Blog Image

Sadeler's blog

If I were a miller at a mill wheel grinding, would you miss your color box, and your soft shoe shining? (c) Tim Hardin

Link naar:  windmolens, Facebook   Meer weten? contacteer mij. 

Opgelet: Alle artikels en foto's zijn beschermd door copyright. Alle overeenkomsten tussen bestaande personen en personages berusten op louter toeval. Topfoto (c) Michel Verdoodt.

Molenstraten, waar kom je ze nog tegen?

Molens, Steen der filosofen Posted on 21 dec, 2023 13:55

Om maar meteen met de deur in huis te vallen; waar ligt de Molenstraat in ons dorp (sic) Lede? Gelukkig was nog een zichtbare molenberg, weliswaar zonder molen, en men heeft er dus maar een Molenbergstraat van gemaakt. In alle deelgemeentes van Aalst werd er met de hakbijl doorgegaan, en moesten op een na alle Molenstraten er aan geloven, terwille van de Molenstraat in de stad zelf, waar al jaren geen molens meer staan,en zelfs het water waarvan ze zich bedienden er niet meer is. Laat ons een bloem, laat ons een Molenstraat, laat namen als Molenbeek, Molenbeersel of Moulbaix a.u.b. toch voortbestaan.

Lieven Tavernier zingt gelukkig nog altijd over de Molenstraat (*)

… . en toen de morgen kwam, stond ik plotseling in de Molenstraat… . Het is geen Highway 61, geen Rue St.-Honoré, het is geen Keyserlei of Kalverstraat, er staan alleen wat bomen langs de weg een voor de rest een straatnaambordje… .

… .. In de verte luidt een klok, een tractor die vertrekt, en verder nog wat vogels op een draad, en ik moest in mijn leven zoveel wegen op en af om hier o.i. aan te komen in de Molenstraat.

Molenweg of eerder Molen Weg?

Hebben wij een probleem?

Neem nu de kleine geschiedschrijver, de lokale Heemkundige, of zelfs de jong gepensioneerd tijdverdrijf zoekende mens op zoek naar informatie over zijn of haar gemeente en/of familie. Verenigingen voor familiekunde of heemkunde beschikken over archieven waar je makkelijk kan terugvinden waar bijvoorbeeld grootvaders geboortehuis of zijn eerste zelf opgetrokken woning stond. Wie zich ter plaatse begeeft zal vaak vaststellen dat noch straat noch huisnummer nog te vinden zijn. Een van de voornaamste oorzaken van dit probleem is te zoeken in de talrijke fusies die gebeurden begin jaren zeventig, en later. In het beste geval werd de oude gemeentenaam nog verwerkt in de nieuwe naam van de fusiegemeente of wordt er naar verwezen via een toeristisch straatnaambord.

In België wil men elk individu identificeren via een zo kort als mogelijk adressering. Dit leidt er toe dat na elke fusie nodig op zoek moet naar nieuwe unieke namen voor starten en “nieuwe” gemeentes. Lievegem, Kruisem, en in de toekomst mogelijk Pajottegem zij hiervan sprekende voorbeelden. Afgrijselijke hersenspinsels, waar niemand gelukkig van wordt. Om nog maar te zwijgen van de gevolgen. Probeer maar het centrum van Erpe-Mere te vinden. In het beste geval ligt het nieuwe centrum in een van de deelgemeentes en vallen de kleinere satelietgemeentes uit de boot. Behoudt men een naam van pakweg de grootste deelgemeente, dan blijven de inwoners dit vijftig jaar later steevast zien als “hun” gemeente en vergeten ze de inwoners van de “sateliet-dorpen”. Een bewoner van Schellebelle een Wichelaar noemen, dat lukt nog altijd niet. En staat de Tukmolen nu in Maarkedal of toch nog in Etikhove?

Verandering roept weerstand op.

Wie o.i. wat las over “change management” , wijzigingsbeheer weet dat dit een van de lastigste processen is in het geheel van procesmanagement. Schijnbaar zit het ingebakken in de mens zich te verzetten tegen elke vorm van verandering, zelfs als dit in hun voordeel is. In een breder perspectief mag men gerust stellen dat zolang er grenzen zullen bestaan er heibel of zelfs oorlog zal worden gevoerd. Wat van ons is blijft van ons. Op gemeentelijk vlak beseffen burgervaders en schepenen maar al te goed dat schaalvergroting ook met afbouw van hun eigen macht of “postje” gepaard gaat.

Fusies zijn noodzakelijk. Dat zou geen enkel weldenkend individu mogen ontkennen. Door schaalvergroting wordt het makkelijker om te schrappen in de uitgaven. Bijvoorbeeld in de al hoger geciteerde weddes van burgemeester en schepnen, die we al te dikwijls meerdere keren tegenkomen in intercommunales waarvan we ons afvragen of die na grotere fusies nog echt noodzakelijk zijn? Materiaal kan in grotere aantallen met korting worden gekocht.

Op grechtelijk vlak hebben we verder in ons land al grotere omschrijvingen. Kantons en arrondissementen waar Jan Modaal alleen met te maken krijgt als hij of zij ter stembusse mag trekken. Waarom fusies van gemeentes niet laten samenvallen met die omschrijvingen. Het is maar een overweging.

Nog een heikel punt bij het nog altijd te beperkt aantal fusies is te vinden in de portemonnee van de burger. Welke inwoner van een buurgemeente van een grotere stad wil daar deel van uitmaken wanneer duidelijk is dat opcentiemen en grondbelastingen er vaak ettelijke procenten hoger zijn? Dat tonen enquêtes onder de burgers van bijvoorbeeld Kruisem en Kluisbergen aan. Wij samen met Oudenaarde, vergeet het maar… . Is het eigenlijk wel democratisch dat in ons land de ene burger meer gemeentetaksen betaalt dan de andere? Is het verantwoord dat snelheidsbeperkingen voor een zelfde weg in de ene gemeente verschillend zijn met die in de buurgemeente? Of dat de aanleg van de weg verschillend is, of dat er in de ene gemeente straatverlichting werd aangebracht die plots ophoudt bij “de grens” van de gemeente? En dan hebben we het nog niet gehad over verkeersregels zoals voorrang van rechts in buurgemeentes die zich in een en dezelfde politiezone bevinden. Of de hond die wel dan niet na tien uur ’s avonds nog mag blaffen. Het lijkt wel alsof men constant het IQ van de burger op de proef wil stellen. Of ligt het aan het IQ van wie het voor het zeggen heeft in al die kaboutergemeentes? Het is maar een vraag.

Genoeg ontleedt. Keren we terug naar de kern van dit betoog. Waarom is het nodig dat alle Kerk- Nieuw- en Molenstraten moeten wijzigen van naam, door een fusie, terwijl dit louter administratief te regelen valt. Schaalvergroting, besparen, beter bestuur. Wij herinneren ons nog het verhaal van een Hongaarse molenvriend die in de Transylvaanse regio op bezoek ging bij een groottante, die tijdens haar leven in vijf verschillende landen had gewoond… . Zij was wel nooit uit haar geboortehuis geweest.

Kan het anders?

Wij hoeven niet een zo ver te gaan om te kijken hoe het anders kan. Nederland wijst de weg. Consultatie van Wikipedia leert ons dat de woonplaats de aanduiding is van de vestigingsplaats zoals in de postale adressering gebruikelijk is. Wat betekent dit concreet? Bij verder lezen zien wij dat een adres in Nederland bestaat uit woonplaats, straat en huisnummer. Is dit dan zo verschillend met ons land? Jawel, want in Nederland bepalen gemeentes hoe hun grondgebied is onderverdeeld in woonplaatsen. En daar gaat het om: een gemeente kan dus bestaan uit verschillende woonplaatsen. Wij zouden dat dan gemeentes en deelgemeentes kunnen noemen.

In Nederland waren er op 1 januari 2015 393 gemeentes verdeeld in 2499 woonplaatsen. Per 1 januari 2023 waren er nog 342 gemeentes en 2501 woonplaatsen. Wij stellen dus vast dat ook daar fusies gebeuren, maar dat heeft amper impact op het aantal woonplaatsen. Om het nog concreter te maken: Zeeuws-Vlaanderen telt op haar grondgebied nog drie gemeentes: Sluis, Hulst en Terneuzen. Binnen deze drie gemeentes treffen wij veertien postcodes aan. Het Nederlandse postcodesysteem dat bestaat uit vier cijfers en twee letters laat toe om wanneer gecombineerd met een huisnummer, elke geadresseerde te identificeren, zelfs zonder straatnaam of woonplaats er bij te vermelden. Bij een fusie binnen dit systeem is het niet nodig te sleutelen aan straatnamen en huisnummers. Wij stonden er bij en keken er naar.

Per slot van rekening gaat het in deze kwestie toch alleen om administratieve fusies met al dan niet een extra aanduiding door een nummer. Zelfs provincies, arrondissementen voeren ook een speciaal nummer, net als overheidsinstellingen zoals de VRT, het Europees Parlement of zelfs Sinterklaas (0612).

Besluit: blijf van onze straatnamen, laat onze Molenstraten verder bestaan. Al jaren beschikken wij over een ministerie van Administratieve Vereenvoudiging, thans geleidt door Mathieu Michel, juist zoon en broer van. Het blijft zoeken met een vergrootglas naar resultaten. Misschien moeten ze die maar naar Nederland sturen op onderzoek.

