Blog Image

Sadeler's blog

If I were a miller at a mill wheel grinding, would you miss your color box, and your soft shoe shining? (c) Tim Hardin

Link naar:  windmolens, Facebook   Meer weten? contacteer mij. 

Opgelet: Alle artikels en foto's zijn beschermd door copyright. Alle overeenkomsten tussen bestaande personen en personages berusten op louter toeval. Topfoto (c) Michel Verdoodt.

Pink Floyd 1975: epiloog.

Forever Young Posted on 23 jul, 2020 13:36

Het was juli 75, en het dagelijkse leven hervatte zich.  In de Britse pers verschenen recensies. Zelfs nu nog 45 jaar later wordt er regelmatig over het Knebworth festival uit 1975 geschreven, en duiken er nog foto’s en zeldzame, vaak minderwaardige’ geluidsfragmenten op.

Blogs, rapporteren jaren na datum: Let op met verslagen, op diverse blogs, die pas jaren later werden geschreven, enkel gesteund op basis van vage herinneringen.  Een voorbeeld: https://vintagerock.wordpress.com/2014/01/22/pink-floyd-at-the-knebworth-festival-knebworth-park-5th-july-1975/

We lezen o.a. over het optreden van de Steve Miller Band. ‘We hadden natuurlijk allemaal het klassieke nummer ‘The Joker’ gehoord, maar als we kijken naar gepubliceerde setlists van zijn optreden die dag, lijkt het erop dat hij het niet heeft gespeeld (wat ik moeilijk te geloven vind, maar we waren teleurgesteld); om eerlijk te zijn herinner ik me niet veel van zijn set.’

In een uit 2016 daterende reactie van ene Bob Whiteheaf hierop lezen we:  ‘Ik was misschien een beetje meer “wakker” maar herinner me duidelijk “de joker” van de Steve Miller-band ….’ om maar te zeggen dat het geheugen een zeef is en iedereen datgene er in bewaart wat hij of zij zelf graag wil. Voor alle duidelijkheid: the Joker werd NIET gespeeld.

Ook de vlucht van het kleine vliegtuigje aan de piloon wordt op een verkeerd ogenblik gesitueerd. ‘Vlak voor het begin van Dark Side of the Moon vloog een vliegtuig over de menigte (reizend langs een draad van de verlichtingstoren) en stortte neer op het podium. En toen kwam de bekende openingsstem “Ik ben al jaren gek, absoluut jaren … ..” en het spookgelach … en we waren vertrokken, getuige van de laatste uitvoering van DSOTM door de Floyd met Roger Waters .’

En in het besluit van dit blog artikel geeft de auteur nog een herinnering mee van een aanwezige vriendin, die blijkbaar de dag doorbracht in de motregen.  Hoe slecht kan je geheugen zijn? ‘Mijn vrienden John en Susan zaten ook in de coach. De herinneringen van Susan van de dag: ik herinner me niet veel van de acts behalve Pink Floyd en ik denk dat dat kwam omdat ik zo dankbaar was dat het betekende dat het festival bijna voorbij was! Ik herinner me de dag als zittend op een deken in een vochtig veld tussen duizenden mensen (en een paar kleine honden), met nevel en motregen die vrijwel de hele dag vielen, absoluut uitgehongerd waren en de meest verschrikkelijke badkamer faciliteiten moesten gebruiken die ik ooit had tegengekomen.’

Laten we ons dus maar baseren op wat de ‘echte’ pers er in de dagen na het festival over rapporteerde. In de gespecialiseerde pers verschijnen in de week van 12 juli enkele recensies, en naar goede gewoonte in die dagen, waren dit niet direct de verslagen waarop wij, en andere aanwezigen echt zaten te wachten.

The Guardian. Robin Denselow pende reeds op dinsdag 7 juli zijn verslag neer in de Guardian. Volgens deze man leek het hem ‘een glorieus festival dat leek op de festivals uit de jaren zestig.’ Maar, merkt hij op:  ‘het publiek van vandaag verwacht gladheid en professionalisme, in plaats dan geëxperimenteer.  Rock is big business geworden,’ lezen we nog, ‘en dat vereist professionaliteit in plaats van experiment.’ 

Nog enkele citaten: ‘De Knebworth-artiesten hebben allemaal de transformatie van psychedelische kelders naar sportarena’s overleefd en zijn – in verschillende mate – bekender geworden door de verandering.’ 

‘De grootsheid en complexiteit van hun show (Pink Floyd) heeft nu zijn voor de hand liggende gevaren: op zaterdag werd hun set bijna vernield door technische fouten waardoor ze het podium moesten verlaten voor een half uurtje reparatie.’

Denselow vindt het nieuwe Shine On You Crazy Diamond, hun beste stuk. ‘Een klassieke Floyd-mix van statige, wervelende melodie en stuwende ritmes, – enigszins ironisch – opgedragen aan hun voormalige leider Syd Barrett, en handelend over verlies aan creativiteit en optimisme.’

Alle andere artiesten krijgen er tot slot ook nog van langs.‘Andere artiesten waren ook licht teleurstellend. De cultheld Steve Miller bleek een prettige, gelikte bluesman te zijn met een goede stem – maar weinig meer. Kapitein Beefheart zag er ouder en zieker uit en om de een of andere reden hadden zijn bot schokkende boogies en geestige poëzie verrassend weinig effect op de menigte.’ Waarna Beefheart zich volgens onze man van de Guardian tot het publiek richtte en vroeg:  ‘Zijn hier geen beatniks? Nou, je kunt altijd dronken worden en doen alsof. ‘

Waarschijnlijk arriveerde de reporter van de Guardian te laat, want over Linda Lewis en Roy Harper vinden we niets terug.

Wat schrijven Melody Maker en de New Musical Express?

  • Melody Maker: 12 juli 1975. Chris Charlesworth. Plain sailing for the Floyd.
  • New Musical Express: 12 juli 1975. Steve Clarke & Angy Errigo.  All Board for the Belsen Express
New Musical Express
Melody Maker

Het verslag in Melody Maker (MM) van Chris Charlesworth droeg als titel: ‘Plain sailing for the Floyd’, en viel al bij al nog mee.  Het verslag van Steve Clarke & Angy Errigo in New Musical Express (NME) met als titel ‘All Board for the Belsen Express’ viel eerder te klasseren in de rubriek bagger.  De lezersbrieven enkele weken later in de uitgave van 26 juli logen er dan ook niet om.

Om kort samen te vatten, MM vond dat ‘Het was een redelijk goed georganiseerd eendaags festival. Het weer was prima, maar het was echt een koude dag …. ’ Verder vindt Charlesworth  drie evenementen het vermelden waard: de ambras die Roy Harper veroorzaakte backstage, de twee Spitfires aan het begin van het optreden van Pink Floyd, en de gevechten tussen veiligheidsmensen achter het podium.

NME schreef: ‘Nou, het was in orde een klassieke popfestival. Jezus was daar, hij droeg een schaars blauw zwempak en zwaaide met een grote roze papieren bloem.’

Over het namiddagprogramma vernemen we het volgende: MM schat het publiek op ruwweg 100.000 man, waarvan ‘Naar schatting waren 50.000 onder hen in diepe slaap.’

NME vraagt zich af of het echt zou kunnen dat: ‘in 1975 het idee van 100.000 mensen was om op een leuke zaterdag geld te betalen om urenlang in een veld te kruipen met af en toe een ongelijkmatig muzikaal ritme als voorwerp van deze vreemde ritus?’

Volgens MM werd de lange tijd voor Harper aantrad gevuld met sketches van een als colonel verklede Graham Chapman. Hij kreeg het hard te verduren, wanneer Jesus hem vocaal van uit het publiek attaqueerde. Jesus was een figuur met ontbloot bovenlijf en een hippy bloemenvlag die in die tijd op alle festivals altijd vooraan in het publiek opdook. 

Roy Harper. MM schrijft dat Harper eerst solo aantrad, akoestisch vervolgde en daarna met een excellente band afsloot.  ‘Zijn vroege liedjes waren teveel gejammer voor een openluchtevenement. Niemand wilde huilen, maar Harper deed zijn best om een meer dan trieste sfeer op te roepen over wat een gelukkige gelegenheid had moeten zijn.’

NME vermeldt dat de violen gedirigeerd werden door David Bedford en dat Harper opende met ‘Commune’ en ‘12 hours of Sunset’. Over de sessiemuzikanten die deel uitmaakten van Trigger de begeleidingsband van Harper is NME zeer tevreden. Zij vinden hen zelfs de beste van de dag. ‘Bruford en Spedding schitterden de hele tijd en hun muzikaliteit werd niet geëvenaard door iemand anders die in Knebworth speelde.’

Harper begon nadien te klagen dat zij (het publiek)  zijn plaat moesten kopen of dat dit het einde zou betekenen, en het de laatste keer zou zijn dat ze hem te zien zouden krijgen.

Captain Beefheart & His Magic Band. MM vond Beefheart maar een mopperaar.  ‘Hij mopperde tegen het publiek met raspende stem, over een kakofonie van lawaai dat je zwaar om de oren sloeg en het zond me uiteindelijk weg voor een wandeling door het terrein.’

In NME is alweer het koppel reporters iets minder vriendelijk en onbegrijpelijker.  Zij ontmoeten er twee frontlinie-fanatici genaamd Steven & Chris die uitlegden dat ze helemaal uit Wrexham, Noord-Wales gekomen waren om Beefheart te zien. 

‘De toegift was “Big Eyed Beans from Venus” op een jungle beat van bloedstollend luide proporties.’

Zij vragen zich verder af: ‘hoe hij z’n koel bewaart en die electrische spanning  opbouwt  ‘extremely self-contained in the center of the lunacy.

Ze merken nog op dat Beefheart na het optreden onmiddellijk en gehaast vertrok.

De Steve Miller band. Over Miller zijn ze kort bij MM: het klonk goed en crisp clear over the PA.

NME ziet Steve Miller wel zitten, naar hun oordeel te zien, alhoewel…:  Net als wijzelf merken ze op dat Miller zelfs zijn laatste ‘hit’ The Joker niet eens speelde. ‘Het was 12 bar na 12 bar.’ Tweede gitarist Dudek wordt bewonderd voor zijn slide gitaarspel.  

En ze besluiten: ‘Niet memorabel, maar een professionele set en niemand werd verbrand, en dat is meer dan wat je kan zeggen over de Floyd.’

De Pink Floyd. MM: ‘In het kort, het eerste deel was zwak, “Dark side” scoorde occasionele hoogten, en  “Echoes” was pretty superb. Er waren tuning problems, en vooral Waters krijgt er van langs, wegens zwakke momenten in zijn stem.

Any colour you like, was een van de nummers waarin werd geimpriviseerd, en dat haalt uiteraard de pers.

MM: ‘Any colour you like ontwikkelde zich tot een enorme jam, David Gilmore schitterde vooral op zijn Stratocaster waar hij akkoorden uitwisselde met Waters en Wright, en doorliep een spectrum aan ideeën die niet op de plaat staan.’

NME start met het ok vinden van de Spitfires, maar heeft het vooral over de technische problemen die er waren en vat samen: `voor een groot deel van hun set lag hun spelniveau ver onder hun normale verwachtingen.’

Het eerste nummer Raving & Drooling wordt omschreven als ‘opgehangen rond de herhalingen van een niet al te geïnspireerde riff die klonk als iets gespeeld op een erg zieke Clavinet. Er waren wat rode lichten en het drummen van Nick Mason was volkomen onhoorbaar. David Gilmour voegde wat gitaar toe, het koudijs verscheen en iemand zong wat woorden.’

Vervolgens hoorden zij iemand van de bandleden voor de micro het volgende verkondigen: ‘Het zal beter zijn als het donker wordt’ wat bij hen de gedachte oproept: ‘alsof de band zelf besefte dat het niet zo goed ging.’

You got to be crazy en Shine on you crazy diamond werden dan weer beter bevonden.

In feite schrijven ze niet zo veel over Dark side of the Moon, behalve dan dat: ‘Veel van het zingen vals was, ook al waren de meiden die met de band zongen uitstekend.’

Echoes droeg dan weer wel hun waardering weg. ‘Echoes sloot hun set en dat was het, weer een anticlimax voor een groot buitenevenement.’

Charlesworth (MM) Het was de eerste keer in 3 jaar dat Charlesworth DSOFTM meemaakte. Hij besluit dat de beste keer de eerste keer was in de Rainbow in 73, of 72. Hij wist het zelf niet meer.  Is in onze herinneringen, de 1ste keer, niet altijd de beste keer? (Sadeler)   

In NME kruipt aan het einde van het verslag toch nog een eigenaardige aap uit de mouw. Precies daar waar ze het hebben over het feit dat niemand van de pers frontstage was toegelaten tijdens het concert van Floyd. Wij nemen aan dat dit met de veiligheid te maken had in functie!e van het aan een stalen kabel bevestigde vliegtuigje dat naar het podium toe zou vliegen.

‘Gedurende de set van de Floyd waren er geen journalisten toegestaan in de afgesloten ruimte voor het podium, dus als dit rapport niet zo gedetailleerd is als het zou kunnen, ligt het daar aan.’

Echt?????  Hun slotzin liegt er niet om: ‘Hoe dan ook, veel mensen hadden veel tijd veil en geld om naar Knebworth te reizen om er hun favoriete band te zien tijdens een optreden dat echt behoorlijk schandalig was.’

Lezersbrieven in New Musical Express (NME) (*)

Brievenrubriek NME

* Lezersbrieven: 26 juli 1975. (4) + 1 antwoord van NME zelf, onder de titels Tales of Brave Knebworth.

Twee weken later verschijnen in NME een aantal lezersbrieven. We beschikken niet over een uitgave van Melody Maker uit die tijd, maar hoogstwaarschijnlijk ontvingen ook zij enkele lezersbrieven dienaangaande. 

Vandaag is het eenvoudig om je lof te verkondigen, of je gal te spuwen, over een concert.  Twitter, Facebook, en andere sociale media zijn amper een druk op een toets verwijderd.  In 1975 kon je je enkel richten via een ‘gele briefkaart’ en een heuse brief, en was het bang afwachten of die zou gepubliceerd worden, laat staan of je een antwoord mocht verwachten. We zien dan ook dat NME deze lezersbrieven pas drie weken na het festival publiceert, in haar editie van 26 juli. 

Een eerste reactie komt van ene Janette uit Portsmouth, Hants. ‘Goed gedaan Floyd, je bent nog steeds het beste sinds Super Tampax.’ Jeanette was 21. Maar haar betoog op NME loog er niet om: ‘dagen later was ik nog steeds opgetogen en opgewonden door het concert van Pink Floyd. Die bewolkte donderdag bewoog ik mij naar mijn plaatselijke Newsagent om NME te kopen en zag het onvermijdelijke. Ik denk niet dat ik ooit in al mijn eenentwintig jaar zo’n vooringenomen onzin heb gelezen als bij Steve Clarke en Angie Errigo. Voor wie was dit artikel bedoeld? Zeker niet de 100.000 mensen die Floyd kwamen opzoeken.’

Ze oppert nog dat ze denkt dat ze haar briefjes niet zullen publiceren, maar dat doet NME wel. Wat hun (zie verder) de kans biedt om nog wat meer te sneren, en ‘crap’ te verkondigen.  

Terloops dankt ze ook nog alle andere bands en: ‘voor al het plassen in de struiken en het slapen op het natte gras dat het allemaal de moeite waard maakte.’

De tweede lezersbrief is er eentje van P. Jones uit Gwent in Zuid-Wales. Iemand die reeds verschillende festivals bezocht en daar verslagen over las. Hij vraagt zich af of… ‘ten eerste, waren Steve Clarke & Angie Errigo echt daar, of is het nodig dat de denkprincipes van een verslaggever zich op een ander niveau bevinden dan die van iedereen?’

Volgens deze man lijkt het anders. ‘Het lijkt erop dat verslaggevers groepen vernietigen op basis van technisch kunnen, daar waar ze af en toe de uitvoering zouden moeten beoordelen op basis van de reacties van het publiek.’ Hij voegt er nog beleefd aan toe: ‘We zijn niet allemaal dwazen, weet je!’ De eindopmerking in het verslag van NME lokt bij mijnheer Jones nog de volgende bedenking uit: ‘Ik kan niet anders dan mij afvragen hoe het zou zijn geweest als die heilige verslaggevers tijdens de set van Floyd in de corridors voor het podium waren toegelaten. Dat was tenslotte de enige plaats waar alcohol op de site werd verkocht. Zou het kunnen dat ze daar meer in geïnteresseerd waren dan wat dan ook?’

P. Devonald (Mr.) uit Westcliff-on-Sea in Essex is het eerder eens met de verslaggevers, en beschrijft slechts de moeilijkheden die hij ondervond om het terrein te bereiken: ‘Van 8.30 tot 1.45 onderweg om eindelijk een ongunstig plaatsje te vinden.’

Hij is verder niet te spreken over de toiletten, en besluit dat: ‘Floyd were a dissapointment, and there was lack of organisation’. Kortom een teleurstelling.  Hij is het dan ook al om 23 uur afgebold. 

En dan was er nog ene Nadge uit Plymouth in Devon. Hij dankt de NME voor de uitgebreide recensie. ‘In sommige opzichten was het het beste. Maar waarom is het zo dat de NME nooit van openluchtevenementen lijkt te genieten… Wanneer iedereen ervan geniet en ze een goede recensie geeft, doet NME het omgekeerde en kreunt.’

Nadge (mijnheer of mevrouw) was duidelijk tevreden, blijkt uit de slotzin. ‘Floyd was allesbehalve schandelijk en het was de reis meer dan waard, vooral met de toegevoegde bonus van de uitstekende Steve Miller.’

NME zal zeker een selectie doorgevoerd hebben tussen de talrijke brieven die ze kregen. Dat blijkt althans uit het antwoord dat ze scheven, met hun opnieuw in vitriool gedoopte pen.

M.B. hanteerde de schrijfstok.  Sarcastisch of ironisch? U mag zelf uw besluiten trekken. ‘Nach we houden van optredens in de open lucht .. al dat liggen in de regen, wang tegen wang, met speelse Hells Angels en tachtig pence moeten betalen voor een vettige hotdog en dan twee uur in de rij staan bij het toilet terwijl een gozer met contant geld dreigt met “Op je kop te slaan, Jimmy” omdat je zijn chick neukt en je op zijn plaatsje bent gaan zitten.’

En het gaat maar door…. ‘En wanneer je terugkomt is de Floyd bezig – beste deel. Ze hebben 30 minuten nodig om te tunen, en je denkt om het af te bollen naar huis, maar je kan niet, want de treinen zitten vol, en daarenboven er zijn er geen, en terminale zuurkoppen braken op je boterhammen. Ik bedoel dat is waar het om gaat, is het niet? Mixen met de mensen, man’

Nadge en Jones worden bedankt voor hun helpende suggesties, net als alle andere briefschrijvers die hadden gesuggereerd waar ze hun recensie konden steken, en er bestaat geen anti festival policy bij de NME. ‘We schrijven ze zoals we ze zien.’

Lezen we even mee. In een laatste waardeloze verdediging van zichzelf slagen ze er in om helemaal in de fout te gaan.  ‘In zekere zin, Jeannette was het artikel niet enkel voor de duizenden daar aanwezig, maar een beoordeling voor degenen die daar niet waren, maar we zijn verheugd om brieven over Super Tampax op te nemen – als ze passen.‘ 

De olijkerds hadden geluk dat er in die dagen, nog geen sociale media voorhanden waren, of ze waren waarschijnlijk ‘cut into little pieces’, in mootjes gehakt door de Floyd fans.

Bij het opnieuw lezen van de recensies en de reacties daarop bekruipt ons uiteindelijk de vraag: wat is er geworden van die ‘grote lichten’?

Chris Charlesworth die toen (van ‘70 tot ‘77) voor Melody Maker werkte komen we naderhand tegen als producent van het Who by Numbers album.  De man duikt op als hoofdredacteur van Omnipress vanaf de jaren tachtig tot een paar jaar geleden.  Vooral de namen van Bowie en de Who kun je aan hem linken.  Omnipress was actief in het uitgeven van boeken over muziek.

Angie Errigo schrijft nog over films en werkt o.a. voor RottenTomatoes.  Dit zegt veel. Over haar passage bij de NME valt niets terug te vinden.  Ze schreef ook nog, samen met Steve Leaning, een boek over de kunst van LP-hoezen: The Illustrated History of Rock Album Art. In de weekends naar den Amber en het criterium.

Steve Clarke. In het in googlebooks gepubliceerde deel van The History of the NME: High Times and Low Lives at the World’s Most Famous Music van Pat Long kom ik zijn naam amper een keer tegen.  Mijnheer Google levert verder ook hoegenaamd niets op.  

Laat ons dit NME duo Errigo/Clarke uit 1975 snel vergeten, net als hun met arsenicum geschreven verslag.

In de dagen en weken na het festival krabbelden we  stilaan opnieuw recht en vervielen in de dagelijks sleur van het leven. Elke dag de trein op naar de Brusselse Leopoldstraat, ‘smiddags wandelen naar Mallemunt en genieten van Willem Vermandere, of ‘s avonds kijken naar Tom Rush. Na het werk verpozen in het Poeltje gelegen in de rue Montagne-aux-Herbes Potagères, samen met Betty, een soulmate aan wie ik in geuren en kleuren onze Londense avonturen vertelde. 



1975: Knebworth Festival: Pink Floyd.

Forever Young Posted on 05 jul, 2020 12:53

Londen op een zaterdagochtend.

Ochtend, na het kattenwasje togen we naar het eetzaaltje, waar ons een Engels ontbijt wachtte: eggs and bacon met wat rode bonen, geroosterd brood en English tea. 

We hadden tijd, en wandelden via Earls Court, waar kort daarvoor Zeppelin nog optrad. Onderweg nog een Melody Maker gekocht, waarin ze het over het festival hadden. Onze volgende stap betrof Virgin.  In Melody Maker vonden we het adres van Virgin Mail Order.  Een taxi bracht ons naar Londen South Wharfstreet nr 10, en we hadden het kunnen weten.  “You are here”, riep de taximan, en wij stonden voor een groot grijs gebouw, met een al even grijze deur waarop een plakkaat hing, met nog maar eens Mail Order er op. Een stom verzendhuis dus.   Vandaag zou iedereen er om lachen, maar mail order is een begrip dat letterlijk werd uitgevonden door Branson en zijn Virgin firma. Nadien bleek dat er in 75 in Londen amper een winkel was van Virgin, en al de rest werd verstuurd vanuit dat stomme gebouw in die achterstraat waar wij nu stonden.  Voor hetzelfde geld had die taximan ons ergens in een verre uithoek van de haven gedropt.  Gelukkig bevonden we ons nog op loopafstand van de bewoonde wereld. Er was zelfs in de buurt een platenwinkel, waar ze tweedehands lp’s in de rekken hadden zitten. Free Live, in een kartonnen witte hoes, de Faust Tapes, de eerste twee van de Who heruitgegeven als dubbelaar en de eerste van de Byrds, werden er mijn deel. Het was nog geen middag en dus waren de cafés nog open.  Bij een zwarte medemens dronken we iets. Het begon stilaan tijd te worden om met de metro terug naar het station te sporen.  Onderweg nog een snack gegeten in een onooglijk klein etablissement. De treinen voor het noorden vertrokken vanuit King’s Cross. Er was zelfs een speciale trein richting Stevenage voor de festivalgangers. Amper 1,25 pond voor een ticket heen en terug. In de trein consumeerden we nog wat junkfood. Het was bij halfdrie toen we arriveerden in het station van Stevenage, waar we de bus op konden naar Knebworth. Van het busstation nog enkele kilometer te voet langs landelijke wegen, over droge greppels, naar het eigenlijke festivalterrein bij het kasteel. Onderweg, stond er een caravan opgesteld, waar we onze kaarten kochten. drie pond zeventig. We vervolgden de stroom volk tot bij het terrein.  Zo moet het geweest zijn, langs de paden die naar Woodstock leiden.  Voor en achter je zag je mensen stappen zo ver je kon kijken.  We kwamen aan in de speeltuin van Freddy Bannister.  

Freddy Bannister is Knebworth

Ik heb altijd al een boon gehad voort Freddy Bannister.  Hij behoorde tot de categorie concertpromotoren waartoe ik bij ons Paul Ambach reken.  Een totaal andere categorie dan deze waar de op geld beluste Schuur toe behoort.  Iedereen heeft het alsmaar over het feit dat hier in België de beste festivals plaatsvinden.  Dat is best mogelijk wanneer je het bekijkt vanuit het standpunt van de artiesten, maart dat is zeker niet zo bekeken met de ogen van de doorsnee festivalganger.  Mijn beste festivals heb in beleefd in de UK, ondermeer dankzij Bannister.

