we duwden enkele platen, die er gek genoeg kwamen. Wat meer dan zeker toeval moet zijn geweest, of mogelijks kenden wij zelf ook enkel de smaak van de fooruitbater? In elk geval duurde het zeker geen kwartier eer de verantwoordelijke ons ongezien benaderde en G. een souflet rond zijn oren gaf. Hij koos duidelijk voor de kleinste, en minste weerstand. We zijn afgedropen. Naar alle waarschijnlijkheid zullen er schroevedraaiers aan te pas gekomen zijn om die geldinworp sleuf weer vrij te krijgen. Konden wij het verhelpen dat wij Beatlesfans waren, en dat de kermis de enige plaats was waar je genoeg volume aantrof om echt te genieten? Het zou overigens nog tot ’68 duren eer ik in Erondegem een eerste voet zette in een danszaal (cafe De Klok met aanpalend zaal Claudia), maar dat is dan weer een ander verhaal. Te lezen op: https://blog.sadeler.be/2018/09/25/uit-een-dagboek-geschreven-in-1968-grote-vakantie-augustus-188/
Van Erondegem loopt de weg via een afdaling naar de Molenbeek en het Hoeksken naar Strijmeers, al zal de kasseiweg hier en daar een stukje verlegd zijn door de komst van de spoorweg. De lijn (maalroute in de volksmond) van Brussel naar Oostende via Gent. De oude straat volgt langs de linkerkant vanaf Streimeers de spoorweg. Een weg waar je nog met een auto door kan komen mocht je dat willen. Hier ligt nog een echte kasseiweg, geen straat geplaveid met nieuwerwetse Vietnamese op maat gekapte kasseisteentjes zoals op de Grote Markt in Brussel of de Molenbeekse Havenlaan. Nee kasseistenen zoals die waarover de witte meer dan 120 jaar geleden naar school liep. Grote lompe stukken steen naast kleinere stukken om het geheel toch wat in elkaar te laten passen. Wegen die men nu mijdt durft mijden bij het uittekenen van fietsroutes. Het zijn wel de paden van ons verleden. Op weg naar het eerste en tweede studiejaar liepen wij viermaal daags langs dergelijke straten. Wegen zoals de Putstraat. Een smal assebaantje, verder een bredere met asse verharde weg langs een oude vlasrootput, en ten slotte een zoals net beschreven kasseiweg.



Ghislaine Nuytten 67 geworden.

dagblog Posted on 29 jan, 2022 18:40

Enkele dagen geleden, weer een dag die begon met een akelig bericht over het heengaan van Ghislaine Nuytten. Ontmoet heb ik haar nooit, maar onrechtstreeks bezorgde ze mij fijne avond.  Dat moet pakweg dertig jaar geleden zijn, reken ik snel na. Ze had een probleem met haar telebanking en schreef daarover een klachtbrief, al kan het ook een klachttelefoontje geweest zijn.  Het is ook al zo lang geleden. Omdat de naam mij bekend voorkwam nam ik de verwerking van de klacht over van een van de meisjes van de helpdesk.  

Het is mij al meer gebeurd dat het niet altijd de bekende dame zelf is die de telefoon opneemt, en dat ik ongewild in contact kom met een andere mannelijke wederhelft, vaak ook niet gespeend van enige bekendheid.  ‘Hallo mijnheer, ben ik bij mevrouw Nuytten en wat kunnen wij voor jullie betekenen?’. Hij had de telefoon opgenomen, zijn naam liet een belletje rinkelen. Ik herkende de stem onmiddellijk.  Dat was toch?  We bespraken kort het gesignaleerde probleem.  Het waren de dagen waarin telebanking systemen nog werkten via modems, telefoons met draaischijven voor de nummerkeuze, verbonden met de wereld via verouderde koperen telefoondraden. Het duurde enkele ogenblikken om het ontstane euvel te verhelpen. Ik constateerde dat hij meer dan blij was dat het probleem van zijn wederhelft van de baan was.

 

Hoe we op het onderwerp “stukjes schrijven”, over voortreffelijke muziek kwamen ligt gehuld in de mistige nevels van de tijd. Het kan over de Rode Vaan geweest zijn, of over een interview dat hij net had gepubliceerd in het Onafhankelijkste TV-blad van Vlaanderen.  Misschien draaide in de achtergrond wel een lp, die hij, WH, net had besproken in Humo. Ons gesprek eindigde er mee dat hij mij aanbood mij twee VIP kaarten te sturen voor het komende poppoll gebeuren van Humo in de AB.  Iets waar ik gretig op inging.  

Enkele weken later waren we ter plaatse.  Het koppel Nuytten-Hendrickx kwamen we niet tegen, in de kleine zaal van de AB waar de receptie voor de aanwezige VIP’s, BV’s en BN’ers doorging. Geen kans om de milde schenkers van onze gratis kaarten te danken.  

