Blog Image

Sadeler's blog

If I were a miller at a mill wheel grinding, would you miss your color box, and your soft shoe shining? (c) Tim Hardin

Link naar:  windmolens, Facebook   Meer weten? contacteer mij. 

Opgelet: Alle artikels en foto's zijn beschermd door copyright. Alle overeenkomsten tussen bestaande personen en personages berusten op louter toeval. Topfoto (c) Michel Verdoodt.

4 oktober: it’s a beautiful day

dagblog Posted on 04 okt, 2021 22:26

Hoe overheerlijk zitten is het in de Midday Sun, al is het volgens de sterretijd amper 10:30. Pal boven de nok van het dak oogt de lucht blauw, al kan je het wazige, enigszins verstorende lichtgrijs niet wegcijferen. Wie ooit al de A5 naar Wirral nam weet dat een echte blauwe lucht zoveel intenser is. Hier is de azuurblauwe lucht uit onze kindertijd niet meer te aanschouwen. Ooit, wie weet ooit, misschien opnieuw, al zal nog veel water naar de zee moeten vloeien. Vandaag is het de vierde dag van oktober. Armand zal zeker vanuit zijn hemel mijmerend toezien, en zachtjes zingen: ‘Op de vierde dag van oktober, draaien de abattoirs gewoon door…’. Wie staat er stil bij de wereld dierendag? ‘De boer op het veld, hij ploegde voort, de oogst moet binnengehaald….’ De oogst? Voer, niet alleen voor melkvee, maar net zo goed voor dat ene stukje achterbil op het bord van hij die vraagt: ‘Werelddierendag, en dan?’
Witte wolken, volgen het Kanaal en drijven boven ons hoofd naar Oostwaarts gelegen binnenlanden waar Polen de stille roep van verdwaasde Brexiteers amper horen. Waarom zouden ze het zwarte goud rondbrengen in de UK? Voor een habbekrats kunnen ze zich nog steeds verwarmen aan een klomp bruinkool. Dat de eeuwige wolken die hier voorbij vlieden, straks nog net wat grijzer zullen ogen zal hen worst wezen op deze vierde dag van oktober, waarop helaas ook nu nog altijd de dieren niet kunnen praten. ‘De aarde is een grote bol met planten en met beestjes vol, en ze draait al heel lang in het rond….’ Mijnheer Beaufort laat via zijn buienradar ons weten dat hij vandaag maar kracht vier kan leveren. Dat hij na vijven (drie uur sterretijd) het wat milder aan zal doen op d’Aard in de Schellebelse meersen, waar de Galloways wachten op hun voer. Zij hebben geen weet van de vierde dag van oktober.
De notelaar achter mij laat stilaan een voor een zijn harde ombolsterde vruchten los. Het is nog even wachten op alweer een lange winternacht.
‘De winter wordt lang, eenzaam en koud.’ Af en toe, veel te vaak, schopt de realiteit ons wakker, zoals ook een week geleden, toen de zon hoog aan de hemel, even verduisterde.
‘Je voelt je als een slak op wie het leven zout legt’….

Tot beton zijt gij verworden, gij rustpunt bij de ‘parijbossen’
Daar waar eens aan uw zijde de houtstoven ruimte zochten
Recht voor ons een rij populieren, wachtend op de kap,
Wachtend op een laatste tocht naar de ‘stekskesfabriek’
Union Match of een andere, kenden nog geen ‘benzinebriquets’.

Daar op die plek, waar ooit ene gruwelijke moord plaatsgreep,
Een oude vrouw werd er gevonden, de daders nooit
Daar kampeerden wij, lagen op onze dekentjes, te zomeren,
Dronken ‘kalisjesap’, en aten uitgedroogde boterhammen,
Tot de zon verdween in het westen achter de parijbossen.

Met onze meester trokken we door het bos naar Overimpe,
Waar op een boerderij een wondermooie schooljuf huisde,
De meester zag haar wel zitten, maar dat was niet wederkerig,
In het piepkleine schooltje mochten we een uur mee aanschuiven,
Op de boerderij kregen we een glas water van de pomp

In de verte stond de windmolen te wieken, een houten kot,
Nog amper van tel, want ergens was wel een moderne maalderij
Het leek alsof de houten reus ons wenkte, met zijn wiekende armen
Laat was het al, en kinderen maakten plannen, voor de tocht
Onderweg stak een koe onvoorzichtig haar kop door een hek

September ‘68, ik, wij, was(ren) zestien, jij was drieëntwintig,
Kortgerokt, meterslange benen, altijd lachend, je was er voor ons,
Jij maakte in amper een jaar, drie verloren jaren taal van Molière goed,
Eeuwig dankbaar omdat ik Pantagruel en Docteur Laënnec kon achterlaten
Jij leerde ons lezen en luisteren, de radio, de krant, frans uiteraard,

Hoe schoolmeesterachtig jong was je, de best passende lerares in de school,
Fietsen in gedachten langs de beek Ottergem, oh ja de Ottergemse steenweg,
Herinneringen, mei ‘68, amper achter ons, je leerde ons studie reizen,
We lazen in Courrier-Sud, over Antoine, le mini-jupe en mini-football,
Hoe vaak kwam ik je nog tegen, in het latere leven, nog altijd dankbaar

Jij was de beste juf die we ooit hadden. Vaarwel Geneviève, tot later.

condoleren: https://www.begrafenissen-bael.be/rouwregister/genevieve-clauwaert/1313/guestbook/
Met dank aan Herman van Loenhout, Lennaert Neigh, Urbain Servranckx en Wim De Craene voor quotes uit hun teksten.
Kalisjesap: samenstelling, water, suiker, zoethout en zwarte drop.
Stekskesfabriek: luciferfabrieken tussen Ninove en Geraadsbergen.
Benzinebriquets: aanstekers waarin een lont was verbonden met benzine doordrenkte watte.



In memoriam: Floortje 2007-2021

dagblog Posted on 10 sep, 2021 10:43

Dinsdag, 7 september.

In de keuken raakte je niet meer. Even pauzeren op de koele vloer, op deze voor jou te warme dag. Als een vis happen naar voldoende adem. Je sprong nog een keer in de zetel, als vanouds, niets aan de hand. Je zette mij op het verkeerde been. Ik kon je nog wel even alleen laten met Arthur. Helaas heb je mij liggen gehad. Wou je echt geen afscheid nemen? Deze morgen streelde ik zoals vanouds je dikke buik, en sloeg je je kattenarmpjes om mijn arm. Maar de greep die ik anders voelde was er niet meer. Het was nog een streling in tegenstelling tot vroeger, wanneer ik je telkens waarschuwde je teennagels binnen te houden. Speels bleef je tot je laatste dag. Veertien jaar is te vroeg.

Floortje: maart 2021

Veertien jaar geleden kwam je bij ons. Je leek op een Engelse korthaar, maar je was het niet. Nee je was een Blauwe Rus met een Aziatische inslag van een Siamees. Dankzij ons belandde je net niet in het asiel, waar je eerste baasjes je hadden willen droppen, omdat je niet ‘handelbaar’ was. En dat laatste toonde je ons zonder schroom: geen menselijke poot aan mijn lijf, zal je gedacht hebben. Waar was je beland? Bij Zjoef, ons andere kat, bij Modest de hond, die jou trachten te besnuffelen. Aandacht die je liever niet had. Je liet ons al direct zien dat we rekening zouden moeten houden met je karakter. Je ging over naar je typische verdedigingspositie. Breed uit, want breed was je, op de rug, de vier poten languit naar voren gestrekt, om onze handen, die we voor die eerste kennismaking hadden gehandschoend, te kunnen afweren. Onverwacht spoot je al het vocht uit je lichaam naar ons in een meter lange straal. OK. We wisten het nu wel, je was een katje dat niet aan te pakken viel zonder handschoenen.
Maar je was blij met je nieuwe thuis. In de voortuin kijken naar voorbijrazende auto’s was het verste dat je je waagde. Voor de rest was ons huis en onze tuin jouw nieuw territorium.
Lang duurde het niet, voor je besefte, dat je in een paradijs was aanbeland, waar iedereen het goed met je voor had. We groeiden naar elkaar toe, al hield je altijd Modest en later Arthur op pootafstand, al die keren met uitgestoken teennagels, ook al verboden we je dit, en leerde ik jou dat kat en hond samen in de zetel konden en mochten liggen elk aan zijn eigen kant, ik in het midden. Hoe heb ik genoten telkens wanneer je vanuit je mand in mijn richting keek en smekend vroeg: ‘kan ik op je komen liggen?’
Hoe hartverwarmend ontving je mij steeds weer na mijn buitenlandse molentrips die soms drie weken of meer duurden. Hoe je tegen mij aan kwam gekropen.
Natuurlijk wel, tot gisteren, maar vandaag lagen we een laatste keer zij aan zij. Wie kon vermoeden dat het zo snel zou gaan?

Buiten regent het nu. Binnen regent het al twee dagen, sinds je afscheid nam.

Malou blijft verweesd achter.

Tears in heaven. Will I recognize you, when I see you?
I miss my baby.



Obituary: Charlie Watts

dagblog Posted on 25 aug, 2021 14:36

Charlie Watts: 1965

Het was laat op de avond die 24ste augustus, toen het nieuws via sociale media mij pas bereikte: Charlie is gone. Het zat er aan te komen. Wie de wereld van die mannen een beetje volgt, wist dat Charlie nooit zijn driepikkel zou hebben geleend aan een of andere Expensive Whino, wanneer zijn band de hort op trekt.
Of we dit nu graag horen of niet, feit is dat ‘the dream over is’. Met drie zijn ze nu al, die ginder boven een bandje kunnen vormen: Brian, Stu en Charlie. Tachtig worden, het klinkt prachtig, maar is dat vandaag in deze tijd, echt oud? We verkijken ons aan gecorrigeerde foto’s op platenhoezen wanneer weer eens een McCartney, Dylan, Young of Stonesplaat ons verblijdt. Gisteren reageerde McCartney op het overlijden van Charlie vrij snel via een videoboodschap. Hij oogde naturel, baard van drie dagen, wallen onder de ogen, uitgedund haar, een blik van een achtenzeventiger. De blik die ik mij altijd zal blijven herinneren van mijn peter, toen ik paardje mocht rijden op zijn knie.

Paul McCartney

Wordt het niet stilaan tijd dat we erkennen dat de droom voorbij is? Corona heeft duidelijk een grens bepaald. Er zal altijd een voor en na corona zijn. Onze rockgoden behoren tot het voor corona kamp. Jagger, de boekhouder, die zijn bedrijf zal leiden tot hij er bij neervalt is net weer d straat opgetrokken in Amerika, met wat de pers nog altijd de Rolling Stones noemt. Helaas zijn het eerder de Expensive Whinos , toegegeven nuchterder dan vroeger, die over de planken wandelen. Ik kan mij geen Stones voor de geest halen, zonder het drumstel van Charlie, zijn monkelend glimlachje, en zijn uitermate goed afgemeten slagen op de ezelsvellen.