(*) Bron: https://muzikum.eu/nl/lieven-tavernier/molenstraat-songtekst



Manneke Pis wordt molenaar…. te Geraardsbergen.

Molens Posted on 12 mei, 2016 16:49

Lees meer op: blog van 9500News

“Het klimaat in Geraardsbergen, België” volgens de website www.worldmeteo.info

Geraardsbergen is gelegen in een gebied met een gematigd zeeklimaat. Dit klimaat wordt het hele jaar door gedomineerd door een koufront wat resulteert in veranderlijk en bewolkt weer. De zomers zijn fris door koude oceaanstromen en winters zijn mild maar meestal sterk bewolkt.

De warmste maand is augustus met een gemiddelde temperatuur van 17.5 °C. De koudste maand is januari met een gemiddelde temperatuur van 2.5 °C. De meeste neerslag valt in november (75 mm) en de minste neerslag in april (50 mm).

De onderstaande klimaatgegevens zijn gebaseerd op weergegevens over een periode van vijftig jaar. Het klimaat geeft een goede indicatie van het te verwachten weer (voor bijvoorbeeld het plannen van een vakantie), echter biedt het geen garantie voor het weer op korte termijn.
——————————————————–
Op de foto de fiere Meter en Peter, terwijl een gebrilde Broeder toekijkt.

Op Zaterdag 7 mei was daar niet veel van te merken, want…..

Onder een “brandende” voorjaarszon troepten wat molenaars samen rond het Geraardsbergse Manneken Pis, om er getuige van te zijn dat het ventje alweer een nieuw kostuumpje werd geschonken. Dit keer, wat had je gedacht, een echt voor de gelegenheid in miniformaat uitgevoerd molenaarsplunje. Gecompleteerd met muts. Zijn blauwe met witte bollen versierde halsdoek schenken we hem bij een volgende gelegenheid. Een molenaar vind wel altijd een reden om nog eens af te zakken naar de omgeving van de Muur, of het wat verder gelegen Museum van ’t Aloam, dat net als de vereniging Oost-Vlaamse Molens, zijn tiende verjaardag vierde, die zevende mei van het jare van ons heer tweeduizend en zestien.

Om de folklore en de heemkunde hoog in het vaandel te houden traden we toe tot De Broerderschap van Manneken Pis. Ik kon niet anders dan onwillekeurig denken aan het beeld dat facebookgewijze tot ons kwam van de zanger Van Morrison, die recent knielde voor het zwaard in de hand van de eeuwig wachtende Britse troonopvolger toen hij ge”sir”d werd. Een tikje op de linkerschouder, een tikje op de rechterschouder, wat wijze woorden, en that’s it.

Walter, onder begeleiding van Jan Delcour bracht een van de ontelbare “stoute” molenliederen, waarna we de burgemeester nog even aanhoorden, en gezamenlijk de ceremonie beëindigden onder het zingen van een uitbundig: ‘Daar bij die Molen’. Geef toe, iedereen heeft zo zijn eigen volkslied, ook al komt dat van ons uit het koude noorden waar boven de Moerdijk voornamelijk Hollanders en Brabanders huizen.

Tussen haakjes, mag toch even vermeldt, dat het Geraardsbergse Manneken Pis, niet het enige pisserken is in ons land. In Brussel hebben ze er ook eentje. iets minder oud, en vooral bedoeld om de Japanners enige sexuele inkijk te geven. Japanners komen speciaal naar België om een foto te kunnen nemen van dit ‘zonder broek’ ventje. Al moet ook gezegd worden dat ze zeker ook komen om ook in het Antwerpse een ander beeldje te zien en te fotograferen. Dat van het Vlaams jongetje Nello en zijn hond Patrache. Maar daar vertellen we over in een volgend bericht.

In Brussel werd in de jaren zeventig, (door de emancipatie?) plots ook een beeldje van een plassend meisje geplaatst, in een zijstraat van de Beenhouwerstraat: Jeanneke Pis. En staat er niet ergens in Zelzate of zo ook een beeldje van een Mieke Stroel?

Al in de voormiddag woonden de molenaars, moleneigenaars, en molinologen de tiende Algemene Vergadering bij van de Vzw Oost-Vlaamse Molens. Een vereniging die intussen meer dan driehonderd gelijkgestemden verenigd, en enkele molens in de provincie met meer dan liefde beheerd of in erfpacht heeft. Neem daarbij nog wat jongere leden die recent molens aankochten, en je weet dat de toekomst van onze molens verzekerd blijft. Nu Bourgeois nog overtuigen, dat er ook nog zout op de patatten moet, willen ze vooral lekker smaken, en willen we er van verzekerd blijven dat er nog handen zijn in de toekomst om er voor te zorgen dat er nog patatten geplant, gekookt en gebakken worden…. Wij bedoelen gewoon, dat koken, voornamelijk geld kost….

Kom onze molens bekijken op 29 mei, want dan gooien ze in heel Vlaanderen nog maar eens hun deuren open. En u weet toch dat de techniek in de molen, de voorloper is van alle technische vooruitgang, en dat we vandaag geen computers, geen auto’s, geen fabrieken (in het Engels nog steeds mills geheten), zouden hebben, zonder die nobele onbekende die de eerste molen in gang zette ergens in Perzië of Sirië…..


Kom, samen met ons, op 29 mei zoeken naar deze steen….. In Oost-Vlaanderen.



Windmotorendag Friesland

Molens Posted on 23 okt, 2015 18:54

Facebook link
Friesland weekend.
Even op en neer naar Friesland, ligt toch wat moeilijker dan ingeschat. Op een vrijdag via E17 richting Breda rijden, vergt wat geduld. Al vanaf Haasdonk liep een en ander strop. Verder voor Breda en op de snelweg naar Utrecht, floepen om de haverklap borden aan met bericht: 50 per uur aanbevolen snelheid. En dat zorgt er voor dat bij ongeveer elke op en afrit je in een accordeonnetje terecht komt. Kort na de middag aangezet, en nog wat boodschapen verricht. Zeker niet meer dan een uur, en toch zit ik hier nu bij Noordeloos, met zeker nog 150 km voor de boeg. Reken maar dat het rond negenen zal zijn eer ik te Aldeboarn zal landen. Mijn plan om ook nog even bij een tjasker, een spinnekopmolen en de al dan niet gecompleteerde romp van Tijnje halt te houden, berg ik voorlopig op. Misschien zondag… we zien wel. Nu even concentreren op de vergadering van Tims Nederland en Vlaanderen morgen. En dat kan bij een kop Starbucks koffie hier langs de snelweg.

The International Molinological Society Nederland en Vlaanderen kwam samen om enerzijds naar jaarlijkse gewoonte en plicht te vergaderen. Dit keer gekoppeld aan een dag met voordrachten over windmotoren. Er komen er nog verschillende voor in Friesland. Wij kennen ze voornamelijk via Amerikaanse westerns, waar je ze op Texaanse boerderijen aantreft. In de namiddag werden enkele onla,ngs gerestaureerde exemplaren bezocht. Grote metalen monsters lijken het van op enige afstand. Nog best te vergelijken met mini ijzertorentjes waarop dan een wiekencirkel is gemonteerd van meerdere meters doormeter. Voorzien van rotorbladen, zoals je ze ziet op verbusselde molenwieken, of bij kleine vliegtuigen. Vrij impressionant als het geheel zich in beweging zet. Alle deelnemers kregen een A0 formaat poster met afbeeldingen van alle nagenoeg overgebleven windmotoren uit Nederland, aangevuld met enkele exemplaren uit de omringende landen. Het restant posters kan per stuk aangeschaft worden voor 10 euro per stuk, uiteraard met bijbetaling van de portokosten, want dergelijke grote posters zijn niet zomaar op te plooien.

Spinnekoppen, Tjaskers en molenkappen.

Ik help mijn gastheer nog even bij het perenplukken. We voeren wat hout aan voor de haard waar ik overigens behoorlijk lekker van heb genoten afgelopen weekend.

Ik bliojf nog wat ter plaatse om enkele Spinnekoppen te fotograferen. Eigenlijk miniversies van de gekende wipmolens die je vooral in Zuid-Holland, Utrecht en Noord-Brabant ziet. Molentjes om water over te pompen, met een vrij klein molenkot. Hrert molenkot boven een piramideachtige onderbouw, belegd met rode dakpannen. Bij de wipmolens fungeert de onderbouw als woning van de watermolenaar. Ik kon er drie benaderen via de erven van enkele boerderijen. De weiden die er omheen lagen waren behoorlijk drassig, wat in eersyte plaats ee,n stel natte voeten opleverde. De reservespullen kwamen handig van pas.

Ik hadt nog een, tjasker, een nog kleinere versie van een waterpompmolen op mijn verlanglijstje. Toch maar laten schieten, vanwege nioet direct terug te vinden. Ze liggen vaak temidden van weiden, en vanaf de weg zijn ze amper te zien door hun ‘kleinte’.