De man is nog geen jaar geleden op 84 jarige leeftijd overleden aan de grote C.  Na 1980 deemsterde het wat rond zijn figuur, en dat was onder meer ‘te danken’ aan Peter Grant, die andere grote uit het Britse concertseizoen, naar wie zelfs een management’s prijs werd vernoemd.

Bannister was in 1975 net de veertig gepasseerd, toen hij Pink Floyd naar de kasteeltuin bracht in de buurt van Stevenage.

Hij was de man die het Bath Festival, o.a. bekend van de legendarische Led Zeppelin optredens, uit de grond stampte.  Het festival waar de latere organisator van Glastonbury de mosterd haalde.

Voluit heten die Bath evenementen het Bath Festival of Blues 1969 en het Bath Festival of Blues and Progressive Music 1970 

Tussen ‘63 en ‘69 bracht hij naar het Bath Pavilion o.a. Gene Vincent, de Stones, Cream en de Beatles. Neem daar nog Hendrix, de Who, Pink Floyd en de Yardbirds bij en je hebt een palmares dat niemand anders kan voorleggen.  

Het Bath festival trok in ‘70 reeds tussen de 150 en 200.000 man aan.  Vergeet niet dat dit klein bier was tegenover de festivals die op het eiland Wight plaatsvonden en waar in navolging van Woodstock een halfmiljoen jongeren samenkwamen.

Van ‘74 tot ‘ 79 richt hij zeven keer een Knebworth festival in. Het zet hem op de wereld festivalkaart. Bannister haalde naast Britse topattracties vaak het kruim van de Amerikaanse Rock naar Knebworth: Lynyrd Skynyrd, Zappa, Captain Beefheart, de Steve Miller Band en zeker ook de Allman Brothers Band.  Stuk voor stuk topacts die het ook bij ons in Den Amber goed deden, en tijdens de reünie party’s het nog altijd goed doen.

Dat het aan het eind van de jaren 70 ophield is geheel en al te wijten aan de twee optredens die in 79 plaatsvonden van Led Zeppelin.  Het was Peter Grant die toen het onderste uit de kan wilde hebben en daarom eiste dat er twee weekends na elkaar een optreden van zijn band zou plaatsvinden.  Helaas raakte dat tweede weekend niet volledig uitverkocht, en dat leidde tot een hevig dispuut tussen het Zeppelin management en Bannister’s firma Tredoar.  Grant beweerde dat er veel meer tickets waren verkocht dan Bannister toegaf, en beweest dit zelfs met luchtfoto’s die hij had laten nemen van het festivalterrein, en waarop hij veel meer aanwezigen spotte dan Bannister.  Hij haalde het pleit, en Bannister’s firma ging failliet.  Wie had gelijk?

Bannister stond voor ‘een eerlijke prijs’ wat leidde tot ticketprijzen waarvan wij nu achterover vallen. Voor Pink Floyd en alle andere acts die dag (Roy Harper, Beefheart, Steven Miller, Linda Lewis, de Pythons) betaalden wij ter plaatse aan de kassa amper 3,70 pond.  

Veel meer valt er te lezen in de in 2003 uitgebrachte autobiografie van Bannister.

Het concert

De eerste aanblik toen we het terrein opstapten waar Roy Harper & Trigger net hun set waren begonnen was er een van ongeloof.  Hier kon Bilzen bij wijze van spreken tien twintig keer in.  Voor het eerst zagen we 100.000 mensen op een hoop.  Voorin geraken dat was uitgesloten.  We zochten ons een plekje halverwege, niet zo ver van waar het geluid gemixed werd, en waar een hoge piloon stond opgesteld, waaraan een klein (twee a drie meter) vliegtuigje was bevestigd. 

Onze plaats vormde geen probleem voor het geluid.  Dit was immers het eerste concert waar quadrofonie werd toegepast.  Quadro was totaal nieuw in die dagen en het zou in de toekomst alle stereospelers naar de achtergrond verdringen.  Maar zoals zo dikwijls met uitvindingen van Philips of Sony, liep, dat verkeerd af.  Op het festivalterrein stonden dus niet alleen naast het podium, maar op de vier hoeken van het terrein geluidsboxen opgesteld, om het quadrofonie geluid naar onze oren te sturen. Vanaf de piloon met het vliegtuigje was er eer kabel gespannen die naar het midden van het podium liep. Dat zal zeker een bedoeling hebben dachten we nog. 

Later zal blijken dat Harper  op Knebworth niet zijn beste concert weggaf. Wie Roy Harper een beetje kent weet dat hij eigenwijs kan zijn.  Zijn set uit drie delen paste in feite niet op een festivalterrein van die omvang.  Zeker niet omdat hij in het begin akoestisch speelde, en vervolgens zelfs strijkers en dergelijke meer op het podium haalde.  Zijn nummers die eerder aanzetten tot weemoed dan vreugde, sloegen niet aan bij het publiek. Wat daarna volgde, elektrisch, met Trigger kon er beter door.  Voornamelijk te danken aan het gitaarspel van Chris Spedding en de drumkunsten van Bill Bruford.  Van Trigger die hem hadden begeleid op HQ uit 1975 werd later niets meer vernomen. Wat vrij logisch is, als je bedenkt dat het een band was die samengesteld was uit sessiemuzikanten, die snel na Knebworth andere aanbiedingen kregen.

Harper zat na HQ en de erbij horende toernee ongeveer aan de grond.  De toernee sloeg een gat in zijn geldkist, en het album sloeg al evenmin aan.  Wat hem in zijn aankondigingen tot enkele wrange uitspraken aanzette.  Bovendien bleek later via de recensies in de muziekbladen dat hij nog net voor hij het podium betrad zijn caravan had kort en klein geslagen, omdat de taxichauffeur die hem bracht er van,door was met zijn podium outfit nog in de koffer.  Enkele backstage medewerkers konden er hem nog net van weerhouden of een tweede caravan onderging hetzelfde lot.

Na Roy Harper was het de beurt aan Captain Beefheart en zijn Magic Band. Ik noteerde achteraf: niet slecht.  Waarschijnlijk omdat ik in die dagen niet echt een fan was van Don van Vliet, noch van Zappa, uit wiens stal deze verkaste Nederlander kwam, die nog ooit de Nederlandse studio van Sjef Van Oekel  deelde met, toen nog charme zangeres, Cindy (Nelson). Tijd om wat hotdogs te scoren.  Op een van de kramen, waarvoor een rij van wel 100 meter stond aan te schuiven stond dat ze hamburgers verkochten.  Bleek dat de Engelse hamburger helemaal geen hamburger was, zoals bij ons, maar een ordinaire curryworst.  Andere landen, andere gebruiken, andere taal. 

De Steve Miller Band begon zijn set met enkele boogie nummers, waardoor het publiek voor het eerst recht veerde. Living in the USA, Space Cowboy en meer gingen er vlot in. Achter de drums zat Doug ‘Cosmo’ Clifford de ex drummer van CCR. 

In mijn geheugen staat vooral Stagger Lee gegrift, en uiteraard ook nog Rock’n Me, het laatste nummer voor hij afsloot met Come On in My Kitchen van Robert Johnson. Ik geef toe dat wij in die dagen Robert Johnson nog echt moesten ontdekken. 

In de daaropvolgende pauze van een uur was het wachten op dat waarvoor we gekomen waren. 

‘John Peel’ die samen met ‘Pete Drummond’ (beiden van Radio One) de presentatie verzorgde, sprak klokslag kwart voor negen de magische woorden: “We have now a lift off with the Pink Floyd”. Het werd stil, en al snel scheurden twee Spitfires over het terrein. Hoorde dat erbij?  Was dit puur toeval?  Iedereen staarde verbaasd naar de hemel, waardoor niemand oog had voor wat zich op het podium afspeelde, waar de heren intussen hadden plaatsgenomen. 

Het was geen toeval. Het hoorde er bij. Dit is wat Freddy Bannister er over vertelt: ‘Ik was gevraagd om twee Tweede Wereldoorlog Spitfires te boeken voor de Floyd en ik had contact opgenomen met wijlen Neil Williams om ze te leveren’ vertelt de promotor verder.

Het was de bedoeling dat deze twee vliegtuigen zouden opstijgen op Luton Airport en stipt om kwart voor negen laag over de bomen zouden scheren om daarna recht de lucht in te schieten. 

Bannister zat in zijn kantoortje achter het podium, aan elk oor een telefoon, om te coördineren tussen de controletoren van Luton en het podium.  Het opstijgen van de vliegtuigen werd eerst met tien minuten uitgesteld, maar kon toch doorgaan. Bannister belde de sprekende klok om de timing in het oog te houden. Het duurde immers een aantal minuten eer de vliegtuigen vanuit Luton Knebworth zouden bereiken.

Freddy vertelt: ‘Net toen de pips van de sprekende klok gingen en de twee Spitfires achter het podium verschenen en met perfecte symmetrie omhoog trokken in een verticale klim, maakten de Rolls Royce Merlin-motoren het soort geluid dat de haren achter in je nek doet opstaan. Helaas ook dat is rock’n roll’

En Oh My God, daar waren ze…. goddelijke klanken vervulden de wat koeler geworden avond.  

In het eerste deel van hun set brachten ze drie gloednieuwe nummers. Ze openden met ‘Raving and Drooling’ en ‘You gotta be crazy’. Typische Floyd sound.  Pas enkele jaren later zullen we die twee openers in een afgewerkte vorm leren kennen op Animals, als respectievelijk ‘Sheep’ en ‘Dogs’. De mannen achter de geluidstafel hadden ruimschoots de tijd gekregen om de knoppen af te regelen. Ik neem aan dat dit niet zo eenvoudig was met de quadrofonie opstelling. En er waren problemen met het geluid.  Al voor het optreden hadden ze moeten sleutelen om de klank van het orgel goed te krijgen.  De stroomgeneratoren en eigenlijk de volledige PA was niet direct voorzien op een festival van sterfelijke omvang.  En orgels willen nogal eens valse klanken produceren, wanneer de stroomvoorziening niet correct is afgestemd.  ‘Alquin’ had er in Bilzen ook ooit last van, en tapte dan maar stroom af bij een woonhuis van de buren. Wie naar een van de schaarse bootlegs (opgenomen vanuit het publiek) luistert hoort hoe op een gegeven ogenblik het concert bijna een minuut wordt stilgelegd tijdens die eerste nummers, en hoe Waters klaagt. 

Het derde nummer dat op hun volgende album zou komen was gewoon goed: ‘Shine on you crazy diamond’.  Een nummer opgedragen aan Syd Barrett. 

Achter de Floyd hing een enorm cirkelvormig scherm. Er werd een enorme diamanten bol op vertoond.  Je kent ze wel uit de discotheken. De draaiende bol leverde een weelde aan sterren op. Hoe donkerder het werd, hoe beter we de muziek begonnen te vinden, en hoe beter die ook werd.  Het eerste deel zat er op, en ze hadden amper drie nummers gespeeld. Iedereen maakte zich op voor wat komen ging, want wie verslagen had gelezen over de afgelopen toer, wist min of meer wat we mochten verwachten. In de donkerte rondom ons begonnen stilaan hier en daar hasjdampen op te stijgen.

Zuiver quadrofonisch klonken plots van alle kanten de bekende hartekloppen die de Dark Side of The Moon inzetten. Op het scherm verschenen filmbeelden, die aansloten bij de muziek.  Dit was het helemaal. We kregen DSOTM compleet. Een superb concert, zowel wat effecten als muziek betrof. Al hadden de stemmicrofoons wat beter afgeregeld kunnen worden. ‘Breathe’, de max, en dan ‘On The Run’, waarbij plots het vliegtuigje zich van de piloon losmaakt en traag maar zeker richting podium vliegt, waar het als het ware in het scherm explodeert. Een vuurwerk, en dampen van koud ijs wolken omkaderen de heren van de Floyd. 

Dit was gewoon de max. Pink Floyd is het, schreef ik toen enkel dagen later. Ik denk dat we iets unieks hebben meegemaakt. “Yes, Knebworth happened” besluit een week later ook het verslag in Melody Maker. Tijdens ‘Any color you like’ was er wat improvisatie. ‘Money’ en ‘Us and Them’, waren het einde dankzij een ons onbekende saxofonist!st. Zelfs de engelenstemmen van de meisjes waren niet te versmaden.  Tijdens ‘Brain Damage’ zagen we op het scherm een reeks foto’s van staatshoofden, begeleidt door gelach, en die nogal rare bewegingen maakten de revue passeren.

Stilaan werden hier en daar op het terrein vuren aangestoken (toen kon dat nog). Het einde zat er aan te komen, of toch nog niet. We hadden nog een bisnummer tegoed, en wat voor een: ‘Echoes’ uit het album ‘Meddle’.  Volle 25 minuten gaven ze nog het allerbeste van zichzelf.

Kwart voor twaalf, precies drie uur later bleven we wat verweesd staren naar het podium.  Vergeet niet, dat dit voor ons een eerste keer was, dat we dergelijk evenement meemaakten.

Meer info op:

https://www.neptunepinkfloyd.co.uk/memories-of-knebworth-1975-by-freddy-bannister
http://www.ukrockfestivals.com/75-Knebworth-festival.html

Knebworth 1975 setlist

Pink Floyd

Sheep (Early version, known as “Raving and Drooling”)

Dogs (Early version, known as “You Gotta Be Crazy”)

Shine On You Crazy Diamond (Parts I-V)

Have a Cigar (with Roy Harper)

Shine On You Crazy Diamond (Parts VI-IX)

“The Dark Side of the Moon”

Speak to Me

Breathe

On the Run

Time

Breathe (Reprise)

The Great Gig in the Sky

Money

Us and Them

Any Colour You Like

Brain Damage

Eclipse

Encore: Echoes

Roy Harper + Trigger

Acoustic/Orchestra

Commune

Twelve Hours of Sunset

Another Day

Electric

Hallucinating Light

Referendum

Highway Blues

Too Many Movies

The Spirit Lives

Home

The Game

Grown Ups Are Just Silly Children

Steve Miller Band

Feel So Glad

Mercury Blues (K.C. Douglas cover)

Boogie Children

Freight Train Blues

Stagger Lee (Grateful Dead cover)

The Window

Living in the U.S.A.

Space Cowboy

Shu Ba Da Du Ma Ma Ma Ma

Rock’n Me

Come On in My Kitchen (Robert Johnson cover)

Captain beefheart & his Magic band

Moonlight on Vermont

Abba Zaba

Orange Claw Hammer

Dali’s Car

When It Blows Its Stacks

My Human Gets Me Blues

Alice in Blunderland

Beatle Bones ‘N Smokin’ Stones

Gimme Dat Harp Boy

Electricity

I’m Gonna Booglarize You Baby

Sam With the Showing Scalp Flat Top (Frank Zappa & Captain Beefheart cover)

Improvisation: Big Eyed Beans From Venus

Bronnen:

Wikipedia

Ongepubliceerde dagboeken Sadeler

https://www.neptunepinkfloyd.co.uk/memories-of-knebworth-1975-by-freddy-bannister

Vervolgt…



1975: juli – op weg naar Londen

Forever Young Posted on 03 jul, 2020 21:28

Bij het begin van het eerste weekend van juli 1975, richtten we onze schreden richting Londen. De trein van tien voor acht in Aalst sloot precies aan op de boot die we in Oostende zouden nemen. Guido en ik werden door vader Cyriel met de auto naar het station gebracht. Onderweg pikte we Hans nog op. Martine zou direct naar het station gekomen. Zij arriveerde al van bij het begin aan de late kant. In Oostende werden we met het eerste obstakel op onze weg geconfronteerd. Martine constateerde dat ze inderhaast haar identiteitskaart thuis op de keukentafel had laten liggen. Precies naast het papier dat haar vader voor haar had laten machtigen op het gemeentehuis. In die dagen mocht je pas alleen reizen wanneer je boven achttien was. Met een machtiging van je ouders kon het wel.  

De douanebeambte keek bedenkelijk, en gaf te kennen dat er niets aan te doen was. “Ze zullen je in Dover, terugsturen” verkondigde hij.  Zeggen dat de tranen haar in de ogen stonden is een understatement.  Ook de douanebeambte  zag he. Hij maande ons aan om ons wat opzij te zetten en te wachten. Wachten op wat komen ging.  Was het omdat het pas vakantie was? Was het omdat de zon scheen? Was het omdat ze zo zielig keek? “Weet je wat”, zei die, “zeg gewoon in Dover dat je je pas verloren hebt op de boot”. Voor hem was het probleem hiermee duidelijk van de baan. Wij konden alle vier samen de boot op.  Of we ongerust waren over wat in Dover zou gebeuren?  Ik denk dat we in onze jeugdige overmoed al hadden besloten dat deze oorlog was gewonnen. Nieuwe obstakels doken op.

Voor het eerst op een groot schip, dat niet alleen op en neer ging, maar ook nog eens van links naar rechts “stampte”.  Jong als we waren stoven we onmiddellijk naar de bar achter in het schip.     Precies daar zagen we door de vensters de ene minuut de zee, en de andere minuut het wolkendek. We kregen er zowaar een brok van in de keel van.  Dit zat niet goed. Guido zag zo wit als een doek. Op naar buiten bij de reling waar de frisse wind gelukkig soelaas bracht en we ons wat beter voelden.  Viereneen half uur op dat schip, het leek een eeuwigheid.  Later heb ik ervaren dat je zeebenen krijgt wanneer je maar vaak genoeg het sop trotseert. 

“I lost my pasport on the boat” Er was niet veel tijd om te onderhandelen, want schepen varen op uur. En eigenlijk zonder veel poeha mochten we door.  Jaren later maakte ik een zelfde situatie mee, toen ik die kleine ‘witte kaartjes’ van mijn kinderen niet bijhad, en ook dan Engeland in mocht.  Na Brexit zou ik het toch maar niet meer wagen om papierloos te reizen.

In Dover stapten we naadloos over in een wachtende trein die ons in een uur en twintig minuten naar Victoria Station bracht. Het was precies vier uur toen we het station uitliepen. Martine wisselde ergens geld, en we togen richting Kings Road, waar de Harlequin Record Shop was gevestigd. Volgens de NME verkochten ze daar kaartjes voor het concert van Pink Floyd in Knebworth. Geen kaartjes meer in voorverkoop. De verkoper klonk overtuigend in zijn boodschap, dat er aan de ingang nog wel tickets zouden zijn.  De tijden van toen zijn niet meer te vergelijken met vandaag. Harlequin was voor ons een winkel, waarvan we hoopten dat het manna er uit de hemel zou vallen. Het mekka van de platenwereld, in niets te vergelijken met  de ons overbekende platenzaak in de Aalsterse Lange Zoutstraat van D. Kiekens. We liepen naar buiten, elk met een rist lp’s onder onze arm. Recht naar een café waar we zonder verpinken ‘four Guinness’ bestelden.  Mijn eerste Guiness, en tot op vandaag mijn laatste. Gitzwarte stout was het. Onmiddellijk gaf ik mijn vroegere schoolgebouwen gelijk die enkele jaren eerder beweerden dat het bier, over de plas, niet was te drinken. 

Te voet slenterden we door Sloane Street richting Hyde Park. Onderweg vroeg Guido, nog de weg aan een typische boldragende inboorling. De man was de ‘spitting image’ van John Cleese in zijn Silly walks tijd. “Wot, wot?”, samen met gefronste wenkbrauwen was de enige repliek op het waarschijnlijk al even onverstaanbare Engels van onze kant.  Dus besloten we maar om over te schakelen naar de Kings English, wilden we een plaatsje voor de nacht vinden. In een nabijgelegen TIC (Toerist Information Centre) boekten we een kamer ergens in Kensington. Met een taxi, spotgoedkoop, lieten we ons naar het Bina  Hotel voeren. We kregen een sleutel en konden dus de rest van de avond de deur uit.  Zonder Hans, want die voelde zich moe, en zocht zijn bed op. Waarschijnlijk genietend van alle teksten op de lphoezen van zijn net gekochte lp’s.

We namen de Tube, richting Soho.  Enkele jaren eerder waarschuwde Picture Card, onze leraar Engels, ons nog dat je beter niet alleen kan gaan ronddwalen in Soho. Wij wisten vooral dat Soho pas echt Londen was.  Soho, waar  Carnaby street en alle andere heiligdommen te vinden waren. Waar ooit de Rolling Stones, Beatles en Jimi Hendrix ronddwaalden.

The Marquee in ‘76

Plots stonden we voor de deuren van de Marquee. Een beetje zoals Eddie & The Hot Rods later op de foto van hun eerste eepee. We stoven er binnen, en stonden al even snel weer op straat. Het was vijf voor elf.  Vooraan waren enkele roadies het podium aan het leegmaken, en er dook iemand van bij de toog op voor onze neus.  “Sorry we are closed, come back tomorrow”.  Jaren later zal ik een boek waarin alle concerten van de Marquee staan opgelijst ontdekken dat precies die avond Tim Hardin er had gespeeld. 

In arren moede hebben we ons toen aan een drankstalletje een cola gekocht, want nergens kon je naar binnen. Cafés waren dicht, omdat het na elf was, en waar het wel open was bleek het telkens om een privé club te gaan, ‘members only’.  Londen viel ons voor het eerst toch wat tegen.  Bij het buitenkomen uit de Marquee waren we nog getuige van een twist tussen een buitenwipper en een grote zwarte medemens, die elkander allerlei scheldwoorden toeriepen en verder het hielden bij wat trekken en duwen. Geklopt of geslagen, zoals bij ons na een avondje ambras, kwam er niet aan te pas.  Het leek wel of die Engelsen zelfs ambras maakten op een hoffelijke gentlemen’s manier. Het was twee uur wanneer we weer in het Bina hotel kwamen waar Hans de slaap al lang had gevonden.  Morgen de grote dag.

Vervolgt…..



1975: Juni – concerten

Forever Young Posted on 01 jul, 2020 01:17
Antwerpen: Arena Hal 6 juni 1975

In juni ‘75 werden in den Amber tussen pot en pint plannen gemaakt om het eerste weekend van juli naar Londen te gaan. Platen kopen en een concert proberen mee te pikken van de Pink Floyd. Hans, Guido, Martine en ik stelden onszelf de vraag: “Doen we het? Ja? OK”. “Dat is dan afgesproken.”  

Woodstock

Eind mei hadden we nog samen, met alles wat lang haar had in Aalst, op de koer van de Tuf naar Woodstock gekeken. De film werd er levensgroot geprojecteerd op de muur, voorzien van geluid uit concertboxen.  Hierdoor kreeg het geheel een extra dimensie. Een heel andere beleving dan toen we de film voor het eerst zagen in 1970 in cinema Palace (of was het Feestpaleis). Een belevenis die heel wat gasten uit ons toenmalige klas niet konden smaken.  Voor het eerst een film met splitscreen, wat extra inspanning vroeg, en uiteraard muziek waar de meesten voor het eerst mee werden geconfronteerd. Hier op het plein naast de Tuf zat het anders. Hier waren gelijkgestemde zielen aanwezig, die tenminste van hetzelfde soort muziek genoten. Een stap dichter in de ultieme belevenis van het evenement.  Vergeet niet dat de meesten tot dan toe amper een paar duizend man hadden samen gezien, ergens op een wei in Bilzen, of in het Antwerpse Sportpaleis.  

Roland

De 21ste juni trad Roland op in de Parnassos te Denderleeuw. De Parnassos was een jeugdhuis langs de oude baan tussen Denderleeuw en Ninove. Eigenlijk niet meer dan een normaal woonhuis, waar ze in de ‘voorplaats’ een toog hadden neergepoot en via een verhoogje van twee vierkante meter suggereerden dat er een podium was.  Roland trad er alleen op. Voor wie Roland kent, was dat redelijk normaal in die dagen. De ene week was hij ‘de leider’ van de Blues Workshop, de andere week bestond die Blues Workshop weer in een andere samenstelling, en soms bolde hij ergens  heen in zijn eentje, in zijn R4’ke, zoals die avond naar de Parnassos. Het betekende zeker niet dat hij op dergelijke avonden enkel akoestisch speelde.  Hij had zijn ‘gerief’ mee.  We zagen hem nog na het optreden vertrekken, en geloof mij, hij had moeite om nog plaats te vinden achter het stuur. Zo volgestouwd had hij dat kleine autootje.

Uriah Heep

Embed from Getty Images

6 juni rij ik In mijn eentje op een doordeweekse avond richting Arenahal in Deurne.  Ik kan mij niet echt meer herinneren waarom niemand mij vergezelde. Was Uriah Heep niet meer hip voor de anderen? Was het vet er wat van af? Doet het er nog toe? In mijn archief hou ik een flyer bij van dit concert en de bijhorende toernee.  Even googelen naar een eventueel concertverslag leert mij, dat over die fameuze Arenahal in Deurne bijzonder weinig is terug te vinden. Laat staan over Uriah Heep in België in 1975.  