Elke zomer van 1965 tot 1968 werd bepaald door Beatles en Stones muziek. 45-toeren singles waren belangrijk en bepaalden het succes van een band. Wie nu nog gelooft, dat je of Beatles- of Stonesfan ‘moest’ zijn, en dat een keuze onvermijdelijk was, heeft die dagen niet meegemaakt, of zat opgesloten in een of ander jongenspensionaat, waar een zwartrok de plak zwaaide, en er op vrijdagavond rituele verbrandingen werden gehouden met de boeken van Jan Cremer, humoradio’s en zwart vinyl van langharig werkshuw tuig.
‘Get off of my Cloud’, ‘Paint it Black’, ‘Let’s spend the night Together’, ‘Honky Tonk Women’, ze hebben allemaal iets gemeen: de intro’s van Charlie Watts die je onmiddellijk naar de keel grepen, en nog steeds grijpen, flink gesteund door de bass van de Wyman. Watts was een jazzman, en had geen nood aan vierenveertig trommeltjes en achttien cymbalen, om er zich achter te verschuilen. Ik herinner mij nog dat de kranten na een optreden in ons land schreven, dat ze amper konden geloven, dat Charlie echt drumde, en dat het niet om vooraf opgenomen tapes ging. Kortom een professional ten top. Zonder Charlie Watts zou het beeld van de Stones incompleet zijn geweest, en toch kon hij het zich veroorloven om geen deel te nemen aan de uitspattingen waarmee de anderen de ‘boekjes haalden’. In zijn vrije dagen, was hij thuis bij moeder de vrouw, al klinkt dat bijzonder melig, of zat hij in een of andere, toen nog rokerige club, de borsteltjes in de hand, te drummen bij een jazzband. Wanneer hij naar België kwam bezocht hij vrienden in de paardenfokkerij, een ander tijdverdrijf.
Charlie was de drummer waar Jagger en Richard toen nog zonder s, in hun begintijd, zelfs niet durfden van te dromen. Watts drumde ondermeer bij de band van Alexis Korner en Cyriel Davis, waar Jagger af en toe een liedje mocht kwelen. Brian Jones, de oprichter van de Stones kwam zonder een penny aan in Londen en verbleef regelmatig bij Alexis Korner, waar hij op de zetel mocht slapen, en zich vergapen aan Korner’s enorme collectie bluesplaten.
Het behoort tot de ‘dreamtime’ van zestig jaar geleden. De droom is voorbij. We kunnen niet meer naar de wei van Werchter, het Sportpaleis in Antwerpen, of de betonnen bunker van Vorst om er de Rolling Stones te bewonderen. Zonder Charlie Watts geen Rolling Stones meer. Het rollen van de stenen zal er nooit meer in zitten. Komen er nog platen? Dat zou kunnen, maar dan liefst in alle eerlijkheid onder de naam van de Glimmertwins of iets dergelijks. McCartney heeft ook nooit platen uitgebracht waarin hij pretendeerde de Beatles te zijn.

Vaak wordt beweert dat Charlie ooit Jagger op zijn plaats zette, wanneer die hem ‘my drummer’ noemde, met als tegenquote ‘Don’t call me ever again your drummer, you are my singer’ Juist of een broodje aap verhaal, het gaf in elk geval Charlie nog meer respect. Watts die die over een uitgebreide garderobe aan kostuums beschikte was de perfecte oudere Britse gentlemen geworden, die nog zeker tien jaar langer had mogen blijven genieten van een welverdiend pensioen. Alhoewel, bestaat dat eigenlijk wel, pensioen, in dat wereldje?
Charly schreef geen hits voor de Stones…. hij maakte ze compleet. Hij zette de perfecte backbeat onder de vaak eenvoudige riffs en uithalen van Jagger en Richards. Ze mogen hem, Brian en Stu op hun beide knieën bedanken want zonder hen had de popmuziek van de jaren zestig er anders uit gezien.
We will never forget August the 24th of 2021.
Meer over de Stones en hun optredens is terug te vinden op:



Elsje Helewaut

dagblog Posted on 22 jul, 2021 18:30

Vandaag wordt Elsje 60, volgens haar profiel op Facebook. Als een van de eerste Rock Rally winnaars kan dit tellen.
Op de radio wordt ze geheel ten onrechte ‘vergeten’. Is dit het effect van oud worden? Of meer het effect van van onze generatie die naar pensioen en weg van de radio wordt verbannen?
België schiet vaak tekort wanneer het over ons erfgoed gaat. En dat zowel op materieel als immaterieel vlak.

Enkele jaren geleden mochten we Elisa Waut nog aan het werk zien. De babbel achteraf met de zangeres was mooi meegenomen.
Lees meer.



Dagboek mijmeringen, lente 2021

dagblog Posted on 31 mei, 2021 20:21

Net nog geen juni, op deze eenendertigste dag van de ergste regenmaand in jaren. Vandaag verdrong de zon de volle supermaan van vier dagen geleden. Morgen mag het gras geknipt worden. De bijen hebben hun kans gekregen om in de bloemkelken te kruipen.  Komen bijen eigenlijk buiten in de gutsende regen?

Vogels zingen in de notelaar van de buren achter onze veel te kleine tuin. Zingen vogels altijd dezelfde liedjes? Misschien gegeven ze die door van vadervogel op achterkleinvogel? 

Brachten trekvogels  hun wijsjes mee uit het verre zuiden, uit het donkere Afrika?

Dat de roots van de blues, de jazz, de rock en roll in Afrika liggen, dat is mogelijk.  Maar ze liggen net zo goed hier, in mijn tuin, waar ik in een luie stoel geniet van het gezang van de vogels in de buurt.  Dat mensen het gezang van de kleine gevederde vrienden gingen nabootsen, en daarbij met stokjes op een stuk hout klopten, omdat de marmiet toen nog niet was uitgevonden, zal dus ook wel kloppen.

Vandaag herdenken we de boer die drieënzeventig jaar geleden geboren werd in de buurt van Kidderminster.  Een paar jaar geleden hebben ze ter zijner eer daar een koperen drumstel neergepoot, waarop John Bonham eeuwig mag blijven meppen. Al twee jaar niet meer in de buurt geweest, omwille van het coronabeest. Ik moet er dringend even langs op weg naar Snowdonia, waar mij meer dan een afternoon tea wacht.

Alternatief? Fietsen langs de Schelde op een luie maandagnamiddag, na een driedaags meer dan druk molenweekend. Zelfs de vrijdag gekregen tweede prik is al lang verteerd, na het beluisteren van enkele speeches van een spiksplinternieuwe deputé, en een vroegere Europese president. De haiku kregen we er gratis bij. Naar de tentoonstelling over molens moet u zelf komen kijken.  

Aan een tafeltje wat verder op veilige corona afstand zitten vier mensen, twee koppels, wat bij te praten. Zij, die met hun aangezicht naar mij toe gekeerd zitten, hoor ik terloops vertellen, dat ze, hij negentig is en zij eenennegentig is. Ik nip van mijn duvel en verzink enkele ogenblikken in gedachten. 

Ik lees in een in Cluj gekocht boekje, waarin een onderzoeker alle familienamen heeft bestudeerd die voorkwamen in die streek. De regio rond Sibiu die ooit Siebenburgen heette, en waar de bevolking uit Saksen bestond lag als een eiland in het nu huidige Roemenië. Al in 1411 en 1413 woonden daar Satlers en Sattlers.  Blijft nu de vraag of zij van hier naar ginder trokken, dan wel dat de Saksische naamgenoten van daar naar hier kwamen.  En zijn de Saddlers in Engeland en Wales ook van voormalige Saksische afkomst?  Precies nog wat werk aan de winkel. 

Breng nog maar een koffie, en bye the way, ook nog een gelukkig jaar wens ik Ingrid toe. Ik kreeg dit jaar de kans nog niet, omdat haar terras gesloten bleef, al die tijd. Hugo, uit mijn vroeger, werkend leven was er niet. Toch al aan het overzomeren in Spanje of mag dat nog niet?

Morgen opnieuw 24 graden, debiteert Sabine. Ik tel ze niet meer de dagen, dat laat ik over aan zij die nu voor mijn pensioen werken. Ik luister morgen weer naar het gezang van de vogels. 



2021: een jaar geleden, lente.

dagblog Posted on 23 mrt, 2021 14:59

Fietsen tijdens de coronadagen, samen met de Moody Blues doorheen de parijbossen. Tuesday Afternoon, genieten van de warme zon, de paadjes rond de plassen volgen.  Wegels met amper wandelaars, en toch het eenzame meisje tegenkomen dat weent, maar niet beseft dat ze wandelt precies op die plaats waar ooit ene gruwelijke moord plaatsgreep.  Nooit opgelost, al bekende hier en daar wel eens iemand, stoer, tijdens een zattemansgewauwel, dat ze hem nooit hadden kunnen pakken omdat hij veel te slim was.

Daar standing at the crossroads waar Johnson nooit voorbijkwam, en wij o zo vaak het gevaar trotseerden, op onze dekentjes, het flesje kalisjesap bij ons, ligt vandaag macadam de boeren zonder paard met tractoren met metershoge wielen ter wille.  De rij met metershoge populieren is verdwenen, waar we naar toe wandelden als zesjarige kleuters op weg naar een mogelijk lief van onze meester, die het helaas nooit zag zitten. Breath deep… another day spent… remove the colours from our side…. in a timeless flight.

De landweg kronkelt zich wijd omheen een watervolle toren, helemaal naar de molenbeekvallei die ons vroeger teergeliefde dorp netjes in twee zaagt. 

Ik rij langs huizen van oude schoolkameraden die daar al lang niet meer wonen. De afgebroken schuur met hooischelf van Matthijs den bieruitzetter, waar we heimelijk op de schelf in het hooi sigaretten rookten. Een eertijds slijkerige weg loopt nu hemelsbreed langs een lang verdwenen restant van de tweede Wereldoorlog, waar oude amerikaanse legervoertuigen werden gestockeerd, naast vergane marktwagens, waar waarschijnlijk collefctioneurs nu voor in zwijm zouden vallen, mochten ze die nog kunnen restaureren. Helaas, de eenhoornige weg wenkt. De oude korte weg naar de stad Megretto waarlangs mijn vader o zo dikwijls op wolkjes liep, naar mother Mary. We takken af, we dalen af richting zeven koten op een rij, richting Gentweg. Ooit een smalle wegel met een dubbele functie. Kerkgangers uit de buurt de Sterre liepen er langs om goed hun pasen te houden. Keuterboeren duwden hun. Kruiwagens richting windmolen in de Dorpstraat. De molenbeek kruis je bij het Gentbrugsken of via de bredere Koebrug, tot daar waar de beek over tweehonderd meter werd gekanaliseerd. We hadden de vroegere lang vergeten Cottemweg kunnen nemen die de langswonenden nu kennen als Botermelkstraat, Allemansbos en Molenstraat.  De wereld was vroeger eenvoudiger.  De Koebrugstraat, ooit met de naam Jozef De Somerlaan bedacht maar nooit, en gelukkig maar, doorgetrokken naar het andere eind over de spoorweg. Kleine en Grote Zadelwegen voeren ons over de dorpsheuvel naar de vroegere praterij Nieuwerkerken, die we  rechts van ons laten om via de Siesegem kouter naar het kasteel van Verdoemenis te bollen. Aalsters stedenschoon, maar helaas verkocht, en de tuin, waar ik menige middag doorbracht in de nillies werd ontoegankelijk verklaard. Wateringen met zijn verscholen huizen leidt regelrecht, of toch via het Roklijf naar de buurt waar ooit Sint Apolonia moet geregeerd hebben. Ik heb de keuze, of langs die straat waar in de jaren vijftig de noten voor het rapen lagen, of via de Red Sin City en de Meiboomweg terug de beekvallei  in duiken. Ik kies voor het laatste, en stel vast dat Red Sin City volledig afgesloten werd. In de winter van ‘66 kon geen haag of poort ons tegenhouden en kropen we binnen in het geheimzinnige huis. Wij waren Pim Pandoer of Bas Banning. Nee we waren dertien. 