Opsterland, een gemeente in Friesland, die in het zuiden niet echt bekend geacht wordt, heeft voor molinologen, toch wel wat bijklank. Rechts naast mij staat nl een poldermolen ‘gecompleteerd’ met kap, maar zonder molenas, en dus uiteraard ook zonder wiekenkruis. Een paar jaar geleden was om deze molen heel wat te doen. Het was toen nog een bewoonde molen zonder kap. Mede door de vernieuwde molenwetgevingen ontstond rond deze molen een heftige discussie waarbij de enen de molen willen completeren, en anderen de nieuwere strekking van de monumentenwet volgden en vonden dat er van dergelijk type molens genoeg complete waren in de buurt. Neem daar dan bij dat een en ander niet geheel volgens de voorgeschreven procedures verliep en er kwamen advokaten en rechters aan te pas om een en ander uit te klaren. Het resultaat mag er zijn. Hij lijkt nu meer op een complete molen, maar is het niet, want het wiekenkruis ontbreekt. Er werd dus een molenkap geplaatst, die allicht binnenin leeg is. Er zit geen huurder meer in de molen. Hij staat er wat eenzaam en verweesd bij.

Om bij de molen te raken kan je gebruik maken van een handig voetveer. Tenminste als je 16 bent, en over wat spierkrtacht in de armen beschikt om het te bedienen. De vroegere huurster zal vermoedelijk wel een stel stevige armen hebben gehad, want het vraagt toch een aantal mminuten draaiwerk om het veer naar jou toe te trekken, en op het bootje idem ditto om je via de ketting naar de overkant te trekken. Het lijkt wel op emmertjes water naar boven draaien, zoals we vroeger boven de steenputten deden. Ik had wat pech want enkele jonge meiden voeren onmiddellijk na mij weer de andere kant op. Ik mocht dus al bij al de boot vier keer over het riviertje trekken. En dat om ook hier de molendetails op de gevoelige flashcard vast te leggen. En het beviel mij uitstekend op deze zonnige zondagmiddag. De blauwe lucht was rijk bezaaid met witte wolken. Ik lijk Concience wel. Waarom ook niet? Brusselmans hoef je niet te lezen, om te weten wat zich in de lucht afspeelt.

Toch enigszins spijtig dat we gisteren op onze tocht langs de windmotoren dergelijke luchten ontbeerden. Zo’n rotor levert toch altijd mooiere foto’s op, onder een wolken bezaaide lucht, zeker als die er onheilspellend uitziet. Nu ja altijd een reden om in het voorjaar wanneer dergelijke luchten meer voorradig zijn nog even terug te keren. In Friesland mogen ze dan wel een vreemde taal spreken, het ligt niet aan het einde van de werteld. Amper driehonderd kilometer te overbruggen. Effe rechts van Amsterdam de Flevopolder door.

Ik voel een hongertje opkomen. Het uurtje terugzetten naar de wintertijd is blijbaar al verteerd. Ergo, ik heb dus opnieuw driehonderd kilometer voor de boeg. Laat ik dus maar opniew lekker gaan veren…. heen en weer zoals Drs P. het zo mooi verwoordde.

Stop onderweg voor een namiddagbeet in …. Noordeloos, waar wer ook al waren op de heenweg, dus dat kent u al….



Molenaarscursus 2014-2015

Molens Posted on 20 okt, 2014 13:13

Bijna 50 molenliehebbers nemen een sprong in het duister. Zij begeven zich op het leerpad, op weg naar het diploma van meester-molenaar of molengids. Door de vzw Molenforum Vlaanderen wordt een nieuwe cursus voor molenaars ingericht. Een tweejaarlijks gebeuren, dat steevast op veel bijval mag rekenen. Onze minister van erfgoed kan gerust zijn. Er zijn nog voldoende landgenoten die zich willen inzetten voor ons eeuwenoud erfgoed. Misschien wel het oudste technisch erfgoed dat we nog kunnen koesteren.

//www.youtube.com/embed/BB2St_hsvHs?rel=0

Molenaar worden is niet over een nachtje ijs gaan. Het vraagt een tijdsinvestering van pakweg twee jaar. Theoretische lessen om te beginnen. Vergeet niet dat de vroegere molenaars tegelijkertijd, vakmensen waren die wisten hoe je het beste bakmeel voor de bakker diende te produceren, die de wolken konden lezen, kortom bij wijze van spreken het weer beter voorspelden dan onze huidige ‘Franken of Jillen’, die konden luisteren naar hun molen en precies wisten, wanneer en waar er weer een spie diende aangeklopt. Ze hadden bovendien een encyclopedisch geheugen, wanneer bijvoorbeeld in overleg met een molenmaker uit de doeken gedaan werd wat er scheelde aan hun ijzerbalk of hun rijn. Dit zijn maar enkele voorbeelden. Onze wereld is vandaag de dag een stuk kleiner geworden, en dat maakt het er niet eenvoudiger op. Wanneer enkele molenaars over de landsgrenzen heen samenzitten en het over hun rondsel, schijfloop, spillegeloop of lantaarn hebben. Maar vrees niet, gij volgelingen van Sint Victor, molenheilige, de beste leermeesters staan klaar om jullie op te vangen, en te begeleiden.

Lig vooral nu nog niet wakker van de 100 uren verplichte stage. Denk nog niet aan de namiddagen waar je in de vrieskou, een zeil mag voorleggen. Denk vooral aan later, aan die ogenblikken die wij nu meemaken. Ogenblikken waarop het genieten is, wanneer je opnieuw de kans krijgt, om een eeuwenoude stiel, nog een echt ambacht, door te geven aan alweer een groep entoesiaste nieuwe molenaars. Denk ook aan het prachtige sociale contact dat er ontstaat tussen molenaars, wanneer ze weer eens samen op een molen zitten ter gelegenheid van een Open Monumentendag, een Nationale Molendag, een Regionale Molendag (noteer nu al 25 april 2015), of een gezamenlijke uitstap naar een alweer atypische molen. Want vergeet niet: elke molen is toch alweer anders, zelfs deze die er voor de leek identiek uitzien bezitten elk hun eigenaardigheden . De ene laat zich al wat beter vangen dan de andere, de ene heeft een waterwiel, waar het water boven in stroomt, terwijl de andere zich tevereden stelt met watertoevoer onderaan het wiel. Met de ene molen leer je koren malen, met een andere maak je omega3 aan, door het slaan van olie uit lijnzaad. Wist je dat er molens bestaan om verf mee te maken, om grint te malen, om water naar een hoger gelegen landsdeel te pompen, om een weefgetouw met aan te drijven. Van al die toepassingen zijn er gelukkig nog exemplaren overgebleven. Er valt dus nog wat te beleven in de molenwereld. Op 24 april 2015 zal een Timsdelegatie “een setje” oliemolens bezoeken, voornamelijk in West-Vlaanderen en het wat zuidelijker gelegen vroegere Vlaams- en nu Frans-Vlaanderen. Een staakmolen met een complete olieslagerij erin, een molen op toerenkot, waar een molenaar boven koren maalde, en waar in de ondertoren olie werd geslagen. Een recentere stenen molen, ook al met deze twee functies, en tot slot een stenen stellingmolen, met een naast gelegen maalderij, waar modernere (intussen ook verouderde) technieken werden aangewend.

Maar terug naar de les. Lieven Denewet, die vermoedelijk de helft van zijn leven doorbracht in archieven, die bovendien het lezen en begrijpen van eeuwenoud schrift machtig is, was dan ook de geknipte man om de geschiedenis van de molenarij aan de cursisten diets te maken. Iedereen kent nu Seistan en Vitruvius. //www.youtube.com/embed/vNp2C8IWOKY?list=PLJdG_1mAEekk-4q7-eIr36fQAzH4B_0RS

//www.youtube.com/embed/lhjww8FBsZk?list=PLJdG_1mAEekk-4q7-eIr36fQAzH4B_0RSOf Lieven nog ooit het onomstotelijk bewijs zal blootleggen, dat de richtbare windmolen een Vlaamse uitvinding is, daar moeten we nog even op wachten, maar intussen nemen we het wel aan, ons baserend op enkele oude notities. Ook de Engelsen claimen het vaderschap van deze richtbare molens. Helaas de Engelsen zitten toch maar mooi met een Doomsdaybook uit 1086, waar geen enkele windmolen in vermeld wordt. Hebben de Vlamingen ook daar in het kielzog van Willem De Veroveraar de windmolen geintroduceerd? Net zoals ze die mee namen op kruistocht.

Boeiend, het blijft boeiend, zeker nu er weer een nieuwe lichting meester-molenaars aankomt, die mee kan helpen zoeken naar de bronnen van dit o zo boeiend erfgoed.

Tot de volgende les.

Uw toegenegen verslaggever ter plaatse….



Pladutse zei u…nooit van gehoord.

Molens Posted on 21 apr, 2013 00:02

Pladutse zei u…nooit van gehoord. Of toch. Iets om te eten? Iets om er op te meppen? Nee helemaal niet, gewoon een plaats om naartoe te gaan.

Pladutse is die straat die nu net binnen de cirkels van de ronde van Vlaanderen ligt.

Niet zo gek ver van de stad Oudenaarde. Aan de andere kant van de Koppenberg.