Veel herinner ik mij niet meer van die avond, behalve dat we ons op een gegeven ogenblik richting tap begaven en daarbij Arno en Urbanus links van ons lieten liggen die op dat moment verwikkeld waren in een druk gesprek.  In die tijd leek dat nog  een merkwaardige ontmoeting.  Een grappige flurk in gesprek met een rockster.

In Humo 4000 lezen we dat Wilfried van zijn stokken geblazen werd al bij zijn eerste ontmoeting met Ghislaine, toenmalig mode-icoon. ‘Bij de intro van ‘Blikvanger’ toonde de camera eerst haar delicate gezicht in profiel, oorbel van roze parels aan het lelletje. Na enkele seconden draaide ze haar hals een kwartslag en keek ze pal in de lens. Ik werd ter plekke van mijn canapé geblazen: de mooiste vrouw die ik ooit zag.’

We lezen verder dat onze reporter hoofdredacteur Guy weet te overtuigen om hem uit te sturen voor een interview met zijn droom. En dat lukte want hij herinnert zich: ‘Haar Borgerhoutse flat bleek sober ingericht, met veel wit. Ze liep blootsvoets, droeg een Indische pareo met bloemmotief, en een zwart satijnen T-shirt met ‘Stay Alive in Eighty-Five’ erop, in witte kapitalen. Ze was nauwelijks opgemaakt, ze had geen kapsones, ze was onschuldig. Ik ging in de stoel zitten – witkalfsleer – en Ghislaine vlijde zich aan mijn voeten, met vóór ons een grote rode doos waarin ze haar modefoto’s bewaarde. Argeloos toonde ze mij op míjn vraag hoe dat ging, defileren. Mijn bandopnemertje stokte, mijn adem gaf de geest. Ik…’.   

Liefde op het eerste zicht, het bestaat.  “Struck by Lightning” zoals de Angel-Saksen het zo mooi kunnen uitdrukken.

Hoewel ik haar nooit ontmoet heb, bezorgde ze in een ver verleden, onrechtstreeks, mij en mijn vrouw, een prachtige avond in de AB.  Het ga je goed ginder boven tussen de echte sterren.



4 oktober: it’s a beautiful day

dagblog Posted on 04 okt, 2021 22:26

Hoe overheerlijk zitten is het in de Midday Sun, al is het volgens de sterretijd amper 10:30. Pal boven de nok van het dak oogt de lucht blauw, al kan je het wazige, enigszins verstorende lichtgrijs niet wegcijferen. Wie ooit al de A5 naar Wirral nam weet dat een echte blauwe lucht zoveel intenser is. Hier is de azuurblauwe lucht uit onze kindertijd niet meer te aanschouwen. Ooit, wie weet ooit, misschien opnieuw, al zal nog veel water naar de zee moeten vloeien. Vandaag is het de vierde dag van oktober. Armand zal zeker vanuit zijn hemel mijmerend toezien, en zachtjes zingen: ‘Op de vierde dag van oktober, draaien de abattoirs gewoon door…’. Wie staat er stil bij de wereld dierendag? ‘De boer op het veld, hij ploegde voort, de oogst moet binnengehaald….’ De oogst? Voer, niet alleen voor melkvee, maar net zo goed voor dat ene stukje achterbil op het bord van hij die vraagt: ‘Werelddierendag, en dan?’
Witte wolken, volgen het Kanaal en drijven boven ons hoofd naar Oostwaarts gelegen binnenlanden waar Polen de stille roep van verdwaasde Brexiteers amper horen. Waarom zouden ze het zwarte goud rondbrengen in de UK? Voor een habbekrats kunnen ze zich nog steeds verwarmen aan een klomp bruinkool. Dat de eeuwige wolken die hier voorbij vlieden, straks nog net wat grijzer zullen ogen zal hen worst wezen op deze vierde dag van oktober, waarop helaas ook nu nog altijd de dieren niet kunnen praten. ‘De aarde is een grote bol met planten en met beestjes vol, en ze draait al heel lang in het rond….’ Mijnheer Beaufort laat via zijn buienradar ons weten dat hij vandaag maar kracht vier kan leveren. Dat hij na vijven (drie uur sterretijd) het wat milder aan zal doen op d’Aard in de Schellebelse meersen, waar de Galloways wachten op hun voer. Zij hebben geen weet van de vierde dag van oktober.
De notelaar achter mij laat stilaan een voor een zijn harde ombolsterde vruchten los. Het is nog even wachten op alweer een lange winternacht.
‘De winter wordt lang, eenzaam en koud.’ Af en toe, veel te vaak, schopt de realiteit ons wakker, zoals ook een week geleden, toen de zon hoog aan de hemel, even verduisterde.
‘Je voelt je als een slak op wie het leven zout legt’….

Tot beton zijt gij verworden, gij rustpunt bij de ‘parijbossen’
Daar waar eens aan uw zijde de houtstoven ruimte zochten
Recht voor ons een rij populieren, wachtend op de kap,
Wachtend op een laatste tocht naar de ‘stekskesfabriek’
Union Match of een andere, kenden nog geen ‘benzinebriquets’.