De meiboomweg  die nog al te lijden had van een als maar dikker wordende boom waardoor het dallenpad niet meer berijdbaar was heeft een oplossing gekregen. Het pad ligt nu om de boom heen. De molenweg ligt helemaal droog. De molen wacht op betere tijden en vooral op een nieuw rad, want het is erg gesteld met dit erfgoed.  

De Kleine Steenweg mag er dan nog zijn, zijn bewoners zijn verdwenen. Lokes Dille, het hof waar Castro de wacht hield, het huis van Den Bakker, die op zijn knieën kroop na een paar trekken aan een John Thomas, ons Godelieveken de dochter van Staaf die zonder haar rokken op te tillen over de meterhoge omheining van hun weide sprong maar ons niet te stekken kreeg. Langs ‘t Ijzeren hekken waar de zon nog altijd schittert op het glas van de serres, voorbij bij Tistepee , waar ik al drie keer een ander huis heb weten staan, langs de verdwenen root, door de Goemanswegel. De weg kruisen, via de Groenstraat de Onegem in duiken. Sommigen zeggen de Honegem, anderen de Oonegem. Toen bestond globalisatie en eenmaking nog niet.  Of misschien toch wel, want was de Honegem niet een ‘gemene meers’, waar iedereen zijn beesten samen mocht uitlaten?  Er liggen turfputten verscholen, waar de doorsnee wandelaar niet langs komt. 

Het park van Mesen in Lede nodigt uit tot schrijven.



Een jaaroverzicht zoals geen ander: 2020

dagblog, Het Lijsternest Posted on 17 jan, 2021 22:41

Het jaar 2020 zoals het normaal zou zijn verlopen, kan eigenlijk samengevat worden door enkel de maanden januari en februari te overschouwen. Met recht en rede de enige maanden die verliepen zonder dat iemand zich zorgen maakte. Problemen waren er enkel voor de Chinezen, en dat schenen op dat ogenblik nog altijd onze tegenvoeters. Die periode bracht ons concertjes van Barbara Dex en Alfred Den Ouden. Aalst Carnaval ging door en we ontwaarden schitterende poppen van de Stones eb van de Beatles, al vielen ons ook enkele mieren op. Er was nog geen vuiltje aan de lucht, lat staan vuil in onze neus.
Hoe het verder verliep in wat nu bekend staat als het rampzalige jaar 2020 leest u later meer. Ook de concerttickets voor McCartney, Fogerty en Eric Clapton liggen nog op het schap.
Op de plaat en cd aankopen hebben we verplicht kunnen besparen. Zeker tijdens de lockdown. Zes weken lang geen enkele niet-noodzakelijke winkel, noch kringwinkel te bezoeken. De periode nadien mocht er dan weer wel zijn. Blijkbaar heeft lockdown geleid tot opkuis van zolders, kasten en jawel zelfs platenrekken. Artiesten zochten nieuwe wegen om zich toonbaar te maken aan hun publiek. Achter een micro voor hun voordeur, of voor een gemaskerd en verspreid publiek toen het nog even kon. Deze zomer stelde William Souffreau op die manier zijn nieuwste songs voor. McCartney liet zich verleiden in Sussex tot een derde McCartney solo plaat.

https://www.facebook.com/PaulMcCartney/photos/a.488766413312/10159362274943313/

1Paul Mccartney McCartney 3CD
2Robert Plant Digging Deep: SubtereneaCD
3CCR live in Woodstock 6,99CD
4The Rolling Stones Goats Head Soup 100CD
5Neil Young HomegrownCD
6Emmylou Harris The very best of Heartaches & Highways  2,5CD
7Neil Young The Broadcast collection  1984-1995 9,99 BCCD
8Moody Blues at the Isle of Wight 1970CD
9John Prine In sprite of ourselves 2,5CD
10Bruce Springsteen on Broadway 2CD
11Tom Petty & the heartbreakers Greatest Hits 3CD
12Chicago Transit Authority 50th Anniversary Remix 12,99 7 5,25CD
13Whitesnake Unzipped 8,99 5 3,75CD
14Nils Lofgren I came to danceVinyl
15Bobby Gentry’s Greatest! Vinyl
16Francoise Hardy Blues 1962/1993CD
17Katie Melua The Katie Melua Collection 2 CD
18Les Paul Now! 2Vinyl
19Sharleen Spiteri MelodyCD
20Imagine No John Lennon A tributeCD
21Al Di Meola the Manhattan years 3CD
22Wim de Craene (Dag Wim, Alles is nog bij het oude) 3CD
23George Thorogood and the Destroyers The Hard Stuff 3CD
24Dr Feelgood StupidityVinyl
25The Most Collection Volume 2Vinyl

Een overzicht, waarbij cd en vinyl door elkaar. Vooral de novemberaankoop van een twintigtal albums van Nils Lofgren, Journey, Asia, enz… was een meevaller.
Voor de rest zeer toe te juichen, het na 50 jaar verschijnen van de passage van Creedence Clearwater op Woodstock.
De Rolling Stones die Goats Head Soup heruitgeven, en waarbij in de (dure) box ook het Brussels concert van 1973 werd gestopt. Lik mijn lipje.
Ook Neil Young die een ooit niet uitgegeven plaat uit die tijd eindelijk laat verschijnen is de moeite.
We hebben eindelijk Emmylou Harris echt ontdekt, mag ik zeggen. Heeft leeftijd daar iets mee te maken? Ik weet het echt niet. John Prine, nog net ontdekt via een ex-bibliotheek aankoop in Zottegem, vooraleer de man Covid-slachtoffer werd.
Op 10 staat Bruce Springsteen. Het mag weer, omdat hij reflecterend over zijn eigen leven, eindelijk weer op en beter spoor zit. Zijn biografie ligt nog op de leesplank. Elf en twaalf heb ik meerdere keren meegenomen in de auto, gewoon omdat ze beregoed zijn.

1Chris Barber in Hamburg Live in concertVinyl
2Barbara Thompson’s Paraphernalia Live in London ‘A cry from the heart’ 3CD
3Eric Clapton Me and Mr Johnson CD
4Earl Bostic The Best of Bostic 0Vinyl
5Lonnie Johnson The complete Folkways RecordingsCD
6Living Blues Rocking at the tweed mill Vinyl
7Ray Charles The birth of a legend CD
8Bobby Jaspar’s NW Jazz CD
9“Rounder Europe” Blues Revue CD
10Blue Blot YoYo ManCD
11Nat King Cole Route 66CD
12The Alley Gators Feet & Teeth CD

Collectie jazz en blues weer mooi kunnen aanvullen me(t ondermeer enkele Britse top platen van Chris Barber en Barbara Thompson. Eindelijk Earl Bostic op vinyl gevonden.

Niet gerangschikt een lijst van veel te veel boeken, die ik ooit wil lezen.

GeografieTrotter Berlijn 
HistoriekDe Monnik-manager Abt De Loose in zijn abdij t’Ename 
Info Tony Hawks Door Ierland met een koelkast
RomanJack Kerouac On the road the original scroll
MuziekStuurt Maconie Cider with the roadies 
GeografieReisgids National Geografic Roemenie
HistoriekPhilip Carr-Gomm De Druïden De herleving van een traditie
Info Laurence J. Peter Raymond Hull Het Peter principe
RomanMarc Didden Het verdriet van de mediawatcher
MuziekBruce Cook The Beat Generation 
GeografiePaul De waard Wereldwijzer Bulgarije
HistoriekWim Blockmans/Walter Prevenier In de ban van Bourgondië
RomanJames Joyce Dublinners
MuziekCharles Shaar Murray Jimi Hendrix kind van de regenboog 
GeografieMichelin Lannoo  Met de Camper door Europa
HistoriekGeorges Duby De Kathedralenbouwers
RomanKristien Hemmerechts Mijn man de schrijver
MuziekMarc Mijlemans Mijl op zeven 
GeografieUitgave Bellevue Geuze-neuzen in Brussel
MuziekBob Dylan Chronicles
GeografieFlorin Andreescu Made in Romania
MuziekRobert Shaw Classic Guitars
MuziekTed Gioia How to listen to Jazz
MuziekAlexander Waugh Klassieke muziek leren luisteren en begrijpen 
MuziekLeo Blokhuis Het Plaatjesboek 
MuziekErik Bindervoet & Robert-Jan Henkes Help! The Beatles in het Nederlands 

Jack Kerouac’s zeg maar de demo van zijn On the road. Het boek werd getypt, op een rol papier, vergelijk het met een rol, o zo populaire wc-papier van het afgelopen jaar. Gelukkig was deze koop slechts de weergave van die rol, en is het in boekvorm. Ex New Musical journalist nebadert Hendrix muziek toch even anders, en daardoor alleen al een must. Nog maar eens Mijl op Zeven en de Dylan Chronicles op de kop kunnen tikken.
De wegwijzer voor Bulgarije had ik in 2021 moeten gebruiken, maar dat zal allicht 2022 worden.
Deze zomer vaak gefietst en dikwijls Cider met de Roadies meegenomen, en nog een paar andere. Zeker toen we opnieuw op een bankje mochten gaan zitten, nadat de politiek haar absurde maatregelen wat had ‘af’gescherpt.
Ook de Beat Generation lijkt zeer de moeite, en was de aanschaf waard.
Ondanks corona en de gesloten winkels toch NIET overgegaan tot online hamsteren. En dat is maar goed ook, nu eindelijk de transportkosten worden doorgerekend.
Och ja en op de valreep was er Brexit…. En hoe we dat ervaren, leest u volgend jaar.



Ringo Starr wordt 80.

dagblog Posted on 07 jul, 2020 14:13

Ringo Starr – Nashville Jam

Vijf jaar geleden reageerde ik op een blog artikel van Ronny De Schepper, https://ronnydeschepper.com/2020/07/07/ringo-starr-wordt-75/ waar in een bijdrage over de 75ste verjaardag van Ringo Starr, de latere platencarrière van Ringo werd weggezet als: het vermelden niet waard. Toch wel zeer kort door de bocht.

Ringo was de eerste (lang voor McCartney, Rod Stewart, Bryan Ferry, enz…) die zich aan het vertolken van standards waagde op ‘Sentimental Journey’. Het was 1970, en Beatle zijnde (dat ben je voor de rest van je leven), moet je het toch maar doen. Een tweede uitstap leverde een behoorlijk prachtige countryplaat op. ‘Beaucoups of Blues’, is tot op heden behoorlijk onderschat. ‘Ringo’, het album, de enige soloplaat van een Beatle waarop de andere drie ook te horen zijn, was een voltreffer.

Starr beschikt niet over een engelenstem, en je bent er voor of tegen, net zoals je ook voor of tegen de stem van ene Keith R. Kunt zijn. Laat wij ons vooral op zijn drumkunsten concentreren. Zoals die bijv. Te horen zijn op Abbey Road.

Ringo was de laatste die de Beatles vervoegde. De andere Beatles hadden al eerder enkele keren met hem samengespeeld in Hamburg, en de keuze viel later op hem toen bleek dat Pete Best niet voldeed.

In een boek van Ian Inglius: The Beatles in Hamburg, wordt echter een ander verhaal verteld. Volgens wat deze auteur uit een gesprek tussen Bob Wooler en Brian Epstein citeert, zou de echte reden veeleer geweest zijn dat de 38 jarige Mona Best, moeder van Pete, een buitenechtelijke zoon kreeg van de 19 jarige Neil Aspinall vriend van Pete en de andere Beatles. Men wilde nog volgens deze auteur in het puriteinse Engeland een schandaal voorkomen.  

Anyway…. Best was out, en Ringo was in, wat er ook van zij.