Daar nog net in Melden, pal op de grens met Zulzeke ligt de Nedermolen. Een jarenlang vervallen watermolen die dankzij de huidige familie Vanderdonckt, compleet in ere werd hersteld. In het weekend van 20/21 april werd de molen feestelijk ingehuldigd. Het waterwiel draait weer. De stenen malen weer. Erfgoedspecialisten, vrijwillig molenaars, sponserende overheden, kortom iedereen was tevreden.

Meer foto’s om van te genieten.



Help ik word molenaar. Ook in 2011.

Molens Posted on 12 okt, 2011 12:56

Meer fotos te bekijken op het fotoboek van Vlaamse Molens

Oktober, de lessen worden hervat. Ook aan de universiteiten van het leven. Meer dan dertig gegadigden, die de echte schoolbanken al geruime tijd geleden inruilden voor alle mogelijke jobs, vinden opnieuw de tijd om zich verder te vervolmaken. Deze keer binnen de erfgoedsector, en meer bepaald in de molenwereld. In het auditorium van het Boeverbos te Brugge werd de aftrap gegeven voor een nieuwe lessenreeks (theorie) over alles wat van ver of dicht gerelateerd is aan molens. Dit liet voorzitter Frank van de West-Vlaamse molenpoot ons weten. Alain voorzitter van de Oost-Vlaamse tegenpoot vereniging verwelkomde zijn publiek later op de dag te Knesselare bij de Pietendriesmolen, waar Johny de eerste durvers reeds een zeil liet voorleggen. Lieven van zijn kant nam traditiegetrouw de honneurs waar voor de eerste les over de historiek van de molenwereld. Van Kelten en Romeinen over fiere Vlaamse uitvinders, tot hele uitgebouwde ondernemingen gebaseerd op vroegere molentechnieken.

De koffie die tussendoor werd geserveerd werd ten volle geapprecieerd. De smaak zit er duidelijk in, want omzeggens iedereen was op tijd te Damme voor het eerste echte treffen met een molen in de praktijk. En toegegeven het gebeurt niet alle dagen dat een heerlijke Noordenwind speelt, en dat bovendien de molenaar ter plekke zelfs de aanwezige benzinemotor op gang trekt.

Een imposante molen die je overigens bijna elke zomerse zondag in het jaar kunt bezoeken, wanneer je rondstruint door het boekendorp Damme. Elke tweede zondag van de maand gaat er een boekenmarkt door. Deze molen bevat op de begane grond in de molenberm nog een koppel pletterstenen op een doodsbed van de vroegere olieslagmolen. Olieslaan kon het afgelopen weekend nog ten volle aanschouwd worden te Gistel, waar vrijwillige molenaars de laatste druppels olie sloegen uit het aanwezige lijnzaad. Een belevenis die je minstens een keer moet meegemaakt hebben, om te ervaren hoe technisch onderlegd onze voorouders wel waren, en anderzijds, in welke omstandigheden ze gratis en voor niets potdoof konden worden. Maar tijden zijn veranderd, en tegenwoordig kan je op de site zelfs terecht in het ernaast gelegen café, om bij pot en pint nadien een en ander te verwerken of te bepraten.

Kwart voor drie en alle cursisten bolden wagengewijs in een lange sliert over de eerst nog West- en later Oost-Vlaamse wegen richting Pietendries. De Knesselaarse burgemeester Tanghe stond er klaar met de nodige koffie. De stageboekjes werden uitgedeeld, en de aanwezigen werden ingewijd in de eerste schuchtere handelingen die men met een molen doorgaans stelt. Mike en Maarten toonden ons de inwendige buik van de molenkast Een echt meelfabriekje zoals je ze nog zelden aantreft.

De schemer zat in de lucht toen de laatsten moe (?) en voldaan op huis aanreden. Tot volgende week (sorry over 14 dagen) bij Mola waar we zullen ervaren dat een ‘museum’ meer kan zijn dan een droge uitbeelding van geschiedenis en techniek. Zie www.vlaamsemolens.com/cursus In de namiddag worden een kettingkruier te Wippelgem en een stenen molen met verbeterd wieksysteem te Ertvelde bezocht. In Ertvelde is daarnaast nog een heuse rosmolen in werking. Toeval of niet, maar bij Mola vergadert op die dag The International Molinological Society (TIMS). Zij houdt er die dag haar jaarvergadering. Meer moet dat niet zijn. Iedereen is overigens in de namiddag welkom om er te genieten van voordrachten van Els Otte die zoekt naar molenschatten op de Mola-zolder, Becuwe die praat over mechanische maalderijen en Jan Delcour zal boteren met hondenmolens, of althans ons daarin wegwijs maken. Misschien kunt u er zelfs reeds wat fotomateriaal van het zopas gehouden symposium te Denemarken bewonderen. Meer info op www.molenkunde.eu



Vlaams-Zeeuwse contactdag 2011

Molens Posted on 14 jun, 2011 12:22

Meer foto’s op molens.sadeler.be

Die 11e juni, het was nog vroeg in de ochtend, zullen heel wat molenaars, samen met mij, het hoofd uit de deur hebben gestoken en gezucht: “Moet het nu echt, vandaag uitgerekend deze zaterdag, regenen?”. En kijk dat moet geholpen hebben want na 9 uur is de regen gestopt in het Waasland. Meer zelfs, regelmatig genoten we terrasgewijs van een hapje en tapje. Het organiserend comité van Levende Oost-Vlaamse Molens had er echt alles aan gedaan om het de deelnemers naar de zin te maken. Zelfs de pers had de reuk opgevangen van het gebeuren. Op elk van de vier deelnemende locaties werden we op een meer dan treffelijke wijze ontvangen. Er werd gestart in de provinciale molen te Sint-Pauwels waar de Oost-Vlaamse gedeputeerde Jozef Dauwe met luider stemme de dag mocht open verklaren. Hij stond even stil bij het feit dat dit gebeuren al aan zijn eerste lustrum toe was. Bijna 80 deelnemers hoorden ook hoe de burgemeester best trots is op zijn grote buur, de Roomanmolen. De terreinen met de hoge stellingmolen palen dan ook aan zijn woning. We kregen enige technische toelichting van betrokken molenaar Marc Vereecken. Later in de bus zouden ook de overige molenaars van de te bezoeken molens ons deskundig voorbereiden. De aangeboden koffie met ontbijtkoek ging er vlot in, dit terwijl de molen van kop tot teen werd geïnspecteerd door de nieuwsgierige deelnemers. Iedereen wou vandaag die, toch wel speciale, koning zien waarover recent nog werd gerapporteerd in het tijdschrift Vlaamse Molens. Buiten stond een mechanische maalderij (op een vrachtwagen) opgesteld. Ook hier hingen de molenaars rond alsof het een pot honing betrof waar omheen de darren vrolijk cirkelden. De tijd brak aan om ons door ’t Soete Waasland naar de volgende bestemming te laten rijden. In Sint-Niklaas werden we ontvangen met een aperitiefje geserveerd door twee allerliefste meisjes. Schepen Lieve Van Daele heette ons welkom. Zij noemde de molen de trots van de monumenten in de gemeente. Vaak is het zo dat wanneer men naar een monument vraagt aan de inwoners van Sint-Niklaas zij doorgaans eerst de Witte Molen vernoemen. De molen was door molenaar Alex Hosdez volledig opgezeild en draaide rustig op de wind, af en toe zijn Van Busselneuzen openend, om wat naar adem te happen. In de taverne naast de molen waren ze er wonderwel in geslaagd om binnen de afgemeten tijdspanne iedereen van een voortreffelijk middagmaal te voorzien. Er bleef zelfs nog tijd over om de Oost- en West-Vlamingen te laten verbroederen met de Zeeuwen. De Brabanders en Antwerpenaren mengden zich maar wat graag in dit wondere molenaarsgezelschap. Wie ook nog ter plekke een partijtje biljart wou starten zal toch later moeten terugkomen want daarvoor had Jo, die de meute bijeen toeterde, echt geen minuutje over. We reden in spanning richting Klein Brabant, naar een heus molenmuseum, te Sint-Amands. De conservator, Karel Van Den Bossche, nam zelf deel aan de daguitstap, maar had zich omringd met een aantal suppoosten die, de inmiddels in vijf gesplitste groep, opvingen buiten aan het museum. Het is onmogelijk om in anderhalf uur gans dit museum te bezoeken, laat staan ook nog eens de tijdelijke tentoonstelling ‘Van Molenmeester tot Maalderijingenieur’ door te lopen. Bovendien keken we vol verwachting uit naar de door Alain gevraagde academische zitting die Karel zou verzorgen, eens alle groepjes boven in het museum zouden verzameld zijn. Elke molenliefhebber moet zeker dit museum ooit bezoeken, en trekt daar best een hele dag voor uit. De tijdelijke tentoonstelling loopt nog tot omstreeks 210 augustus. Tijd genoeg dus.

We wandelden terug naar de bus voorbij het graf aan de Schelde van Emile Verhaeren. De bus stond op wandelafstand op parking noord. Precies op tijd vingen we de tocht aan naar de getijdenmolen van Rupelmonde. Terug naar Vlaanderen via de gekende Scheldebrug te Temse, die er intussen een broertje heeft bij gekregen, wat vooral de ochtend- en avondlijke pendelaars ten goede komt.