Daar op die plek, waar ooit ene gruwelijke moord plaatsgreep,
Een oude vrouw werd er gevonden, de daders nooit
Daar kampeerden wij, lagen op onze dekentjes, te zomeren,
Dronken ‘kalisjesap’, en aten uitgedroogde boterhammen,
Tot de zon verdween in het westen achter de parijbossen.

Met onze meester trokken we door het bos naar Overimpe,
Waar op een boerderij een wondermooie schooljuf huisde,
De meester zag haar wel zitten, maar dat was niet wederkerig,
In het piepkleine schooltje mochten we een uur mee aanschuiven,
Op de boerderij kregen we een glas water van de pomp

In de verte stond de windmolen te wieken, een houten kot,
Nog amper van tel, want ergens was wel een moderne maalderij
Het leek alsof de houten reus ons wenkte, met zijn wiekende armen
Laat was het al, en kinderen maakten plannen, voor de tocht
Onderweg stak een koe onvoorzichtig haar kop door een hek

September ‘68, ik, wij, was(ren) zestien, jij was drieëntwintig,
Kortgerokt, meterslange benen, altijd lachend, je was er voor ons,
Jij maakte in amper een jaar, drie verloren jaren taal van Molière goed,
Eeuwig dankbaar omdat ik Pantagruel en Docteur Laënnec kon achterlaten
Jij leerde ons lezen en luisteren, de radio, de krant, frans uiteraard,

Hoe schoolmeesterachtig jong was je, de best passende lerares in de school,
Fietsen in gedachten langs de beek Ottergem, oh ja de Ottergemse steenweg,
Herinneringen, mei ‘68, amper achter ons, je leerde ons studie reizen,
We lazen in Courrier-Sud, over Antoine, le mini-jupe en mini-football,
Hoe vaak kwam ik je nog tegen, in het latere leven, nog altijd dankbaar

Jij was de beste juf die we ooit hadden. Vaarwel Geneviève, tot later.

condoleren: https://www.begrafenissen-bael.be/rouwregister/genevieve-clauwaert/1313/guestbook/
Met dank aan Herman van Loenhout, Lennaert Neigh, Urbain Servranckx en Wim De Craene voor quotes uit hun teksten.
Kalisjesap: samenstelling, water, suiker, zoethout en zwarte drop.
Stekskesfabriek: luciferfabrieken tussen Ninove en Geraadsbergen.
Benzinebriquets: aanstekers waarin een lont was verbonden met benzine doordrenkte watte.



In memoriam: Floortje 2007-2021

dagblog Posted on 10 sep, 2021 10:43

Dinsdag, 7 september.

In de keuken raakte je niet meer. Even pauzeren op de koele vloer, op deze voor jou te warme dag. Als een vis happen naar voldoende adem. Je sprong nog een keer in de zetel, als vanouds, niets aan de hand. Je zette mij op het verkeerde been. Ik kon je nog wel even alleen laten met Arthur. Helaas heb je mij liggen gehad. Wou je echt geen afscheid nemen? Deze morgen streelde ik zoals vanouds je dikke buik, en sloeg je je kattenarmpjes om mijn arm. Maar de greep die ik anders voelde was er niet meer. Het was nog een streling in tegenstelling tot vroeger, wanneer ik je telkens waarschuwde je teennagels binnen te houden. Speels bleef je tot je laatste dag. Veertien jaar is te vroeg.

Floortje: maart 2021

Veertien jaar geleden kwam je bij ons. Je leek op een Engelse korthaar, maar je was het niet. Nee je was een Blauwe Rus met een Aziatische inslag van een Siamees. Dankzij ons belandde je net niet in het asiel, waar je eerste baasjes je hadden willen droppen, omdat je niet ‘handelbaar’ was. En dat laatste toonde je ons zonder schroom: geen menselijke poot aan mijn lijf, zal je gedacht hebben. Waar was je beland? Bij Zjoef, ons andere kat, bij Modest de hond, die jou trachten te besnuffelen. Aandacht die je liever niet had. Je liet ons al direct zien dat we rekening zouden moeten houden met je karakter. Je ging over naar je typische verdedigingspositie. Breed uit, want breed was je, op de rug, de vier poten languit naar voren gestrekt, om onze handen, die we voor die eerste kennismaking hadden gehandschoend, te kunnen afweren. Onverwacht spoot je al het vocht uit je lichaam naar ons in een meter lange straal. OK. We wisten het nu wel, je was een katje dat niet aan te pakken viel zonder handschoenen.
Maar je was blij met je nieuwe thuis. In de voortuin kijken naar voorbijrazende auto’s was het verste dat je je waagde. Voor de rest was ons huis en onze tuin jouw nieuw territorium.
Lang duurde het niet, voor je besefte, dat je in een paradijs was aanbeland, waar iedereen het goed met je voor had. We groeiden naar elkaar toe, al hield je altijd Modest en later Arthur op pootafstand, al die keren met uitgestoken teennagels, ook al verboden we je dit, en leerde ik jou dat kat en hond samen in de zetel konden en mochten liggen elk aan zijn eigen kant, ik in het midden. Hoe heb ik genoten telkens wanneer je vanuit je mand in mijn richting keek en smekend vroeg: ‘kan ik op je komen liggen?’
Hoe hartverwarmend ontving je mij steeds weer na mijn buitenlandse molentrips die soms drie weken of meer duurden. Hoe je tegen mij aan kwam gekropen.
Natuurlijk wel, tot gisteren, maar vandaag lagen we een laatste keer zij aan zij. Wie kon vermoeden dat het zo snel zou gaan?