Enkel de Waalse tegenhanger van Humo Telemoustique bracht in haar nummer 2576 een kort verslag. ‘The Heep presenteerden een show zonder haperingen, heerlijk goed geregeld. Heel slim wisselden ze oude en nieuwe nummers af: hun laatste, “Return to Fantasy”, doet zijn naam eer aan en deed het goed, dank je.’

In hetzelfde nummer vertelt zanger Byron nog aan Jean-Noël Coghe wat de belangrijkste ambitie is van Uriah Heep: ‘Onze belangrijkste ambitie is om het rockniveau te verhogen door het een bepaalde betekenis te geven, vooral op het niveau van de teksten. Om deze reden zijn we Uriah Heep en geen andere groep: kracht in het ritme, kracht in de teksten … rock werd tot nu toe alleen beschouwd als muziek, een zinloos ritme, dat alleen van belang voor het geluid.’ 

‘Voor Uriah Heep zijn teksten en melodieën twee essentiële dingen. We moeten agressieve muziek spelen, maar gebalanceerd door de melodie. Dit is ongetwijfeld wat ons een deel van onze originaliteit geeft.’

Afgaande op mijn eigen herinneringen zie ik een podium waarop een kronkelende op zijn rug liggende gitaarspelende ‘Mick Box’ geniet van het ogenblik, met naast hem een behoorlijk goed zingende ‘David Byron’.  Die twee, samen met ‘Ken Hensley’ zijn jarenlang de nucleus geweest van Uriah Heep. Drum en bas gingen bij manier van spreken bij elke plaat over in andere handen. In de ‘75 versie waren dat ‘John Wetton’ en ‘Gary Thain’.  

Vandaag heb ik het niet meer begrepen op Uriah Heep waarin enkel nog Mick Box zit.  Ken Hensley trad jaren nadien, soms samen met John Wetton, nog voor het voetlicht (zie More Than Conquerors uit 2002).  Wat zij toen presteerden, was duizend maal beter dan wat ‘de echte’ Heep van Box neerzette.  Hensley was overigens auteur van heel wat van het beste uit de eerste Heep periode.  Ken Hensley kwam oorspronkelijk uit de ‘Gods’ die met ‘My baby’s Rich’ zelfs een klein hitje scoorden. Hun ‘Hey bulldog’ cover van de Beatles deed het dan weer iets minder.  In de Gods zat ooit ook nog een jonge ‘Mick Taylor’, zij het niet gelijk met Hensley. Een wistjedatje…. in de kringwinkels liggen heel wat lp’s waarop David Byron covers zingt van bekende hits.  Iets wat de onbekende Reginald Dwight ook deed, kwestie van een zakcentje bij te verdienen. Kijk uit naar platen in de reeks ‘Top of the Pops nummer zus en zoveel’.  Helaas werden er nooit credits op die hoezen vermeld. Je moet dus aan stemherkenning doen.

Het concert.

In Deurne was het eerste deel van de set nagenoeg opgebouwd rond hun nieuwste worp: ‘Retun to Fantasy’.  Heep zette gewoonlijk hun toernees op in functie van de promotie van hun laatste plaat en dat was tijdens de ‘75 Europese toernee niet anders. Achter hen een levensgroot scherm met afbeelding van de hoes.  Een hoes overigens ontworpen door ‘Dave Field’. Field is eveneens verantwoordelijk voor enkele andere zeer mooie hoezen, waaronder eentje van Satus Quo.  Op het Quo album groeien de koppen van de leden als het ware uit een aantal verstrengelde wortels van een boom. Ook ‘Next’ van de ‘Sensational Alex Harvey Band’ is van zijn hand net als ‘Razamataz’ van ‘Nazareth’. De man leek vaak voor Vertigo te werken.

Bij de eerste vijf nummers zitten er maar liefst drie uit Return to Fantasy. Daarna wordt geput uit nagenoeg alle lp’s die ze daarvoor maakten. De helft van de setlist is terug te vinden op ‘Uriah Heep Live’ het in ‘73 in Birmingham opgenomen schitterend live album. Te beginnen met het magistrale 9 minuten durende ‘July Morning’, nog altijd een van onze favoriete nummers. De hitsingle ‘Easy Livin’, werd onmiddellijk gevolgd door ‘Sweet Lorraine’ en ‘Gypsy’. Ze sloten af met twee tracks uit ‘Look at Yourself’: ‘Love Machine’ en als toegift ‘Look at Yourself’ zelf.

Volgens Telemoustique waren er op zeker ogenblik nogal wat strubbelingen voor het podium toen enkele kleerkasten, die de frontstage bewaakten, een zestienjarige fan hardhandig aanpakten.  Als dat al zo was is deze schermutseling bij ons in de mist van de tijd opgeslokt.

De Setlist: Antwerp 6 juni 1975

* Devil’s Daughter / 75

Stealin’ / uit Sweet Freedom 73

Suicidal Man / uit Wonderworld 74

* Shady Lady / 75

* Prima Donna / 75

Rainbow Demon / uit Demons and Wizzards 72

July Morning / uit Look at yourself 71 en Live 73

* Return To Fantasy / 75 

Easy Livin’ / uit Demons and Wizzards 72 en Live 73

Sweet Lorraine / uit The Magician’s Birthday 72n en Live 73

Gypsy / uit very eavy very umble 70 en Live 73

Bird Of Prey / uit Salisburry 1970

Love Machine / uit Look at yourself 71 en Live 73.

Look At Yourself / uit Look at yourself 71 en Live 73

Nummers met * zijn uit Return to Fantasy.

11juni: In het station in Aalst aan het Internationaal loket haal ik mijn biljet op bestemming Londen…… wordt vervolgd.



1975: nieuwjaar in Den Amber.

Forever Young Posted on 22 jun, 2020 22:04

Met vijftien waren we die dinsdagavond, oudejaarsavond 31 december 1974. We stonden aan de vooravond van wat mogelijks het beste jaar uit onze muziekgeschiedenis is geworden. Vijftien jongeren uit een los collectief van om en bij de twintig die elkaar regelmatig tegenkomen. Iets wat vanzelf groeit, eens je wat ouder werd, en je begint te verplaatsen op vier wielen. Kameraden uit de buurt vallen weg en transformeren tot jonge gezinnen. Het uitgaansleven in de seventies speelde zich af in nabijgelegen steden en in die dagen ook in boerengaten, gelegen in de buurt van het hol van Pluto. Geloof mij wij kenden al die plaatsen. Gewoonweg omdat we ze allemaal aandeden, die plaatsen. En er was altijd wel iemand die weer een nieuwe uitdaging had gevonden. Vooral ‘Freddy en Willy’ waren op zondagnamiddag cracks in het vinden van dancings met namen die ook toen al tot de verbeelding spraken. Ter Doest in Waregem of de Popcorn in Vrasene zijn maar enkele plaatsen waar we dankzij ‘De Fred en de Kleinen’, zoals ze in ‘ons milieu’ gekend waren, ooit binnenliepen.
Het kan niet anders geweest zijn, of we zijn ze tegen het lijf gelopen te Oordegem in de Bokkenstory of de Jacky’s Club. Oordegem lag en ligt nog altijd halverwege tussen Aalst en de Gentse banlieues. Melle en Gontrode waren hun thuisbasis, van waaruit ze afzakten. De Fred met zijn al wat oudere Ford, en de Kleinen, die een jaar of vijf ouder was dan de rest van ons, met zijn ‘Mini’ke’. ‘Een echte Cooper’…. sprak hij ooit de magische woorden. ‘Plakt aan de weg’. Dat was tijdens een ritje op de zich door de dorpen slingerende Geeraardsbergse Steenweg ergens tussen Melle en Sint-Lievens-Essen. Nadien ben ik er nooit meer ingestapt. Een keer was voldoende. Ik geloofde hem op zijn woord, en ik moet bekennen, dat ik nooit geweten heb dat hem iets is overkomen. Het probleem, was dat het altijd rustig startte, maar eindigde met veel teveel pinten op.
Een verhaal waar ik zelf geen getuige van was, maar dat er zeker mag zijn omdat het typeert hoe wij in die dagen onze vrije tijd beleefden. En ook omdat ‘Den Amber’ er een vooraanstaande rol in speelt.
De Polle, de Rie, de Fred en de Kleinen, Guido, William van Wanzele, Wilfried en Brigitte, de Cois en zijn lief Lea samen met haar zus Marleen, Paul en Sonja, besluiten in de Bokkenstory om richting Essen te bollen. De Truweel, de Witte Hoeve en Discovaria waren toen en al jarenlang uitgelezen locaties voor de boerenzonen uit de omliggende parochies om er zich een lief te zoeken. Decennia later zullen zelfs tv-stations documentaires weiden aan dit fenomeen.
Jaren lang was de Truweel een danskot, waar wekelijks een of ander balorkest ten dans speelde. The Garnets, de Paramounts beleefden er gouden jaren, net als de uit het nabijgelegen Zottegem komende Clee’s Five. Deze laatsten namen er eind jaren zestig een nu gezochte live lp op. Clee’s Five met in hun rangen de zangeres Kate. Ja die van haar latere Kennel.
Het moet in de beginperiode van de seventies geweest zijn, dat de balorkesten verdwenen en vervangen werden door een ‘mechanische installatie’ of in het beste geval door een disc-jockey, die van dan af ‘de sound’ bepaalde. Op die manier ontstond er een duidelijk onderscheid in het aanbod in de Truweel en de Witte Hoeve, die zich richten op een danspubliek en met graagte de Three Degrees, O’Jays en Penny MacLean omarmden. Plaatsen waar ‘the hustle’ de dansvloer vulde. In de Discovaria, later omgedoopt tot Lennon, en in het Kelderken op het dorp zaten naar onze bescheiden mening stukken betere dj’s. Marlene van Kevin Coyne, Stand by me van Lennon en I’m a Believer van Robert Wyatt waren er regelmatig te horen.
Begrijpelijk dus dat er in Sint-Lievens-Essen nogal verkast werd tijdens een uitgaansavond.

En zo werd het 1 januari 1975.
‘s Namiddags kweet ik mij van mijn ‘roadie’ taak: we haalden de discobar op in Ter Vaerent, plaatsten die opnieuw in de Lelie te Lede. ‘s Avonds waren we opnieuw present in Oordegem, zij het met iets minder van de bende. De meesten hadden weinig zin, om na de nachtzitting van de dag er voor opnieuw te feesten. Willy was zijn vest vergeten in Essen, en de meesten vonden dit niet direct de moeite om hem te vergezellen. Enkel Guido reed mee.
Pas enkele dagen later kregen we het vervolg van die avond te horen. Na Essen, waren ze via de Miranda (bestaat nog altijd) naar Aalst naar den Amber gebold, om er aan de toog nog de nodige pinten te consumeren, tot het voor de Fred laat begin te worden. Vergeet niet dat elk van ons de volgende dag nog een zware dag voor de boek hadden. Een eerste werkdag in die dagen was ‘feesten als de beesten’ en dat zeker op de plaatsen waar wij waren tewerk gesteld. De Fred in de ASLK en de Kleinen op het Ministerie van Financiën. In die dagen betekende een eerste werkdag, elkaar een gelukkig nieuw jaar wensen en om iets na negen uur het eerste het beste café binnenstappen.
Niet te verwonderen dus dat een paar uren slaap niet te versmaden zouden zijn, maar helaas…. Willy vond nergens in zijn zakken zijn autosleutels, hoe hij ze ook binnenste buiten keerde. William of was het Diane stelde hen enkele borstels ter beschikking en in die vroege uren van ‘75 werd Den Amber gekuist. Werk gespaard voor de Soef….
Het regende niet, en het sneeuwde al evenmin. Te voet trokken de drie vrienden vanuit Den Amber via de verlichte steenweg rchting Gent. Aan kruispunt Vijfhuizen zagen ze het niet meer zitten, en bij guido thuis belden ze dan maar een taxi. Guido bolde nog mee tot Oordegem waar zijn trouwe Honda op hem wachtte.
De taxi stopte aan het begin van de straat waar Willy woonde, en waar Fred zijn auto zou ophalen, om vooral de buren niet wakker te maken. Terwijl ze de straat inslenterden, zocht onze held in zijn zakken naar de huissleutel. ‘Hier si, begot, hier zijn ze’, en samen met de huissleutel haalde hij zijn autosleutels uit een van zijn broekzakken. Of de Fred er toen kon mee lachen weet ik niet….

Met deze gasten zette ik 1975 in… een onvergetelijk jaar.



Somewhere over the rainbow

Forever Young Posted on 05 okt, 2019 23:54

Zaterdag, 5 oktober

Vijfendertig jaar terug geworpen in de tijd. De setting, vandaag, is deze van de film The Big Chill, waar een aantal mensen samenkomen om afscheid te nemen van een vriend. Ze hebben elkaar een aantal jaren niet gezien. Met dit verschil: zij waren jong, en konden nog alle kanten op, wij zijn oud(er) en kijken vooral terug op wat geweest is. Het is hard om afscheid te nemen van iemand die daar al zeventien jaar lang mee bezig was.

Begin oktober 1984 vatte ik de tweede echte job van mijn leven aan. Nieuwe uitdagingen in een veranderende wereld. Wij zouden aan de mensen uit gaan leggen hoe je met een computer, eender dewelke, kon communiceren met een andere computer, ook al eender de welke, al was dat in eerste instantie langs onze kant de Level Six van Honeywell Bull. De afgelopen twee jaar had ik mij toegelegd op het vergaren van kennis over computers, en over de programmeer taal Basic. Het bedrijf was op zoek naar compjoeterspecialisten die iets meer kenden van deze nieuwe richtingen, en die wat minder geïnteresseerd waren in de mainframes van IBM. Een nieuwe uitdaging waarin we nagenoeg carte blanche kregen van de directie, als we er maar in slaagden om hetzelfde op poten te zetten als dat waar de concurrentie ook mee bezig was.

Na mijn eerste dagen wennen aan een spuuglelijke tafel, waar ik aan mocht zitten, want er diende nog een echte buro gezocht, en mijn kennismaking met een collega, die mij liet weten dat ik alles mocht doornemen van wat ik tegenkwam in een kast achter mij, waar de legplanken ontbraken en alle dossiers en handleidingen willekeurig gestapeld lagen. ‘Mocht je tijd hebben, leg alles dan wat op orde.’ Liet hij er nog op volgen, en weg was hij, op klantenbezoek. Van een sprong in het duister gesproken. Gelukkig mocht ik wat later in oktober ‘op stage’ naar Gent, waar ik enkele mensen leerde kennen, die ik vandaag opnieuw ontmoette, godbetert, aan de kerk te Ertvelde.

De overstap van een ‘binnendienst’ naar een ‘buitendienst’ en het beschikken over nagenoeg totale vrijheid, was een openbaring. In Gent trokken we ‘s middags naar het theater. Beter gezegd, naar café theater, waar we echte en glazen boterhammen tot ons namen. ‘s Namiddags togen we op klantenbezoek naar de Sidmar’s, Lotus’sen, en andere grote bedrijven uit de regio. Leren hoe je een Racal Milgo 26 LSI kon strappen. Het zijn dingen waar geen mens nu nog wat aan heeft, maar toen was het levensnoodzakelijk om dergelijke techniek onder de knie te krijgen. Ik leerde dat, en nog honderd andere dingen van de meester, waar we vandaag afscheid van namen. De directie zat niet stil, en de leermeester, muteerde vrij snel naar Brussel, om onze cel te versterken. We mochten onze kunstjes tonen aan onze kantoorhouders, en nieuw, ook tijdens handelsbeurzen en aanverwante. Gaston Geens, de toenmalige eerste minister van Vlaanderen, wat toen nog niet zo werd genoemd, had een paar jaar eerder Vlaanderen op de kaart gezet met ‘zijn’ derde industriële revolutie. Het hoogtepunt werd om de twee jaar georganiseerd tijdens een grote Flanders Technology beurs. In 1985 ging de beurs nog door in het Gentse Kuipke. De terreinen van Flanders Expo lagen nog braak te wezen, te wachten op een pausbezoek, om daarna snel omgevormd te worden tot het complex zoals we het nu nog kennen. In 1987 konden we Flanders Technology meemaken in de nieuwe gebouwen. Het is te zeggen, ongeveer in de nieuwe gebouwen, want ze waren al direct te klein, en wij stonden met onze minicomputer, de Level Six van Honeywell Bull in een bijgezette tent, waar ‘s morgens ongeveer tien centimeter water stond. Haardrogers en alerte collega’s zorgden er voor dat niemand wat merkte en het doorweekte computer bakbeest heeft daarna nog jarenlang gewerkt.

In België had de RTT (nu Proximus) het monopolie op alles wat met telecommunicatie had te maken. Enkel zij mochten modems verhuren (5000 frank per twee maand). Een toen nog jonge ex-marconist zag er brood in en importeerde in eerste instantie modems van het Engelse Racal Milgo en verkocht of verhuurde die door aan de RTT. Een paar jaar later bracht Telindus een eigen reeks modems op de markt, met dezelfde namen als deze die later werden gebruikt in Keeping Up Apperances: Daisy, Hyacynth, Iris, enz….

Bij Telindus volgden we cursussen om onze kennis te verruimen over X25, het pakketnetwerk, ISDN, het geflopte netwerkprotocol, en leerden we onderscheid te maken tussen de ISO standaarden die beschreven werden in het OSI model. Volgt u nog?

De concurrentie kwam op de markt met een betaalschijf, waarmee je zelf van in je bedrijf je betalingen kon doorsturen naar de bank, en omgekeerd je rekeningafschriften kon ophalen.

Het ontwerpen, bedenken, programmeren en in de markt zetten van dat telecommunicatie programma, blijft een mijlpaal in de geschiedenis van mijn tweede job.

Iedereen vind het normaal dat je tegenwoordig vanaf je smartphone je betalingen uitvoert, maar in de eerste helft van de jaren tachtig had je daar een mastodont van een computer, of een van die opkomende Personal Computers voor nodig. Kostprijs van zo’n ding lag om en bij de 450.000 Belgische franken, nu 11.250 euro. Geef toe dat de prijs van een Apple Iphone van net geen 1000 euro in vergelijking maar een peulschil is. En je spaart het milieu want je hoeft niet meer de auto in om naar je kantoor te rijden.

Geen haar op ons hoofd dat er toen aan dacht, welke niet te stoppen machine wij toen hebben in gang gezet. De derde industriële revolutie is iedereen al lang vergeten. Flanders Technology is enkel nog een vergeelde poster. De evolutie zal nooit meer stoppen, en zij die aan de basis lagen zullen allemaal op termijn tot stof en as weerkeren. Een belevenis (sic) waar we vandaag nog maar eens aan herinnerd werden.

Twee keer werden we voor Flanders Technology in het nieuw gestoken. Nieuwe das, nieuwe jas, het kon niet op. We hadden een stand verantwoordelijke die ons verzorgde. Allen in hetzelfde pak, wat de herkenbaarheid vergrootte, middagmalen in de beste restaurants in de buurt, een goedgevulde bar (enkel voor de klanten), en een dankfeestje achteraf. Geef toe de doorsnee kantoorfrik maakte dit niet mee.

Bij een van de gelegenheden waarbij wij een nieuw pak kregen aangemeten, kwam de kleermaker naar het bedrijf, om ‘de maat te nemen’. Zelf was ik toen op klantenbezoek, en werd mij opgedragen om later zelf even bij die kleermaker binnen te springen. Wat ik ook deed…. alleen in de verkeerd kleerwinkel. Gelukkig werd de fout op tijd vastgesteld. ‘Waar blijft die laatste man voor dat pak?’. ‘Hoe, niet geweest?’ ‘De maat werd wel genomen hé.’ ‘s Namiddags belde een blije stand verantwoordelijke mij op: ‘ Ze waren gelukkig nog niet aan het snijden’. Gered.

In de jaren tachtig vonden bedrijven het plots nodig dat hun personeel elkaar beter leerde kennen buiten de werkomgeving en voerden ze de human relations budgetten in. Duizend frank per persoon, om samen “iets” te doen. Louter besteden aan een etentje dat mocht niet. We bezochten de sterrenwacht in Grimbergen en wandelden door de Kalmthoutse Heide. In feite hadden wij die incentive niet eens nodig, want gezellig kletsen op restaurant hadden we zelf al een paar jaar eerder in gevoerd. Naar een Griek in Molenbeek, waarna ‘s nachts enkelen nog amper de weg naar huis vonden, of we maakten de buurt van Oudenaarde onveilig, ja we reden zelfs de grens over naar Nederland om er Indonesisch of was het Thais te proeven. Mooie herinneringen.

In de jaren die kwamen groeide ons initieel viertal uit tot een hele organisatie. Nieuwe producten kwamen er bij, zelfs helpdesken werden geïntroduceerd. Tot een directeur het nodig vond om, precies zoals in de politiek, het landschap te hertekenen, en elk zijn eigen weg ging. Maar het is op dagen zoals vandaag dat banden opnieuw worden aangehaald, en blauwdrukken voor een nieuwe toekomst tegen het licht worden gehouden.

Misschien wordt het morgen beter, maar het komt toch nooit goed, zeker wanneer er iemand minder is. Iemand die al zeventien jaar onderweg was, en nu het licht zal zien achter de regenboog.



Ongepubliceerde memoires 1969

Forever Young Posted on 23 apr, 2019 19:50

Over studiereizen hebben we het al gehad. De kortste studiereizen verliepen vaak te voet. Naar de kousenfabriek van Du Parc bijvoorbeeld naast het stadspark, of soms zelfs nog korter bij, zoals die keer in 1969 toen we net om de hoek naar de film Romeo en Julia togen met de leraar schei- en natuurkunde. Een film die behoorlijk wat impact moet gehad hebben op ons, zestienjarigen, op zoek naar de ‘grote’ liefde. Ik zou er anders geen verslag over hebben neergepend.

Uittreksel uit mijn ongepubliceerde memoires….

Foto (c) Wikipedia. Geboren 17 april 1951


Donderdag, 20 maart 1969. De film Romeo and Julia.

In Verona, een stadje, waren twee clans, twee geslachten die steeds tegenover elkaar stonden en ruzie zochten waar ze konden. Op een markt begonnen ze ruzie te maken om alles in het honderd te doen lopen.

Zekere dag werd bij de ene clan een gemaskerd feest gegeven. Romeo van de andere clan trok er naar toe en zag er een fantastisch mooie meid . Hij zag der een paar maal in der ogen en draaide er wat rond. Bij het lied van een minstreel gingen ze rond de kring. Hij op weg achter haar. Op de duur had je haar, en verklaarde hij zijn liefde met een fantastische kus. Bij nadere ondervraging bleek zij de dochter te zijn van het hoofd, en hij dus de zoon van het andere hoofd. ‘s Nachts zocht ie haar op. Zij was aan het dromen over hem en daar bezegelden ze hun liefde door overeen te komen zo spoedig mogelijk te huwen.

Intussen was Romeo zijn beste vriend gedood in een duel, met de neef, Tybolt, van Julia. In zijn woede dood hij hem in een duel. Hij wordt verbannen uit de stad door de vorst. Bij een pater schuilt ie, en ligt er ganse dagen te wenen. De pater verzint een plan en hij geeft Julia een drankje dat ze moet innemen. Dan zal ze tweeënveertig uren schijndood zijn. Ze zullen haar begraven en Romeo zal der komen redden. Romeo wist echter nog van niets. Een andere pater toog met een brief op weg, doch Romeo’s vriend die de begrafenis gezien had ging hem het droeve nieuws melden. Hij vertrekt direct en de pater komt te laat. Hij verschaft zich toegang tot het graf en beweent haar. Ten slotte neemt hij afscheid van haar lichaam en verenigt hun geesten door een slok vergif in te nemen. Hij zakt neer. de pater krijgt tranen in de ogen als hij dat ziet. En nu ontwaakt Julia, net te laat. Zij ziet het onheil, en daar er geen vergif meer is stoot zij zich een dolk in het hart.

Door deze feiten wordt dan uiteindelijk de vrede van deze twee clans bezegeld.

Het is fantastisch aangrijpend. Julia een beeldschoon meisje. Romeo een knappe vent. William Shakespeare moet een het van steen hebben gehad wanneer hij dat schreef. Waarom liet hij het niet uitdraaien op een gelukkig huwelijk? Ontroerend, en het stemt tot nadenken. Tot een uur of zeven heb ik nog met mijn gedachten tussen die film, mezelf, en het leven gehangen.

Vrijdag, 21 maart 1969.