McCartney vertelde dan weer een ander verhaal tijdens de opname van Ringo in de Hall of Fame. Tijdens een optreden waarbij Ringo Pete verving, zou hij zo goed gespeeld hebben dat de anderen ter plekke beslisten helm voorgoed op te nemen in de groep.

George Martin heeft ook nooit toegegeven dat hij het was die Best niet goed genoeg vond.  Gebruik van sessiemuzikanten was normaal in die dagen (denk maar aan Jimmy Page, en Big Jim Sullivan die op honderden hits van anderen speelden). En dat kan kloppen, want tijdens de opname van Love me do bracht hij een sessie drummer naar de studio.  Hij was dus blijkbaar ook niet overtuigd van Ringo’s kunsten.

Dat de Beatles Ringo al lang kenden blijkt ook uit het feit dat ze elkaar dikwijls zagen bij Rory Storm thuis. Storm’s huis was een plaats waar heel wat Liverpudlian muzikanten samenkwamen. Ringo drumde in die dagen nog bij Rory Storm en de Hurricanes.  Want… Alan Caldwell, de echte naam van Rory dus, had een zusje Iris, waar zowel George als Paul nog mee geweest zijn. Zij is het die ‘just seventeen was’, you know what I mean. Iris zal later trouwen met ene Shane Fenton, in de seventies bekend als Alvin Stardust.

Vele jaren later, na de Beatles, raak Starr aan de drank, en verliest hij zijn platencontract. Sinds 2000 herpakte heeft hij zich serieus herpakt.  Zijn laatste platen werden dan ook weer  uitgebracht op Capitol en Universal. ‘Liverpool 8’ en vijf jaar geleden ‘Postcards from Paradise’ zijn stuk voor stuk beter dan de brol die dagelijks uit mijn radio stroomt.

Nog dit: in zijn jeugd was Ringo, een zwak ziekelijk jongetje dat enkele jaren doorbracht in hospitalen, en daardoor veel van zijn schooltijd miste. Hij is wel goed op weg om de langstlevende Beatle te worden, want geeft toe, die 80 jaren zijn (nog) niet aan hem te merken.

Proficiat….



1975: Pink Floyd, the day after

dagblog Posted on 06 jul, 2020 13:28

Tijd om de terugweg aan te vatten. Moe maar voldaan, terug naar de bussen, via de landweg, over droge greppels. Opnieuw de stroom mensen volgen. Gevaarlijk om in de donkere nacht elkaar kwijt te raken. Wij keken nog geen klein beetje verbaasd hoe al die Engelsen netjes een rij vormden, aan de bushalte. Eens de zitplaatsen in de bus waren gevuld, vertrok die. Geen opeengepakte massa in het middenpad. Op die manier zagen we vier bussen vertrekken eer het onze beurt was. Bij het station stonden opnieuw ellenlange rijen aan te schuiven. We vleiden ons dan maar neer in het gras. Een vent kwam vertellen dat er in Stevenage een sleep-in was waar je gratis koffie kreeg. Het leek verleidelijk, maar wij dachten aan een boot die op ons wachtte de volgende dag, en een trein die ons naar Dover moest brengen. We sloegen het aanbod af. Het beste was om toch maar te beginnen aanschuiven voor de trein. Het was intussen half drie geworden en we mochten toch nog mee op die allerlaatste trein. Hier was het net iets minder gedisciplineerd dan in de bus. We namen plaats op de vloer in een postwagon. Een lugubere gedachte bekroop mij. Verre echo’s van mensen die ooit opeengepakt in dergelijke wagons werden vervoerd doemden op. In het verslag van New Musical Express plaatsten verslaggevers Steve Clarke en Angie Errigo als kop boven hun verslag: ‘All aboard for the Belsen express.’ Blijkbaar namen deze joernalisten dezelfde trein. Meer dan wat soezen zat er niet in. Half vier en we stapten het metro in bij King’s Cross. Alle hekken naar de persons waren dicht. Wat nu? We hadden nog een adresje bij van een tentenkamp in Londen, maar om dat nu uit te zoeken, of andere mogelijkheid, toch nog een hotelletje vinden, daar had niemand eigenlijk nog zin in. We deden dan maar zoals al die andere gestrande Britten, en zochten ons een plaatsje langs de muur ergens op de grond. Twee uur hebben we daar gelegen, half slapend, af en toe een oog dicht, en dan weer open. Achter mij hoorde ik op een gegeven ogenblik in het plat Antwaarps ene verklaren dat Zeppelin in Earl’s Court toch beter was geweest. Klokslag halfzes kwam er plots veel leven in de her en der verspreide lichamen. De hekken werden geopend, en mensen begonnen over ons heen stappend zich een weg te zoeken naar de sporen beneden. We zijn dan maar wat verder opgeschoven tot bij de telefooncellen, waar het iets malser liggen was, op de met plastiek noppen bezette grond. De ochtend, bracht ook de kou met zich mee. In een straat wat verderop vonden we een kleine tearoom, waar we ons tegoed deden aan iets wat op een ontbijt leek. We keerden onze zakken om en telden wat ons nog restte van dat rare Engelse geld. Enkele oude tantes hielden ons intussen angstvallig in het oog. Hadden ze medelijden, of begrepen ze er geen snars van? Wie zal het zeggen?
We liepen de metro weer binnen en spoorden richting Victoria Station waar we de trein van 11 uur dienden te halen. Er was nog tijd over en dus liepen we het station uit, spreiden een kaart open op de grond, en hoorden plots een stem van een zich neerbuigende en meekijkende man, die ons de raad gaf om naar Buckingham Palace te wandelen. Hij hield zijn broek op met een eindje touw. Rare vent, maar heel vriendelijk. Dank zij hem zagen we nog het wisselen van de wacht. Onderweg, was er nergens een café open, die zondagvoormiddag. We kochten in een winkeltje nog een cola en wat boterhammen voor onderweg.
De zon was weer van de partij, het beloofde een schitterende dag te worden, toen we voor de laatste keer in de rij plaats namen in Victoria Station.
In de trein naar Dover haalden we een eerste stuk slaap in. Op de boot viel het behoorlijk goed mee. De zee was kalmer dan op onze heenreis. We verdeelden de platen die we gekocht hadden en die we in een koffertje, wat we om beurten droegen, nu voor de derde dag op rij meezeulden. Er zat nog een Grieks studentenkoppel in onze buurt waar we een gesprekje mee hadden. Zij gingen op vakantie naar huis via Duitsland en Oostenrijk, en zouden pas in Griekenland aankomen op dinsdagavond.
We sliepen nog een uurtje, genoten van de kalme rustgevende zee. Niet te vergeten dat sedert we Londen verlieten, Martine opnieuw een aantal keren had moeten zweren dat ze haar paspoort had verloren. Bij zover zelfs dat ze in Oostende tegen de Vlaamse doeanier in het engels begon: “Sir I lost my pasport.” De man schonk er geen verdere aandacht aan.
Om zeven uur namen Guido en ik de bus aan het station tot aan de Vijfhuizen. De laatste kilometer wandelden we te voet.
Nog dezelfde avond sprong Guido op zijn Amigo’ke en konden de aanwezigen in den Amber genieten van ons verhaal. Mijn dag eindigde in de Oordegemse dancings, moe maar voldaan.
Dit avontuur was voor herhaling vatbaar…

Twintig jaar later, enkele herinneringen: Hans

Zonder Hans hadden we waarschijnlijk ooit besloten om naar Londen te trekken, maar hadden we het plan meer dan waarschijnlijk nooit uitgevoerd. Zoals zovele plannen die jeugdige vrienden maken. We zijn nooit in de voetsporen getreden van Simon & Garfunkel, ook al knutselden we op een gegeven ogenblik in de sixties een song in elkaar. Het is te zeggen, we kregen wat tekst op papier, maar daar bleef het bij. Een vakantiejob die resulteerde in een gitaar en een bandopnemer, maar daar bleef het bij.
In juni ‘75 toen we in den Amber tussen pot en pint besloten om naar Londen en Pink Floyd te gaan bekijken, ben ik er quasi zeker van dat het dankzij Hans was dat we het plan ook uitvoerden.

Telkens Hans en ik elkaar ontmoeten ging het over muziek en niets anders. Na Knebworth hebben we nog dikwijls samen de trein genomen naar Brussel, waar we ons dagelijks brood verdienden. We werkten op amper honderd meter van elkaar. Hij in de Zilverstraat, en ik in de Leopoldstraat. Allebei vlak bij de Muntschouwburg. Vandaar dat we elkaar vaak troffen in het Centraal station waar we de trein namen.
In mijn leven ben ik nog een paar keer naar Londen geweest, waarvan slechts een keer met een muzikaal doel: 2007, de O2, en Led Zeppelin. Alles bijeen zal ik zeker twee keer rond de wereld gebold hebben aan de linkerkant van de straat in de rest van Groot Brittanië. Door het centrum van Londen amper drie keer. In de jaren tachtig met de auto de bocht nemen bij Hyde Park Corner, daar was de Périferique in Parijs klein bier tegen. Het was wel een stuk korter naar het noorden, dan via de North Circular Road.
Vijf nachten heb ik geslapen in Londen, waarvan een in het Bina hotel, twee nachten in de buurt van Victoria Station, een nacht in een hotelletje dat gerund werd door sikhs, en een keer samen met Guido, Martine en Hans op de koude vloer van het King’s Cross metrostation. Dat metrostation is later nog dor brand getroffen. Vooral die gedenkwaardige nacht in King’s Cross, zal elk van ons de rest van ons leven bijgebleven zijn.
Hans die verzot was op Jef Beck, Chris Bell en Robin Trower, bevond zich op de crossroads van zijn leven. Nog net geen twintig was hij toch al halfweg, en niemand die dat toen besefte.

In de trein hadden we het vaak over de vele keren dat hij nadien nog naar Londen was gegaan, en over zijn tocht naar Jamaica. Reggae was aan mij iets minder besteedt.
Recent kocht ik al kringwinkelend een ceedeetje van Slagerij van Kampen, mij redelijk onbekend. Ik kocht het omdat het mij herinnerde aan de beginjaren negentig toen ik Hans tegenkwam in Opwijk, waar de Slagerij net had opgetreden. De blik in zijn ogen, toen hij lachte en riep: “Knap werk van die gasten”.
Ons laatste gesprek vond plaats in het Aalsterse stadspark, tijdens een van de Parkconcerten, waarvan ik mij helaas niet meer kan herinneren wie er toen optrad. Het was bijna 1995, twintig jaar na Knebworth.

Hans ademde muziek, daarom draag ik de herinneringen aan dit weekend aan hem op.

Life, the best was yet to come,
On the treshold of the big chill
Together, friends, sharing lost dreams.
Why are the good ones taken?

One day, we four slept the night away
Lying on a floor in London’s King’s Cross tubestation
Turbo jets flying low over green pastures.
Remembering the sound of a heart beating,

Crowds gathering, a quadrophonic experience
Travelling through the night,
Like animals in a freight train wagon
Still warm and tense inside,

Ears full of Echoes, meandering through the night.
Why did noone hear his cry that Monday night?
All alone on the dark side of the moon.
Softly whispering along the far away sounds of Neil or Jeff.



Flemish Computer Club (FCC) bestaat 35 jaar

dagblog Posted on 16 jan, 2019 12:28

Viering 35 jaar Flemish Computer Club.
(c) foto. Geert De Rycke (HLN) – Artikel: Het Laatste Nieuws.