Buiten regent het nu. Binnen regent het al twee dagen, sinds je afscheid nam.

Malou blijft verweesd achter.

Tears in heaven. Will I recognize you, when I see you?
I miss my baby.



Obituary: Charlie Watts

dagblog Posted on 25 aug, 2021 14:36

Charlie Watts: 1965

Het was laat op de avond die 24ste augustus, toen het nieuws via sociale media mij pas bereikte: Charlie is gone. Het zat er aan te komen. Wie de wereld van die mannen een beetje volgt, wist dat Charlie nooit zijn driepikkel zou hebben geleend aan een of andere Expensive Whino, wanneer zijn band de hort op trekt.
Of we dit nu graag horen of niet, feit is dat ‘the dream over is’. Met drie zijn ze nu al, die ginder boven een bandje kunnen vormen: Brian, Stu en Charlie. Tachtig worden, het klinkt prachtig, maar is dat vandaag in deze tijd, echt oud? We verkijken ons aan gecorrigeerde foto’s op platenhoezen wanneer weer eens een McCartney, Dylan, Young of Stonesplaat ons verblijdt. Gisteren reageerde McCartney op het overlijden van Charlie vrij snel via een videoboodschap. Hij oogde naturel, baard van drie dagen, wallen onder de ogen, uitgedund haar, een blik van een achtenzeventiger. De blik die ik mij altijd zal blijven herinneren van mijn peter, toen ik paardje mocht rijden op zijn knie.

Paul McCartney

Wordt het niet stilaan tijd dat we erkennen dat de droom voorbij is? Corona heeft duidelijk een grens bepaald. Er zal altijd een voor en na corona zijn. Onze rockgoden behoren tot het voor corona kamp. Jagger, de boekhouder, die zijn bedrijf zal leiden tot hij er bij neervalt is net weer d straat opgetrokken in Amerika, met wat de pers nog altijd de Rolling Stones noemt. Helaas zijn het eerder de Expensive Whinos , toegegeven nuchterder dan vroeger, die over de planken wandelen. Ik kan mij geen Stones voor de geest halen, zonder het drumstel van Charlie, zijn monkelend glimlachje, en zijn uitermate goed afgemeten slagen op de ezelsvellen.

Elke zomer van 1965 tot 1968 werd bepaald door Beatles en Stones muziek. 45-toeren singles waren belangrijk en bepaalden het succes van een band. Wie nu nog gelooft, dat je of Beatles- of Stonesfan ‘moest’ zijn, en dat een keuze onvermijdelijk was, heeft die dagen niet meegemaakt, of zat opgesloten in een of ander jongenspensionaat, waar een zwartrok de plak zwaaide, en er op vrijdagavond rituele verbrandingen werden gehouden met de boeken van Jan Cremer, humoradio’s en zwart vinyl van langharig werkshuw tuig.
‘Get off of my Cloud’, ‘Paint it Black’, ‘Let’s spend the night Together’, ‘Honky Tonk Women’, ze hebben allemaal iets gemeen: de intro’s van Charlie Watts die je onmiddellijk naar de keel grepen, en nog steeds grijpen, flink gesteund door de bass van de Wyman. Watts was een jazzman, en had geen nood aan vierenveertig trommeltjes en achttien cymbalen, om er zich achter te verschuilen. Ik herinner mij nog dat de kranten na een optreden in ons land schreven, dat ze amper konden geloven, dat Charlie echt drumde, en dat het niet om vooraf opgenomen tapes ging. Kortom een professional ten top. Zonder Charlie Watts zou het beeld van de Stones incompleet zijn geweest, en toch kon hij het zich veroorloven om geen deel te nemen aan de uitspattingen waarmee de anderen de ‘boekjes haalden’. In zijn vrije dagen, was hij thuis bij moeder de vrouw, al klinkt dat bijzonder melig, of zat hij in een of andere, toen nog rokerige club, de borsteltjes in de hand, te drummen bij een jazzband. Wanneer hij naar België kwam bezocht hij vrienden in de paardenfokkerij, een ander tijdverdrijf.
Charlie was de drummer waar Jagger en Richard toen nog zonder s, in hun begintijd, zelfs niet durfden van te dromen. Watts drumde ondermeer bij de band van Alexis Korner en Cyriel Davis, waar Jagger af en toe een liedje mocht kwelen. Brian Jones, de oprichter van de Stones kwam zonder een penny aan in Londen en verbleef regelmatig bij Alexis Korner, waar hij op de zetel mocht slapen, en zich vergapen aan Korner’s enorme collectie bluesplaten.
Het behoort tot de ‘dreamtime’ van zestig jaar geleden. De droom is voorbij. We kunnen niet meer naar de wei van Werchter, het Sportpaleis in Antwerpen, of de betonnen bunker van Vorst om er de Rolling Stones te bewonderen. Zonder Charlie Watts geen Rolling Stones meer. Het rollen van de stenen zal er nooit meer in zitten. Komen er nog platen? Dat zou kunnen, maar dan liefst in alle eerlijkheid onder de naam van de Glimmertwins of iets dergelijks. McCartney heeft ook nooit platen uitgebracht waarin hij pretendeerde de Beatles te zijn.