Lente. Ho zoete schoonheid die de natuur zal worden, en zoete schoonheid die de natuur zal geven. Groen zullen de bladeren zijn, en zuiverend de kruinen der bomen, wijl de zon alles heerlijk zal bestralen. De natuur, het mooiste wat er is.

Vanmorgen in school, met de Roelants nog nagekaart over de film. Hij was gisteren nog direct in het werk van Shakespeare gedoken, en vertelde ons, dat het daar de gewoonte is dat er aan het einde zelfmoorden met hopen gebeuren. Harteloos man.

Tot besluit van dit ongepubliceerd verslag schrijf ik nog: ‘harteloos man!’

Tot daar mijn wat naïeve kennismaking met een icoon uit de literatuur. Wij zaten op een school, waar Mercurius, ons de weg wees. Literatuur kregen we, bij wijze van spreken, dankzij de goodwill van toch wel enkele schitterende leraars.

Een greep uit wat Wikipedia verhaalt over deze film.

Het gaat om een Brits-Italiaanse film van regisseur Franco Zeffirelli, uiteraard gebaseerd op het toneelstuk van William Shakespeare. In de hoofdrollen zien we Leonard Whiting en Olivia Hussey. De muziek is van Nino Rota. Deze Paramount film (138 minuten) ging al op 8 oktober 1968 in première, en bereikte dus ons provinciestadje, goed een half jaar later. er werd een budget van 850.000 dollar aan gespendeerd, en de film bracht meer dan 38 miljoen dollar in het laatje.

De film won een Academie Award voor beste camerawerk, en beste kostuumontwerper. Genomineerd voor beste regisseur.

De film was populair bij een groot tienerpubliek, mogelijk doordat de acteurs de leeftijd hadden die Shakespeare beschrijft in zijn stuk. De film werd deels goed ontvangen door critici.

Volgt de samenvatting van het verhaal zoals weergegeven op Wikipedia.

Kan u rustig nagaan in hoeverre mijn eigen samenvatting de realiteit weergaf.

Het is 1450 in het Italiaanse Verona wanneer Romeo en Julia, twee kinderen van twee strijdende families (Montagues en Capulets), elkaar op een feest ontmoeten en verliefd worden. Ze treden al gauw in het geheim in het huwelijk door middel van Romeo’s biechtvader broeder Laurens en met hulp van Julia’s opvoedster. Door een ongelukkig toeval breekt er een duel uit tussen Julia’s neef Tybalt en Romeo’s vriend Mercutio, wanneer Tybalt beschuldigingen uit tegen Romeo. Maar omdat Romeo net getrouwd is met Julia, weigert hij dit duel aan te gaan, met als gevolg dat Mercutio zijn plaats in het duel inneemt. Mercutio verliest het duel en wordt gedood. Romeo grijpt dan alsnog in en vecht met Tybalt tot hij hem doodt. Romeo wordt vervolgens gestraft door de prins van Verona met verbanning en ontloopt daardoor de doodstraf.

Niet wetend van het geheime huwelijk van Julia, heeft haar vader een huwelijk geregeld met de rijke graaf Paris. Om onder dit geregelde huwelijk vandaan te komen en loyaal te kunnen blijven aan haar Romeo, drinkt ze van een speciaal gebrouwen flesje, gemaakt door broeder Laurens, waardoor ze 42 uur zal slapen en dood zal lijken. Broeder Laurens informeert Romeo over dit plan zodat hij Julia na haar begrafenis kan ophalen als ze uit haar slaap is bijgekomen. Het nieuws van Julia’s overlijden bereikt Romeo echter eerder dan de brief van broeder Laurens. Wanhopig gaat hij naar haar graf en drinkt een flesje met dodelijk elixer waardoor hij sterft. Net na Romeo’s zelfmoord ontwaakt Julia en zij doodt zich met het mes van Romeo. Later volgt de begrafenis van beide geliefden waarbij de strijdende families hun onenigheid bijleggen.



Uit een dagbboek geschreven in 1968: terug naar school.

Forever Young Posted on 15 apr, 2019 13:30

Schoolgaande jeugd.

September 1968 kwam en bracht een nieuw schooljaar, met een aantal nieuwe leraars en -essen. Het was een periode waarin er in het toenmalige Staatsonderwijs, nu het GO, (GemeenschapsOnderwijs), nogal wat wissels gebeurden in scholen met een jong lerarenkorps. En daar behoorde de Aalsterse toenmalige Handelsschool zeker bij. Wij schoven op naar het tweede jaar A6A2, wat overeenkomt met de poësis of de “tweedes” in Athenea of Latijnse scholen. Wiskunde, Frans, Franse Correspondentie, Nederlands, Boekhouden, het waren allemaal vakken waarvoor we iemand nieuw voor ons kregen. Weg waren Potgieter die ons wat Nederlandse literatuur had bijgebracht, D’Havèken met zijn scheikunde proefjes, die “ambetante” van Frans, de uit “picture cards” opgebouwde man van Engels, en nog enkele andere minder belangrijke die een mens uiteindelijk in de loop van de tijd vergeet. Uit de voornamelijk oudere generatie hielden we ‘De Clippel’, ‘Goethals’ en ‘paster Geldhof’ over. ‘Kamiel’ kregen we er voor Wiskunde gratis en voor niets bovenop. Zomaar een cadeau. ‘Redant’ verkaste naar A6A1, het zogenaamde “hoger”, waar ik hem een paar jaar later weer tegenkwam en leerde “hoe hij in elkaar stak”. Enkele nieuwelingen, die uit het Antwerpse of zelfs het Limburgse kwamen en waarvan ik mij met uitzondering van ‘de Snor,’ nog nauwelijks de namen herinner, maakten hun entree.

Als klas titularis kregen we mevrouw ‘De Schoolmeester’. Ze zou pas in december haar 24ste winter ingaan. Amper enkele jaren ouder dan een paar gasten in ons klas, die daar door hun vaders waren gedropt, om hopelijk toch ooit een diploma van boekhouder te behalen. Van alle leraressen die we ooit hadden is zij diegene die mij het beste is bijgebleven, en dat is behoorlijk uitzonderlijk, wanneer je weet dat Frans haar vak was. Frans waar ik tot dan toe een zware hekel aan had, dankzij enkele jaren Atheneum en een Brussels figuur die met een Porsche reed, en van die smalle fijne leren plastronnekes droeg, omdat dat toen in de mode was. Die man was er niet in geslaagd, om mij de teksten van ‘André Citroën’, en ‘Pantagruel’ uit ‘Voies Nouvelles’ bij te brengen. Ik zag er, op dat ogenblik, totaal het nut niet van in, en ook van de spraakkunst van Moliére wou ik niet weten. ‘De Schuur’ gaf mij ooit in de vijfdes met Nieuwjaar 6 op 100 voor het examen. Voor alle duidelijkheid, ik heb geen enkel jaar overgedaan, maar voor Frans bleef het jaar na jaar ploeteren. Het leek bijna op een sukkelstraatje waaraan maar geen einde scheen te komen. En toch, God zij dank, door ‘Geneviève’, is daar beterschap in gekomen. Alleen al daarvoor blijf ik haar dankbaar. Zij heeft uiteindelijk toch een soort van basis kunnen aanbrengen waarop ik mijn verdere kennis heb uitgebouwd. Ik denk nog wel eens aan haar, wanneer ik weer een keer als vertaler gesommeerd wordt, tijdens een of andere Internationale molen uitstap. Op die ogenblikken waarop geen enkele anglofiel, noch Hollander over de taal barrière geraakt die hen van hun franse molenvrienden scheidt. Bon, ook andersom is hulp nodig, want de Fransen…. maar dat is in ons land bekend, neem ik aan.

Zij is overigens een van de weinige ex-lesgevers, die ik nog wel eens tegenkom. En dat dan zowel fysiek als via ‘sociale media’.

De uren die we doorbrachten met ‘De Neve’, tijdens de lessen boekhouden en bijzonder boekhouden, soms twee uur na elkaar, kropen tergend langzaam voorbij. Hoeveel landkaartjes van ons dorp en gitaren heb tijdens die lessen ooit getekend? Hoe vaak kraste ik de naam van het meisje waar ik verliefd op was in mijn bank of pennenzak?

Op zondag, was er geen school….

We brachten in het najaar regelmatig onze zondagavonden door in Sun Valley waar de juke box een vooraanstaande plaats in nam. Een juke-box met de hits van de dag, aangevuld met de nodige ‘trage’ nummers. Het betere ‘slow’ werk van Elvis en Roy Orbison. Het was nog de tijd dat je voor vijf frank twee plaatjes kon ‘duwen’ op de juke-box. De naam van het zondagmiddag radioprogramma op de toenmalige BRT ‘Duw op de Knop’ van Carl D’Hondt verwees naar die handeling. Die juke-box moet er zeker eentje geweest zijn van het bedrijf van een zekere ‘Willy Michiels’ uit Haaltert. De kast van deze Seeburg was aan de zijkanten voorzien van mooie blinkende houten planken. In het middengedeelte waar je de platen zag draaien waren een serie wisselende foto’s aangebracht. Vaak plaatste men daar de hoesjes, maar niet zo in Sun Valley. Zekere zondag stond ik gebogen over deze 45-toeren kast, om te proberen inschatten hoe lang het nog zo duren eer ‘Monja’ van ‘Roland W.’ of ‘Tranen in je ogen’ van ‘Clarck Richard’ er aan zouden komen, toen ik de stem hoorde van ‘Jesuke’ die net als ik het selectiepaneel bestudeerde. Hij moet gemerkt hebben dat mijn blik even naar de foto’s van enkele vliegtuigen dwaalde die de een na de andere in een loop voorbijkwamen, want hij merkte schamper op: “Kijk, dat is nen DC drau”. Iets wat ik overduidelijk ook wel wist, gezien mijn enorme belangstelling in alle soorten van vliegtuigen, die begonnen was een jaar eerder. Sinds de zomer van ‘67 deden we vooral aan vliegtuigspotting. We beleefden onze spotters hoogdagen tijdens die twee fiets uitstappen die we hadden ondernomen naar Hofstade-bad bij Mechelen. Amper op een boogscheut van onze nationale luchthaven te Zaventem. Ik bekeek de baardige figuur en dacht niet alleen: “OK, dat klopt”, maar evenzeer, “tiens die gast is van Mere”, want wij zouden gesproken hebben van een ‘DC drei’ in ons dialect. Enkel in Mere spraken ze van ‘drau’. Iedereen kende wel het rijmpje: ‘In Miejer op de kassaa laên drau rau aur’n, en da worren drau zwalpaur’n’. ‘In Mere op de kassei lagen drie rauwe eieren, en dat waren drie zwalp eieren’, om het in het ABN te vertalen. Een zwalpei is overigens een ei zonder harde schaal. Iets wat af en toe voorkomt bij kippen. “Nen DC drau dus” repliceerde ik. “Ge moetj zu ni kijken, want ik weet da en gau ni” voegde hij er aan toe. Ik liet hem maar. Enkele jaren later ontdekten we dat het inderdaad ‘ne slimmen’ was, en dat hij aan de universiteit in de licentie wiskunde zat. Straffer nog, we stelden vast dat hij behoorlijk goed de sologitaar hanteerde bij John Woolley en Just Born, waar hij zich Jeff Stone liet noemen. Een kleine tien jaar later kreeg mijn vrouw les van hem in diezelfde Handelsschool waar ik in ‘68 zat. Jef is er niet gebleven tot het einde van zijn carrière, ondermeer vanwege de smaak van het bierbrouwen die hij onderweg ergens te pakken kreeg. Dat de wereld klein kan zijn, weten we al heel lang, en dat enkel bergen elkaar nooit tegenkomen is een al even groot understatement. Jef vond er op een gegeven ogenblik wel de liefde van zijn leven bij…. de Geneviéve van hierboven.


De laatste, ech, eerste dans…. Zondag, 3 november 1968

Feest van Sint Hubertus, patroonheilige van Erondegem. Dus volgende zondag vieren ze er kermis. Ik bleef deze morgen tot negen uur in bed, en stelde voor de rest enkel een hitpick 100 lijst samen, met deze tien in de hoogste noteringen.

10 The Equals – Softly Softly (stationair op 10)

9 The Golden Earring – With just a little bit of peace in my heart, (nieuw binnen )

8 Leapy Lee – Little Arrows (10 plaatsen vooruit).

7 The Casuals – Jesamine (geklommen van 13 naar 7)

6 The Marbles – Only one woman (een plaatsje teruggezakt)

5 The Hollies – Listen to me (op de terugweg, de week ervoor nog op 1)

4 Joe Cocker – With a little help from my Friends (stijger van 7 naar 4)

3 The Beratles – Hey Jude (een trage zakker, want terug van 4 naar 3)

2 The Tremeloes – My little lady (op 2 gebleven)

1 Mary Hopkin – Those were the days (eindelijk van 3 naar de top). Een Apple productie.

Op nummer 15 staat Time has Come Today van de Chambers Brothers, een week eerder vanuit het niets op 58 en nu doorgestoten naar 15. Gisteren hoorde ik die plaat voor het eerst volledig op Hilversum III, en dan nog in stereo. Maar liefst elf minuten en dertig seconden lang. Daar mogen die van Blue Cheer een punt aan zuigen.

Tussen een en twee naar ‘Duw op de Knop’ geluisterd, waar Hip Hip Hooray (Troggs), tot hit van de week was gebombardeerd.

Het is drie uur, en ik zit thuis. Straks misschien nog even bij P. langs gaan. Vanavond, dacht ik toch, gaan we naar de Korenbloem. Ik mag hopen dat het wat wordt. Weinig uitgespookt voor zeven uur, behalve dan de wereld aanschouwen van uit onze garage. Wat een rotweer. Kijk dat boompje is al bijna al zijn bladeren kwijt. Nog even en ik kan van van in mijn bed ‘Ter Vaerent’ zien. Daar had je D. “Ook nog niet veel uitgericht zeker vandaag?”.“Studeren zal wel voor morgen zijn, tijdens onze laatste vakantiedag”. “Laten we even bij W. gaan”. Die stopte net met tekenen. We praatten wat over en weer. Over hoe rot de Veronica top 40 er wel uitziet. We trokken naar P. waar we wat TV keken, en vaststelden dat P. besloot van niet met ons mee uit te gaan vanavond. Afspraak om te vertrekken: vijf na zeven.

Zes uur en dat betekent luisteren naar de BBC hitparade, waar voor de vijfde week Mary Hopkin de eerste plaats inneemt. Geen Chambers Bros.

Zeven uur, ik sluit de poort van de garage, snuif nog wat frisser lucht op, en ervaar dat het weer minder koud aanvoelt dan deze namiddag.

Over wat de avond brengen zou had ik echt geen al te goed gedacht. Aalst, ach ik weet het niet. Daar zullen wel geen meisjes zijn die we kennen. We wachten elkaar op onder het boompje bij W. H. kwam nog voorbij. “Engelse top gehoord?” Informeerde ik. “Jawel, maar toch vooral mij onbekend spul, omdat ik bijna nooit meer naar de radio luister” antwoordde hij. D. arriveerde en we vertrokken. Onze fietsen ‘parkeerden’ we aan het postkantoor, op de hoek van de Hopmarkt. Op weg naar de Korenbloem, maande een gast ons nog aan om ons vooral te reppen: “Want het gaat direct beginnen”. Tuurlijk niet. Het orkestje was nog druk met opzetten van hun materiaal. We trokken de Hopmarkt over, naar de ‘Frégat’ waar we een pint dronken, die W. betaalde. Het viel mee. Het was er minder ‘droog’ dan we vermoedden. Toch was er niemand bekend te zien, en dan te weten dat de helft van ons klas in Aalst woont.

Er was al een pak meer meer volk in de zaal, toen we terug kwamen. Het orkestje was bijna klaar met opstellen. We namen ergens plaats en ik bestelde voor ons een pint. De ‘Cave Dwellers’, geen slecht orkestje, al trok het zingen nergens op. Ze stonden maar wat te schreeuwen. Ze gingen van start met ‘Something for Nothing’ (een cover van Jesse en James), gevolgd door een drietal hippe beatliedjes. “Zouden die ooit al van een slow gehoord hebben”, kon ik niet nalaten te bedenken. W. zat wat voor hem uit te staren, maar toch al bij de eerste ‘tango’ was ie weg.

Ook D. stevende af op een meisje. Het was een onbekend iets dat die knullen speelden, maar wat het ook was, het weerhield ook mij niet om recht te veren. D. tikte een jeugdig ding op de schouder, en draaide er mee de dansvloer op. Dat meisje met haar rode truitje zou het wezen. “Effe dansen”? Zij knikte bevestigend. De muziek bleef onbekend. “Dank u wel juffrouw”.

We waren beleefd in die dagen. Ik dacht nog even aan Patricia uit het artikeltje in Courrrier Sud 2. Een boekje dat we kregen via mevrouw De Schoolmeester, en waarin ik in de rubriek: ‘Patricia réspond a vos questions’, een maand eerder, had gelezen, dat een zekere Myriam schreef: ‘Patricia, J’ai seize ans et je ne sais pas danser. Je refuse toujours de sortie et d’accompagner mes amies.

Moi je finis par m’ennuyer. Pouvez-vous me donner un counseil’?

Patricia eindigde haar antwoord met: ‘Ne vous imaginez pas non plus que toutes NOS amies et tous les jeunes sont tous des “danseurs-étoiles”. C’est surtout une question de confience en soi-même. Ne faites donc pas de complexes. Dites-vous que ce que les autres don’t, vous pouvez le faire aussi. Après deux ou trois fois, tout ira très bien.’

De totaal onbekende en vermoedelijk zelfs niet eens bestaande Patricia kreeg gelijk. Geen van ons heeft naar mijn weten ooit commentaar geleverd op de danskunsten van de anderen. Ook al stuntelden we wat later opnieuw de dansvloer op om er wat los te ‘djerken’.

D. betaalde nog een rondje, en dan was het tijd voor ‘La Bamba’. In vergelijking met de kermis bals bleven hier maar enkelen in de kring. Vooral die twee zwarte jongens die meededen, waren super beleefd. Het was een toffe meid die mij nog in de kring haalde. Tijd om weer van ons pint te nippen, en te genieten van de eerste tonen van Softly Softly, al beseften we snel onze vergissing, want de zanger zette Satisfaction in. Het ene nummer lijkt al wat beter op het andere. Carl D’Hondt vond ook al dat die twee nummers erg op elkaar leken.

Het was net elf uur toen ik thuiskwam, en dus net op tijd voor de Engelse hitparade op ‘208’ (Radio Luxembourg).

‘Barry Ryan’ met ‘Eloise’ op nummer drie. Een plaats hoger ‘Hugo Montenegro’ met de filmmuziek uit ‘The Good, The Bad and the Ugly’. ‘Joe Cocker’ op één met ‘With A little Help From My Friends’. Wisten wij veel dat een van die ‘Friends’ ‘Jimmy Page’ heette.

Kwart over twaalf onder de wol, na een lange dag.

Terug naar school… studeren om te reizen….

De Handelschool bleef ook in die dagen een merkwaardige school. De examens bij het einde van het eerste trimester zaten er al op begin december, wanneer alle anderen in andere scholen nog moesten beginnen. Bij ons werd er op aangedrongen om al te beginnen studeren met tijdens de Allerheiligen dagen. Een periode waarin, toen verspreid enkele vakantiedagen vielen. Alle goede voornemens ten spijt, maar dat was nu eens iets wat niet wou lukken bij mij. Waarom ook? Vakken als Engels, Algebra, Boekhouden, draaide ik er op tien minuutjes studietijd door. Al kon dat soms zelfs ook een kwartier zijn. In feite nam ik enkel de nodige tijd voor die vakken waarvan ik op voorhand al wist, dat ik er nooit een hoogvlieger in zou worden. Franse Correspondentie van de kort gerokte Hubert (de lerares met de hoge hakken en de strakke kuiten), geschiedenis van Goethals, die een perkamenten uitzicht had gekregen door haar vele reizen naar tweestromenland en Egypte. Mijn God, had ik aan dat tweestromenland een hekel. In de tijd die nog restte na de examens en voor de kerstvakantie werd menig half dagje gebrost. Op de dagen wanneer we er wel waren kwamen we traag maar zeker onze resultaten te weten, die we hadden neergezet op de examenbladen. Handelsrekenen, acht op vijftien, en dus met de hakken over de sloot, algebra zeventwintig op dertig, en het gevreesde Franse corr een keer tien op dertig en een keer twaalf op twintig. Dus toch een buis. Alles bijeengenomen scoorde ik toch nog een rapportcijfer van 68 op 100. Meer hoefde dat echt niet te zijn, want ik besloot dat alles goed meezat… want voor het vak frans was ik er door.

Ergens in december op een vrijdag de dertiende werd een namiddag uitgetrokken voor een studiereis. Deze keer met de Roelants. De wat ouderen uit ons jaar brosten die namiddag, omdat ze zo een reis iets teveel studie en iets te weinig reis vonden. Met vijftien stapten we die namiddag op de bus voor een bezoek aan Het Laatste Nieuws, toen nog ergens gelegen aan van de grote Brusselse lanen midden in de stad. Echte schoolreisjes voor het plezier, en om het einde van het schooljaar te vieren, dat bestond niet in de Handelschool. Wel twee of drie keer per schooljaar een studiereis. Ik herinner mij voor de vuist weg, bezoeken aan de elektriciteitscentrale van Ruien, een bezoek aan General Motors incluis de haven van Antwerpen, de BRT aan het Flageyplein waar we Henk van Montfoort of all people tegen het lijf liepen, de luchthaven te Zaventem, en zelfs de Bank van Brussel, waar ze ons een half uur onderhielden over een luster aan het plafond. In de eindjaren van de A6A1 (het hoger niet-univ), bezochten we de Brusselse Beurs in combinatie met een bezoek aan de Kredietbank, waar we een omslag kregen, waarin zich ondermeer een sollicitatieformulier stak, dat uiteindelijk ver strekkende gevolgen kreeg.

Eenmaal op de bus was het zaak de Roelants zover te krijgen dat we op de terugweg toch ergens ene zouden kunnen gaan scheppen, in een café waar liefst ook nog een juke-box stond, en er wat open ruimte was.

Het bezoek aan HLN vatte ik samen als: ‘De rondleiding was niet zo bijzonder goed. Eerst speechte een droge vent een half uur lang. Nadien kregen we een krant en een stylo en nog wat uitleg, waarmee het “studie” gedeelte afgelopen was. Jenny presenteerde ons intussen nog een sigaret. De machines en telexen zagen er bijzonder vernuftig geconstrueerd uit.’

“Wel weten jullie nu een toffe plaats om te stoppen”? vroeg ‘scheikunde’. Dirk D. begon direct over ‘Napoleon’ in Hekelgem, een plaats waar hij in het weekend soms ging helpen, maar dat werd nogal bruusk afgewezen. De keuze viel ten slotte op de ‘Cap’ langs de steenweg in Asse. Een cafeetje dat we al kenden van een jaar eerder bij een vorige studiereis.

Zes meisjes en negen jongens, eerst elk aan een tafel maar al snel door elkaar gemixed. De meisjes hadden afgesproken om elk een pint te betalen voor de leraar. Dat beloofde, toen we hem zagen aankijken tegen die schaal bier.

We dansten om beurten met de grieten uit ons klas, Annie, Joke, Jeanine, Joske (Marie-José) en Gisela. Jenny woonde in Jette, en was daar uit de bus gestapt. Vooral Joke en Joske waren praat varen. En het zal wel aan hen gelegen hebben dat de leraar zo snel akkoord was om een pitstop te maken. Tijdens het kusjesdansen was hij al direct vergeten dat je na drie kussen ophield. Vijf bleek voor hem normaal te zijn.

Joke, de oudste, knapste, en slimste van ons gezelschap hield het er op dat de Roelants een bovenste beste leraar was, althans daar probeerde ze mij toch al slowend van te overtuigen.

En jawel hoor zelfs Marc D. later wereldberoemd of was het eerder berucht in Aalst stond op een gegeven ogenblik te slowen, iets wat niemand voor mogelijk hield. Marc behoorde tot dat clubje van ons klas dat bij het binnenkomen van een cafe direct richting ‘kasken’ trok, de vloer afspeurde naar daar mogelijks verloren vijf frank stukken, om dan de rest van de tijd af en toe te vloeken wanneer Miss America weer eens tilt sloeg. Ooit hoorde ik Wiske, de bazin van de Monopole, telefoneren naar haar leverancier van cafespelen, “omdat een idioot zich op Miss America had gezet waardoor haar glas was gescheurd.”

vervolgt…..