Namiddag, traditionele nieuwjaarsreceptie in Lebbeke van de Flemish Computer Club. Al viel er deze keer iets meer te vieren dan de drie gelauwerden die de beste foto’s hadden ingestuurd. We bestaan immers dit jaar 35 jaar, en daar werden een paar glazen op gedronken. Champagne in speciaal daarvoor gekochte en van een FCC label voorziene glazen. Enkele oudgedienden van het bestuur doken op. Eddy I., ooit net als Marc V. en ik een van de ‘sysops’ ofte uitbaters van een bulletin board. Leuk om nog eens die filmpjes te zien voorbijkomen. Ikzelf in een versie zonder het minste grijze haar. Dat moet ik zien te pakken te krijgen: een document, waarop zelfs mijn eerste PC, een IBM, te bewonderen valt. Het ding kostte indertijd de slordige som van 65.000 oude Belgische franken. Rutger L., Luc van L., allen in piepversies van zichzelf doken op in de montage. Zelfs Camiel D. V., een van onze kranige oudjes kwam langs. We dronken nog wat na met ene Michel, die we in geen twintig jaar hadden gezien.

Herinneringen werden bovengehaald, zoals dat van die keer, dat we er uuuren over deden om doorheen een sneeuwnacht van Utrecht naar Dendermonde te bollen in een oude Mercedes met achterwielaandrijving. Het was de laatste keer dat Luc D. voor ons chauffeur speelde op onze tocht naar de HCC dagen in Utrecht.

Prille begin onder de vleugels van HCC.

Vijfendertig jaar geleden werd te Dendermonde een computerclub boven de doopvont gehouden. De eerste vijf jaar werd er vergaderd in kleine zaaltjes boven café ‘t Peirt, en in een heuse dancing, die op zaterdagnamiddag niet werd gebruikt op de Vlasmarkt. De met spiegels bezette palen in de dancing stonden vaak in de weg, om de sprekers te kunnen volgen. Minix was een van de van Unix afgeleide operating systemen waarover ooit werd onderwezen. Uiteindelijk verhuisden we een derde keer naar een zaaltje achter café ‘t Gangsken in de Dijkstraat. Het was daar dat er voor het eerste een Computer Dumpdag werd georganiseerd, wat niet in goede aarde viel bij het Antwerpse hoofdbestuur van HCC (de Hobby Computer Club). Onder meer dat, en het nooit krijgen van ook maar enig deel van het lidgeld dat nationaal diende betaald te worden, leidde er toe dat op een avond in september in 1989, gezellig zittend in de zeteltjes daar vooraan in ‘t Gangsken, een aantal leden, tussen pot en pint, het kranige besluit namen om uit de HCC te stappen, zelf een vzw op te richten en door te starten als Flemish Computer Club. In Antwerpen keken ze er naar, maar konden ze er weinig aan veranderen. (Later zal ik dit scenario in een totaal andere omgeving nogmaals beleven).

Naar een zelfstandige vzw.

Marc V. werd voorzitter, Johan Van E. werd penningmeester, en ondergetekende werd secretaris. Aangevuld met nog enkele andere bestuursleden, waaronder Eddy I en William De S. werd er drukt vergaderd, werden er statuten opgesteld, werden gebruikersgroepen (Games, Dos, Communicatie, enz…) in het leven geroepen. Met de lidgelden, werd wat materiaal gekocht, en maandelijks werd een tijdschrift op diskette uitgegeven. De FCC-schijf was geboren. Al snel kon je de club ook van thuis uit volgen. Dat wil zeggen, diegenen die in de begindagen al over een modem beschikten, en over een pc, met communicatiesoftware zoals Telix of Procomm konden inbellen op een van de drie Bulletin Boards die de club rijk was. PC-Tex, Devlonics, het zijn maar enkele merken die al snel inbouw modemkaarten op de markt brachten om daarmee te concurreren tegen de toenmalige RTT. De RTT beschikte enkel over verplicht te huren modems (onbetaalbaar voor de particulier), met klinkende namen als Daisy, Hyacynth, enz… Je zou gaan denken dat ‘Keeping Up Appeances’ daar haar ideeën haalde, voor de namen van haar hoofdfiguren in de onvolprezen serie die jaren later op de buis verscheen.

Maar zelfs de aan te kopen goedgekeurde modemkaarten waren te duur voor de amateur, die zich dan maar richtte naar enkele Aziatische landen die al snel de markt overspoelden met producten met de meeste exotische namen als daar waren bijv. Zyxel.

Dendermonde wijst de weg.

Het lijkt nu wel alsof het gisteren was, maar toen ik ooit in 1985 of daaromtrent de eerste keer een bezoek bracht aan ‘t Peirt, werd daar een nieuw programma gepresenteerd. Nog in volle DOS tijd, toonde men er een eerste rudimentaire versie van Windows. Een programma waarvoor je niet eens een grafische kaart nodig had. Gewoon met streepjes getekende kaders tonen hoe de toekomst er ooit zou uitzien. Omdat Microsoft in die dagen, achter de schermen, voor IBM aan een grafisch Operating systeem (OS/2) werkte, en het er niet naar uitzag dat Windows ooit meer dan een programma zou worden, laat staan een Operating Systeem, kwam die demonstratie niet zo erg spectaculair over als je wel zou kunnen denken. Wie zich een Hercules kaart kon aanschaffen om kort daarop een eerste tekening op zijn groen of bruin scherm van zijn cloon-pc te toveren, voelde zich al een hele piet.

Naar de Dijkstraat.

In ‘t Gangsken hebben we jaren geresideerd. eerst enkel de eerste zaterdag van elke maand, en later ook quasi elke maand minstens een avond tijdens de bestuursvergaderingen. Een aantal jaren liepen we dubbel met bijeenkomsten die we hielden in een van de klaslokalen van het technisch atheneum van het rijksonderwijs, ons bereidwillig ter beschikking gesteld door de directie van de school en een van de leraars informatica tevens bestuurslid, Johnny Van den A.

Er was maar een verplichting. Het lokaal elke zaterdag dat we er gebruik van maakten achterlaten zoals we het hadden gevonden, en zorgen dat al het licht was gedoofd om middernacht, vanwege afspraken met de patrouillerende rijkswacht. Wie er bij was, zal zich nog menige keer de race tegen de klok herinneren om alles op zijn plaats te krijgen, de toen nog zware pc’s te verkassen naar de auto’s, om tot slot uit te blazen in ‘t Gangsken of de Drei Klokken.

Naar een vast lokaal, waar we het Internet ontdekken.

De beste oplossing kwam enkele jaren later toen we de benedenverdieping van een huis konden huren voor een prikje. Eindelijk hadden we een vast lokaal, met eigen sleutels waar we konden komen en gaan naar believen. Niet alleen dat, het liet ook toe dat we materiaal, pc’s modems en servers vast konden installeren en ‘s nachts door laten werken. Na enkele jaren bleek dat we best af en toe het containerpark aandeden, om van overtollig materiaal verlost te geraken dat zich uit het niets leek op te stapelen in de achterste ruimte. Materiaal waarvan alleszins enkelen moeten gedacht hebben: “wie weet komt het ooit nog wel van pas”.

Het was in daar lokaal, dat we voor het eerste kennis maakten met het internet. Eric De C., op dat ogenblik student aan de Gentse Universiteit, belde in op een van de mainframes aldaar, zette in een dos-box een terminal vt100 sessie op en toonde ons dat er naast de bulletin boards een heel andere wereld bestond, waar je ook kon chatten of programma’s downloaden, door eenvoudigweg op een commando lijn opdrachten te typen. Ook in de Humo hadden ze het in die dagen over een netwerk dat de gehele wereld omspande, en dat quasi alle universiteiten en grote ict-bedrijven verbond. We stonden er bij en keken er naar. Niet zo lang daarna werd er samen met het weekblad Panorama een diskette verdeeld waarmee je op een eenvoudige wijze via een modem kon inbellen, via een toegangspunt, en in de wondere wereld van HTM terecht kwam. Het internet kreeg er plots een gezicht door. We kunnen ons nog nauwelijks voorstellen, hoe traag alles verliep, en hoe we de grafische pagina’s beeldje na beeldje zagen gevormd worden op onze schermen. De max was uiteindelijk wel, dat je kon ZIEN hoe alles in elkaar zat, en straffer nog dat je ZELF dergelijke pagina’s kon fabriceren. Wie ooit zelf programma’s had geschreven in de taal C, of in Pascal of Basic en al zijn opvolgers, en dus een beetje zicht had op hoe die wereld in elkaar zat, had er weinig moeite mee om ook de HTM Language aan te leren. Niemand kon toen voorzien, dat de gehele wereld ooit verbonden zou zijn, laat staan, dat we ooit permanent zouden verbonden worden met het Internet, en dat alles wat op communicatie gebied al was uitgevonden van onze computers zou verdwijnen. Dos, Procomm, Proboard, RBBS, X25 protocollen, ISDN, Videotex, Kermit, Crosstalk, PcTex, VT52 en VT100, protocollen gaande van Xmodem tot Zmodem, enz, enz. Al deze toestanden bepaalden op een of ander ogenblik ons leven. Waar is de tijd, dat ik zelf een aantal van deze toestanden samenbracht in een programma, Teledisk en Teledisk+, via hetwelk op een gegeven ogenblik enkele duizenden klanten hun bankzaken konden verrichten? Eerst door in te bellen op een Level 6 Honeywell Bull, en later door in te bellen op een Tandem Non-stop systeem. Bull, Tandem, allen werden ze in de loop van de tijd opgeslorpt, door vaak grotere concurrerende firma’s. Firma’s die zich eerst spelenderwijs op de PC markt begaven groeiden uit tot mastodonten, en slokten concurrenten op. Microsoft dat steevast voor het grote geld ging, beconcurreerde zijn eigen klanten, zoals IBM waarvoor het ooit een eerste Operating Systeem (DOS) mocht leveren, en zelfs later het nog veel betere OS/2 mocht schrijven, zij het toen al met hulp van IBLM zelf. Dankzij de groei van de particulieren markt waar plots iedereen aan de PC wou slaagde MS er in om vanaf de jaren negentig zijn programma Windows in de markt te zetten. Het logge IBM liet zich platwalsen, hernoemde zijn veel beter OS in Warp, maar vergat hierbij wel dat je ook aan klantenbinding moet doen. Dit resulteerde in een wereld, zoals we die nu kennen.

Leven zonder Microsoft.

Toch zijn er in de computerclub altijd mensen blijven geloven in een al even wondere wereld naast die van Microsoft. Ee,n wereld die bestond uit Apples, en andere Psions. Een evolutie waarvan we het einde nog niet gezien hebben. De PC-wereld is intussen voorbijgestreefd en we bedienen ons tegenwoordig van smartphones en tablets. Nooit gedacht dat ik ooit deze tekst zou typen op een Ipad-mini aan een cafétafeltje met een lekker bakje koffie.

Het leven in de computerclub kabbelde rustig verder. Modems werden vervangen door ISDN connecties, en nog later door rechtstreeks gekoppelde verbindingen. De snelheid van 300 of 1200 baud van de Daisy en Hyacynth modems kunnen we ons nauwelijks herinneren. Men vertelde ons in 1985, dat dit de hoogste snelheid was die ooit door een telefoonlijn zou kunnen gestuurd worden. En toch evolueerden we nadien van 1200 naar 2400, naar 9600, naar 14400, naar 28800, baud. En kijk vandaag krijgen we, en TV, en Internet binnen in onze huizen door diezelfde draden die toen ook al onder onze bloemenhoven door van de straat naar onze woningen liepen. OK, wat verderop heeft men de straten opengelegd om er glasvezel neer te poten, maar ook dat zal overbodig blijken, want zijn we nu al niet voor een groot stuk draadloos aan het werken? De zwaluwen hebben het geweten, want hun traditionele ‘september verzamel draden’ zijn quasi allemaal uit het landschap verdwenen. Niet overal…. check maar in bijvoorbeeld Wales.