Vaak wordt beweert dat Charlie ooit Jagger op zijn plaats zette, wanneer die hem ‘my drummer’ noemde, met als tegenquote ‘Don’t call me ever again your drummer, you are my singer’ Juist of een broodje aap verhaal, het gaf in elk geval Charlie nog meer respect. Watts die die over een uitgebreide garderobe aan kostuums beschikte was de perfecte oudere Britse gentlemen geworden, die nog zeker tien jaar langer had mogen blijven genieten van een welverdiend pensioen. Alhoewel, bestaat dat eigenlijk wel, pensioen, in dat wereldje?
Charly schreef geen hits voor de Stones…. hij maakte ze compleet. Hij zette de perfecte backbeat onder de vaak eenvoudige riffs en uithalen van Jagger en Richards. Ze mogen hem, Brian en Stu op hun beide knieën bedanken want zonder hen had de popmuziek van de jaren zestig er anders uit gezien.
We will never forget August the 24th of 2021.
Meer over de Stones en hun optredens is terug te vinden op:



Elsje Helewaut

dagblog Posted on 22 jul, 2021 18:30

Vandaag wordt Elsje 60, volgens haar profiel op Facebook. Als een van de eerste Rock Rally winnaars kan dit tellen.
Op de radio wordt ze geheel ten onrechte ‘vergeten’. Is dit het effect van oud worden? Of meer het effect van van onze generatie die naar pensioen en weg van de radio wordt verbannen?
België schiet vaak tekort wanneer het over ons erfgoed gaat. En dat zowel op materieel als immaterieel vlak.

Enkele jaren geleden mochten we Elisa Waut nog aan het werk zien. De babbel achteraf met de zangeres was mooi meegenomen.
Lees meer.



Dagboek mijmeringen, lente 2021

dagblog Posted on 31 mei, 2021 20:21

Net nog geen juni, op deze eenendertigste dag van de ergste regenmaand in jaren. Vandaag verdrong de zon de volle supermaan van vier dagen geleden. Morgen mag het gras geknipt worden. De bijen hebben hun kans gekregen om in de bloemkelken te kruipen.  Komen bijen eigenlijk buiten in de gutsende regen?

Vogels zingen in de notelaar van de buren achter onze veel te kleine tuin. Zingen vogels altijd dezelfde liedjes? Misschien gegeven ze die door van vadervogel op achterkleinvogel? 

Brachten trekvogels  hun wijsjes mee uit het verre zuiden, uit het donkere Afrika?

Dat de roots van de blues, de jazz, de rock en roll in Afrika liggen, dat is mogelijk.  Maar ze liggen net zo goed hier, in mijn tuin, waar ik in een luie stoel geniet van het gezang van de vogels in de buurt.  Dat mensen het gezang van de kleine gevederde vrienden gingen nabootsen, en daarbij met stokjes op een stuk hout klopten, omdat de marmiet toen nog niet was uitgevonden, zal dus ook wel kloppen.

Vandaag herdenken we de boer die drieënzeventig jaar geleden geboren werd in de buurt van Kidderminster.  Een paar jaar geleden hebben ze ter zijner eer daar een koperen drumstel neergepoot, waarop John Bonham eeuwig mag blijven meppen. Al twee jaar niet meer in de buurt geweest, omwille van het coronabeest. Ik moet er dringend even langs op weg naar Snowdonia, waar mij meer dan een afternoon tea wacht.

Alternatief? Fietsen langs de Schelde op een luie maandagnamiddag, na een driedaags meer dan druk molenweekend. Zelfs de vrijdag gekregen tweede prik is al lang verteerd, na het beluisteren van enkele speeches van een spiksplinternieuwe deputé, en een vroegere Europese president. De haiku kregen we er gratis bij. Naar de tentoonstelling over molens moet u zelf komen kijken.  

Aan een tafeltje wat verder op veilige corona afstand zitten vier mensen, twee koppels, wat bij te praten. Zij, die met hun aangezicht naar mij toe gekeerd zitten, hoor ik terloops vertellen, dat ze, hij negentig is en zij eenennegentig is. Ik nip van mijn duvel en verzink enkele ogenblikken in gedachten. 