Wie Rupelmonde zegt, denkt onmiddellijk aan zijn toch wel uitzonderlijke burgervader, Denert. De man liet dan ook niet na ons te vergasten op een drankje, en een heerlijke welkomst speech, waarbij hij het ook deze keer niet kon laten om te proberen alle mensen wat dichter bij elkaar te brengen. Het gekende knuffelmoment van de burgemeester is daarbij leuk meegenomen en toch wel echt veelzeggend. Dat we de getijdenmolen van Rupelmonde als laatste op het programma hadden gezet, had alles te maken met het feit dat molenaar Jo ons ook effectief het maalproces wou tonen. En in een getijdenmolen moet je daarvoor dus eerst genoeg water opsparen om dat te kunnen. Bezoek je op een later ogenblik deze molen, vergeet dan zeker niet de getijdenkalender vooraf te raadplegen, want er kan amper genoeg water worden opgespaard om daarmee maximum twee uur per dag bij laagtij te malen. Dat dit een unieke molen is hoeft geen betoog. Nergens anders in het binnenland staan er nog molens langs de Schelde, onze enige getijdenstroom (tussen Gent en de kust). In heel Europa zijn ze er nog amper een tiental overgebleven.

Klokslag zes uur zette de bus ons terug af in Sint-Pauwels bij ons vertrekpunt. Dit nadat onze organisatoren nogmaals uitbundig werden bedankt met een overweldigend applaus.

Wij kijken uit naar de editie van volgend jaar, al moet wie van een gezellige molenuitstap houdt zeker niet zo lang wachten, want in september gaan we met zijn allen richting Schiedam via Kinderdijk.

Raadpleeg regelmatig onze activiteiten op: www.vlaamsemolens.com



De renners zijn in aantocht…

Molens Posted on 27 feb, 2011 23:49

Meer fotos….

Februari loopt op zijn laatste benen. Fietsen worden van de haak gehaald, en er gaat haast geen weekend meer voorbij of in de Vlaamse Ardennen rijdt men in alle mogelijke richtingen berg op of berg af. Ook al wijzigen de namen, en het parcours van jaar tot jaar, de beelden blijven gelijk. Zo werd de omloop van Het Volk enige jaren geleden omgedoopt tot Omloop van Het Nieuwsblad en blijkt Kuurne-Brussel-Kuurne in werkelijkheid een Kuurne-Ninove-Kuurne te zijn. Zaterdag was het toch nog te koud om lange tijd langs het parcours te vertoeven, en dus gingen we ‘schuilen’ in Huise in de Huisekoutermolen waar vrijetijdsmolenbouwer Jan met hulp de laatste hand legde aan het plaatsen van een nieuwe voorbalk. Zoals op de foto’s te bekijken een fluitje van een cent (sic). In Zwalm, binnenkort dorp van de Ronde blijkt alvast het symbool van de gemeente te midden van een rotonde. Wat dacht je? Een molen natuurlijk. De wieken zijn wat kort uitgevallen, maar dat is bewust zo, want burgervader Tybens ziet je liever geen slag van de molen krijgen. Het molentje is uniek, want het combineert een wind- en watermolen. Wij vermoeden dat een jonge aspirant molenbouwer hier de hand in heeft gehad.

Zaterdag regende het en de wind blies je zo van de trappen van de molen. In Huise is het nog wachten op nieuwe ‘vleugels’ voor de molen. Dan maar terug huiswaarts via de Scheldero molen die bezeild was en draaide en waar zelfs renners voorbijflitsten op naar de finish in Gent. Het overigens in fraaie zakken verpakt meel (om bokes mee te bakken) staat er ook op jou te wachten. Op de molenberg stond een van de komende generatie molenaars, een oog op de wieken gericht, het andere vermoedelijk spiedend naar Tom Boonen, beneden in de Molenstraat.

Zondag werd het, en weg was de regen, weg was de wind. Ergens tussen Kuurne en Ninove botsten we opnieuw op slierten renners die moeizaam richting Oude Kwaremont trapten. De molen van Tiegem bovenop de Tiegemberg, ligt net iets te ver van het parcours om hem te kunnen vereeuwigen in een beeld met trappende renners. Pal er tegenover resideerde ooit Valerius De Saedeleer. Niet te verwonderen dus dat hij de molens van Tiegem ooit aan het doek toevertrouwde.

Het is nog wat vroeg op het jaar om in het Kluisbos van de lentepracht te genieten, maar een koffietje in het Boswachtershuisje slurpt lekker weg. Via rustige wegen af en toe eens piepend bij de ‘onbekende zuiderburen’ treffen we nog een schaalmodel van een molen aan in Saint-Sauveur.

Uw toegenepen reporter ter plekke…

Foto’s van de volledige montage van de voorbalk in Huise



Huisekoutermolen krijgt nieuwe voorbalk

Molens Posted on 12 jan, 2011 00:15

Het jaar is nog maar bezig, en we kunnen al meteen positief nieuws brengen. De koude heeft enkele entoesiaste molenliefhebbers niet kunnen tegenhouden om de handen uit de mouwen te steken.

Lees meer op de website van de Huisekoutermolen.



Vlamingen op molenuitstap naar Noord-Brabant

Molens Posted on 24 sep, 2010 13:23

Matige wind, geen regen, zon, opgezeilde molens.

Meer foto’s kunnen bekeken worden op: fotos.sadeler.be

Het beloofde een mooie dag te worden in het noorden van ons landje, en het aangrenzende Noord-Brabant. Tijd voor ons Oost- en West-Vlaamse molenaars om enkele windreuzen en een enkele watermolen van nabij te observeren. Bart Hoofs had vooraf een en ander uitgestippeld, waardoor wij overal goed ontvangen werden.

Voor informatie over de te bezoeken molens verwijs ik graag naar het artikel in het zomernumer 2010 van Vlaamse Molens.

Het jaar 1648 en de vrede van Munster kwamen nog even ter sprake, wat ons toeliet de Vlamingen en de Brabanders wat beter te situeren. Er wordt weleens vergeten, dat voordien ‘s Hertogenbosch, Antwerpen, Mechelen, Brussel tot zelf Villers-La-Ville, allen tot hetzelfde Hertogdom Brabant behoorden. Het hertogelijke is al lang verdwenen, zelfs in benamingen als het eerder genoemde ’s Hertogenbosch, dat we nu vriendelijker kennen als Den Bosch. Zuidelijker vonden de Antwerpenaren dat zij hun stad maar moesten uitbreiden tot een hele provincie, waardoor de Brabanders op het eerste zicht nog wat verder uit elkaar werden gedreven.

In ieder geval aan de staakmolens die je binnen dit vroegere Hertogdom nog aantreft zul je nauwelijks merken, dat je grenzen overschrijdt. Ze dragen allemaal de typische, wat men tegenwoordig, Kempense kenmerken noemt. Bij onze noorderburen zijn behoorlijk wat staakmolens mettertijd verdwenen of vervangen door wat de Pruis gemeenzaam Holländer mühle noemen. En ook al hebben deze laatsten pakweg driekwart eeuw geleden regelmatig de streek bezocht, toch weten ook zij blijkbaar niet dat je een Brabander geen Hollander noemt.

Noord-Brabant, en meer bepaald Midden-Brabant. Voor de leek, pal boven de grens met Antwerpen, tussen Breda en Eindhoven.

Op weg naar deze mooie bosrijke streek, takten we even af op de snelweg bij Brecht om de restanten van de afgebrande kettingkruier van Brecht te bekijken. Meer dan waarschijnlijk wordt deze ‘behoorlijk verzekerde’ molen annex taverne gerepliceerd, door molenbouwer De Jongh die ook al de vorige restauratie op zijn naam heeft staan. Voor fotootjes zie het artikel rond onze uitstap naar het land van Cuyck, enkele maanden geleden. John De Jongh zouden we later op de dag nog uitgebreid tegenkomen, wanneer we in zijn bedrijf getrakteerd werden op koffie met koek, en vooral mooie verhalen.

Eerste echte stop, en verdiende koffie in Oisterwijk in de Molen Onvermoeid, ook gekend als Kerkhovense molen. De geschiedenis van onze eigenste molen in Mere liep in 1972 in de maand november plots wat gelijk met de gebeurtenissen in Oisterwijk. Inderdaad de storm teisterde bij allebij de roeden.

Volgens info in het boekje van Ouwezeel, ‘Op molenpad in Midden-Brabant’ zou deze molen ooit uitgerust geweest zijn met zelfzwichting. De doorboorde as, en het eigenaardige metalen gekrulde tuig achter op de kap zouden hiervan nog getuigen zijn. Het boek De Brabantse Molens vertelt hierover weinig of niets.

We werden verwelkomd door toer uitstippelaar Bart en de molenaars ter plekke, onder wie Jan Scheirs en Hennie Willemsen.

Jan kreeg een plekje op onze bus en gidste ons verder door de dag, langs Moergestel, en nog enkele andere plaatsen. Plaatsen waarvoor we spijtig genoeg geen tijd hadden om ze ook echt aan te doen.

Bij de Spoordonkse Watermolen aan de Beerze namen we ruim de tijd om te lunchen en de banden tussen Oost- en West-Vlamingen nog wat hechter aan te halen, en uiteraard ook om van gedachten te wisselen over molens. Wat dacht je anders?