Ten years gone

Forever Young Posted on 19 mrt, 2019 19:52

Er zijn zo van die verjaardagen die niemand kent. In feite zijn het meer dagen van herinnering dan van verjaren. Neem nu 19 maart 2009. Vandaag precies 10 jaar geleden, nam ik voor de allerlaatste keer de auto om mij naar Mechelen Zuid te begeven. Werken heette dat toen in mijn leven. Al bij al een merkwaardige dag, die dag waarop ik uitgekiend had om een deur, al was het in mijn geval een tourniquet, achter mij dicht te slaan. De weergoden hadden voor de rest van de maand, en de daaropvolgende maand april mooi weer beloofd.

Ik bekijk vandaag nog even de vakantiekalender

Werken op de witte dagen, werken dicht bij huis op de blauwe dagen, vakantie op de rode dagen. 2009 was een goed jaar met amper 42 werkdagen….. een mens moet leren uitbollen.

“En”, hoor ik je nu al vragen, “Oe wast in die tien jaar”?

“Ik mag niet klagen”, en om het met Peter Hill te zeggen,”Every morning when I look in the mirror, I think, thank you God, I’m still here”! Ik zou het niet beter kunnen zeggen.

Tien jaar waarin slechts een opdracht klaarligt: leren omgaan met tijd. Iets wat ze niemand leren op school. Leren zingen met de Walker Brothers….. “Say goodbey…..”

Opletten want achter elke deur die je dicht doet gaat een andere deur weer open, zei ooit iemand.

Een cliche als geen ander: de wereld zien…. Mmm niet slecht tot nu toe: Nederland, Denemarken inclusief Mando, Bornholm, Zweden, Duitsland, Oostenrijk, Hongarije, Roemenie, Frankrijk, Spanje, Portugal, Polen, Slowakije, Oekraine, Engeland, en…. Wales. Mijn tent heeft overal gestaan….

Onderweg kwam ik via de paden van mijn jeud mijn idolen tegen tijdens concerten van: de Hollies, de Animals, Canned Heat, de Rolling Stones, Neil Young, Rod Stewart, Alfred den Ouden, Steve Winwood, George Thorogood, Jan De Wilde, Zjef Vanuytsel, Robert Plant, Jeff Beck, Elisa Waut, Van Morrison, en John Mayall, die straks 85 wordt.

Een molenvereniging starten vanaf nul, en laten uitgroeien tot de grootste van Vlaanderen. De droom van molinoloog nummer een in Vlaanderen verder zetten en zijn molen erfpachten en restaureren.

Tien jaar bloggen, fotograferen, schrijven, fietsen en genieten van de eeuwigheid onder wolken. How many more years opleggen en genieten,

Ten years Gone, Thank you, om het zepologisch uit te drukken….



Trini Lopez 1964 te Aalst!

Forever Young Posted on 26 feb, 2019 15:30

De afgelopen maand februari was het 55 jaar geleden dat te Aalst, een wereldster van formaat aantrad. Trini Lopez kwam optreden in de Klaroen. Een naam die elkeen van boven de vijftig zich nog wel zal herinneren. Er was in Aalst en omstreken nogal wat te doen over dat optreden, ondermeer omdat je 400 frank diende neer te tellen voor een entreeticket. En dat was in die dagen een ongehoord bedrag, vooral om dat de oudere generatie een optreden van een zanger allicht als een onnodige luxe zal beschouwd hebben. Weet dat je in die dagen voor dergelijk bedrag op zijn minst tachtig pinten kon drinken. Even vlug omrekenen brengt ons op vandaag bij 160 euro. En dat zou zelfs nu in Aalst nog steeds als een veel te hoge som beschouwd worden, wetende dat je vandaag de dag voor goed 20 euro je een avond kan amuseren, optredend bandje inbegrepen.

In die tijd deed ook Adamo Aalst aan (tijdens de handelsfoor?), en daar werd ‘maar’ 250 frank voor gerekend. Wat overigens ook voor de meeste Aalstenaars als een links te laten liggen event werd beschouwd.

We hebben er de kranten uit die dage op nageslagen, en daaruit blijkt dat het optreden van Trini Lopez in die pre-carnavalsdagen geen overdonderend succes was. Weinig aanwezigen. Al zou dat ook kunnen hebben gelegen aan het feit, dat we in vergelijking met vandaag over een ‘flits’ optreden zouden kunnen spreken. Trini Lopez trad om half acht op in de Klaroen, en volgens een krantenbericht, zou hij ook nog dezelfde avond om halfnegen optreden in Meise of daaromtrent.

Hoe dat te rijmen valt lijkt wel een raadsel. Alhoewel….

Het toeval wil, dat we enige dagen geleden al kringwinkelend op een DVD botsen van Trini Lopez. Doorgaans te mijden, vanwege al te onbekende labels waarop die dingen worden uitgegeven. Doorgaans gaat het om opnames van opnames van videocassettes uit lang vervlogen tijden, waarop je doorheen de ruis nog amper de artiest kan zien bewegen.

Hier trok echter de tekst op de achterflap de aandacht, want dit ging om een concert opgenomen in Brussel, voor de televisie, precies in die dagen dat Lopez ook te Aalst was. Het risico was beperkt, en voor 1 euro wou ik mij wel even laten gaan.

Groot was mijn verbazing, dat de opnames (in zwartwit) gewoonweg goed zijn, en van een kwaliteit die die van Schipper naast Mathilde of Bonanza mijlenver overtreft.

Al hadden ze de cameraman op voorhand mogen briefen over: hoe breng je het correcte instrument in beeld. Lopez trad aan met een trio. Naast hemzelf met zijn elektrische gitaar, die je aantreft op foto’s op zijn lp’s, werd hij begeleid door een bassist en een drummer. De bassist zonder micro, zong op nogal wat nummers mee, al ben ik niet zeker over wat hij zong. Een liplezer kan zijn diensten hier nog bewijzen. De cameraman moet geinstrueerd zijn, dat wanneer Trini even niet zong, en wat gitaarlicks weggaf hij moest inzoomen op een gitaar. Alleen had men de brave man vergeten te vertellen, dat dit dan vooralsnog niet hoefde de gitaar van de bassist te zijn. De ogenblikken waarop je het ‘vingerspel’ van Trini kan bewonderen zijn dus helaas schaars. In feite valt het mij eigenlijk pas nu op dat ik in die prille dagen niet enkel fan was van de zanger Trini Lopez, maar evenzeer van de muzikant.

Trini Lopez is de eerste rock and roll figuur waar ik fan van werd. Ik ben hem blijven volgen tot na Bey Bey Blondie, in de latere jaren zestig. Een ogenblik waarop ze hem vooral nog adoreerden in Duitsland. De man die ooit in de Parijse Olympia, Sylvie Vartan en de Beatles in zijn voorprogramma had, was door deze laatsten ook bij ons van zijn troon gestoten. De Beatles hadden wel meer figuren uit hun omgeving achter zich gelaten. Denk maar aan Gene Vincent en Roy Orbison.

De start van de Beatles wordt vaak gelijk gesteld met het verschijnen van Love me do in oktober 62 in de Britse hitlijst. Maar geloof ons vrij, de echte doorbraak van de Beatles kwam er in Amerika en de rest van de wereld pas echt in 1964, toen iedereen She loves you en I want to hold your hand ging meebrullen. Wat er voor kwam was vooral succesvol in Engeland.

In 1963 zongen wij uit volle borst I want to be in America, en vooral If I had a hammer. En het feit dat de man naar Aalst kwam zal daar zeker niet vreemd aan geweest zijn.

Ik was amper 11 jaar en was nog volop de radio aan het ontdekken, dankzij de richtlijnen van mijn achternichtje, die voor mij opschreef dat ik naar Radio Hainaut moest luisteren, wilde ik beatmuziek horen. Al draaiden ze daar in hun verzoekprogramma nog volop Karin & Rebecca met hun Moi je dors avec nounours. Van de platen van mijn vader, uit de jaren vijftig (Bobbejaan Schoepen en Ray Franky), naar Trini Lopez was een hele grote zevenmijlslaarzen stap. De enige live muziek in die dagen die er viel te beluisteren kwam er tijdens een schoolfeest waar de Sonnyboys speelden.

De jukeboxen die we hoorden via de openstaande cafedeuren en de muziek op de kermis waren voor ons de eerste kennismaking met rock and roll. Marina, Kom van dat Dak af, Oh Carol. Stuk voor stuk plaatjes die je regelmatig hoorde, maar waar niet echt gezichten bij hoorden. Niet genoeg om er fan van te worden. En dat dit met Trini Lopez wel gebeurde, is volledig toe te schrijven, aan het beeld en de informatie die er bij hoorde. Tot dan toe was mijn ‘collectie’ fan materiaal beperkt gebleven tot twee prentjes die ik gewonnen had tijdens het knikkeren: ‘Brigitte Bardot’ en ‘Elvis Presley’. Mijn kennis over Trini Lopez moet ongetwijfeld uit Panorama , Rosita, of het Rijk der Vrouw zijn gekomen, want zelf kwam er bij ons geen krant aan huis. En die tijdschriften verslond ik tijdens bezoekjes aan mijn achternicht. Ook de eerste achtergrond over de Beatles heb ik uit die bladen. Bijvoorbeeld dat Paul en John uit ‘ontwrichte’ gezinnen kwamen en dergelijke.

De Beatles werden ons in de maag gespietst via handige marketing truuks (ook toen al). De winkels waar we onze snoep betrokken, werden plots walhalla, waar je sjieken (kauwgom) kon kopen met erbij verpakte Beatlesprentjes. Ik zie mij nog mijn kleine fietsje, (de grote kwam pas na mijn plechtige heilige communie) naast de grote poort (waar Katje kolen laadde op zijn camion) plaatsen, en eerst voor het venster kijken of er nog wel waren, de winkel binnenstappen, en met enkele pakjes naar buiten komen. Een tijd die, nu terugkijkend, eeuwig leek te duren, en toch er waren maar 60 verschillende plaatjes, en ze staken dan nog per twee in een pakje. Het lijkt alsof het gisteren was.

Ook al woonden we naast de snoepwinkel van Fientje, toch was het veiliger om in een andere wijk, bij Katjen, prentjes in te kopen. Lag overigens ook langs de weg van en naar school. Fientje was een babbel-ekster eerste klas, die de jeugd ‘beschermde’ en er dus niet voor terugdeinsde om onze ouders in te lichten, wanneer we daar teveel geld zouden spenderen… Ik verzin dit niet, er zijn gevallen bekend.

De Beatlesprentjes waren er al vrij snel. Zo snel zelfs dat wij nog niet eens wisten wat de echte namen van de heren Beatles waren. Het was nog de tijd dat wij spraken over Star en over Mackny, want dat was wat uit de handtekeningen op de prentjes hadden ontcijferd…. Conclusie: 55 jaar down the drain…. om even bij stil te staan.

Op de DVD van Trini Lopez, die in meerdere versies bestaat, volgens mijnheer googel, staan naast dit beperkte optreden in Brussel nog wat opnames van jaren later in Nederland met het Metropoolorkest. Interessanter is uiteraard het interview met de man, waarin men hem o.a. vraagt naar wat hij vind van de Beatles. Naar wie kijkt hij zelf op? Frank Sinatra. Weet wel dat Trini Lopez zijn platen uitkwamen op Reprise het platenlabel van ‘Ol Blue Eyes’ himself. Een vraag waar doorgaans op geantwoord met namen van jonge artiesten van het eigen label die men wil promoten, of zoals hier, waar het eerder de kat is die de kandeleer likt….

In een ander interview zie je Trini in een open slee doorheen California sjezen, en zie je hem zijn villa annex zwembad aanwijzen. De man heeft aan zijn wereldfaam wel een en ander te danken.

Mogelijks mag men hem zelfs de titel toedichten van de laatste grote ster geweest te zijn vooraleer Brian Epstein en de Beatles de wereld van de rockmuziek optilden naar een nooit gezien niveau. Er was plots geen nood meer aan een zanger die oude folk nummers van Pete Seeger ten gehore bracht.

In 1978 verscheen een album, ‘Transformed by time’ simpelweg onder de naam Trini. Voldoende om herkenbaar te zijn, want door de jaren heen verscheen niemand meer aan het popfirmament met de naam Trini (sorry Trinity). Op de plaat herneemt de man enkele van zijn vroegere successen: If I had a hammer en Lemon tree. In een medley tackled hij Candida, Yellow bird en Save the last dance for me. Het gaat hier voor alle duidelijkheid over het feit dat Trini een graantje wou meepikken van de disco rage. Of dat fout is laten we in het midden, want ook Jagger en Stewart en Bowie sprongen op die kar. Op de achterkant van de hoes treffen we enkele namen aan die je niet direct zou verwachten. Neem nu Bob Clearmountain als technicus. Meco was een gekend fenomeen in het wereldje in die tijd. De plaat werd geproduced door het driemanschap Tony Bongiovi (zie ook de Ramones), Harold Wheeler en dus ook Meco Monardo.



Aalst 1988: Feest van de Rode Vaan

Forever Young Posted on 29 okt, 2018 21:09

Vandaag, 29 oktober 1988 is het precies 30 jaar geleden dat het Feest van de Rode Vaan doorging….. in Aalst. Ik had daarvoor al enkele RV feesten meegemaakt in Brussel, maar deze keer te Aalst. Gedurende de jaren tachtig was ik cultuurmedewerker bij dit blad, onder het redacteurschap van Ronny De Schepper. Ronny, dezer dagen, genietend van zijn pensioen laat nog dagelijks stukjes los op de wereld via zijn blog: dagelijks iets degelijks. Zo was ik vorig jaar zelf nog het “lijdend” voorwerp van een van die stukjes. Ronny verhaalt hoe hij mij indertijd als “jongere” aan boord haalde, omdat hij zelf wat was uitgekeken op de rock en pop die zich in de jaren tachtig aandiende. Gelukkig was dat zonder curriculum, maar zuiver op “schrijftalent”, want anders had Ronny toen al vastgesteld dat ik amper een half jaar jonger was dan hijzelf…..

Begin jaren tachtig keek mijn echtgenote behoorlijk links tegen de maatschappij aan. Zij abonneerde zich in die dagen op het blad van de KP. Tot een lidmaatschap van de partij is het nooit gekomen, zoals bij zovele “sympathisanten”. Mogelijks een van de redenen dat de KP goed tien jaar later zich stilaan naar een laatste rustplaats sleepte…. al zijn de gebeurtenissen in de toenmalige USSR daar zeker ook niet vreemd aan. Ik las het blad mee vanop de zijlijn. Zekere dag stond er op de cultuurpagina een oproep om eender welke plaat te bespreken, en dit in te sturen, wat ik prompt ook deed, en het nog gepubliceerd zag ook. Ik had geheel toevallig een verzamelplaat besproken die ik net ervoor kocht in de Brusselse Metrophone, en waarop het kruim van de nieuwe bands te horen was. Muziek waaruit grotendeels de gitaren waren verdwenen om plaats te maken voor synthesizers. Bovendien had ik nog een extra artikeltje toegevoegd waarin ik ‘Oh Superman’ van Laurie Anderson besprak. Ik snap nu volkomen waarom ik toen Binnen de kortste keren kreeg ik thuis een plaat toegestuurd met bede die ook maar te bespreken. De rockjournalist in mij was geboren….. ik zou die Didden en consoorten eens laten zien wat ik in mijn mars had…… graptjen….

Bijna tien jaar lang schreef ik belangeloos en vooral gratis op totaal vrijwillige basis regelmatig een recensie over een plaat die ik toegestuurd kreeg, of vaak ook zelf kocht. Dankzij de perskaarten die vooral tijdens de zomer mijn richting uitkwamen frequenteerde ik festivals waar ik uit eigen beweging nooit zou heen gegaan zijn. Ik denk hier in de eerste plaats aan Seaside. Andere festivals werden meer dan gesmaakt: Rock Werchter frontstage (wat mij een archief aan goede foto’s opleverde), Festivalcatraz, Rod Stewart enTina Turner op de luchthaven van Oostende, enz… zonder de Vaan was ik nooit aanwezig geweest bij concerten van Rory Gallagher, Yoko Ono, Orchestral Maneuvers in the Dark, of persconferenties van Pete Townshend, waar hij weliswaar ons toesprak vanop een videocassette. Al bij al een heerlijke tijd die bijna tien jaar duurde.

Al schreef ik vaak over mijn eigen helden: Van Morrison, Bruce Springsteen en Marianne Faithfull.

Ik had meer Belgische “rocksterren” kunnen interviewen, maar dat lag mij minder, al heb ik heerlijke herinneringen aan een gesprek met Elsje Helewaut.

Mijn bijdragen werden door mijzelf stop gezet na een dispuut, met een nieuwe vrij jonge cultuur redacteur, over een artikel dat Tanita Tikaram ophemelde. Iets wat maar matig gesmaakt werd. Tanita zingt nog steeds, en de vaan wappert al lang niet meer….

Een nieuwe uitdaging wachtte in de Aalsterse Lorgo (Lokale Raad voor het Gemeenschaps Onderwijs), binnen de Argo, waar ik vaak rond de tafel belandde met lokale lesgevers, schooldirecteurs, industriëlen, apothekers, advocaten enz… voor relevante nabesprekingen in de Aalsterse Babbelaar. Een andere wereld, net als trouwens die andere wereld voor mijn Vaan periode toen ik mij op kynologisch pad begaf. Een pad dat er voor zorgde dat ik in 1981 voor het eerst in Merseyside terecht kwam, en amper enkele maanden later, op aanraden van een hondenvrouw, zelfs in Noord-Wales. Ligt ons levenspad vast? What if…..? (*)

Maar we waren toch in Aalst? Voor het feest van de RV. En wat merk ik, wanneer geheel per toeval het programmablad uit die dagen bekijk? Een divers programma met zelfs een schaakwedstrijd simultaan schaken waarbij de Aalsterse schaakclub Pion schaakt tegen Vasjukov (uit het trainerskmp van Kasparov), turndemonstraties door Sovjet atleten, jazzrockgroep Splash (?), verschillende stands, enz, en om het geheel af te ronden een fuif met Oh Boy.

Of er foto’s van bestaan, probeer ik nog uit te vissen. Oh Boy was net als Joystick een van de bands van William Souffreau uit de periode na Irish Coffee en voor de start van William als solo artiest. Hopelijk krijgen we meer informatie in het binnenkort te verschijnen boek Onion Rock, van Cynrik De Decker en Jan Van Liedekerke (**) dat handelt over de Aalsterse jeugdcultuur tussen 1968 en 1993.

Binnenkort duik ik af en toe in het RV archief.

(*) zoals ooit een oud-collega uit Kesken, het zo plastisch uitdrukte: ‘Was ons kat een koe geweest, we konden ze melken onder de stoof’
(**) https://www.flyingpencil.be/publicaties/72



De ‘Antwerp Affair’: deel 2

Forever Young Posted on 24 okt, 2018 17:50

Ook dit is weer een tijdsdocument, dat in de eerste plaats nooit werd geschreven om te worden gepubliceerd… maar bedoeld was om de herinnering levend te houden.

We reden, in de auto van Dirk, in een trok door van Gent naar Antwerpen tegen 120 km per uur. In Antwerpen, ergens een pintje gedronken, en de weg nog een paar keer gevraagd eer we aankwamen in het Sportpaleis in Merksem.

Voor het eerst in het Sportpaleis.
(C) Photo Paul Coerten

Amaai, dat was nog even wat anders dan de wei in Bilzen, van enkele maanden eerder. Enorm groot, en wat een massa volk. De plaatsen die we hadden, volgens ons ticket, leken noppes. We liepen even langs achter helemaal rond. Wat een podium. Achter op het podium stonden een achttal zwarte, op het eerste zicht, op kanonnen lijkende dingen. Spots kon je dat bezwaarlijk nog noemen. Bovenaan hing een enorme spiegel. De geluidsinstallatie (boxen) was vrij gelijkend met dien in Bilzen. We liepen naar het middenplein. Kracker had reeds opgetreden, maar daar hadden we weinig aan verloren. We zetten ons dan maar in het midden op de trap en wachtten op het optreden van Billy Preston. Het eerste wat( we hoorden was Day Tripper. Waar we zaten klonk de muziek enorm luid, en er vloog precies constant een zwaar vliegtuig over. Dat was nou de feedback van het Sportpaleis. Je kreeg het geluid alleen zuiver, wanneer je met je handen schelpen vormde achter je oren, zodat het geluid dat van achteraan terugkwam niet terugkom. Zo luisterden we even naar Preston, en we beseften dat we dat we een betere plaats zouden moeten zoeken, meer naar achter, dichter tegen de muur. En daar vonden we nog een paar goede plaatsen ook. Billy Preston speelde zijn gekende nummertjes en had er succes mee. Het was redelijk goed.

Maandag,15 oktobber 1973: The Rolling Stones in Antwerp.

En dan, op een gegeven ogenblik ging vooraan het licht uit, schoten twee grote fakkels aan, en ze waren er.Die grote zwarte kanonnen flitsten aan, en die gaven een aantal gekleurde lichtbaken, die afgebroken werden op de grote spiegel boven het podium. Die lichten konden door elkaar heen bewegen en elk afzonderlijk ook nog van kleur veranderen. ‘Hello, bonjour’, een gitaarstoot: Brown Sugar en ze waren vertrokken. Dat waren ze nu. Hoe is het mogelijk. We zagen ze in de verte, maar het geluid was nu wel goed. ‘Tumbling Dice, ‘Happy’, Het kwam er allemaal goed uit. Vlug na elkaar, met enkel een ‘Whow’ of zo er tussen. En dan na enkele nieuwe nummers: Starf…cker’, officieel ‘Star Star’, en het ganse Sportpaleis begon mee te klappen. Dat telde verdorie. Ze kwamen los. Angy klonk niet identiek met het nummer op de plaat, alhoewel het verre van mis was.(*). Daarna volgde de b-kant van single Honky Tonk Women: ‘You can’t always get what you want’ met een enorme saxsolo, (**) gevolgd door een nog mooiere gitaarsolo van Mick Taylor. Die jongen verbaasde mij wel. Ik had er nooit een zo goede gitarist in gezien. Jagger danste rond, evenals Richard, en voor de rest stond Wyman er stokkestijf bij, de bas kaarsrecht naar omhoog. De Trompettist en saxofonist stonden een beetje afzijdig, evenals aan de andere kant, een tabla drummer van bij Preston, en Preston zelf. De afgelopen week zat Charly Watts, in een filmpje, nog wat verveeld te drummen, maar die kerel viel nu erg mee. Top man. Ik had ze mij feitelijk ‘zwakker’ voorgesteld. Midden in de arena zat een gast met een koptelefoon op achter een enorm mengpaneel.

Plots begon er aan beide zijden van het podium een rookgordijn naar elkaar toe te rollen. Aan beide zijden wipten twee rode fakkels aan. De Stones speelden ‘Midnight Rambler’ Mick Jagger bewoog zich, wadend tot aan zijn knieën, in die damp die constant bleef hangen. Zelfs nog wat steeg, tot plots die fakkels begonnen te kolken. Het was alsof er een kokende stroom lava uitkwam. Midnight Rambler, dat was een performance. Na het lange immense nummer verdween de rook als bij overslag. (Van cold ice hadden wij uiteraard nog nooit gehoord). Ze starten met wat ouder materiaal, alhoewel ze niet verder teruggrepen dan ‘68. ‘Honky Tonk Women’. We zijn toen rechtgestaan, en drongen door tot helemaal vooraan, op een tiental meter van het podium, waar we rechtstonden op de banken. Zo zagen we die kerels van dichtbij, en dat was de moeite waard. Ze speelden hun nummers nu volledig, quasi aan elkaar gekoppeld. Hier voor het podium hadden we ook geen last van het feedback element, van eerder. ‘Jumpin’ Jack Flash’, Street Fighting Man’. Whaaw. Mick croste rond, sprong zelfs bij Billy Preston op schoot. Ook dat was geweldig, en vooral dat die blazers en de kant van Billy nergens overheersten. Het waren de Stones. Mick goot wat water uit een karaf over zijn hoofd, en de rest van de emmer gutste hij over het publiek. Het spektakel liep naar zijn einde. De muziek was nu instrumentaal geworden. Stonesmuziek, zoals je ze nooit op plaat hoort. Mick nam een pot met rozenblaadjes en besprenkelde daarmee het podium, alvorens nog een paar buigingen. Dat was ‘the devil’ die afscheid nam. Een devil waarvoor we enkel sympathie kunnen hebben. De laatste tonen. Het licht ging even uit, en de boys waren al verdwenen van het podium. Uit de speakers klonk 2001 (space) muziek. Een bis nummer was er niet. Het was voorbij. Een gebeurtenis in ons leven die we misschien nooit meer zullen meemaken. (Toch wel. Wij twee samen zagen ze opnieuw in 2015 in Werchter).