Ik lees in een in Cluj gekocht boekje, waarin een onderzoeker alle familienamen heeft bestudeerd die voorkwamen in die streek. De regio rond Sibiu die ooit Siebenburgen heette, en waar de bevolking uit Saksen bestond lag als een eiland in het nu huidige Roemenië. Al in 1411 en 1413 woonden daar Satlers en Sattlers.  Blijft nu de vraag of zij van hier naar ginder trokken, dan wel dat de Saksische naamgenoten van daar naar hier kwamen.  En zijn de Saddlers in Engeland en Wales ook van voormalige Saksische afkomst?  Precies nog wat werk aan de winkel. 

Breng nog maar een koffie, en bye the way, ook nog een gelukkig jaar wens ik Ingrid toe. Ik kreeg dit jaar de kans nog niet, omdat haar terras gesloten bleef, al die tijd. Hugo, uit mijn vroeger, werkend leven was er niet. Toch al aan het overzomeren in Spanje of mag dat nog niet?

Morgen opnieuw 24 graden, debiteert Sabine. Ik tel ze niet meer de dagen, dat laat ik over aan zij die nu voor mijn pensioen werken. Ik luister morgen weer naar het gezang van de vogels. 



2021: een jaar geleden, lente.

dagblog Posted on 23 mrt, 2021 14:59

Fietsen tijdens de coronadagen, samen met de Moody Blues doorheen de parijbossen. Tuesday Afternoon, genieten van de warme zon, de paadjes rond de plassen volgen.  Wegels met amper wandelaars, en toch het eenzame meisje tegenkomen dat weent, maar niet beseft dat ze wandelt precies op die plaats waar ooit ene gruwelijke moord plaatsgreep.  Nooit opgelost, al bekende hier en daar wel eens iemand, stoer, tijdens een zattemansgewauwel, dat ze hem nooit hadden kunnen pakken omdat hij veel te slim was.

Daar standing at the crossroads waar Johnson nooit voorbijkwam, en wij o zo vaak het gevaar trotseerden, op onze dekentjes, het flesje kalisjesap bij ons, ligt vandaag macadam de boeren zonder paard met tractoren met metershoge wielen ter wille.  De rij met metershoge populieren is verdwenen, waar we naar toe wandelden als zesjarige kleuters op weg naar een mogelijk lief van onze meester, die het helaas nooit zag zitten. Breath deep… another day spent… remove the colours from our side…. in a timeless flight.

De landweg kronkelt zich wijd omheen een watervolle toren, helemaal naar de molenbeekvallei die ons vroeger teergeliefde dorp netjes in twee zaagt. 

Ik rij langs huizen van oude schoolkameraden die daar al lang niet meer wonen. De afgebroken schuur met hooischelf van Matthijs den bieruitzetter, waar we heimelijk op de schelf in het hooi sigaretten rookten. Een eertijds slijkerige weg loopt nu hemelsbreed langs een lang verdwenen restant van de tweede Wereldoorlog, waar oude amerikaanse legervoertuigen werden gestockeerd, naast vergane marktwagens, waar waarschijnlijk collefctioneurs nu voor in zwijm zouden vallen, mochten ze die nog kunnen restaureren. Helaas, de eenhoornige weg wenkt. De oude korte weg naar de stad Megretto waarlangs mijn vader o zo dikwijls op wolkjes liep, naar mother Mary. We takken af, we dalen af richting zeven koten op een rij, richting Gentweg. Ooit een smalle wegel met een dubbele functie. Kerkgangers uit de buurt de Sterre liepen er langs om goed hun pasen te houden. Keuterboeren duwden hun. Kruiwagens richting windmolen in de Dorpstraat. De molenbeek kruis je bij het Gentbrugsken of via de bredere Koebrug, tot daar waar de beek over tweehonderd meter werd gekanaliseerd. We hadden de vroegere lang vergeten Cottemweg kunnen nemen die de langswonenden nu kennen als Botermelkstraat, Allemansbos en Molenstraat.  De wereld was vroeger eenvoudiger.  De Koebrugstraat, ooit met de naam Jozef De Somerlaan bedacht maar nooit, en gelukkig maar, doorgetrokken naar het andere eind over de spoorweg. Kleine en Grote Zadelwegen voeren ons over de dorpsheuvel naar de vroegere praterij Nieuwerkerken, die we  rechts van ons laten om via de Siesegem kouter naar het kasteel van Verdoemenis te bollen. Aalsters stedenschoon, maar helaas verkocht, en de tuin, waar ik menige middag doorbracht in de nillies werd ontoegankelijk verklaard. Wateringen met zijn verscholen huizen leidt regelrecht, of toch via het Roklijf naar de buurt waar ooit Sint Apolonia moet geregeerd hebben. Ik heb de keuze, of langs die straat waar in de jaren vijftig de noten voor het rapen lagen, of via de Red Sin City en de Meiboomweg terug de beekvallei  in duiken. Ik kies voor het laatste, en stel vast dat Red Sin City volledig afgesloten werd. In de winter van ‘66 kon geen haag of poort ons tegenhouden en kropen we binnen in het geheimzinnige huis. Wij waren Pim Pandoer of Bas Banning. Nee we waren dertien. 