De tijd vloog zo voorbij. Bij Molenmakersbedrijf De Jongh te Oerle waren er zeker een aantal die maar wat graag nog wat langer waren gebleven. Begrijpelijk wanneer je weet dat we op onze bus de halve Vlaamse Molenmakerswereld meevoerden. Sommigen reeds genietend van een welverdiende rust, graag hun kennis delend met de jonge aanstormende talentvolle nieuwkomers.

De met stro bedekte achtkant bij het molenmakerbedrijf hoort eigenlijk niet echt thuis in dit landschap, vernemen we, en wat blijkt, het is dan ook een molen die verplaatst werd vanuit Duitsland (Leezen) naar hier.

De laatste te bezoeken molen staat te Hilvarenbeek, bij een plantentuin, en een belendend doktersmuseum. De Doornboom, was de ideale molen om er de dag af te sluiten. Onze gastheer Bart is er bovendien molenaar. Wie al te veel slagen van de molen kreeg kon zich ontspannen in het museum of in de plantentuin, bij bijvoorbeeld de roomse kervel. We zijn er nogsteeds niet uit waar roomse kervel goed voor is. Naar wij vermoeden zijn er op dit eigenste ogenblik in Vlaanderen wel enkele heerschappen die dit best zouden kunnen gebruiken.

Samengevat. Een pluim voor de buschauffeur die ons overal naartoe voerde, en die ons ook op tijd terugbracht. En aangezien we nog wat pluimen over hebben gooien we er ook enkele naar de Nederlandse molenaars die een groot aaantal onder ons vast en zeker nog regelmatig zullen zien terugkeren. En ja natuurlijk de twee organiserende molenverenigingen, daar valt nog weinig aan toe te voegen. Negenvijftig deelnemers is het beste visitekaartje. Volgend jaar op naar een grotere bus, al denk ikzelf dat snel inschrijven de beste boodschap is. Tip, waarom onze Waalse broeders niet eens met een bezoek vereren in het zuidelijkste Brabant. Misschien willen de Noord-Brabanders dan zelfs mee op onze bus.

Al de Nederlandse molenaars die we gezien hebben zijn alvast welkom bij ons op de Kruiskoutermolen, en op alle actieve molens direct in de buurt.

En nu neem ik even de tijd om mijn gehandtekend exemplaar (door Jan Scheirs) van De Standermolen verder door te nemen. Dit boek ontbrak nog op onze meterslange boekenplank met molenaarsboekwerken.



Donkere wolken boven Kruiskoutermolen.

Molens Posted on 13 sep, 2010 11:50

Open Monumentendag in Vlaanderen. Het begon regenachtig, betrokken luchten, beetje miezeren en vooral weinig wind. Tegen de middag beterde het gelukkig. We telden in totaal 127 bezoekers, en hebben er vast en zeker enkele over het hoofd gezien, getuige een ander verslagje van een bevriende molenliefhebber op het Nederlandse molenprikbord waaruit ik graag het volgende citeer: “…De totaliteit aan bezoekers weet ik niet maar, op de anderhalf tot twee uur tijd dat ik aanwezig was op de site,
dit was tussen 15 en 17 uur, heb ik er toch een zestig à vijfenzestig geteld….”

Onze verslaggever merkte ook nog op: “…Het werd een een gezellige drukte van komen en gaan van bezoekers. Zodanig dat er soms een kleine opstropping in de molenkast tot stand kwam van mensen die de molen verlieten of binnenkwamen. De meeste bezoekers kwamen alleen maar omdat de molen een monument is, maar het merendeel kwam toch om een beetje meer uitleg te krijgen over de werking, de inrichting en de historie van de molen, zodat vrijwillig molenaar Eddy meer dan de handen vol had….”

We kunnen daar nog weinig aan toevoegen…bedankt Marc.

Bedankt ook aan de molenaar van Molen De Roome die helemaal uit Frans-Vlaanderen ons kwam opzoeken.

AANDACHT: Het moet ons van het hart dat er zich om en rond de Kruiskoutermolen zeer zware donkere wolken samenpakken. Men wil de vroegere molensite (Van der Haegen) in zijn geheel gaan verkavelen. Een geel aanplakbord laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Zie foto. Erpe-Mere is de molengemeente in Vlaanderen. Dat werd nog niet zo lang geleden gesteld door gouverneur Denys van oost-Vlaanderen in zijn boek: Mijn ronde, het bestuurlijk reisverhaal van gouverneur Andre Denys. Quote:…Erpe-Mere is een product dat kan verkocht worden. Ik ken weinig gemeenten met tien mooi gerestaureerde watermolens, rijk aan wandelwegen en typische dorpskernen. Een zeer mooi aanbod voor de eendagstoerist die op zoek is naar dergelijke pareltjes. Maar onbekend is onbemind. Waarom Erpe-Mere niet verkopen als molendorp?…einde quote.

We kunnen hier slechts bij opmerken dat het “slechts” om negen watermolens gaat en één windmolen. Deze laatste moeten we koesteren. Het heeft heel wat moeite, tijd en vooral geldmiddelen gekost om deze oude wachter weer draai en maalvaardig te maken. Is het dan nu verantwoord dat PAL NAAST deze molen gebouwen worden opgericht, die ongetwijfeld de windvang sterk zullen hinderen? Het is nog niet te laat om hier tegen te ageren.

Ter illustratie, ten tijde van het Ancien Regime, toen het windrecht nog ingeschreven stond in de wet, mocht in een omgeving van 100 meter rond een windmolen NIETS worden opgericht. De overheid houdt van molens. Waarom zou ze anders deze reuzen voor 80 procent subsidiëren bij onderhouds- en restauratiewerken, met uw en mijn geld. De molens moeten dan wel draai- en maalvaardig zijn. Laat er ons op toezien dat dit zo blijft….



Land van Cuyck, molendag

Molens Posted on 09 jul, 2010 11:54

Zondag 27 juni, molendag in Limburg. ttz In ons eigenste Belgisch Limburg. Maar wat stelt dat nog voor? Nee dan liever snel de grens overgewipt naar het Land van Cuyck.

Fotoreportage.

Het werd heet die zondag. We haalden met gemak dertig graden in het binnenland, en Frank beloofde ons een teveel aan ozon. Niet te veel bewegen, geen zware inspanningen. Behoort fotografie en in het byzonder molenfotografie, daarbij, of kan dit nog net? Bescherming zoeken in zon’n molenkast kan ook altijd nog wat helpen. Hout beschermt en isoleert namelijk behoorlijk goed. Afkoelen onder het voorbijgaande gezoef van de molenwieken was er nouwelijks bij. Op de grens van Limburg en Noord-Brabant hingen de bladeren aan de bomen er verweesd bij. De rook zou met zekerheid recht naar de hemel opstijgen, mocht iemand het in zijn verwarde hoofd halen om net nu de kachel aan te steken. Gelukkig waren verwarde geesten net als vuurgestookte kachels zeldzaam op dat ogenblik.

De Molenvrienden van het Land van Cuyck vierden hun 25 jarig jubeleum. Verschillende molens werden opengesteld. De molenvereniging van het Land Van Cuyck vind je terug in het oostelijke deel van Noord-Brabant. Sedert 2000 hebben ze hun werkterein verruimt met een stukje aangrenzend Limburg en Gelderland. Een mooie streek langs de Maas. Hier kan je op een korte afstand van elkaar een viertal standerdmolens bekijken.

Vooraf reed ik nog even langs Brecht, waar de molen recent afbrandde, om nog wat foto’s te nemen van de nu gedemonteerde kap, of van wat er van overblijft. Meer fotos. Het valt op, dat al bij al de dakspanten, behoorlijk stevig moeten geweest zijn, want de kap die nu op de grond staat heeft nogsteeds haar normale vorm. Alleen is alles helemaal zwartgeblakerd en deels verkoold. Enkel nog goed om er artistieke foto’s of architecturale foto’s van te nemen, die kunnen helpen bij toekomstige restauraties. Dit zal nodig zijn, wil deze kettingreus als een feniks verrijzen uit zijn as.

Alles ligt uitgestald in de belendende speeltuin. Wat op zich de ruimte biedt voor alle verkoolde onderdelen (spoorwiel, vangwiel, molenas, kap), maar anderzijds biedt dit een vrij lugubere aanblik.

Volgende stop in de buurt van Den Bosch, in Noord-Brabant, werd Oud Heusden. Heusden met zijn drie standerdmolens, en zijn stemmige Vismarkt bij het haventje. Hier werd ooit een uit België overgebrachte staakmolen gerestaureerd (Molen 1). Naderhand werden dan twee replica’s bijgebouwd (Molens 2 en 3) op de stadswallen van dit vestingstadje. Heusden is een dorpsnaam die vaak voorkomt. Zie bij ons alleen al in de buurt van Gent, Antwerpen en ergens bij Zolder in Limburg. Overigens Hesdin in Noord-Frankrijk werd ooit bewoond door vlaamssprekenden en heette toen, juist ja, Heusden.