Samen met 19.000 anderen brachten we hulde aan de muziek van een decennium. De Rolling Stones, bouwstenen van een jeugdcultuur, waarvan ook wij nu deel uitmaken. De Stonesfabriek zal zijn tenten in Antwerpen opbreken en verder trekken. Het podium werd door tientallen roadies bestormd.

Aftermath: Dinsdag, 16 oktober 1973

In het naar huis bollen zagen we geen twintig meter ver vanwege de dichte mist. Toch zonder ongelukken thuisgebracht, ook al reden we aan de kerk van Oudegem plots te midden van de straat. Het was gelukkig toen al nacht.

De volgende dag, nog even door de lijst gefietst van al de spullen die de de Stones vroegen bij elk optreden. De flessen liebfräumilch voor Keith ben ik altijd blijven onthouden. De Stones hadden al een Ryder, nog voordat het woord werd uitgevonden.

Humo brak vorige week nogal op over het feit dat ze vandaag in Brussel zouden spelen voor het personeel van het ITT concern, maar dat is dan uiteindelijk toch niet doorgegaan. Morgen nog twee concerten in Brussel. Verder gaan ze hier ook nog optreden voor de Franse uitzendingen van Radio Luxembourg.

‘Goats Head Soup’ klinkt fantastisch.

De Rolling Stones Mark II ontstonden eind jaren 60, nadat ze ‘Brian Jones’ hadden ontslagen, en op zoek moesten naar een nieuwe gitarist. Dat duurde even maar ten slotte werd gekozen voor de nog jonge stergitarist Mick Taylor. Taylor had naam gemaakt via de band van ‘John Mayall’. Mayall’s band fungeerde vaker als voedingsbodem voor toekomstig talent. Denk maar aan leden van de ‘Free’ en ‘Fleetwood Mac’.

De Rolling Stones brachten in ‘71 in de nieuwe bezetting ‘Sticky Fingers’ uit, met de hitsingle ‘Brown Sugar’. In de lente van ‘71 kregen ze een bruine enveloppe van het Britse ministerie van Financiën, waardoor ze quasi op de rand van het faillissement werden gebracht. Er was maar een uitweg: vluchten uit Groot Brittanië, naar oorden waar de taxman hen met rust zou laten. Ze opteerden om minstens voor een jaar naar Zuid-Frankrijk te trekken. Al was het vooral Keith die zich vestigde in het zuiden. Mick zat in een Parijs appartement met zijn nagelnieuwe bruid, die het niet zo begrepen had op de rest van de Stones. Het Zuid-franse avontuur zal een jaar later via het dubbelalbum Exile on Main Street op de wereld worden losgelaten. In de jaren die volgden verschenen tal van verhalen over die periode uit hun leven, vaak aangedikt, en vooral nooit door hen tegengesproken. In het boek ‘Exile on main street: a Season in Hell with the Rolling Stones’ probeert auteur David Greenfield uit de verschillende daarvoor verschenen boeken min of meer een correcte weergave van de feiten te filteren. Het mag vooral duidelijk zijn, dat de plaat nogal wat opnames bevat die al dateerden uit de Sticky Fingers tijd, en nog heel wat materiaal uit de winterperiode van ‘71 toen ze naar de States waren verkast. In de ‘Villa Nellcôte’ die Keith Richards huurde werd er gepoogd om nummers te maken, maar sister heroïne zorgde er al te vaak voor dat er voornamelijk tijd verspeeld werd, en dat er weinig echte songs ontstonden. Taylor verveelde zich dan ook vaak. Overigens had hij geen enkele reden om in ‘Exile’ te gaan leven want hij had op dat ogenblik amper geld verdient. Overigens later ook al niet veel, aangezien hij zijn naam niet vermeldt zag op de Stones platen. Al bij al heeft hij het uitgezongen tot in de herfst van ‘74, en haakte hij eigenlijk al af na hun Europese toernee in ‘73, naar verluidt omdat hij ‘wou blijven leven’….. Het harde Stones bestaan was niet aan hem besteed. En toegegeven een echte tandem met Keith heeft hij nooit gevormd. Hij was niet uit het zelfde hout gesneden als zijn opvolger ‘Face for ever’ en toch Stone geworden: ‘Ron Wood’.In ‘73 verschijnt ‘Goats Head Soup’. De plaat waaruit de nieuwe nummers kwamen die tijdens de Europese toernee werden gebracht. Uit Exile kregen we enkel Keith’s Happy. Niet direct een van zijn sterkste songs.

Dat de jongere generatie vaak Exile on Main Street als de topplaat van de Stones naar voren schuift, is al even onbegrijpbaar als het ophemelen van ‘Neil Young’s On the Beach’. Enkel te verklaren, door het feit dat ze te jong zijn, om pakweg ‘Aftermath’ te kunnen kennen.

‘Goats Head Soup’ werd opgenomen in Jamaica, en bevatte volwassener, en melodieuzer songs. Met het op single uitgebrachte ‘Angie’ scoorden ze opnieuw hoog in de toenmalige hitlijsten. Te danken aan het wondermooie pianospel van ‘Nicky Hopkins’. Ons klonk het nummer in die tijd vooral melig in de oren. Maar de Stones zouden de Stones niet geweest zijn, en dus werd ook op deze plaat tegen deuren geschopt. Een van de nummers op de plaat kreeg de titel ‘Star Star’ mee. Een knieval voor de goegemeente, want het nummer had eigenlijk ‘Starfucker’ moeten heten. Iets wat deed terugdenken aan de tijd van ‘Let’s Spend the Night Together’, toen Mick bij een TV optreden gevraagd werd, om ‘Let’s Spend Some TIME Together’ te zingen. Hij murmelde toen enigszins de tekst om zijn smoel te redden.

In de jaren zestig werd vrank en vrij over de duivel gezongen in ‘Sympathy for the Devil’. Op ‘Goats Head Soup’ werd hebt plots ‘Dancing with Mr D’. Het was overigens dat nummer dat tijdens de toernee op hun setlist stond in plaats van Sympathy. Niet enkel Mick Taylor was in het begin van de seventies nieuwkomer bij de Stones. Ook, in navolging van de Beatles, allieerden ze zich met ‘Billy Preston’, die mee op toernee mocht als begeleider, en die zelfs in het voorprogramma mocht spelen met geleende Stone Mick Taylor aan zijn zijde. Blazers ‘Jim Price’ en ‘Bobby Keys’ voegden een nieuwe dimensie toe aan het Stonesgeluid. Toch maakten zij nooit echt deel uit van de grootste rock and roll band in de wereld. Jagger tolereerde hen enkel op de loonlijst. Opvolger van ‘Bill Wyman’, ‘Daryl Jones’, nu al jaren vaste bassist van de Stones, werd ook nooit aanvaard als een nieuwe Stone. Maar waren de Stones al niet van bij het begin ziek in dat bedje, toen ze hun pianist ‘Stu’ (‘Ian Stewart’) naar het achterplan maneuvreerden? Gelukkig werd de man ooit bewierookt in een welverdiende ode die ‘Led Zeppelin’ aan hem bracht via de song ‘Boogie with Stu’.

De Exile plaat wordt steevast door Keith geroemd, terwijl Jagger er veel sceptischer tegenover staat. Jagger wou ‘breder’ gaan, weg van de rechttoe rechtaan rock and roll, daar waar Keith veel liever oude paden bewandelde. Rekening gehouden met zijn toenmalige verslaving, was dat waarschijnlijk ook het enige waartoe hij nog in staat was. Songs als ‘Happy’ zijn daar een mooi voorbeeld van.

Toen de songs voor Exile klaar waren en er zich een nieuwe toernee aandiende werd Richards eerst en vooral naar Zwitserland gebracht, waar hij in een privékliniek ‘droog’ werd gezet.

Er waren daarnaast nog een aantal problemen met ‘Allen Klein’ hun zakenpartner waar ze zich van losgewerkt hadden. Die claimde nl royalties voor een aantal songs uit Exile. Mogelijks ook een van de redenen waarom ze die nooit live brachten.

Al bij al is binnen het Stones canon Exile on Main Street zeker niet de topplaat waarvoor ze al te vaak wordt versleten. Ook niet hun bestverkopende. ‘Some Girls’ uit ‘78 verkocht beter en was voor velen een verademing, en het bewijs dat de Stones eindelijk mee waren met hun tijd, en nog steeds hits konden produceren, alsof we ons nog in 65 of 66 bevonden.
————————————————————————————-

(*) en na 45 jaar weet ik nu precies waarom….. Nicky Hopkins (piano) was er namelijk niet bij tijdens de ‘73 toernee.

(**) De Bobby Keys Affair.

Jim Price en Bobby Keys waren de vaste blazers bij de Stones in het begin van de jaren zeventig. Logisch dat iedereen er van uitging dat wij Bobby Keys op sax bezig hoorden. Nu vijfenveertig jaar, en enkele verslonden boeken, later is die niet helemaal zeker. Zowel Richards als Keys stoeiden in die dagen met sister heroïne. Tijdens die toernee blijkt zich een zwaar incident te hebben voorgedaan waardoor Mick Jagger overging tot het ontslag van Bobby Keys. Keith Richards verklaart in zijn biografie Life, dat het hem tien jaar heeft gekost om Keys terug in de Stones te krijgen.

Foto www.today.com

Wat was er gebeurd?
Richards gaat even voor de Stones het podium op moeten op zoek naar de ontbrekende Keys. Hij treft hem in zijn hotelkamer, waar Keys, samen met een frans hoertje een Dom Perignon champagne bad neemt, en hij tegen Keith duidelijk maakt dat hij niet van zin is om zich podiumwaarts te spoeden. Waarop hij dus niet enkel zijn C4 krijgt van Jagger, maar ook nog een gepeperde rekening die naar het schijnt zelfs zijn gage voor de gehele toer overtrof. Overal op het internet staat bij dit incident vermeldt dat dit volgens de biografie van Bobby Keys, de betrokkene zelve, plaatsgreep voor ze vertrokken naar Frankfurt. Dit zou dus plaatsgegrepen, volle twee weken, voor het Stones circus Antwerpen aandeed. Wie speelde dan wel sax? Die naam is bekend, nl. Trevor Lawrence, en wordt o.a. vermeld op de hoes van het pas in 2011 uitgebrachte Brussels Affair. Dit lijkt duidelijk, ware het niet dat ook Keith Richards dit feit vermeldt in zijn biografie ‘Life’, waar hij het echter situeert in een Brusselse hotelkamer voor het voorlaatste optreden van de toer. Letterlijk schrijft Keith en we citeren uit een artikel in Ultimate Classic Rock (***): “Bobby went down in a tub of Dom Perignon. Bobby Keys, so the story goes, is the only man who knows how many bottles of it it takes to fill a bath, because that’s what he was floating in. This was just before the second-to-last gig on the ’73 European tour, in Belgium. No sign of Bobby at the band assembly that day, and finally I was asked if I knew where my buddy was — there had been no reply from his hotel room. So I went to his room and said, Bob, we gotta go, we gotta go right now. He’s got a cigar, bathtub full of champagne and this French chick in with him. And he said, f— off. So be it. Great image and everything like that, but you might regret it, Bob. The accountant informed Bobby afterward that he had earned no money at all on that tour as a result of that bathtub; in fact he owed. And it took me ten goddamn years or more to get him back in the band, because Mick [Jagger] was implacable, and rightly so. And Mick can be merciless in that way. I couldn’t answer for Bobby. All I could do was help him get clean, and I did.

En dat zou betekenen dat Bobby Keys op twee optredens na wel de gehele toernee meespeelde. Keys verklaarde overigens jaren later in een interview dat die tijd nogal verward was voor hem, en dat hij zich eigenlijk dat champagnebad niet herinnerde. Hij herinnerde zich wel de gepeperde rekening.(***) Brussel (****) is al bij al ook aannemelijker, dan Frankfurt, omdat er een frans hoertje bij was betrokken. Tenzij natuurlijk de Stones gedurende die toer niet in elke stad op hotel zaten, maar bijv. vanuit het centraal gelegen Brussel verschillende steden zouden hebben aangedaan….

Aan Keys kunnen we het niet meer vragen, want die overleed al op zeventigjarige leeftijd. Dan maar gevraagd aan een toenmalig journalist van eigen bodem, die het avondconcert in Brussel bijwoonde. Die ging er van uit dat Keys de gehele toernee meespeelde. Niet dus.

(***) http://ultimateclassicrock.com/bobby-keys-champagne-bath/

(***) In UltimateClassirock: “Keys later disputed this story in his own autobiography, ‘Every Night’s a Saturday Night,’ insisting that while the financial aspect of Richards’ recollection might be accurate, his champagne bath wasn’t specifically what led to his departure during the 1973 tour. Then again, as he admitted in a recent interview, his memories are a little hazy; asked if the tub legend is true, he chuckled, “That’s what they tell me. It was reflected in my paycheck, so I guess it’s true.”

(****) Brussel.

Dat er in ons land in Brussel twee concerten op een dag plaatsgrepen had zo zijn redenen. Na het namiddagconcert was vooral het avondconcert bedoeld voor de Franse fans. Na hun passage in Exile het klaar ervoor, had het Franse gerecht nog een appeltje te schillen met Keith Richards. Had hij zich op franse bodem vertoont, men had hem meer dan waarschijnlijk onmiddellijk de doos in gedraaid.

Voetnoot1: Exit Mick Taylor.

Na de twee Brusselse concerten, die gelukkig schitterend werden vastgelegd op tape, werkten ze nog een concert af in Berlijn. Na dat concert bleef Mick Taylor nog een klein jaar bij de Stones en droeg zijn steentje bij aan de ‘It’s Only Rock and Roll’ plaat. Toch gaf hij eind ‘74 zijn ontslag, o.a. wegens nooit gekregen erkenning van zijn bijdragen aan de Stones. Boekhouder Jagger vertikte het de naam van Taylor toe te voegen aan nummers die zonder de inbreng van Taylor zelfs niet zouden bestaan hebben. Nee het bleven Jagger-Richards composities.

En dat net nadat ik Mick Taylor door dat concert pas echt had leren waarderen.

Mijn eerstvolgende Stonesconcert maakte ik mee in ‘Vorst Nationaal’ in 1976. Dit was na de ‘Black & Blue’ LP, die ik al wat ondermaats vond, en met ‘gloednieuwe’ gitarist ‘Ron Wood’, die ik maar matig kon appreciëren. Dat concert kon helemaal niet tippen aan ‘the Antwerp Affair’ van drie jaar eerder.

Ik kom nog wel eens gasten tegen, die van de ene verbazing in de andere vallen wanneer ik vertel, dat ik de Stones met Mick Taylor heb gezien….. voor mij blijft het in elk geval een ongelofelijke dag, maar het zal altijd blijven knagen dat ik nooit de ‘echte’ Rolling Stones met Brian heb gezien. Een troost…. ook de Beatles staan in dat lijstje.

Voetnoot2: Een opname van het concert in Antwerpen.

Vandaag beluister ik voor het eerst de op Youtube te vinden opname van het Antwerpse concert. Het betreft een zogenaamde ‘audience’ tape. Een opname gemaakt vanuit het publiek. De kwaliteit is er naar, maar voor wie er bij was is dat ondergeschikt. Het is de documentaire waarde die telt. De herkenning van wat zich vijfenveertig jaar geleden afspeelde. Het vaststellen, dat de toen nog jonge Stones, in sommige persartikelen al versleten voor oudjes in hun bovenste beste doen waren. Kiekenbisj, koude rillingen, en vooral muziek, muziek en muziek. It’s only rock and roll.

Ik begrijp nu nog meer, waarom het concert in 1976 in Vorst een fiasco was, met de toen nieuwe gitarist, Ron Wood, en lauwe songs uit Black and Blue. De toernee die ze in 1973 doorheen Europa maakten, was een van hun beste. En de Brussels Affair opname mag gerust hun beste live plaat worden genoemd.

En wanneer we even in mijn persoonlijke top vijf van live concerten duiken…. laat het ons op zeer hoog houden.



De ‘Antwerp Affair’: deel 1

Forever Young Posted on 17 okt, 2018 12:45

Dit had net zo goed kunnen heten: uit een dagboek geschreven in 1973, herfst 45 jaar geleden.

We laten ‘68 even voor wat het was en springen voor heel even vijf jaar verder, of dichter als u wil, in de geschiedenis.
Terugblikken naar een tijd, waarin een smartphone, nog met een omvlochten katoenen draad vastgekluisterd zat aan de muur, en doodgewoon telefoon werd genoemd. Meestal een zwart bakelieten toestel, met dito hoorn. Gelukkig bestond er in die dagen toch al een ‘mobiele’ variant, het zogenaamde ‘telefoonkotteke’, dat je her en der in steden vond, en waarin je voor vijf frank drie minuutjes kon praten. Niemand kon vermoeden dat er ooit iets als een GPS zou worden uitgevonden. Neen wij bedienden ons van een groot vel papier waarop iemand straten en dorpen had getekend, precies zoals Mercator ons dat dik vierhonderd jaar eerder had geleerd. Een ‘landkaart’ heette dat. En ja een auto had in die dagen vier wielen, maar dat wist u al….

Kortom ‘tools’ die ons de komende dagen en uren zouden van pas komen. Het was een tijd waarin ik leerde, dat er voor elk probleem een oplossing bestaat, als je maar even nadenkt, en vooral nooit panikeert….

Thuis hadden we in die dagen geen auto, en ook geen telefoon. Handige spullen om te communiceren en om je te verplaatsen, zoals nog zal blijken.

Neem nu het feit dat ik de band Kracker nooit heb zien spelen. Daar bestaat een heel goede reden voor. Ooit bezochten zij ons land, en ik had er zelfs een kaartje voor. Of ik er iets aan heb verloren weet ik op dit ogenblik nog steeds niet, maar ik heb een stil vermoeden dat de band daar nooit heeft van wakker gelegen. Kracker is al lang vergeten, of toch niet helemaal, want ik vind er het volgende over terug op Wikipedia.

Kracker was volgens Wikipedia een Amerikaanse band die bestond van 1972 tot 1976. Zij waren via Jimmy Miller in contact geraakt met Jagger en Richards die hen, bij het uitkomen van hun tweede LP, wereldwijd (met uitzondering van Amerika) signeerden voor hun nieuwe label. Zij waren de eerste band op het fameuze Rolling Stones label.

We duiken in het verleden naar het najaar van 1973, nu alweer vijfenveertig jaar geleden. Enkele gebeurtenissen in de aanloop naar half oktober van dat jaar.

Zeventien oktober is de geschiedenis ingegaan onder de naam: ‘Brussels Affair’. Een titel die verwijst naar een legendarisch ‘Rolling Stones’ optreden dat pas in 2011 op CD verscheen, en tegenwoordig al helemaal niet meer te verkrijgen is. Niemand besefte op dat ogenblik in 1973 dat de Stones, in die bezetting, met de meer dan uitstekende bluesgitarist Mick Taylor, aan hun voorlaatste concert waren begonnen.

Zelf beleefden wij twee dagen ervoor onze ‘Antwerp Affair’. Een impressie….

Voor wat nu heet: de grootste rockband uit de geschiedenis, kon je tot een maand voor het concert kaartjes kopen…. in een muziekwinkel. Je kan je afvragen of het Internet echt wel gelijk staat met vooruitgang.

Zaterdag 15 september 1973

Uitgaan. Met Herman wat gediscuteerd, over uur van vertrek. Er zou ons een gast van Sint Lievens Houtem oppikken. We zouden dan doorbollen naar Sint-Lievens-Esse, maar… die knul kwam er niet door en wij zijn ten slotte maar naar de Leeuwerik gegaan. Er kwam daar een popgroep. Ik wist niet goed wat ik er moest van denken, en feitelijk kon het mij, geloof ik, ook geen barst schelen. Er was niet al te veel volk, maar toch. Er speelde een groepje jonge gastjes, niet te progressief, maar toch nogal heavy. Lange langzaam zwaar drijvende nummers. De sfeer in de Leeuwerik vond ik wel goed. Er stond zo’n progressieveling te springen. Ze had een zwart pulletje aan, en een jeans die haar blote buik liet zien.

Zondag, 16 september 1973

Vandaag Nieuwerkerken kermis. Vanavond hadden we toch maar besloten van tot acht uur te wachten, en zie die kadee kwam er nu wel door. We zijn dus toch met hem samen naar Nieuwerkerken gebold, waar veel volk was. In ‘t Antieksken (de vroegere Las Vegas), met nieuwe inrichting, nu iets klaarder was het veel te warm. Vandaar naar de Buxy en zoals gewoonlijk nadien naar d’Hoeve. Daar was het nog het beste van allemaal. We zaten er van een pintje te genieten, en het optreden van de Stones kwam ter sprake. We voelden er allemaal wel voor. De anderen gaan morgen zien of er nog kaarten zijn. Ik zag Martine daarna achter in de zaal, en daar ging ik een babbeltje mee slaan. Erwin, een collega van het werk stond er ook met een pintje. Ik gaf nadien zelf nog iets, ook voor Marie-Paul. Eddy Corthals gezien,en dat was lang geleden. Martine was er weer in, en zij gooide weer met papiertjes. (Hier komen we later nog op terug).

Maandag, 17 september 1973

Vanavond kwam Herman. Ze hadden kaarten gekocht voor 15 oktober: 230 ballen. Dankzij die gast van Houtem, want wij zouden daar vermoedelijk nooit echt werk van hebben gemaakt. We spreken later nog wel verder af.

Zondag, 23 september 1973

Kermis Lede. Van den Os naar de Lelie, en naar ‘t Brouwershuis. Daar draaide Jo Blo plaatjes: the Master Blaster.

Zaterdag, 6 oktober 1973

In Aalst in de Madelon kwam de Radio Noordzee Mobiele discotheek. Nadien nog binnengewipt bij Van der Elst, waar DJ Wando terug draaide.

Zondag, 7 oktober 1973

Gisterenmiddag kwam er daar ene zeggen dat er in de garage van Landsheer een autootje stond. Ik ben even gaan zien. Een okerkleurige Fiat 128 voor 40.000 ballen. Frans DB was er niet, en dus besloot ik om er nog even over na te denken, en morgenavond nog eens binnen te stappen.

‘t Was al door halfnegen toen ik naar Mere (kermis) bolde. ‘Clarck Richard’ was er net enkele rock and roll nummers aan het doorjagen. In de ‘Mascotte’ nog even geweest, en na halfnegen bolde ik naar ‘Dido’. Daar was redelijk veel volk.

Maandag, 8 oktober 1973

Vanavond dan binnengestapt bij Landsheer en dat bakje eens goed bekeken. Ziet er tof uit, en Frans DB kan ik wel vertrouwen, al was het maar omdat hij nog familie is. Beslist. Belastingen inbegrepen wordt het 47.000 frank. Frans ging morgen contact opnemen om eens te kijken voor een verzekering.

Dinsdag, 9 oktober 1973

Verzekering afgesloten bij een zekere Bosman. Die tiep zou alles opsturen en mogelijks zou ik tegen zaterdag al een plak kunnen hebben, maar de auto zelf zou ik pas volgende week hebben volgens de garage. (En dat zal een cruciaal gegeven blijken in deze verdere kleine geschiedenis).

Woensdag, 10 oktober 1973

Welk effect gaat dit geven? Opnieuw in een auto kruipen. (Ik had sinds mijn rijopleiding in juli geen auto meer bestuurd.)

Zondag, 14 oktober 1973
Waar we toen naar luisterden.

21 Status Quo – Caroline

19 Manfred Mann – Joybringer

18 Dave Edmunds – Born to be with you

15 Bryan Ferry – A hard rain’s gonna fall

14 First Choice – Smarty Pants

12 The Rolling Stones – Angy

9 Pink Floyd – Money

8 Adriano Celentano – Prisencolinentia

7 Dr John The Nighttripper – Right Time Wrong place

6 The Sweet – Ballroom Blitz

5 The Troggs – Feels like a woman

4 Golden Earring – Radar Love

3 Hudson Ford – Pickin’ up the pieces

2 Medicine Head – Rising Sun

1 Wizzard – Angel Fingers

Vanmiddag vlug op pad, want er viel te bestellen, tijdens de Radio Atlantis (*) Drive-in show. Mike West en Joop Verhoof deden het niet slecht. Redelijk veel volk, maar er werd niet genoeg gedronken. Herman morde ook al. Nog even tot in het Wanzeels Moleken gebold, en nadien naar huis, met een tot morgen, want dat zou de ‘big day’ worden.

Foto’s: Joop Verhoof, onderaan(+) en Mike West. Later bij Mi-Amigo

The Antwerp Affair, The Rolling Stones in België: deel 1.