De meiboomweg  die nog al te lijden had van een als maar dikker wordende boom waardoor het dallenpad niet meer berijdbaar was heeft een oplossing gekregen. Het pad ligt nu om de boom heen. De molenweg ligt helemaal droog. De molen wacht op betere tijden en vooral op een nieuw rad, want het is erg gesteld met dit erfgoed.  

De Kleine Steenweg mag er dan nog zijn, zijn bewoners zijn verdwenen. Lokes Dille, het hof waar Castro de wacht hield, het huis van Den Bakker, die op zijn knieën kroop na een paar trekken aan een John Thomas, ons Godelieveken de dochter van Staaf die zonder haar rokken op te tillen over de meterhoge omheining van hun weide sprong maar ons niet te stekken kreeg. Langs ‘t Ijzeren hekken waar de zon nog altijd schittert op het glas van de serres, voorbij bij Tistepee , waar ik al drie keer een ander huis heb weten staan, langs de verdwenen root, door de Goemanswegel. De weg kruisen, via de Groenstraat de Onegem in duiken. Sommigen zeggen de Honegem, anderen de Oonegem. Toen bestond globalisatie en eenmaking nog niet.  Of misschien toch wel, want was de Honegem niet een ‘gemene meers’, waar iedereen zijn beesten samen mocht uitlaten?  Er liggen turfputten verscholen, waar de doorsnee wandelaar niet langs komt. 

Het park van Mesen in Lede nodigt uit tot schrijven.



Een jaaroverzicht zoals geen ander: 2020

dagblog, Het Lijsternest Posted on 17 jan, 2021 22:41

Het jaar 2020 zoals het normaal zou zijn verlopen, kan eigenlijk samengevat worden door enkel de maanden januari en februari te overschouwen. Met recht en rede de enige maanden die verliepen zonder dat iemand zich zorgen maakte. Problemen waren er enkel voor de Chinezen, en dat schenen op dat ogenblik nog altijd onze tegenvoeters. Die periode bracht ons concertjes van Barbara Dex en Alfred Den Ouden. Aalst Carnaval ging door en we ontwaarden schitterende poppen van de Stones eb van de Beatles, al vielen ons ook enkele mieren op. Er was nog geen vuiltje aan de lucht, lat staan vuil in onze neus.
Hoe het verder verliep in wat nu bekend staat als het rampzalige jaar 2020 leest u later meer. Ook de concerttickets voor McCartney, Fogerty en Eric Clapton liggen nog op het schap.
Op de plaat en cd aankopen hebben we verplicht kunnen besparen. Zeker tijdens de lockdown. Zes weken lang geen enkele niet-noodzakelijke winkel, noch kringwinkel te bezoeken. De periode nadien mocht er dan weer wel zijn. Blijkbaar heeft lockdown geleid tot opkuis van zolders, kasten en jawel zelfs platenrekken. Artiesten zochten nieuwe wegen om zich toonbaar te maken aan hun publiek. Achter een micro voor hun voordeur, of voor een gemaskerd en verspreid publiek toen het nog even kon. Deze zomer stelde William Souffreau op die manier zijn nieuwste songs voor. McCartney liet zich verleiden in Sussex tot een derde McCartney solo plaat.

https://www.facebook.com/PaulMcCartney/photos/a.488766413312/10159362274943313/

1Paul Mccartney McCartney 3CD
2Robert Plant Digging Deep: SubtereneaCD
3CCR live in Woodstock 6,99CD
4The Rolling Stones Goats Head Soup 100CD
5Neil Young HomegrownCD
6Emmylou Harris The very best of Heartaches & Highways  2,5CD
7Neil Young The Broadcast collection  1984-1995 9,99 BCCD
8Moody Blues at the Isle of Wight 1970CD
9John Prine In sprite of ourselves 2,5CD
10Bruce Springsteen on Broadway 2CD
11Tom Petty & the heartbreakers Greatest Hits 3CD
12Chicago Transit Authority 50th Anniversary Remix 12,99 7 5,25CD
13Whitesnake Unzipped 8,99 5 3,75CD
14Nils Lofgren I came to danceVinyl
15Bobby Gentry’s Greatest! Vinyl
16Francoise Hardy Blues 1962/1993CD
17Katie Melua The Katie Melua Collection 2 CD
18Les Paul Now! 2Vinyl
19Sharleen Spiteri MelodyCD
20Imagine No John Lennon A tributeCD
21Al Di Meola the Manhattan years 3CD
22Wim de Craene (Dag Wim, Alles is nog bij het oude) 3CD
23George Thorogood and the Destroyers The Hard Stuff 3CD
24Dr Feelgood StupidityVinyl
25The Most Collection Volume 2Vinyl