Geen van de drie molens was open voor bezoek. Op zondag werkt de Noord-Brabander duidelijk niet. Koffie dan maar op het terras van Het Centraal, bij de halte van de Paardentram, die in geen velden of wegen te bespeuren viel. Aan de overkant van het pleintje, de Vismarkt, tref je nog ‘Bloemsierkunst in Den Prince’ aan, naast twee eetgelegenheden, het ‘Eetcafé Havenzicht’ en pal ernaast het, de Nederlandse taal trotserende, ‘De Pannekoekenbakker’ zonder tussen-n. Het Centraal blijkt een drukbezochte afstapplaats voor zondagse wielertoeristen te zijn, die zich laven aan koffie en thee. Toch wel even anders dan wat je bij ons doorgaans ziet, waar de wielerterrorist zich meer richt tot abdijvocht, of zelfs duvels in eigen nat.

Van hieruit wordt het nog zo’n 50 km karren naar Nederasselt en Overasselt, voor de eerste echte stops op deze molendag. Ik bedenk nog snel dat die Nederlanders best wel slim zijn. Zij zeggen Nederasselt en schrijven dat dan ook, wij daarentegen zeggen Nederasselt en schrijven …iets anders.

De Maasmolen te Nederasselt komen we als eerste tegen op ons molenpad. Een snelle hap onder een veel te hete, verzengende zon kan nog net. Even na enen liggen de traditionele buitenshots van de molen vast op de gevoelige dataschijf. Een gezellige babbel met de twee aanwezige molenaars dringt zich op, en brandt zo de tijd weg. We wisselden wat info uit. Ooit heb ik deze twee molenaars ontmoet tijdens een van de Brabants-Vlaamse contactdagen van een gekende molenvereniging. (*) Mogelijks kan een korte contactname met een naburig wonende molenbouwer licht scheppen in de duisternis die nogsteeds heerst rond de kennis betreffende gasdempers, nodig bij Van Bussel wieksystemen. Ik werd nog gewezen op enkele merkwaardigheden in deze molen. Zo werd voor de baansteen van deze molen gebruik gemaakt van een oude grafsteen. De tekst ‘Rust in Vrede’ is er nog duidelijk op te lezen.

Deze molen heeft een geschiedenis achter de rug. Bijna vergelijkbaar met de geschiedenis van onze eigenste Kruiskoutermolen in Vlaanderen. Bijna verkwanseld voor nop; bijna verplaatst; gered door de gemeente. De molen beschikt over een groot steenkoppel, een sleepkruiwerk (met autobandje), wat toch zeldzaam is op een standerdmolen. De vroeger aanwezige achtermolen werd aangedreven door een extra wiel, met kammen, achter het vangwiel. De extra ijzerbalk is eveneens nog aanwezig. Een opstelling die ook bij onze molen aanwezig is, zij het dan wel compleet. Recent werd een en ander gerestaureerd: het balkon, de trap, het dak. Het lijkt sterk op wat ook met de Huisemolen recentelijk is gebeurd. En als we dan toch een verschilpunt met onze molen willen beklemtonen, dan is het wel dat het biotoop van deze molen, vlak buiten het dorp nog enigszins ongerept is. Open veld, weliswaar hier en daar nog kleine bomen, en de gebouwen nog op veilige afstand. De volledig opgezeilde molen draaide echter omzeggens niet. Dat zal vast en zeker aan het teveel aan hitte en de te weinig aanwezige wind gelegen hebben.

Wat verderop in Overasselt was de molen gesloten, maar werden we toch verwelkomd door enkele aanwezige levende grasmaaiers. De gemeente is duidelijk de ecologische toer op gegaan en houdt bij middel van een bende mooie zwarte schapen het gras kort.

Wanroij werd de volgende halte op onze tocht. Deze grote ruime driezolder (De Hamse Molen) mag zich gelukkig prijzen dat hij de geschiednis heeft overleefd. Ooit gekocht door een maalderij ‘voor de grond’ en gelukkig op tijd gered door de gemeente en verplaatst naar de overkant van de weg op een open terrein. Toch blijkt er nieuwe dreiging te zijn vanwege de oprukkende industrie. De molen met oud Hollands gevlucht wacht nog op verbusselde wieken, teneinde hem er terug te laten uitzien zoals in 1959 toen hij voor het laatst proffesioneel maalde.

Je herkent de molen van ver aan de grote geverfde ster op de zijkant. Overigens hebben al deze staakmolens hier in de omgeving een behoorlijk smalle trap. Het balkon wordt niet geschoord tegen de kast, maar steunt op een lange spruit, die met twee zwepen is vastgemaakt anderaan de trap. Ook het kruiwerk is op al deze molens zwaar uitgewerkt en quasi gelijkend. Zeg maar ‘gestandaardiseerd’.

Op weg naar de molen in Affenden, waar ze een oude film vertoonden, namen we een verkeerde afslag en belanden zo in Heyen op de Gerarda molen. Een verplaatste poldermolen uit Friesland die hier als korenmolen werd heropgebouwd op de restanten van een door den Duits opgeblazen molen. We zitten hier trouwens vlakbij de grens. In het magazine van de Molenvrienden van Cuyck lezen we nog…’molenaar Kessels zijn bedrijf wou voortzetten met een ruwoliemotor onder in de molenberg. Het besluit om toch weer een windmolen te bouwen heeft te maken met het feit dat ‘de omgeving Heyen na de oorlog nog niet is aangesloten op het electriciteitsnet….’

Inderdaad de vooruitgang is pas begonnen beseffen we maar al te goed, al gaat hij tegenwoordig met veel te rasse schreden vooruit.

De laatste nog op de lijst af te werken molens lag in Oploo, maar bleek (reeds) gesloten te zijn. Ook op de vlakbij gelegen watermolen was geen teken van: leven (meer) aan te treffen. Het liep tegen vijven.

Bij het afzakken via Valkenswaard naar de Wedelse molen in Overpelt voor een uitsmijter, komen we nog langs de molen van Milheeze, die opnieuw in het stro wordt gezet.

Land van Cuyck, een molenbezoek meer dan waard.

(*) Een van deze twee entoesiaste molenaars is de broer van de pas overleden molenaar Hans Snel. Bij deze gecondoleerd.



Zeeuws-Vlaamse contactdag 2010

Molens Posted on 17 jun, 2010 11:44

Meer fotos zijn te bekijken op fotos.windmolens.be

Een Nederlands weekendje. Op zaterdag op stap, met de deelnemers aan de Zeeuws-Vlaamse contactdag, die deze keer opnieuw doorging in Zeeuws-Vlaanderen. Op zondag de grens over op vlucht voor de verkiezingstsunami, al kom je daar dan onherroepelijk terecht in een oranjegekte. Bij het wandelen door Sluis op weg naar een lekkere molenkoffie in de molen De Brak, viel het ons op dat zelfs de etalagepoppen (als je deze zo kan noemen) in de erotiekwinkels getooid waren met oranjewimpels. In een van de nieuwbouwwijken hadt men draden met oranjewimpels kris kras over alle straten heen gespannen. Vandaag (13 juni verkiezingsdag), was het dus voor ons Belgen een dagje om ons Belgisch of Vlaams gevoel te tonen. Voorwaar van het oranjegevoel kunnen we nog veel opsteken.

Zaterdagochtend, halftien waren we present in Sas van Gent in Brasserie d’Ouwe Brug, waar Ton Koops en Steef Nessen ons hartelijk verwelkomden, bij enkele koppen koffie. Verder presenteerden zij een mooi eerbetoon aan Piet Luteijn, de onlangs overleden molenaar van Sasput, en introduceerden zij kort op boeiende wijze de komende dag. Twee stadsgidsen begeleiden de twee mooie grote groepen deelnemers doorheen Sas langs de restanten van een Achtkant, een getijdenmolen en enkele mooie uitgebouwde maquettes (plattegronden) van Sas en Terneuzen.

Voor het middagmaal, een mooie belegde boterham met erbovenop een gevulde omelette knap gegarnierd met frisse tuingroenten, werd halt gehouden in restaurant Baeckermat te Westdorpe. Bovenal een eerste glegenheid om te zien hoe de Vlaamse (West en Oost) deelnemers verbroederden en verzusterden met de Nederlandse (Zeeuwse) molenaars.

Ideeen en weetjes (groot of klein) werden van links naar rechts over de tafels heen gestuurd. Ik geef een voorbeeld: ‘Behandel je de kast en het gebinte van je staakmolen?’ vroeg iemand zich af. ‘Ja’ blijkt in Nederland, ‘Maar dan wel met producten op basis van berken- of beukenextract aangevuld met lijnzaadolie, zoals bruine teer.’ ‘Hola kan en mag dat zomaar? Is dat een product dat goed gekeurd wordt door de subsidierende overheid?’ Enz… enz…

Axel lag vlakbij en werd bereikt na een korte tussenstop bij de Zwartenhoekse Zeesluis. Een bouwwerk uit 1789.

Het valt mij op dat ondanks het feit dat we amper over onze landsgrens heen vertoefden, er merkelijk meer aandacht wordt geschonken aan toerisme en geschiedenis. Mooi uitgewerkte uitlegborden over historische monumenten en historische feiten. Ik heb al te vaak het gevoel dat bij ons in Belgie de geschiedenis ergens moet begonnen zijn omstreeks 14-18 getuige al die monumenten op de dorpspleintjes. In Sas word je geconfronteerd met Keizer Karel, met bolwerken, met paaltjes waarop leeuwen en dubbele adelaars aangebracht zijn, bordstenen met jaartallen als 1789, verwijzingen naar 1648. Wie kent het nog?