Maandag, 15 oktober 1973.

Om drie uur gestopt op het werk, en even na vier uur thuis aangekomen, en verdorie, even later kwam de moeder van Herman er aan om te melden dat die knul van Houtem had getelefoneerd met de boodschap dat zijn nonkel was overleden, en hij dus niet naar het concert zou gaan. Stom, stom en wat nog meer? Herman zal in Gent staan wachten, en van niets weten. Nu ja, tot daar aan toe, het is voorbij. Een kans die nooit meer terugkomt.

Op gemak wat gegeten, en dan bedacht ik dat Dirk op maandag een uur vroeger thuiskomt vanwege zijn avondles. Ik wachtte hem op, en vertelde hem het voorval, opperde dat hij die kaart eigenlijk zou kunnen overnemen van die kadee van Houtem. Maar gek genoeg, kende ik in feite die tiep van Houtem niet eens. Dirk was toch tot op zeker hoogte geïnteresseerd. ‘We zullen zien’, zei die, ‘tracht eerst aan Herman zijn telefoonnummer te geraken’.

Ik op weg naar de moeder van Herman die mij vertelde, dat zij geen rechtstreeks nummer had. Enkel een telefoonnummer van de vrouw die het studentenhome waar Herman verblijft verhuurt. Ook had zij een nummer van Focquet, de gast met de overleden nonkel, en de kaart op overschot.

Op naar Dirk en van daaruit naar Gent getelefoneerd. Die vrouw herinnerde zich gelukkig wel wie Herman was, en ze beloofde om even tot op zijn kot te gaan zien. We hadden haar het nummer van Dirk gegeven waar Herman ons zou kunnen bereiken. Hopelijk was Herman niet direct van school naar het Zuid gegaan, zoals we hadden afgesproken, want dan zou die vrouw hem nooit aantreffen.

We lieten vervolgens het nummer van de ‘Lelie’ achter bij Dirk thuis en vertrokken naar de zaal, waar de discobar van gisteren nog stond van de Radio Atlantis dag.

Het was intussen zeven uur geworden, en het begon er sterk naar uit te zien, dat alles toch nog in het water zou vallen. Ook de discobar van Atlantis stond nog. Dirk begon boven, zijn spullen uit elkaar te halen. Plots was er beneden telefoon voor Dirk. Whaaw, snel naar beneden, waar Dirk de ‘onderhandelingen’ startte met Herman. Ik zat er aan de toog nog wat te babbelen met Marina, de cafédochter, die ook wel wou meegaan. Dirk stelde voor dat Herman naar ons zou toekomen, naar het station in Lede, om dan van daaruit gezamenlijk bij Focquet te bollen in Houtem om dat ticket.

Einde gesprek. Herman zou ons na 10 minuutjes terugbellen. We probeerden Focquet in Houtem te bellen. Bezet. Een minuutje later nog bezet. Een halve minuut later belde het dan toch, maar niemand nam de hoorn op. Verdomme, nog meer tegenslag. Wat nu gezongen? Herman belde terug. Ook hij had geprobeerd, en geraakte er eveneens niet binnen.

Bon, wij togen terug naar boven, en braken verder de installatie af. Nog een laatste poging. Geen gehoor. Finito.

Als de nood….

We stonden nog even te praten, en dan was er plots terug telefoon. Het was Herman die eieren voor zijn geld koos, en zijn ticket voor een woekerprijs aan Dirk wou verkopen. Hij belde vanuit een openbare cel, en had dus niet veel tijd. Zij debatteerden over 10 frank of zo, tot de drie minuten van Herman in de telefooncel op waren, en de lijn werd verbroken.

‘Hoe komen we snelst in Gent?’ vroeg Dirk. We waren direct op weg. Nog een geluk dat we aan Herman nog snel hadden kunnen zeggen dat hij naar ‘t Vosken aan Sint Baafs bij de KVS moest komen. Een plaats die ik kende vanwege een bezoek met de school aan de KVS voor het toneelstuk ‘Vrijdag’ van ‘Hugo Claus’.

We hadden geluk: hij stond er. Snel de kaart overhandigd, en Herman droop af, vloekend, onze Houtemmenaar verwensend, die er in de eerste plaats had voor gezorgd dat we besloten om naar de Rolling Stones te gaan. Ik wist niet goed of ik mij op dat ogenblik nu goed of slecht moest voelen, omdat Herman uiteindelijk niet meekon….

Op naar de oprit van de E3, met 57 km voor de boeg. Het was al enkele minuutjes na acht uur….

Kracker stapt het podium op, en wij zijn er (nog) niet….. en nu weet u waarom.

Vervolgt in: The Antwerp Affair, The Rolling Stones in België: deel 2.


Voetnoot:
(*) Radio Atlantis was een kort leven beschoren. Adriaan Van Landschoot huurde voor 3 maand het schip Mi-Amigo van Caroline. Helaas bleek ”iemand” na die drie maand meer te willen betalen voor de huur van het schip. Een wafelbakker uit de streek van Halle.



Uit een dagboek geschreven in 1968: Grote vakantie, augustus.

Forever Young Posted on 25 sep, 2018 19:36

De laatste jeugdvakantie.

De zomer was niet te vergelijken met de Summer of Love van een jaar eerder. Daarvoor kregen we net, een ietsjepietsje, te weinig warme dagen. Samenkomen aan de Puitenvijver, bij Dizjeken, of gewoon aan de Hoek op de Kleine Steenweg zat er nog steeds in. De ‘af en aan’ verhalen met de wapperende rokjes bleven zich in het begin van augustus herhalen. Maar daar kwam halfweg de maand verandering in. Niet van die aard, dat wij het op dat eigenste ogenblik beseften.

We waren net gestart met ons ‘uitgaansleven’. We liepen enkele kermissen af, en richtten ons voor de rest van het jaar op de pas geopende dancing Sun Valley (*), op Steenberg, in de toenmalige gemeente Bambrugge. Een plaats die door jongeren uit de omliggende gemeenten al gefrequenteerd werd in de tijd dat onze ouders zelf nog aan hun uitgaansleven moesten beginnen. Het was een site waar je als jongere kon leren zwemmen, stiekem je eerste pinten drinken, en om het hoekje gluren en genieten van prille koppeltjes die hopelijk de weg toonden naar hoe je ‘een en ander’ moest aanpakken.

Dat eerste weekend van augustus, was voor ons legendarisch, omdat het zowat de allereerste keer was dat we echt op stap gingen. Ons uitgaansleven was begonnen. R. had nog wat moeite om thuis toestemming te krijgen om mee te bollen naar Erondegem kermis. Zijn gezaag zal wel geholpen hebben vermoed ik, want hij mocht uiteindelijk wel mee, al kreeg hij een ‘thuiskom uur’ mee. We begaven ons naar zaal Claudia, waar we aangekomen al onmiddellijk de klanken van Baby Come Back tot buiten hoorden weerklinken in de zwoele zomeravond. Cras Tiki speelde er. De zanger bleek de leraar wiskunde van W. te zijn. Wist ik toen veel, dat die band eigenlijk een vernieuwde versie was van de Sonny Boys uit Mere. Het allereerste balorkest, dat ik ooit zag spelen. Ik moet toen ongeveer een jaar of elf geweest zijn na doe proclamatie in het zesde studiejaar. In de Claudia (de Klok van vroeger), zetten wij onze eerste stappen op de dansvloer, dankzij een kusjesdans. De week er op reden we, via het jeugdheem, waar het maar stil was, naar Sun Valley. Een echte dancing, waar je binnen mocht, vanaf zestien mits aanschaf van een lidkaart.

Dit was nog de tijd waarin de juke-box prominent aanwezig was, en je zelf kon bepalen welke muziek je wilde horen, wanneer je tenminste vijf frank liet schuiven.

Nog dezelfde maand ontdekten we, dat zelfs in onze buurt een super juke-box te vinden was, waar platen instaken van Shorty Long (Here comes the Judge) en Sly and the family Stone (Dance to the Music). Die 21ste augustus nam W. ons mee naar een nieuwe café/dancing, Ter Vaerent, vlak bij de Ronde Vijver. In de loop van de week trokken we er opnieuw heen samen met de meisjes. Amper een paar jaar later zullen wij daar opnieuw samenkomen om er het prille huwelijksgeluk te vieren van R. en A. die daar voor het eerst in elkaars armen vielen. Maar laat ik vooral niet te ver vooruitlopen op het grillige pad dat doorheen onze jeugd liep. Helaas overleed de patron vrij snel, en werd de zaak verder gerund door de dochter en haar aanstaande. Een dancing is het nooit geworden, wel een feestzaal. Ik heb er jaren later, zelfs nog een blauwe zaterdag gespeeld, met de discobar, voor de leden van Vlierzele Sportief.

Sweet little sixteen, of was het vijftien of veertien?

De meesten van ons waren in augustus 68, net zestien geworden. Enkelen hadden nog maar net de kaap van vijftien gerond. Kortom we situeerden ons met zijn allen tussen de dertien en de twintig. Een wereld van verschil wanneer je tussen tien en twintig jaar oud bent. Wij die zoals reeds gezegd onze eerste stappen richting kermissen en dancings zetten situeerden zich tussen vijftien en zeventien. De meisjes uit de buurt, die nog maar goed veertien waren, hadden het te stellen, met schoolfeesten, theatervoorstellingen, een of andere zanger(es) die een of ander katholiek zaaltje aandeed, of een avondje uit met de ouders, naar bijvoorbeeld de Heemfeesten.

Als er zich al ‘wereldschokkende’ gebeurtenissen hebben afgespeeld die augustusvakantie, dan ws het tussen 15 en 23 augustus. Dat er in de wereld rondom ons, allerlei heftige zaken plaatsgrepen, daar lagen we minder van wakker. (De Russen die met hun tanks Tsjecho-Slovakije binnenrijden bijv.)

Alles concentreerde zich rond de Heemfeesten die elk jaar doorgingen op de terreinen van het jeugdheem, toen nog Berg en Dal, en de KSA. Drie dagen feesten in een tent, op de muziek van Marva, the Blue Diamonds, met hun overbekende Ramona, of Anneke Soetaert. Ik heb overigens nog altijd, God weet waar, de handtekeningen liggen van deze Nederlandse Indoband.

Het waren ons eerste Heemfeesten waar we heen trokken. De verwachtingen waren dan ook hoog gespannen, en het gaf bovendien de gelegenheid om ons ongestoord op een dansvloer te wagen. R. had plots zijn zinnen gezet op A. die het weer eens had uitgemaakt met V. Wat niemand van ons verwachtte, was dat aan het einde van de week, na een bezoek aan Ter Vaerent, dit nog lukte ook. In de dagen tussen 15 augustus, de eerste heemfeestdag, en de zondag, waarop de feesten werden gesloten probeerden we nog het duo L. en Lut. te versieren in de Brekkenaar, een baantje dat parallel liep met de Puitenvijver, en waar vooral meikeverhagen ons aan het zicht onttrokken. L. en Lut. wandelden wat doelloos langs de Kleine Steenweg. We spraken af in de Brekkenaer. “Gij pakt L. he,” zei R. nog. Wij langs de Bossestraat, en zei via de Kleine Steenweg. Tot rond vier uur hebben we er staan babbelen, eer we ‘probeerden’. “Ge moet u zo niet haasten”, zei ik tegen haar, en lei men arm om haar heen, maar ik kreeg een ‘nee’ te verwerken. “Nee, want ik ga nu met P., en mocht hij dat te weten komen. Anders direct hoor”. “En daarbij, het heeft al eens af geweest”. Ik hield haar staande. “Nee laat mij gaan”. Eigenlijk was ik, achteraf bekeken, vooral blij en opgelucht, dat ze toen niet wou….

We sloten de Heemfeesten af samen op de dansvloer, waar A. met ons lachte omdat we toch zo onhandig dansten. Het was D. die toen als eerste met Lut. danste. Na elf uur stonden wij, P., R., ik en A. met ons vieren bij elkaar op de dansvloer te babbelen. L. was al naar huis. Los dansen (djerk) en praten. Discussiëren over het feit of het haar van A. nu blond dan wel donkerblond was. Over voorliefdes voor Italiaanse jongens. Aan het einde, als was het een troostprijs, danste ze toch met R., nadat ze hem eerst naar het hoofd slingerde, dat hij maar bij Lut. moest gaan.

Grappig eigenlijk, maar de eerste keer dat we met ons ‘dagelijks vakantiegroepje’ samen op een dansvloer stonden, en ons amuseerden, was in feite meteen ook de laatste keer. Enkele dagen later al sloeg Cupido toe, en speelde hij zijn vermaledijde spel, met twee van de actoren van die avond. Daar werd een deel van onze jeugd vertrappeld, zonder dat we dit zelfs ook maar enigszins doorhadden.

Achteraf bekeken, begrijp ik nog altijd niet waarom de jeugd in die dagen zo bezeten was om zich, zo jong nog, toch al te willen binden. Zat het in de genen, en was het een nawee van twee oorlogen? Ik herinner mij nog goed dat wie in die dagen na zijn vijfentwintigste nog ‘los’ liep, over de tongen ging. Een buurmeisje verkeerde met een ‘jongeman’ van 29 jaar. De buren waren er van overtuigd, dat hij haar aan het lijntje hield.

Studieplanning had daar zeker met te maken. Ook al zaten de meesten van ons in humaniora of en technische A2, niemand in de buurt maakte op zijn vijftien plannen om vier jaar of langer universiteit te gaan volgen. Op een uitzondering na zijn een aantal in A1 richtingen beland. En die ene was voorbestemd door zijn vader en ‘heer oom’, pastoor, om in die kerkelijke voetstappen te treden, wat overigens niet is gebeurd.

Achteromkijken is uiteraard steeds gemakkelijk, en nog veel eenvoudiger wordt het om nu te besluiten, hoe het anders had gekund. Om maar te zeggen: ‘was ons kat een koe geweest, we hadden haar kunnen melken onder de Leuvense stoof’. Ik bedoel maar….

Een zomerse avond ergens begin september in 2018. De setting: een heerlijke pub in Chester, waar een bende jongelui van om en bij de achttien samen ‘dineren’, converseren en lol maken. Wij zijn daar nooit aan toe gekomen. De tijden waren anders. We kregen ‘raad’ van Dizjeken, over hoe we de ‘meiskes’ moesten aanpakken. Dizjeken die in 1920 even oud was als wij waren in 1968. Dizjeken die de eerste 5 jaar van zijn leven nog onder Leopold II leefde. Ziedaar honderd jaar in een notendop. Het leek er op of de toenmalige jeugd probeerde om zo snel als mogelijk het evenbeeld te worden van hun ouders….

Misschien ligt er toch een verklaring bij wie we waren, waar we vandaan kwamen, en hoe onze ouders toch een stichtend voorbeeld zijn geweest. In de buurt van de Letsjestiejeweg en de Kleine Stiejeweg, waar wij opgroeiden, waren vijfentwintig tot dertig jaar eerder heel wat van die ouders ook al aan het opgroeien tot tieners. In een aantal gevallen bleven broers en zussen nadat ze trouwden zelfs naast elkaar wonen, op een stuk patattenland dat ze kregen van hun ouders.

De oudste bewoners die ik mij nog levendig kan voorstellen, waren Pieje, die vermoedelijk De Winne heette, Dizjeken, de oude man, waar ik mij even de naam niet meer herinner, uit het ijzeren hekken wat verderop, die bij Fientje om een doos ‘suikertiejenen’ kwam. Suiker Tienen, want was er eigenlijk andere suiker te verkrijgen? Bij Irma & Meng, ben ik nog mee om melk geweest, in hun oude huisje, dat nadien nog als stal heeft gediend. Wanneer, om zeven uur ’s avonds, de koeien gemolken waren, trok je naar Irma voor een nog warme kan melk. In de winkel drie huizen verderop werd bloem en suiker verkocht, om er de avondpap mee te bereiden. Nog in de jaren vijftig bouwde hun zoon Leon een nieuw huis naast het oude, en trokken ze daar mee in. Het was de tijd dat de hele buurt zijn melk kwam halen, toevallig net voor ‘Schipper naast Mathilde’ begon, en Irma over te weinig stoelen beschikte. Wat dan aanleiding gaf, bij de buren, tot het meebrengen van de eigen stoel.

Op de Kleine Steenweg huisden Lokes Dille en Sjalen in een klein boerderijtje, met stallingen en hooizolders. In het langgerekte huisje zat rechts een winkeltje, en links kon je nog naar de kantine. Sjalen de oude winkelier, en echtgenoot van Dille, kwam enkel in de winkel om kaas te snijden. Zijn specialiteit. Hij maakte gebruik van een oude bajonet, om de kaas in ‘schellen’ te snijden, zoals hij alleen dat kon. Hun kinderen woonden aan de overkant van de straat, en die hun kinderen zaten dan weer bij ons in het buurtschooltje.

Wat verderop in dezelfde straat woonde de oude vader van Ernest en Jerom. Ward Blondeel woonde om de hoek amper honderd meter verder. Hun zoon en dochter, de ouders van V, bouwen wat verderop. Alles raakte op de duur volgebouwd, nu ook hun kinderen de open ruimtes hebben ingenomen.

Grootouders die wij als kind nog hadden gekend. In onze ogen waren het stokoude mensen, die nog spraken van: ‘ginder aan de krunkelom’ wanneer zij een bocht bedoelden. Wij konden ze moeilijk uit elkaar houden, want ze kleedden zich behoorlijk eender. Vaak nog op klompen, een zwarte floeren broek, een werkmanshemd, en daarover een al even floeren onder- of bovenvest met korte of lange mouwen. Ofwel sjiekten ze pruimtabak, ofwel smoorden ze een pijp. Allemaal woonden ze op een klein boerenhof, met een redelijke voortuin, en een boomgaard vanachter. Niemand, of toch bijna niemand scheen zijn hofstede gelijk met de straat te bouwen. Allemaal hadden ze wel wat land en enkele meersen waarop een koe rondliep. Ik ben er quasi zeker van dat geen van hen ooit ergens in loondienst is geweest. Ze leefden van wat ze hadden, en dat moet genoeg geweest zijn, aangezien ze toch wat eigendom hadden. Van de hofsteden waarop ze woonden is er recent nog een tegen de vlakte gegaan. Er resten nog twee woningen van voor 1900, zij het dat ze allebei ooit werden gerenoveerd.

Maar wat ik eigenlijk wou verklaren, is dat ook de kinderen van die oude generatie, niet verder keken dan hun neus lang was, en zich een lief zochten op een van de boerderijtjes uit de buurt, met als gevolg dat er onder onze generatie in de buurt behoorlijk wat neefjes en nichtjes woonden. Van sommige, die dezelfde familienamen hadden, wisten we zelfs niet of ze van elkaar familie waren. Vermoedelijk zullen ze wel in vroegere generaties familiebanden gehad hebben.

En wie, zoals mijn eigen vader en enkele buren langs weerszijden van ons huis, daar waren aangewaaid, kwam doorgaans ook maar van een naburige wijk. Van aan ‘De Sterre’, of van aan ‘de Bossestraat’, of van op ‘Den Onegem’. Vaak getrouwd met een meisje uit een aangrenzende buurgemeente. Mensen ontmoeten elkaar op de jaarlijkse kermissen, of tijdens een of andere Vlaamse Kermis. In Erpe sprak men jaren na datum nog altijd van de Vlaamse Kermis rond het kasteel op de ouden berg, aan ‘de Kat’. De Kat die in feite Dorpstraat heette, maar om god welke reden de kat werd genoemd, net als overigens de Rooseveltlaan, die iedereen nog altijd ‘het wijwater’ noemt.

Vandaag heeft iedereen de mond vol over die vermaledijde lintbebouwing waar we vanaf moeten, want onleefbaar, gevaarlijk, en de open ruimte hebben we toch zo broodnodig.

Het klopt dat er vijftig jaar geleden nog rustig werd gebouwd, daar waar lappen grond lagen. Langs de andere kant, was onze buurt, in feite een langgerekt dorp, zonder kerk. Je kon er voor nagenoeg alles terecht.

Ooit waren er op de Kleine Steenweg alleen al een stuk of zeven cafés. In 1968, waren er nog drie langs de Leedsesteenweg. De laatste ‘kantine’ waar je terecht kon op de Kleine Steenweg, was bij Lokes Dille. Voor de rest hadden wij in de buurt, een beenhouwer, twee kleine kruidenierswinkels, waar je bij de ene fort bonnen kreeg bij een aantal producten, en bij de andere dan weer bonnen van Waeslandia. Ook eten voor duiven en kiekens was er te krijgen. Verder beschikten we over een kleermaker, een boer waar je terecht kon voor melk en eieren, een andere kleine boer, die melk, eieren en honing aan de man bracht, en die ook je bomen kwam snoeien. Mijn moeder deed af en toe ‘kleinschalig’ mee door een bordje met teveel aan eieren voor het venster te zetten. In Rikkes huizen kwam op een gegeven ogenblik een konijnenkweker wonen, en wat hogerop langs de andere kant woonde een tijdje een schoenmaker.

Zoals je ziet hadden wij alle levensnoodzakelijke dingen waar en mens van leeft. Tussen de huizen, en vooral achter de huizen zat je onmiddellijk in de weiden, waar veldwegels en andere kleine baantjes nog vaak werden gebruikt.

Maar vergeet ik in mijn analyse ook niet het feit dat we met zijn allen producten waren van ‘ons katholiek Vlaanderen’? Ik verbaas mij er over hoe we nog bijna wekelijks op zaterdagavond of zondagmorgen ons ‘ter kerke’ begaven’, meer uit gewoonte dan uit overtuiging. ‘Iedereen’ deed dit toch? Af en toe behoorlijk ergerlijk zoals toen die keer toen er weer eens een Brief van de bisschop werd voorgelezen waarin stond: “Dat ge uw kinderen beter niet naar heidense scholen”, rijksonderwijs bedoelde hij, “mocht sturen”. Komaan zeg.

Quasi alle jongeren uit de buurt werden tot de leeftijd van acht jaar ‘opgeleid’ in het buurtschooltje ‘De Kindertuin’ dat gelegen was langs de Bossestraat en de Krevelhoek. Een onafhankelijk schooltje dat wel sterk aanleunde bij het katholiek onderwijs. De kinderen van het eerste en tweede studiejaar zaten samen in een klaslokaal. De zogenaamde ‘grote en de kleine kant’ zoals dat toen wel meer voorkwam. Het schooltje was gemengd, en er was maar een speelplaats. Ik herinner mij niet meer, of jongens en meisjes effectief gescheiden die schooltijd beleefden. In ieder geval kwamen nagenoeg alle kinderen nadien ofwel in een college ofwel in een nonnenschool terecht. Terugblikkend blijk ik zowat de uitzondering geweest te zijn, die via het rijksonderwijs steeds in een gemengde klas zat. Behalve dan tijdens mijn drie atheneum jaren tussen ‘64 en ‘67. Maar dat maakte ik ruimschoots goed door mij vanaf september ‘66 in te schrijven in de ‘Zondagschool’ van de Handelschool. Waar ik vanaf ‘67 ook dagonderwijs volgde.

Jongeren gescheiden opvoeden, daar is men reeds lang van terug gekomen. We weten intussen ook al een tijdje, dat iets verbieden, op jongeren doorgaans de verkeerde uitwerking heeft. Het onbekende, het verbodene, wordt er alleen maar aantrekkelijker door.

Niet te verwonderen dus dat de meesten onder ons, meisjes zagen als te veroveren prooien, en dat je met de jacht maar beter vroeg dan laat kon beginnen. Dat dit ons leven ging beheersen, beseften we zelf niet. Gelukkig zijn de tijden veranderd.

Music maestro, please

Al van bij het begin van de maand vernamen we dat er een nieuwe Beatlesplaat zat aan te komen.

Op radiogebied zou zeezender Caroline weer gaan uitzenden, deze keer van op het eiland Man, tenminste indien het proces dat ze voerden met de Britse overheid voor hen gunstig zou evolueren. Indien het niet goed afloopt opteerden ze voor uitzenden vanop een Nederlands schip. In afwachting luisterden wij dan maar naar Duw op de Knop, een BRT zondagmiddag programma, of zette een van de vrienden het venster open, en de radio keihard aan op BBC 2 voor ‘Pick of the Pops’ (de BBC top 30). Nog enkele BRT programma’s die ik dat jaar beluisterde waren Patapoef en Afternoon Beat. Op 14 augustus noteerde ik: ‘ganse dag thuis radio geluisterd, o.a. naar Adje Bouwman’s top tien. Vandaag zou radio Marina beginnen uitzenden. Niets gehoord.