Een overzicht, waarbij cd en vinyl door elkaar. Vooral de novemberaankoop van een twintigtal albums van Nils Lofgren, Journey, Asia, enz… was een meevaller.
Voor de rest zeer toe te juichen, het na 50 jaar verschijnen van de passage van Creedence Clearwater op Woodstock.
De Rolling Stones die Goats Head Soup heruitgeven, en waarbij in de (dure) box ook het Brussels concert van 1973 werd gestopt. Lik mijn lipje.
Ook Neil Young die een ooit niet uitgegeven plaat uit die tijd eindelijk laat verschijnen is de moeite.
We hebben eindelijk Emmylou Harris echt ontdekt, mag ik zeggen. Heeft leeftijd daar iets mee te maken? Ik weet het echt niet. John Prine, nog net ontdekt via een ex-bibliotheek aankoop in Zottegem, vooraleer de man Covid-slachtoffer werd.
Op 10 staat Bruce Springsteen. Het mag weer, omdat hij reflecterend over zijn eigen leven, eindelijk weer op en beter spoor zit. Zijn biografie ligt nog op de leesplank. Elf en twaalf heb ik meerdere keren meegenomen in de auto, gewoon omdat ze beregoed zijn.

1Chris Barber in Hamburg Live in concertVinyl
2Barbara Thompson’s Paraphernalia Live in London ‘A cry from the heart’ 3CD
3Eric Clapton Me and Mr Johnson CD
4Earl Bostic The Best of Bostic 0Vinyl
5Lonnie Johnson The complete Folkways RecordingsCD
6Living Blues Rocking at the tweed mill Vinyl
7Ray Charles The birth of a legend CD
8Bobby Jaspar’s NW Jazz CD
9“Rounder Europe” Blues Revue CD
10Blue Blot YoYo ManCD
11Nat King Cole Route 66CD
12The Alley Gators Feet & Teeth CD

Collectie jazz en blues weer mooi kunnen aanvullen me(t ondermeer enkele Britse top platen van Chris Barber en Barbara Thompson. Eindelijk Earl Bostic op vinyl gevonden.

Niet gerangschikt een lijst van veel te veel boeken, die ik ooit wil lezen.

GeografieTrotter Berlijn 
HistoriekDe Monnik-manager Abt De Loose in zijn abdij t’Ename 
Info Tony Hawks Door Ierland met een koelkast
RomanJack Kerouac On the road the original scroll
MuziekStuurt Maconie Cider with the roadies 
GeografieReisgids National Geografic Roemenie
HistoriekPhilip Carr-Gomm De Druïden De herleving van een traditie
Info Laurence J. Peter Raymond Hull Het Peter principe
RomanMarc Didden Het verdriet van de mediawatcher
MuziekBruce Cook The Beat Generation 
GeografiePaul De waard Wereldwijzer Bulgarije
HistoriekWim Blockmans/Walter Prevenier In de ban van Bourgondië
RomanJames Joyce Dublinners
MuziekCharles Shaar Murray Jimi Hendrix kind van de regenboog 
GeografieMichelin Lannoo  Met de Camper door Europa
HistoriekGeorges Duby De Kathedralenbouwers
RomanKristien Hemmerechts Mijn man de schrijver
MuziekMarc Mijlemans Mijl op zeven 
GeografieUitgave Bellevue Geuze-neuzen in Brussel
MuziekBob Dylan Chronicles
GeografieFlorin Andreescu Made in Romania
MuziekRobert Shaw Classic Guitars
MuziekTed Gioia How to listen to Jazz
MuziekAlexander Waugh Klassieke muziek leren luisteren en begrijpen 
MuziekLeo Blokhuis Het Plaatjesboek 
MuziekErik Bindervoet & Robert-Jan Henkes Help! The Beatles in het Nederlands 

Jack Kerouac’s zeg maar de demo van zijn On the road. Het boek werd getypt, op een rol papier, vergelijk het met een rol, o zo populaire wc-papier van het afgelopen jaar. Gelukkig was deze koop slechts de weergave van die rol, en is het in boekvorm. Ex New Musical journalist nebadert Hendrix muziek toch even anders, en daardoor alleen al een must. Nog maar eens Mijl op Zeven en de Dylan Chronicles op de kop kunnen tikken.
De wegwijzer voor Bulgarije had ik in 2021 moeten gebruiken, maar dat zal allicht 2022 worden.
Deze zomer vaak gefietst en dikwijls Cider met de Roadies meegenomen, en nog een paar andere. Zeker toen we opnieuw op een bankje mochten gaan zitten, nadat de politiek haar absurde maatregelen wat had ‘af’gescherpt.
Ook de Beat Generation lijkt zeer de moeite, en was de aanschaf waard.
Ondanks corona en de gesloten winkels toch NIET overgegaan tot online hamsteren. En dat is maar goed ook, nu eindelijk de transportkosten worden doorgerekend.
Och ja en op de valreep was er Brexit…. En hoe we dat ervaren, leest u volgend jaar.



Volgende »