Sas is op die manier een boeiende gemeente, al moet mij van het hart dat ze zeker iets moeten doen om de heropstanding van de achtkant molen te bewerkstelligen.

De Axelse Stadsmolen bereikten we lopend over de wekelijkse zaterdagmarkt. En al was de reguliere molenaar van Stichting de Axelse Molen niet aanwezig, toch lieten onze gastheren Steef en Ton,de molen voor ons draaien. Natuurlijk niet terwijl het plaatjes schieten was in de kap bij de gietijzeren molenas. Deze stellingmolen dateert uit 1750 en is regelmatig in bedrijf. Buiten werd de traditionele groepsfoto nog even gemaakt.

Als afzakkertje genoten we nog van een borrel en een maatje in De Graanhalm. Makkers, molenaars, ….maatjes.



Ambachtendag in Vlaanderen.

Molens Posted on 08 feb, 2010 17:57

Van ezels die cardeuses blijken te zijn, Alosta, biezen stoelen en gietijzeren askoppen…

Zeven februari, dag van de ambachten in Vlaanderen. Zoals gewoonlijk is dit vooral bekend bij de betrokkenen en bij een publiek dat voornamelijk door hen werd bespeeld. De grote media blijven hier naar ons gevoel schromelijk in gebreke. Op de dag zelf, bleef de website onbereikbaar (overbelast?).

Het was er anders wel de dag voor. Wat mistig, wat grauw, en nog later zelfs wat regen. Wat doe je dan op zondag? Juist, ja, je zakt af naar enkele bedrijfjes, want bij ambachten gaat het niet om mastodonten. Die hebben trouwens hun eigen open bedrijvendag. Op tocht doorheen het Vlaamse molenland, rijden we helemaal binnendoor naar Etikhove en Ronse via onooglijke plekjes als Wijlegem in de Zwalmgemeente en Tissenhove in Mater. De Vinkemolen en de Oude Molen staan er verstild bij, wachtend op de wind die niet wil komen. De bewolking is te laag en er hangt teveel fijn stof in de lucht. Kortom voor de zoveelste keer smogalarm. De radio schreeuwt dat we lokaal reeds voor de vijftiende keer de drempels overschrijden. Europese bestraffingen hangen dreigend boven ons hoofd.

Pedro Pype is een ambachtsman die mooi bezig is met zijn vaste job in te ruilen voor de uitdaging van de totale zelfstandigheid. Wie zegt dat er geen nieuwe ondernemers meer bijkomen? In de Mussestraat in Etikhove kun je terecht om er vakkundig jouw meubels te laten restaureren. Stoelen en andere zetels worden er opnieuw gestoffeerd. Ook vervangen van oude rieten of biezenbekleding wordt er uitgevoerd. Moluurtjes ter versiering van kasten worden er met de hand gemaakt, voor wie iets meer wil dan een glad Ikea oppervlak in zijn woning. Voor de gelegenheid was er zelfs een ambachtenquiz. Pedro demonstreert maar al te graag een aantal keren zijn vakkunst. In de kleine winkel van de gerestaureerde hoeve is het een drukte van jewelste. Met zijn allen op zoek naar de tijd en de sfeer van weleer. En was dat niet de molenaar van Schorisse die we net nog tegen het lijf liepen, op bezoek op de boerdeij van een van zijn vroegere klanten. De koeien en het akkerland zijn er niet meer, enkel een grote molensteen bij het hek, herinnert nog aan weleer. Bezoek de Website

Onze aandacht werd net voor we verdergingen, nog getrokken door een ‘ezel’ voor de woning. (*) Uiteraard geen echte ezel. Wel een toestel waar vroeger oude wol werd met uitelkaar getrokken (gekaard). Een merkwaardig ding (een sort van bank) waar je op moest gaan zitten, waarna je een half cirkelvormig gebogen plank bezet met gekromde haken heen en weer moest bewegen over een andere half cirkelvormig gekromde plank, bezet met haken in de andere richting. Je kon deze ‘kop’ van voor naar achter en terug bewegen, via een houten spaak die aan deze kop bevestigt was. Na een dag voelde je je eigen rug niet meer. Ik herinner mij de vakantiejob nog goed uit de zomer van negenzestig, waarbij ik de gelukkige was die de ezel mocht bedienen.

Goed verscholen in de Drieborrebeekstraat te Ronse troffen we ‘t Gebinte aan. Een van de weinige molenmakersbedrijven in Vlaanderen. Een goed moment om er tijdens deze ambachtendag binnen te lopen en te genieten van enkele kunstwerken die binnenkort in de Boorsemse molen te Maasmechelen zullen worden gemonteerd. Het bedrijf is gevestigd in een meer dan waarschijnlijk vroegere textielfabriek. Er waren er hier zo vele. De vergelijking van deze ruimte met het pand waar Carlos zijn Alosta matrassen fabriceerde is treffend. Het was trouwens daar dat we ooit met de fameuze cardeuse aan de slag gingen. Een plaats die voor eeuwig zal verbonden blijven met de zomer van negenzestig, en met de dood van Brian Jones, maar dat is alweer een ander verhaal. Keren we terug naar de Drieborrebeekstraat en naar ‘t Gebinte, waar molenbouwer en zaakvoerder Johan de nodige uitleg verstrekt aan groepjes bezoekers, terwijl assistant Mike lustig een blok hout verzaagt. Op de grond ligt een behoorlijk grote askop te wachten op een likje verf. Het betreft nog een askop van de gekende gieterij van Van Aerschot. Ook mooi om te zien hoe een oud raamwerk opnieuw wordt omgetoverd tot een identiek nieuw raam wachtend op een nieuw leven straks in de Stormvogel te Boorsem.

Terwijl we afronden met een paar koppen koffie op de markt te Oudenaarde bedenken we nog dat molenbouwers stilaan witte raven worden in een omgeving waar menig pietje-precies bovendien op hun vingers zit te kijken, bij elk balkje dat wordt vervangen. We moeten ze koesteren, want wie zal straks anders voor onze eeuwenoude windreuzen zorgen? Zijn onze ambachtendagen belangrijk? Toch wel, al was het maar om de jeugd aan het denken te zetten bij hun zoektocht naar een uitdaging en naar een broodwinning. Wij willen met zijn allen toch niet dat ook het beroep van molenbouwer op de lijst van de knelpuntberoepen belandt.

Geniet mee van enkele sfeerfoto’s.

(*)In Frankrijk (en mogelijk ook bij ons) vooral gekend onder de naam cardeuse. Er staat er nog eentje in het museum van ‘t Aloam bij de Mertensmolen in Viane, op de derde verdieping.



Molenaarscursus: de 7de lesdag.

Molens Posted on 31 jan, 2010 00:32

Enkele dagen geleden werden we nog lastiggevallen met berichten over mogelijke smogdrempels die bijna werden overschreden. Gisteren, zaterdag, reden we onder een azuurblauwe hemel, dan weer door de sneeuw. Kortom eind januari; de winter heeft zijn staart nog niet getoond.

Molenaarscursus, en tijd om stil te staan bij wat veiligheid precies inhoudt. Wie beter dan Walter Van Den Branden en Jo Bracke, beiden verbonden aan Mola, konden deze materie op een deskundige wijze toelichten. De provincie Oost-Vlaanderen, bij monde van Mola, beheert vijf molens. Het valt dan ook niet te verwonderen dat veiligheid hoog in het vaandel wordt gevoerd. Zij hebben een voorbeeldfunctie. Recent werd een risicomatrix opgesteld. Aan de hand van deze studie werden reeds verschillende ingrepen uitgevoerd. Op die manier wordt voor molenaars, bezoekers, molenbouwers, en al wie een molen betreedt een veiligere omgeving aangeboden.

Belangrijke boodschap voor alle cursisten: zorg dat je een veilige omgeving biedt aan je bezoekers. Check of je als vrijwiliger voldoende verzekerd werd, door diegene die je aanstelde.

Het namiddagbezoek beperkte zich deze keer tot slechts een molen. Maar wat voor een: de papiermolen te Alsemberg (Herisemmolen). We werden ontvangen door Xavier Winderickx, een telg uit het molenaarsgeslacht Winderickx van deze papiermolen. Wij zagen zelden een dergelijk begeesterde gids. De rondleiding die meer dan twee uur in beslag nam was uitermate boeiend. De heer Winderickx slaagde er zelfs in om tussen ijn uitleg door, nog twee vellen papier te produceren. De site is behoorlijk groot. Wat voornamelijk boeit is dat je mee de geschiedenis doorloopt, van het eenvoudig handgeschept papier in het oudste gedeelte van de molen, tot de later in de geschiedenis bijgebouwde uitbreidingen, waar ondermeer de stoom zijn intrede deed. De talrijke zelfontworpen en gebouwde machines geven nog meer kleur aan dit museum. Het mag een wonder heten, dat dit complex, de tand des tijds heeft doorstaan, en niet heeft moeten wijken voor verkavelingen en lelijke betonconstructies.

Voor meer uitleg, geschiedenis, openingsuren enz… verwijzen we graag naar de website van de Herisemmolen.

Enkele sfeerfoto’s genomen tijdens het bezoek.

Meer foto’s zijn te bekijken op: ons fotohoekje.



Volgende »