Ik kocht tussendoor nog steeds maandelijks Muziek Express, iets waar ik mee gestart was in oktober ‘64, en las verder de TTT bladzijden van Humo bij G. of R. Een van de nummers waarvan ik de tekst overpende die maand was ‘Last night in Soho’ van Dave Dee, en consoorten.

Augustus 1968 betekende ook: de Beatles die eindelijk na een half jaar een nieuwe plaat op de wereld los lieten. Iedereen verwachtte deze keer toch wat meer dan hun vorige jaren vijftig pastiche, wat ‘Lady Madonna’ al bij al was. Hun laatste echte LP dateerde van meer dan een jaar geleden. Ook al was de dubbel EP Magical Mystery Tour fantastisch om bij te overwinteren.

En waren het niet de meisjes die ons bezighielden, dan maakten we o.a. plannen, die nooit uitkwamen, om bijv. met een beatgroepje te starten. Regende het dan was het lezen in avonturenromans: de musketiers van Dumas, of een ingebonden boek dat, ‘het geheimzinnige kasteel’ heette en dat ooit in weekoplagen was verschenen, en dat ik op de kop tikte op de oude markt in Aalst. Romantiek ten top. De vader van R. leende mij een setje gangsterromans, die nog dateerden uit de jaren vijftig, en waarin het Chicago van weleer als achtergrond fungeerde. Leesvoer, voor die ogenblikken waarop ik de rest liet barsten, omdat ze weer eens mussen gingen dood schieten. De Frie schafte zich een tweeloop aan, en dat moest worden uitgeprobeerd. Get werkte want er sneuvelde zelfs een ruit bij Baziel, driehonderd meter verderop. Not my cup of tea.

We bleven dagelijks bijeenkomen op de Kleine Steenweg, of meer en meer bij Dizjeken, die ons met alle mogelijke raad bijstond wanneer de ene of de andere weer eens bot ving op het liefdespad. Want af en aan dat was nog steeds de bijna dagelijkse regel. Iemand merkte op dat Sybille terug was en regelmatig aan de Puitenvijver zat. Sybille was de Duitse griet van het vorige jaar die weer bij Valerie logeerde. Ook H. was terug uit Vlassenbroek, precies op tijd om zijn herexamens af te leggen.

En hoe dikwijls zijn we rond halfoogst niet langs ‘t Hoeksken gewandeld, waar Baziel met zijn huisgenoten aardappelen rooide? Het viel op, in zoverre dat M. de zus van A. ons toeriep: “Wat hebben jullie hier verloren?”, waarna wij snel doorbeenden, via de Ree, naar de Lange Root.

Tot slot.

Op persoonlijk vlak werd ik op diezelfde dag dat Hey Jude uitkwam, 23 augustus, bijzonder hard met het leven geconfronteerd. Madame Jeanne, mijn nicht, maar ook ons aller kleuterjuffrouw van het derde kleuterklasje op de Krevelhoek, kwam er aan, om te melden dat Roger haar broer dood was. 40 Jaar geworden. Het was een man waar ik naar opkeek, omdat hij zich toch voor een stuk over mij had ontfermd, nadat ik zelf jaren eerder mijn vader verloor. Hij was het ook die mij de eerste keer auto liet rijden, met zijn VW kever, toen ik amper een jaar of vijftien was. (**)

Die drieëntwintigste dag van augustus, lees ik nu, noteerde ik nog wat over de mij onbekende grootvader die al vertrok in 1911 toen mijn vader net negen jaar was. Een man waar ik zelfs nooit een foto van heb gezien. Over een tante die ik eveneens nooit heb gekend, en over nog enkele andere broers die ook reeds waren vertrokken.

‘s Avonds gingen we op rouwbezoek, en werd ik aangeduid, om de volgende morgen nog enkele andere familieleden te verwittigen. Twee nichten, die er het hart van in waren.

Een familielid verliezen, van amper veertig, werpt een schaduw op je verdere leven, want…..

Het was nog tijdens de Heemfeesten, dat D. mij er opmerkzaam opmaakte dat ik de avond ervoor bijna naast Leo B. stond, en er niet had tegen gesproken. Dat leek mij straf, want ik had, kort na 1960, een jaar lang op dezelfde schoolbank gezeten als Leo. In het vierde studiejaar leerde ik deze ‘vluchteling uit onze Congo’ vrij goed kennen. De gast die ons leerde wat quicha quacka en nog meer van dat fraais betekende. En… jawel hij was weinig veranderd, zag ik de avond nadien, toen we opnieuw kennismaakten. Slechts enkele jaren later bleek nogmaals eens dat je het lot niet kunt tarten, en dat niet elke keuze die je maakt ook de goede is. Hij behoort, nu samen met nog drie andere, naast wie ik ooit op de schoolbanken zat tot een engelenkoor dat hopelijk nog dagelijks geniet van ‘The Great Gig in the Sky’.

De laatste vakantiedagen hielden wij Dizjeken gezelschap, en trokken we gewoontegetrouw naar de markt, waar we Camiel en C. tegenkwamen, of liepen we langs bij P. thuis, waar ze in de garage, tijdens de laatste vakantiedagen in ‘de vijf putten’ aan het schieten waren, met de marbels (knikkers).

Afscheid van de laatste vakantie die nog net de brug vormde tussen onze kindertijd en de volwassen wereld die al te ras naderde.

Life goes on.

Waar we van genoten hebben in augustus 1968.

Tommy James & the Shondells – Mony Mony.

The Crazy World of Arthur Brown – Fire

The Equals – Baby come back

Sly & the Family Stone – Dance to the Music

Shorty Long – Here comes the Judge

The Beatles – Hey Jude

The Beatles – Revolution

Dave Dee, Dozy, Beaky, Mick & Tich – Last night in Soho

Dusty Springfield – I close my eyes, and country to ten

En iets minder genoten van Heintje die zich met zijn ‘Ich Bau dir ein Schloss’ maar liefst negen weken bovenaan de Veronica top 40 nestelde.

(*) Op de achterkant van de lidkaart stond een regelement waaruit we kunnen concluderen dat het zaaltje eerder uitgebaat werd als een vzw. Je moest 16 zijn, om er in te mogen. Ouders mochten binnen, zonder lidkaart, maar zij dienden het gastenboek te tekenen. Je kon er enkel op zon- en feestdag terecht vanaf 17 uur. Het bijhebben van de persoonlijke lidkaart en identiteitskaart was verplicht. Wie ze ‘voortgaf’ of onrust stookte werd geschrapt ion de club. Je onderwierp je aan het reglement, en bestuursvergaderingen bijwonen mocht. 5Zou ooit iemand dit hebben gedaan)?

Als laatste artikel vermeldt de lidkaart, dat het doel was de danskunst aan te leren en te beoefenen en dat er geenszins politieke opvattingen aan te pas kwamen, en dat er geen winst werd beoogd. (Al heb ik toch bij dat laatste mijn bedenkingen….)

(**) zie op ditzelfde blog mijn verhaal over Volkswagens.



Uit een dagboek geschreven in 1968: Grote vakantie, juli

Forever Young Posted on 23 aug, 2018 19:00

Wat mij in eerste instantie is opgevallen, bij het doorfietsen van dit papieren stukje verleden, is dat wij ons op een scharnierpunt in ons leven bevonden. Grote vakanties waren in de jaren ervoor, ‘66 en ‘67 al wat minder, belevingen van onze late kindertijd, terwijl wij in ‘68 ‘probeerden’ volwassen te zijn. Wat helaas een totale verkeerde beleving is, maar dat wil je als zestienjarige niet horen. Stiekem roken en stoer doen tegenover de meisjes, en langs de andere kant toch nog rondtoeren met gepimpte fietsen, en in bomen klauteren.

Zestien zijn, niet meer schoolplichtig zijn, verder studeren, afstevenen op DE grote vakantie. Vrienden die net wat minder presteerden op school, werden tijdens de eerste vakantieweek ‘gestraft’, waardoor ze even niet op straat verschenen, het schouwtoneel van onze jeugd. Ouders houden doorgaans niet lang vol, want welke elke ouder wil constant zeurende tieners om zich heen?

Onze buurt.

Bossestraat: Foto terug te vinden op de website van Heemkundige Kring Erpe-Mere.

Onze ‘grote vakanties’ speelden zich doorgaans af langs de Kleine Steenweg en de Bossestraat. Niet zozeer straten, maar wel wijken. Een aantal onder ons woonde al een leven lang langs de kortbij gelegen Ledesteenweg. De steenweg heette toen nog zo, tot een of ander onverlaat, bij de grote fusie van gemeenten vond, dat het maar eens moest gedaan zijn met verouderde en dus foutieve gespelde straatnamen. De Sevecootstraat werd plots Zevenkootstraat. Een wijziging die ons volledig ontgaat. Ook Ledesteenweg klopte niet en dat werd van de ene op de andere dag gewijzigd in Leedsesteenweg worden. Overigens zit dit niet zo heel ver naast de dialectbenaming die toch nog altijd gebruikt wordt in het dagelijks taalgebruik: Letsjestiejeweg…..

Tijdens de vakantie van ‘68 kregen we er plots een afspraakplaats bij langs deze Ledesteenweg, voor het huis van Pitterzen Dizje. De man heette officieel Désiré V. W. Een man die er de meeste van zijn volwassen jaren al woonde. Geboren in 1904, en gebouwd in 1930, of daaromtrent. Een huis dat toen 30.000 frank kostte. Iets wat in 68 was opgelopen tot 300.000 frank. ‘Jullie zullen nog zien dat een huis 3.000.000 frank gaat kosten’ bezwoer hij ons. En of hij gelijk heeft gekregen, want zeg nu zelf 75.000 euro voor een huis, zijn we daar al niet een tijdje voorbij geraasd in ons drukke leven?

Dinsdag, 16 juli 1968, Yvan Vaughn en Dizjeken.

Wij pikken er een dag uit die naar later blijkt als “historisch” mag omschreven worden. Dinsdag, 16 juli: Markt met Cremer en C.. ‘s Avonds bij Dizjeken gestaan. Hij vertelde verhalen over kludden en andere spoken.

Een dag waarop ik mijn ‘Yvan Vaughn’ moment beleefde. Mijn wat? Dit moet even uitgelegd worden aan de toevallige lezer, die niet zoals wij, het leven van de Beatles dag aan dag volgde.

Ergens in juli 1956 op een schoolfeest bij de kerk van Woolton, een voorstadje van Liverpool, treden die dag de Quarrymen voor het eerst live op. John Lennon en zijn maten uit de buurt hadden een skifflebandje gevormd, in navolging van hun idool Lonnie Donegan, die met Rock Island Line de schaarse radiogolven beheerste. Precies op die dag kwam Paul McCartney samen met een vriendje, Yvan Vaughn, de groep bekijken. Vaughn was de gezamenlijke vriend van de beide muzikanten in spe, die elkander daarvoor nooit hadden ontmoet.

En zo trok ik die dinsdagvoormiddag met V. naar de markt in Lede, waar wij enkele schoolkameraden van V. tegen het lijf liepen. Cremer had ik al eerder leren kennen via de schoolfeesten, maar C. die was nieuw. En net als bij Lennon had V. mij al een paar keer verteld, dat C., net als ik zelf zowat “opgegeten” was van muziek, bands, platen, en alles wat daarmee te maken had. Het klikte van bij die eerste ontmoeting. We waren op 14 dagen na precies even oud, en waren al een jaar of vijf verzot op de hitlijsten die via de radio tot ons kwamen. Beatles, Stones wat minder, Bee Gees, en verder de hele reutemeteut die daar op volgde. Zelfs in onze Guilty pleasures (Suzy, Rein De Vries, enz…), ontdek ik jaren later gelijklopende smaken. Ons paden liepen vaak in verschillende richtingen, maar even zoveel keren verzeilden we terug op dezelfde weg, zoals die avond van 9 december 1980, waarop we samen treurden om het verlies van Lennon. We reden regelmatig in hetzelfde groepje naar (verschillende) scholen. We kochten zonder het te weten, dikwijls dezelfde platen. Een paar jaar later trouwden we met een week verschil, zonder het van elkaar te weten, en gingen we op visite bij mijn schoonzus, waar C.,…. een buurman van was geworden. We ontdekten dat we nagenoeg dezelfde jobs uitoefenden, zij het dan wel bij concurrerende instellingen. In de jaren 80 liepen we bij elkaar over de vloer, pasten we op elkanders kinderen, en reden samen naar Rock Torhout, en nog een aantal andere concerten. We liepen op dezelfde dagen rond op de Lokerse Feesten, toen dat nog echt Feesten waren, en er nog echt muzikanten van het kaliber van Tom Rush, Townes van Zandt, Tom Robinson, Leon Redbone en Roger Chapman, aantraden.

We verloren elkaar opnieuw uit het oog, tot facebook er aankwam en C. de groep Musicologen startte. Vanwege teveel gehakketak ging ook dat voorbij, en nu kabbelen we rustig verder op de golven van C.’s Music Corner.

Diezelfde avond resideerden we voor het eerst op de oprit van een van onze overburen. Wie de eerste stap gezet heeft in de toenadering tussen de jeugd en de toen 64 jarige ‘oude man’, want dat vonden wij echt, is helaas niet meer te achterhalen. Het gebeurde dan ook 50 jaar geleden, en dergelijke informatie stokkeer je als tiener niet in je hersenpan. Toch zal ik mij die eerste avond met Dizjeken blijven herinneren. Het was bij valavond, na een zomerse dag. De mist hing als een kleed laag over de weiden. Je kon nog amper het honderd meter verder gelegen ‘Geyters bosken’ ontwaren. ‘Daar durven jullie nu niet meer naartoe’ vond Dizjeken. ‘Nee’ zei die ‘want je zult gepakt worden van kludden’. Dat werd leuk. We bestookten hem met vragen over vroeger, over ‘zijnen tijd’, toen je ‘kludden’ moest dragen op je rug, wanneer je ‘s avonds laat, langs onverlichte wegen, nog alleen naar huis durfde te gaan. Niet dat de steenweg waar wij woonden in 1968 beter verlicht was. Iedere 50 meter een betonnen staak, met om de twee staken, eentje met een heel klein lichtpeertje. Om het licht wat ‘breder’ te laten schijnen zat er boven die peertjes een witte gelakte komvormige schijf. Er waren trouwens jongens die aan de hand van een zelfgemaakte ‘mik’ (katapult) met kiezelstenen die lampjes en al wat er rond zat, zagen als regelrechte schietschijven. Een stuk te schieten doelwit. Zo blijkt toch maar weer dat kattekwaad, en vandalisme van alle tijden is.

Dizjeken, een filosoof.

Al snel bleek dat Dizjen vooral geïnteresseerd was in hoe de jongens en meisjes uit de buurt om elkaar heen fladderden. Hij genoot er van, wanneer hij weer eens iemand pijlsnel met de fiets een klein weggetje zag induiken. Het moet zijn, dat het hem voldoening schonk, en dat meer dan waarschijnlijk hij een stukje van zijn eigen jeugd zag herleven.

Dizjeken behoorde net als mijn eigen vader tot die generatie, die twee oorlogen had meegemaakt, maar te jong was om deel te nemen aan WOI (14 in 2018) en te oud om nog opgeroepen te worden voor WOII (36 in 1940). (*)

Gaandeweg, kregen we die zomervakantie, en ook in de tijd die er op volgde, regelmatig flarden te horen over wat hij in zijn leven had meegemaakt.

Dizjeken stamde uit een oud boerengeslacht, met nogal wat broers en zusters, waarvan enkelen, ongetrouwd bleven samenwonen. Eigenlijk zetten ze nooit de stap naar de twintigste eeuw. Ze leefden eenvoudig toen, in hun boerderijtje, in een bocht langs de weg, weggestoken achter een dikke meikeverhaag. Ellentriek hadden ze niet nodig. Ze leefden van hun land. Den Dizjen was dan wel getrouwd, ook hij leefde sober, en afgezien van wat filosoferen zagen we hem nooit werken. Al vroeg in de ochtend stond hij voor zijn hekken, een kop koffie in de hand, de steenweg af te turen. Hoe dikwijls ben ik wakker geworden, en hoorde ik hem door mijn open venster, in die zomerse ochtenden een of ander liedje neuriën. Hij stond daar dan op zijn klompen, met zijn gelapte broek, en gestopte mouwen. En toch werd er over hem verteld, dat hij bijzonder rijk was, en dat hij elf eigen huizen bezat, naast het zijne, die hij allemaal verhuurde. Het klopte wel dat hij soms maandelijks met zijn grote zwarte fiets “ergens” heen reed. Huur innen? Wie zal het zeggen?

Wat wel bekend was, bij onze ouders, was dat een van zijn bezigheden er uit bestond, om stroman te spelen op diverse openbare verkopingen van gronden en huizen. Men vertelde dat hij zich daar dan af en toe “in riep”, waardoor hij dan weer iets moest verkopen, om de nieuwe koop te bekostigen. Nu ik er goed over nadenk: was hij in feite in zijn eentje een soort van immokantoor avant la lettre. In lede naast de huidige Colruyt, langs een smal baantje, bewerkte hij een lap grond, waarop hij een kleine “lochting”uitbaatte. Patatten en tomaten op een roe, zoals we leerden van Yvan Heylen.

Hij beweerde bij hoog en laag dat hij kon autorijden. Iets waar wij van dachten, dat dit nooit tot zijn wereld kon behoren. En toch, ergens in het Gentse, zou hij, samen met zijn vrouw Bertha, ‘gediend’ hebben op een kasteel. Zij in de keuken, en hij als chauffeur voor een of andere graaf of baron. Wie wat en waar zijn we nooit te weten gekomen. Ook niet of hij ooit echt achter het stuur van een auto zat.

Enkele jaren later zal hij op een avond, voor ons, al zijn kasten open trekken. Ze puilden uit van nieuwe nooit gedragen sokken, pullovers en ander kleren, nog in het plastiek verpakt. Wij stonden er bij en keken er naar, met open monden. Was het dan toch waar dat dat hij er warm in zat? Mogelijks wel, want begin jaren zeventig, nog geen jaar na het overlijden van zijn Bertha, stonden de vrouwen bij wijze van spreken aan te schuiven voor zijn hekken. De kinderloze man, probeerde ze een voor een uit, maakte zijn keuze, en verkaste naar Oostende, waar hij strandwandelingen maakte, en verder leefde tot hij een eind in de tachtig was, en voorgoed uit ons leven verdween.

De maand in dagen.

Maandag, 1 juli: rotdag, verveeld.

Dinsdag, 2 juli: we (Cremer, ikzelf en G.) spraken af op de markt te Lede, om in de namiddag samen naar Wetteren te rijden om er samen te gaan zwemmen.

Woensdag, 3 juli: met G. naar de beenhouwer. De namiddag doorgebracht op de Kleine Steenweg, babbelend over A. en L.

Donderdag, 4 juli: Pret aan de Puitenvijver. J.-P. zette de band plat van L. haar fiets. Niemand wou haar helpen met de fietspomp. ‘s Avonds met V. langs de Onegem gewandeld.

Vrijdag, 5 juli: schuurpapier gekocht om ons poort af te schuren. A. zou naar het schijnt niet meer buiten mogen.

Zaterdag, 6 juli: Regendag. Naar de avondmis met Cremer. Hij zal eens afkomen.

Zondag, 7 juli: naar beenhouwer. V. gaat vanavond naar Lize Marke, in Erpe. Ik luister thuis naar de radio. We (R. W. en ikzelf) besluiten om toch naar Lede naar zaal Lelie naar een tienerbal te gaan. Niet veel zaaks. Orkest van dienst waren de New Spirits uit Lede/Smetlede.

Maandag, 8 juli: R. zwom in de puitenvijver.

Dinsdag, 9 juli: Met V. rondgewandeld op de Leedse markt. Omdat er in de namiddag meisjes waren aan de Puitenvijver, toonde R. er zijn kunsten, tot hij er in donderde.

Woensdag, 10 juli: ons poort gedeeltelijk afgeschuurd. L. en A. waren ook vandaag aan de Puitenvijver. Avond regen.

Donderdag, 11 juli: naar de Aalsterse bib. Gesloten, vergeten dat het feestdag was, en dat de stadsdiensten op die dagen vakantie hebben. Thuis dan maar eigen boeken gesorteerd.

Vrijdag, 12 juli: enkele boeken geleend van Felix, de vader van R. Gangsterromans over het Chicago gangsterleveb, waarin dubbelgangers en Al Capone opduiken. Vandaag trouwde W. VB., de broer van A.

Zaterdag, 13 juli: Naar de markt in aalst Markt met V. Nog een witte jeansbroek gekocht.

Zondag, 14 juli: vandaag werd er een koffietafel georganiseerd voor de pas getrouwde W. VB.

P. verzuchtte, ‘Was ik maar meegegaan’. Op de Kleine Steenweg met D. en W. rond gehangen.

Maandag, 15 juli: G. kreeg het idee om een club te stichten. Een jaarlijkse gewoonte, waar wij ons nu net iets te oud voor voelden. Het gaf wel aanleiding om met ‘ons club’ stiekem ergens te gaan roken.

Dinsdag, 16 juli: naar de markt met Cremer en C. ‘s Avonds bij Dizjeken gestaan. Hij vertelde verhalen over kludden en andere spoken.

Woensdag, 17 juli: ‘s Namiddags op bezoek bij familie. Mijn achternicht B. heeft een serieus lief. Ze is pas 17.

Donderdag, 18 juli: met de ‘club’ op onze crosser (een oude gepimpte fiets) naar de turfputten. We kochten onder ons vieren een pakje sigaretten.

Vrijdag, 19 juli: naar Lede om een nieuwe fietsband. R., R., G., ikzelf en N. fietsten naar het Schuiteplas (eigenlijk de Ronde Vijver, maar Dizjeken noemde dit zo). ‘s Avonds gingen we ‘schieten’ met karbuur, bij Antoine voor zijn trouw. 20 frank gekregen en enkele pilsjes. Ik geloof dat mijn rechts trommelvlies gesprongen is.

Zaterdag, 20 juli: ‘s morgens nog voor Antoine zou vertrekken gingen we alweer schieten. ‘s Namiddags thuis naar de radio geluisterd. L. vertelde ons dat zij drie dagen naar de Heemfeesten mag gaan.

Zondag, 21 juli: we gingen naar Aalst naar de oude markt. ‘Baby Come Back’ staat nu al voor de derde week op nr 1 in Engeland. Van mijn tante Annaïs kreeg ik nog een uurwerk dat zij bij hun uitstap naar Zeeland hadden meegebracht. Vandaag was het kermis op het Sevecoot.

Maandag, 22 juli: wandeling gemaakt langs de turfputten.

Dinsdag, 23 juli: op familiebezoek geweest naar Mere.

Woensdag, 24 juli: Ik stel een Top 60 samen. Turfputten met G. waar we sigaretten hebben gerookt. ‘s Avonds lieten we een draak (vlieger) op in de weide voor de deur van A. P. gaat terug met L. en zat vanavond met haar aan de molen.

Donderdag, 25 juli: sigaretten gekocht. met R. in de bomen geklommen achter ons in de ree. Meer om een mooie uitkijk te hebben.

Vrijdag, 26 juli: Vandaag opnieuw naar dezelfde boom van gisteren. J.-P. en Lilian nog gezien.

Zaterdag, 27 juli: Tommy James met Mony Mony op nummer 1. Vergadering aan Dizjeken. Hij gaf commentaar op de meisjes, en vertelde ons ‘hoe we een en ander moesten aanpakken’.

Zondag, 28 juli: tot 3 uur bij Dizjeken geconverseerd met V. en C.

Maandag, 29 juli: vandaag naar de Bossestraat en later bij Dizjeken.

Dinsdag, 30 juli: mark Lede. Aan de Sarma gebabbeld met Dizjeken. Hij raadde ons aan ‘hen ne kreem te betalen’ wilden we succes hebben. In de namiddag met G. naar Steenberg gefietst. Er is daar veel veranderd. Er staat nu een dancing aan de andere kant van de vijver, en het klein cafeetje is afgebroken. V. gaat terug met A.

Woensdag, 31 juli: A. is met vakantie. Rond zes uur een stortbui. Het heeft water gegoten. P. en V. maken afspraak voor zondag ergens in de bosjes achter Loos.

(*) https://nl.m.wikipedia.org/wiki/België_in_de_Tweede_Wereldoorlog

Vanaf 10 mei werden meer dan 300.000 jonge reserverekruten opgeroepen om zich naar de Westhoek en later naar Frankrijk te begeven. Deze zogenaamde CRAB’s waren tussen de 16 en 35 jaar en kregen het bevel om zich naar Zuid-Frankrijk te laten evacueren. Naar schatting 150.000 kwamen daar terecht, maar toen had België reeds gecapituleerd. In augustus 1940 keerden de jongens terug naar België.



Volgende »