Verder doen….

We kampeerden meer dan vijftien jaar in ons lokaal te Sint-Gillis, tot de tijd kwam, dat eenieder meer en meer van thuis uit zelf ‘surfte’ op dat wereld wijde web. Er werd wat minder vergaderd, en de nood aan een eigen lokaal verdween. We huren nu ons lokaal (in Denderbelle) en kunnen op die manier het vrijgekomen kapitaal gebruiken voor o.a. fotowedstrijden met schitterende prijzen, zoals ook dit jaar weer mocht blijken.

De Flemish Computer Club blijft een ankerpunt in het Dendermondse waar mensen, die even van de sociale media afwillen en face tot face willen babbelen altijd welkom zijn….. ook de volgende 35 jaar.

Proficiat en dankjewel aan het bestuur en de voorzitter om dit gedurende al die jaren mogelijk gemaakt te hebben.

Meer info nodig surf naar

www.flemishcomputerclub.be



Londen, ik kwam er wel eens….

dagblog Posted on 11 dec, 2017 21:43

Londen, ik kwam er wel eens….

Tien jaar zijn voorbijgegaan sinds mijn laatste bezoek aan Londen. Tweede weekend van december in 2007, beloofde onvergetelijk te worden, en dat kwam helemaal uit. Het optreden van Led Zeppelin in de O2 was daar uiteraard niet vreemd aan. Een paar maanden eerder aangekondigd als een eenmalig reünie onder de naam Ahmet Ertegun Tribute Concert bracht dit een schokgolf, in de hele wereld, teweeg onder de al meer dan 25 jaar slapende meute Zepfans. Meer dan 20 miljoen onder hen stuurden een e-mailtje naar wat je rustig het loterijkantoor van organisator Harvey Goldsmith mag noemen. 20.000 konden een ticket bemachtigen, en hadden er een weekend Londen voor over. Ahmet Ertegun, was samen met zijn broer Nesuhi, als kind van Turkije naar Washington uitgeweken. Vader Ertegun was Turks ambassadeur in de VS. De broers richten later platenlabel Atlantic op. Je komt zijn naam nog wel eens tegen op oude Atlantic singles als A. Nugetre, zijn naam achterstevoren geschreven. Ook in het label Bang vinden we hem teug, want Bang staat voor de beginletters van Bert (B)urns, (A)hmet Ertegün, (N)esuhi Ertegün en Jerry Wexler, die eigenlijk (G)erald Wexler heette.

Achteraf bekeken was dit pas het tweede weekend in mijn leven dat ik in Londen doorbracht. Het vorige dateerde zelfs al van 1975. Voor iemand die al meer dan een jaar van zijn leven doorbracht in Engeland en Wales, zal dit misschien wat raar klinken, maar Londen heeft niet die aantrekkingskracht op mij die het vermoedelijk wel op anderen heeft. De stad is iets teveel metropool geworden, en er is teveel verdwenen van wat wij er wel graag zouden bezoeken: Eel Pie island, de Flamingo club, de originele Marquee’s, en zo kan ik nog wel enige verdwenen lokaties opsommen.

Maar ik zou liegen wanneer ik het enkel over die twee weekends zou hebben, want tussenin hebben wij toch een behoorlijk aantal keer de dagjestoerist uitgehangen in de Capital. Met de kindjes de panda’s bezocht in de Londen Zoo, cultuur opgesnoven in de musea van Kensington, waar we op zoek gingen naar een van de eerste geïmporteerde chow chows in Engeland. Thee gedronken in Hyde Park vlakbij de serpentine, een avondlijke hap gedegusteerd in het Hard Rock café aan de rand van het park. Met de metro naar Oxford Street voor HMV en de vele bookshops in een van de aangrenzende straten. Piccadilly Circus, Bakerstreet, Portobello Market, de Londen Dungeon, wandelen over de bruggen over de Theems. Het lijkt wel een opsomming uit een of andere toeristische handleiding.

Van en naar Londen is uiteraard een stuk eenvoudiger geworden, en laat dagtoerisme ook meer toe. Met Engelsen en Welshmen heb ik het er wel eens over, dat zij een halve dag nodig hebben om naar hun hoofdstad te sporen of te rijden, terwijl wij Euroeanen op amper 3 uur tijd vanuit ons lokaal station met de TGV naar Londen kunnen sporen.

De wereld is een dorp geworden, maar wat voor een? Las ik niet in een Britse krant dat een of andere pipo er was in geslaagd om vanuit Liverpool of Manchester, daar wil ik even vanaf zijn, naar Londen te reizen, aan een goedkoper tarief dan het treintarief door met een vliegtuigticket naar een of ander oord in Spanje te vliegen en van daar dan terug te vliegen naar Londen. Zijn we goed bezig? Filmpjes van uitgehongerde poolberen, die de wereld voelen naar de knoppen gaan, zullen daar weinig aan veranderen, want het mensdom mag/kan/wil zijn gedrag niet wijzigen.

Reizen naar Londen in 75 betekende, met de trein naar Oostende sporen, de “maalboot” nemen, en van Dover verder sporen naar Londen Victoria Station. Een van de boten die in 75 voor de overtocht zorgde heette Prince Laurent, naar analogie met de andere boten die allemaal naar iemand uit ons koningshuis waren vernoemd. Tegenwoordig kom je aan in Saint Pancras met de TGV. Ten tijde van onze jaarlijkse dagtrips in de jaren 80 en 90, toen je voor een heen- en terugtocht met met de boot een habbekrats betaalde, reden we naar Calais, namen de boot of de Hovercraft en reden verder tot Peckham, een voorstad van Londen, waar je een onedayticket kocht voor de voorstadstrein en de metro. Je kon dan makkelijk acht uur spenderen in Londen. Om nu nog tot Peckham te rijden begeef je je welin de Low Emission Zone, waar je voorlopig met een gewone dieselauto nog geen taks hoeft op te hoesten. Of je nog zomaar langs de kant van de weg kan parkeren in de gerenoveerde woonbuurt van Peckam is nog maar de vraag. Tijden veranderen, ook in het Londens verkeer. De city zelf binnenrijden kan niet meer zonder het betalen van een Congestion tax, met uitzondering van de avond of het weekend.

Het blijft toch met heimwee terugdenken aan de dagen dat er geen Londen Orbital (de M25) bestond, en je enkel Londen voorbij kon komen via ofwel de North- of South Circular Road. Een beetje te vergelijken met de vroeger Brusselse ring door Laken en omgeving, maar dan wel een stuk drukker. Via de North Circular Road kon je dan de Theems onder langs de Blackwall tunnel of kon je de veerboot nemen in Woolwich (reeds in gebruik in de middeleeuwen). Om “tijd te winnen” en korter te rijden reden we ooit wel een paar keer dwars door Londen, via de Westminster brug over de Theems, langs Hyde Parc corner, enz… tot we de borden zagen waarop stond Hatfield and the North (in 1972 adopteerde een Britse popband dit bord en promoveerde het tot hun bandnaam). We reden doorheen voorsteden in de West-End langs geboortedorpen van Kinks en Who-leden. Mocht iemand denken dat Parijs een stad is die niet te doen is om er met een auto doorheen te rijden, die moet zeker Londen eens van achter het stuur bezoeken. Uiteraard steeds aan de linkse kant van de baan blijven rijden.

Mijn bezoeken aan echte Londoners beperken zich tot een stop in 1981 bij ene familie Bennett, waar we chow chows gingen bestuderen,en een BBQ avond bij een collega in Epsom. Epsom waar iets in het drinkwater moet gezeten hebben in de jaren vijftig, want heel wat rocktalent kwam precies uit die buurt. Om er een paar te noemen: Jimmy Page, Jeff Beck, Glyn Johns bij wie Ian Stewart (Stones) inwoonde.

De Bennetts hadden het grootste deel van hun leven doorgebracht in het vroegere Rhodesia in Afrika, en waren na de onafhankelijkheid teruggekeerd. Om de sfeer van ginderachter te behouden hadden ze hun bungalow helemaal in het wit ingericht. Erg interessant. Ik denk er nog wel eens aan terug. Onze collega woonde ook al in een vrijstaande woning, met tuin en Duitse herder, en in de garage een oldtimer Mustang, met blinkende gerestaureerde motor, waar hij op zondag, geheel in de stijl van ‘Keeping Up Appearences’, uitjes mee maakte in de countryside. Elk jaar, wanneer ik op de M25 de borden voor Chessington World of Adventures en de afslag naar de M23 zie staan, stel ik mij de vraag: ‘Hoe zou het nog met die hond zijn?’

Amper drie keer overnacht in Londense hotelletjes. In 1975 in Kensington, niet zo gek ver van Earl’s Court, de toenmalige rocktempel, waar we de volgende dag langs liepen, op weg zoek naar koopbare muziek. Einde jaren 80, bezochten we een keer de Chow of The Year Show (COTY) in de buurt van Coventry, met de trein, omdat er weer eens een staking dreigde in de haven van Dover, en ondergetekende, geheel plichtbewust niet afwezig wenste te zijn op het werk door overmacht. Die avond spoorde ik terug naar Londen, zocht op goedvallen uit een betaalbare slaapplaats en belande niet zo ver van het station in een hotelletje, waar aan de balie een man zat met een tulband en een kromme dolk. Maar wie slaap nodig heeft denkt daar niet teveel bij na. In de ochtend stond er voor de deur van de piepkleine slaapkamer een gevlochten mandje met enkele croissants en wat jam. Vermoedelijk was er geen diningroom in het pand. Die was er tien jaar geleden wel in het hotelletje waar ik in de ontbijttafel verschillende personen ontwaarde die allemaal hetzelfde polsbandje droegen. Led Zeppelin een band die een band schiep ergens in Londen waar mensen met meer dan 50 verschillende nationaliteiten samenkwamen om te luisteren naar ‘Good Times, Bad Times’, te genieten van de theremin in ‘Whole lotta Love’, om er samen de ‘Stairway to heaven’ te beklimmen, en te vertoeven in ‘Kashmir’. Een avond die dermate uniek en goed was, dat elke herhaling er van gedoemd is om te mislukken…… thanks Robert Plant om er ook zo over te denken.

Tien jaar geleden, terug wandelend van de Serpentine richting Victoria station, genoot ik van de vele Londense herinneringen. Mijn hotel bevond zich in de buurt van waar ik met de metro binnen de kortste keren richting Greenwich spoorde naar de O2 waar het evenement van de eeuw zou plaatsgrijpen.

De O2, waar de overblijvende leden van Led Zeppelin samen met John’s zoon Jason, die avond het beste van zichzelf gaven.

Dit hele verhaal kan u verder lezen op….

December 2007 De voorbereidingen

9 december 2007

10 december 2007, het concert

11 december 2007, de dag na het concert



Zes euro voor een babbel….

dagblog Posted on 24 mei, 2015 21:58

Af en toe vraag je je af: “In wat voor een wereld leven we?”, en net op dergelijke ogenblikken duiken er figuren op die je voor 6 euro, een pakje tijd verkopen. Want uiteindelijk is het dat wat Erwin doet in zijn “shop nr 8” in Brugge, goed verscholen in galerij De Burg 15. Je moet het meemaken om het te geloven. Een vrij donker galerijtje, zeker als de avond al wat in de lucht hangt. Een smal gangetje, en plots stapt er een figuur op je af, die naar zijn kleding te oordelen “zo uit de Nachtwacht, een schilderij van Rembrandt zou kunnen gestapt zijn”, las ik net nog op een Nederlandse blog van iemand uit Utrecht, die even naar Brugge was afgezakt. En ik beaam, het klopt nog ook. De man spreekt mij aan in het Engels. Ik draag naar goede gewoonte een sweater met een borstgrote logo van de stad Chester er op. Je zou je van minder vergissen. “Nee, Aalst man, maar ik kom wel eens in Chester.”

Eer ik er erg in heb ben ik met de als musketier geklede figuur, want dat is een betere vergelijking, in gesprek en heeft hij mij binnengetroonjd in zijn voorschoot grote shop. En we palaveren verder. Ook zijn vriendin betrekt hij mee in het gesprek. We zijn beiden Oost-Vlamingen (hij is een Gentenaar), en dat schept een band, en bovendien weet hij wel een en ander over Engeland. Maar wat doet die vent? Wat verkoopt Erwin? Mooie verhaaltjes dat zeker en vast, en daarnaast beschikt hij over een aftandse videocamera, die haar beste tijd zeker gehad heeft. De camera is met een lintkabel verbonden met een nog veel oudere matrixprinter. Ik voel mij terug in de jaren 80 geworpen. Ik zie mij weer slepen met matrixprinters, Barco tv’s (beeldschermen avant la lettre) en ettelijke kilo’s zware AT PC’s van IBM. De opstelling van de man herinnert mij ook aan een dergelijk hoekje ooit ergens in de Galleries Anspach (de kant van het postgebouw aan het Brusselse Muntplein), waar we ooit werden meegetroond door een vergelijkbare figuur, en waar een matrixprint gemaakt werd van kind nummer 2, die toen ongeveer 4 jaar moet geweest zijn, aan zijn blonde krollen te oordelen. Ik heb overigens nog steeds een copie van die print. Beelden kunnen uniek zijn op velerlei wijzen.

Erwin vind dat hij “mijn karakterkop” toch ook moet vastleggen, en eer ik het besef, troont hij me mee voor zijn “prentbriefkaarten volle wall”, waar toch nog een manshoge witte uitsparing vrij bleef.

Na wat “spahettisex” en aanverwante “cheese” woorden, rolt uit de printer inderdaad een heuse print van mijn kop. Gelukkig is er nog een tweede pagina met een afdruk van een van de eerste uitgegeven kaarten van Brugge, waarop je aan de rand van de stad alle toenmalige windmolens ziet staan. Wat ons gesprek nog even een andere wending geeft.

Ik heb met plezier 6 euro voor de print betaald, al beschouw ik deze bijdrage meer als een gift voor een aangename babbel. Al probeert hij mij een bijhorende kader te verlappen voor 30 euro. Ik kringwinkel wel even voor een bijpassende kader, en met de uitgespaarde euro koop ik een koffie, en ik weet nu al dat ik er nog even zal bij glimlachen.

Hoe kom je er op om een aftandse installatie te gebruiken, die vermoedelijk al in een containerpark of zo moet hebben gestaan, om daarmee een broodwinning op te bouwen. Is er dan toch werk voor iedereen? Of speelt de man het, en kadert dit in een project waar hij later een kunstig boek over zal uitgeven?

In elk geval, zijn de kaartjes die de muren van de shop kleuren, gestuurd van over de gehele wereld, door mensen die ooit Brugge bezochten, in Erwin’s shop belanden, zijn gastenboek tekenden, en een klein wit papiertje meekregen, waarop hij netjes met een minuscuul stempeltje zijn adres “printte”. In het gastenboek merkte ik dat mijn voorgangers uit Albanië en Wit Rusland kwamen. It’s a small world we’re living in, Mr Jack….

Als ik ooit nog eens in Chester voorbijkom stuur ik hem zeker een kaartje, zo heeft hij opnieuw stof om verhalen te blijven vertellen… aan een volgende argeloze bezoeker, die zich een hoedje schrikt, wanneer uit het duister een aan Rembrandt’s doeken herinnerende figuur opduikt.

Een tien voor originaliteit….



Sint-Lievens-Houtem Jaarmarkt

dagblog Posted on 18 nov, 2011 22:22

De jaarmarkt.

Net als vorig jaar, toen het regende, was het ook dit jaar weer over de koppen lopen tijdens Houtem jaarmarkt. Al zal het feit dat 12 november op een zaterdag viel, en het een herfstelijke zomerdag was, hier voor iets tussen zitten. Toch neemt men in deze streek nog echt vakantie om kermis te vieren. Hier klopt nog het echte plattelandse kermishart. Ook al zijn het niet meer enkel boeren die langs de tientallen meterslange overdekte paardenkramen lopen. De overdekte kramen zijn er pas gekomen na herhaalde protesten van Gaia nu alweer enkele jaren geleden. Dit heeft ondermeer geleidt tot het invoeren van entreegeld voor de markt tenminste als je bezoeker bent die niet in Houtem resideert. Meer fotos op onze fotosite:

Valt er regen zoals bij de vorige editie, dan deert dat de bezoekers nauwelijks. Mogelijks dat de marktkramers het dan wat sneller voor bekeken houden. Café-uitbaters verrichten er zeker gouden zaken. De tent midden op het plein waar jaarlijks een andere regio onder de aandacht wordt gebracht blijkt een trekpleister voor proevers. In 2010 mocht Zeeuws-Vlaanderen zich voorstellen. Dit jaar was het de beurt aan de Champagnestreek. Soms krijg je er publiekslievelingen voorgeschoteld zoals Antoon die liederen van vader Tamboer brengt, of Jean-Marie die iets onduidelijks doet met kookpotten, in het kader van de week van de smaak. Tussen de standwerkers en marktkramers ontwaar je geen Tamboer meer en ook geen Eddy Wally met een sacochekraam. Tamboer, dat was een standwerkers bedrijfje van vader op zoon. Vaak heb ik op jaarmarkten of gewone markten naar die mannen staan luisteren. Bij ons in Lede kwam vaak Edward Spoelders uit Mechelen. Die wist de aandacht te trekken door een Rijksdaalder tussen zijn vingers weg te schamoteren. Een van zijn slagzinnen was bovendien: “Wanneer je bij maar om vijf frank koopt kun je maar voor vijf frank bedrogen worden, en het plezier krijg je er bij, gratis en voor niets.” Hij verkocht toen stoofblink (kachelpoets) of koperkuis of iets dergelijks. De Tamboers wisten steevast een massa volk rond hun kraam te trekken. Zonder twijfel waren zij de standup comedians van hun tijd. Een twijfelachtig ambt in die dagen waar je geen primetime tv kon mee halen. Een dubieuze vraag in Echo dat kon nog net. Wally kan daar overigens over meespreken.

Dat het niet enkel meer boerkes zijn die naar hier afzakken maar ook paardenliefhebbers van alle slag en kunne is zeker ook een verandering ten opzichte van vroeger. Toch blijft het nog een echte beestenmarkt, want naast paarden tref je er ook koeien aan en hier en daar zelfs een ezel. Stilaan verdwijnt de door het harde labeur kromgebogen boer met zijn typische rode kop, wat uit het straatbeeld. Al blijft het hier vooralsnog een plattelandstreek. Dat laatste kan niet ontkend worden, en gelukkig maar.

Houtem jaarmarkt werd recent door de Unesco op de lijst van het cultureel werelderfgoed opgenomen. Verdient. Enkele jaren geleden werd nog een mooi fotoboek gemaakt over Houtem door Michiel Hendrickx, naar aanleiding van het 1000 jarig jubileum. https://youtube.com/watch?v=QbUCZUn6-gg%3Fversion%3D3

De heilige Livinus.

De jaarmarkt op 12 november. Een in ere gehouden traditie die teruggaat op de viering van de “uitgevonden” heilige Livinus die in 1007 met zijn hoofd onder zijn arm vanuit het wat verderop gelegen Sint Lievens Esse via Sint-Lievens Houtem te voet naar Gent trok. Wandelen we nog even terug tot achter de kerk, waar je vanop het brugje over de molenbeek een prachtig zicht hebt op de rechtse (van hieruit bekeken linkse achtervleugel) van deze kerk. Je ziet duidelijk dat de huidige kerk een modernere aanbouw is aan een veel ouder gedeelte, met torentje, waarin zich de vroegere crypte bevindt. De crypte is bereikbaar via een stenen trap in deze toren. Je komt er in een hoger gelegen kapelruimte met mooi houten dakgebinte. Laat het ons een onbekende streekparel noemen, die de stap naar binnen in deze kerk zeker aanvaardbaar maakt, zelfs op een dag als vandaag.

Er zakten wel meer Ierse heiligen af naar onze streken, hier in het Land van Aalst, om er onze voorouders te bekeren tot het Christelijk geloof. Dat gebeurde nog regelmatig in die dagen. Livinus zelf zou echter pas later zijn ontstaan. Zijn oorsprong zou liggen in de concurrentiestrijd tussen de twee Gentse abdijen: Sint Pieters en Sint Baafs. In ieder geval in de kerk van Houtem kun je nog altijd een prachtige grafsteen bekijken. Tijdens de dagen rond 11 november wordt de Livinuscrypte doorgaans opengesteld. Aan de muren hangen voldoende bordjes en panelen met uitleg over het Livinusverhaal. Wil je nog een echte relikwie van deze heilige zien, dan zul je echter toch naar Gent moeten waar ze ooit een stukje van zijn gebeente wisten te redden uit de klauwen van de geuzen in 1578. Livinus wordt meestal afgebeeld als een bisschop met mijter en in zijn hand een tang met daartussen zijn uitgerukte tong. De legende wil echter dat zelfs dat hem niet ervan weerhield om toch verder te prediken. De dood moet weinig vat gehad hebben op Livinus, want zeg nu zelf om na gefolterd en onthoofd te zijn nog met je hoofd onder je arm naar Gent te wandelen! Dat het vroegere kerkgedeelte naast de crypte werd verwoest door Aalstenaars tijdens een veldslag in 1490 is geschiedkundig dan weer wel correcter. De kerk van Houtem geeft de indruk geheel uit baksteen te zijn opgetrokken wanneer je ze vanaf het marktplein bekijkt. Loop dus zeker ook even achterom. Overigens is het nog een van de weinige kerken waar het kerkhof zich nog rond de kerk bevindt, en waar merkwaardig genoeg ook een wandelpad over het kerkhof loopt. Een verbindingsweg tussen de Markt en De Fabriek, met het vlak ernaast gelegen jeugdhuis Reflex, waar ze vandaag met een aangepaste prijslijst ook koffie schenken naast broodjes, en Vlaanderens lieveling Eddy Del White.

Houtem, hoe kom je er?

Houtem ligt in het vroegere Land van Aalst, net buiten het Denderbekken, voorbij de waterscheidinggrens gevormd door de Heerbaan en de Kampheuvel in de richting van Burst en Borsbeke. Op de heuvel staat een beeld van een stappende Romein die duidelijk richting Rome heeft gekozen. Houtem ligt aan de rand van het Land van Rode geheel oostelijk in de Scheldevallei die tot Gent doorloopt. Ook in de taal valt deze grensscheiding op. Leunen de Denderende bewoners aan bij het Aalsterse zeg maar Brabantse dan wordt in Houtem duidelijk echt Vlaams gekout. Ook al waren we ooit een en hetzelfde Keizerlijk Vlaanderen. Het oude wapenschild van Het Land van Aalst toont deze twee-eenheid nog het duidelijkst door in hetzelfde wapenschild zowel de Adelaar als de Leeuw op te nemen.

Houtem je kunt er heen fietsen vanuit Aalst, via een van de schitterende ‘Denderende Molenroutes’, die westelijk van Aalst talrijke wind en watermolens aandoen. Sint-Lievens-Esse, wat deel uitmaakt van Herzele, en Herzele zelf beschikken nog over enkele kleine brouwereitjes waar je de heerlijkste streekbieren kunt degusteren.

Traditie bestaat nog in Houtem, of is het gewoonweg de tijd die hier even stilstond? Zelfs de dancings behielden hier hun namen. Namen die teruggaan tot de jaren zestig of misschien zelfs nog ver daar voor. Houtem heeft een behoorlijk groot marktplein waar op zaterdagnamiddag nogsteeds een markt wordt gehouden. Er bestaan plannen om dit plein heraan te leggen, maar daar valt tot op heden nog niet echt veel van te merken. In het midden van het plein staat een mooi Keltisch kruis (Livinus, Ierland).

Eddy Del White serveert de hits.

Dos servesas por favor, serveert onze dj. Bestaat dit nog echt? Een diskjockey die bijna veertig jaar in de tijd is blijven stilstaan. Waar bovendien nog naar wordt geluisterd. La Bionda, Boney M, Gibson Brothers, George Baker Selection, you name it en Eddy Del White draait het. Het geknipt repertoire in jeugdclub, jawel jeugdclub, Reflex in Sint- Lievens-Houtem. Born to be alive….Patrick Hernandez…Mijn herinneringen aan deze jaarmarkt lopen terug tot begin jaren zeventig. Een tijd waarin we nog op stap gingen met gasten als de Rie, Paul, Herman, en de Cois. Herinneringen aan 1981, aan het afkicken van stress en emoties na de geboorte van een kind. Herinneringen aan snipperdagen vakantie.

Donna Summer, die hadden we nog niet horen langskomen. Goed zo Del White.

De jeugd gaat uit de bol op ‘Je hebt mij duizend maal…’ Het lijkt wel of ik op het bal sta waar we ons jaren geleden lieten gaan op ‘Huilen is voor jou te laat…’ De tijd loopt verder, maar hij verandert nauwelijks, kunnen we ook hier en nu weer eens vaststellen. Vlaanderen surrealisme in een jeugdhuis.

Beautiful Sunday van Daniel Boone. Aan de klank te horen zeult onze dj zeker niet meer rond met een bak singels, maar veeleer met een stel “foute cd’s”.

Proud Mary, kon ze echt ontbreken? De wat oudere tooghangers duimen. Dit moet vast en zeker de onderste herinneringen uit hun breinen naar boven hebben gespit. Ook al waren ze er in 72 zelf niet bij in Antwerpen toen Fogerty en de zijnen iedereen van zijn sokken blies. Tenminste als dat al niet was gebeurd tijdens het voorprogramma met Tony Joe White. Dat ware nog eens dagen. De dagen dat Ike en Tina Turner en The Equals nog in Zelzate optraden of all places. Jawel, It was the summer of sixty nine… Goed vriend Del White, ze kunnen zeggen wat ze willen. Je doet het toch maar. Ik herinner mij nog de dagen dat men jou niet wou geloven toen je weer eens een na een atletiekmeeting waar je scheidsrechterig floot vertelde dat je ’s avonds nog moest gaan spelen.

Afspraak op Houtem jaarmarkt op 12 november 2012.

Eddy Del White op facebook kan je terugvinden op: doorklikken

Tamboer bracht Marktliederen.



Grantchester Meadows

dagblog Posted on 01 apr, 2011 13:28

Maart zit er op. Het eerste kwart van het jaar was zo op gesoupeerd. Dat overdenk ik nog even tijdens een koffiestop op het terras, bij Sofie, in ’t Oud Brughuys. Ik rond het weekend af met een fietstochtje langs de Schelde. Daarnet fietste ik nog langs de plek waar ooit, vermoedelijk toch, Willeke Van Amelrooi plaatsnam. Zij werkte toen mee aan de teleurgang van de Waterhoek als Mira. Het veer was er zoals het hoort precies op tijd, precies op het halfuur. Wat verder bij fietsknooppunt 65 geniet ik na van alweer een mooi weekend waarin niets hoefde en alles weer mocht.

Wandelen rond de Nieuwdonk denkbeeldig lopen doorheen de Grant Vizer’s Garden. Grantchester Meadows (*) lijkt vlakbij en toch weer zover af. In de tijd en in het zijn. Grantchester met zijn zacht zingende vogeltjes, met zijn kingfisher (**) die waakt bij het riviertje aan de molen, terwijl Dave Gilmour zachtjes tokkelt op een gitaar. Ik zie in gedachten enkele mensen een bootje versassen vlakbij Houghton. Over amper zes weken kan ik terug die richting uit. Maart was een maand die we ons nog een tijdje zullen heugen. Omzeggens elke dag mooi weer. Veel noordoostenwind, wat ook buiten het normale valt. Quasi geen regendruppels gezien, behalve gisteren. Het begon mooi met een droge carnaval in Aalst. En we sloten vorig weekend af met de eerste echte warme zonnestralen bij de molen terwijl deze met bijzonder weinig wind, het leek wel tegen heug en meug, toch zijn wieken nog wat rondjes liet maken.

De kinderen van de bezoekende school uit de naburige stad genoten zichtbaar van hun daguitstap. Net als de juffen viel mij op. Later op de dag was het tijd om een brug te slaan naar de tijd van twee jaar geleden. Gelukkig toont de tijd respect voor wat geweest is en laat zij de dingen zoals ze waren. En ook al mis ik vooral dat verleden niet, het is af en toe fijn om nog eens terug te blikken. Aperitieven bij een fles Oud Zottegems. Bij een hapje en een tapje vloog de avond voorbij. Voor herhaling vatbaar. Afspraak in september op een lentezwoele avond. Zaterdag mocht het dan al iets minder zonnig zijn, het was het uitgelezen moment om nog wat verder na te genieten, bij enkele koffies en een Standaard met een selectie jazz nummers in bijlage.

Zondag beleefden we een van de eerste molendagen van dit jaar in het Nederlandse Noord Brabant. Toch vlakbij de deur. Rond de middag aangezet naar de Standerdmolen in Roosendaal, waar we een eerste stop inlasten. Blijkt dat deze molen al een heus reizend leven achter de rug heeft. Ooit begonnen in Helmete bij Brussel (volgens het boek De Brabantse Molens). We schreven toen 1684. Het mag duidelijk zijn dat hier Schaarbeek Helmet wordt bedoeld. De molen werd naderhand nog verplaatst naar Merksem bij Antwerpen om uiteindelijk in 1896 te belanden in Roosendaal. In 1966 nog maar eens verplaatst naar de plaats waar hij nu staat. Al bij al is het dus altijd een Brabantse molen gebleven, en dat is er ook aan te zien. In de molen liggen thans twee steenkoppels, verspreid over twee zolders. Iets wat je bij ons in Vlaanderen niet tegenkomt. Aan de molenas merk je duidelijk waar vroeger een tweede aswiel heeft gezeten. In die dagen kende men het stropwiel nog niet. De spaken van de aswielen staken in de oude tijd nog dwars doorheen de molenas. Hier lag dus een steenkoppel op de meelzolder dat langs boven wordt aangedreven via een lange as. Deze as steekt door de zoldering en wordt op de steenzolder via een lantaarn in het grote vangwiel gehangen.

Deze opstelling schept ruimte in de molen. Al zal het evenwichtspunt in een dergelijke Brabantse molen toch enigszins anders liggen dan bij zijn Vlaamse broeders. We vragen ons af of de onderste zolder zonder onderliggende steenbalk wel voldoende dit gewicht van een steenkoppel kan torsen. Het valt op dat ook dit jaar weer de molendag geslaagd mag genoemd worden. Heel wat bezoekers, en deskundige uitleg van de molenaars. Friezen en Hollanders komen we er tegen. Ook die molenaar die af en toe al eens een miljoen toeren draait, en ons wat doet denken aan die Nederlandse voetbaltrainer met zijn imposante kop.

In Etten-Leur, in de Lelie, bekijken we de tentoonstelling met schilderijtjes die gemaakt werden op oude molenzeilen. Er werden onder andere stukken zeil gebruikt van de molen in Pulderbos. Je vind Peet Quintus terug op haar website. Ik heb de kunstenares beloofd om haar de gegevens van Mola te bezorgen. Wie weet kan ze ooit haar werken ook bij ons in Vlaanderen tentoonstellen of beter nog aan de man of vrouw brengen. En waarom niet ter gelegenheid van de heropening van onze gerestaureerde Huisekoutermolen. In Zundert rijden we gewoon langs de Akkermolen heen, want we meenden uit de verte te kunnen zien dat er op dat ogenblik al teveel gewicht hing aan het vangtouw. Het is een mooie dag en wij willen dat liever zo houden. Sprange Capelle ligt wat Noordelijker en blijkbaar in nog protestantser gebied, waar het nog uit den boze is om op zondag een molen te bedienen. Het blijft dus bij enkele buitenopnames.

Het marktpleintje van Heusden ligt er stemmig bij en de late namiddagzon nodigt uit voor alweer een bakje troost. Heerlijk. Het was niet voor het eerst dat we recht tegenover het pannekoekenhuis (zonder trussen n) plaatsnamen.

(*) Grantchester Meadows in de buurt van Cambridge. De buurt waarin zich de origines van Pink Floyd situeren.

(**)ijsvogel die nogal eens voorkomt in de buurt van watermolens.



20 Maart – terugblik.

dagblog Posted on 20 mrt, 2011 23:56

Vandaag 20 maart blijkt het 42 jaar geleden te zijn dat John en Yoko in Gibraltar elkaar het jawoord gaven. Christ you know it ain’t easy zong hij kort daarop.

Precies twee jaar geleden begon voor mij de eeuwige vakantie. De dag ervoor draaide ik voor het laatst langsheen de tourniquet en liep de parking op met de traditionele kartonnen doos met persoonlijke spulletjes, zoals je dat zo vaak ziet op tv. De eerste dag van de laatste officiële vakantie die zou duren tot 30 april. Ik kan het iedereen aanbevelen stoppen met werken wanneer de lente begint. Alles moet dan nog beginnen groeien en bloeien. De dagen worden langer. De fietstochten gezelliger, en de terrassen voller.

Langs de andere kant flitst twee jaar zo voorbij. Een bliksemschicht in de tijd. Tijd, waarvan je in het begin spaarzaam gebruik maakt, want tijd is toch kostbaar, nietwaar? Stilaan ervaar je dat tijd niet belangrijk is, want tijd is er altijd. Dat je niet hard hoeft te trappen, om alweer aan een volgende job te beginnen. Dat de regen voorbijgaat, en dat je zelfs dan leuke dingen kan doen. Dat je een goede plaat meerdere keren kunt beluisteren, want je hebt er de tijd voor. Dat de tijd rustig, maar toch, steeds verder maalt.

En wat doe je met al die tijd? Opruimen en archiveren? Nog niet echt veel. Er is immers nog zoveel tijd in de toekomst. Schrijven. Langzaam maar zeker vinden lang geleden geschreven teksten een nieuw digitaal leven, en wie weet misschien worden dat nog ooit boeken. De tuin omspitten. Als ik ooit eens vijf…Ik beloof dit jaar nog klein te beginnen met wat patatten en ajuinen op een roe. Veertien duizend liedjes verhuisden van diverse cd’s en vinylplaten naar de digitale laden van Itunes, waar ze een veilig onderkomen vonden. Nog zesentachtig duizend te gaan…maar alvast tijd voor het eerste paar selecties in Sadeler’s Collections.



Volgende »