Om maar meteen met de deur in huis te vallen; waar ligt de Molenstraat in ons dorp (sic) Lede? Gelukkig was nog een zichtbare molenberg, weliswaar zonder molen, en men heeft er dus maar een Molenbergstraat van gemaakt. In alle deelgemeentes van Aalst werd er met de hakbijl doorgegaan, en moesten op een na alle Molenstraten er aan geloven, terwille van de Molenstraat in de stad zelf, waar al jaren geen molens meer staan,en zelfs het water waarvan ze zich bedienden er niet meer is. Laat ons een bloem, laat ons een Molenstraat, laat namen als Molenbeek, Molenbeersel of Moulbaix a.u.b. toch voortbestaan.
Lieven Tavernier zingt gelukkig nog altijd over de Molenstraat (*)
… . en toen de morgen kwam, stond ik plotseling in de Molenstraat… . Het is geen Highway 61, geen Rue St.-Honoré, het is geen Keyserlei of Kalverstraat, er staan alleen wat bomen langs de weg een voor de rest een straatnaambordje… .
… .. In de verte luidt een klok, een tractor die vertrekt, en verder nog wat vogels op een draad, en ik moest in mijn leven zoveel wegen op en af om hier o.i. aan te komen in de Molenstraat.

Hebben wij een probleem?
Neem nu de kleine geschiedschrijver, de lokale Heemkundige, of zelfs de jong gepensioneerd tijdverdrijf zoekende mens op zoek naar informatie over zijn of haar gemeente en/of familie. Verenigingen voor familiekunde of heemkunde beschikken over archieven waar je makkelijk kan terugvinden waar bijvoorbeeld grootvaders geboortehuis of zijn eerste zelf opgetrokken woning stond. Wie zich ter plaatse begeeft zal vaak vaststellen dat noch straat noch huisnummer nog te vinden zijn. Een van de voornaamste oorzaken van dit probleem is te zoeken in de talrijke fusies die gebeurden begin jaren zeventig, en later. In het beste geval werd de oude gemeentenaam nog verwerkt in de nieuwe naam van de fusiegemeente of wordt er naar verwezen via een toeristisch straatnaambord.
In België wil men elk individu identificeren via een zo kort als mogelijk adressering. Dit leidt er toe dat na elke fusie nodig op zoek moet naar nieuwe unieke namen voor starten en “nieuwe” gemeentes. Lievegem, Kruisem, en in de toekomst mogelijk Pajottegem zij hiervan sprekende voorbeelden. Afgrijselijke hersenspinsels, waar niemand gelukkig van wordt. Om nog maar te zwijgen van de gevolgen. Probeer maar het centrum van Erpe-Mere te vinden. In het beste geval ligt het nieuwe centrum in een van de deelgemeentes en vallen de kleinere satelietgemeentes uit de boot. Behoudt men een naam van pakweg de grootste deelgemeente, dan blijven de inwoners dit vijftig jaar later steevast zien als “hun” gemeente en vergeten ze de inwoners van de “sateliet-dorpen”. Een bewoner van Schellebelle een Wichelaar noemen, dat lukt nog altijd niet. En staat de Tukmolen nu in Maarkedal of toch nog in Etikhove?
Verandering roept weerstand op.
Wie o.i. wat las over “change management” , wijzigingsbeheer weet dat dit een van de lastigste processen is in het geheel van procesmanagement. Schijnbaar zit het ingebakken in de mens zich te verzetten tegen elke vorm van verandering, zelfs als dit in hun voordeel is. In een breder perspectief mag men gerust stellen dat zolang er grenzen zullen bestaan er heibel of zelfs oorlog zal worden gevoerd. Wat van ons is blijft van ons. Op gemeentelijk vlak beseffen burgervaders en schepenen maar al te goed dat schaalvergroting ook met afbouw van hun eigen macht of “postje” gepaard gaat.
Fusies zijn noodzakelijk. Dat zou geen enkel weldenkend individu mogen ontkennen. Door schaalvergroting wordt het makkelijker om te schrappen in de uitgaven. Bijvoorbeeld in de al hoger geciteerde weddes van burgemeester en schepnen, die we al te dikwijls meerdere keren tegenkomen in intercommunales waarvan we ons afvragen of die na grotere fusies nog echt noodzakelijk zijn? Materiaal kan in grotere aantallen met korting worden gekocht.
Op grechtelijk vlak hebben we verder in ons land al grotere omschrijvingen. Kantons en arrondissementen waar Jan Modaal alleen met te maken krijgt als hij of zij ter stembusse mag trekken. Waarom fusies van gemeentes niet laten samenvallen met die omschrijvingen. Het is maar een overweging.
Nog een heikel punt bij het nog altijd te beperkt aantal fusies is te vinden in de portemonnee van de burger. Welke inwoner van een buurgemeente van een grotere stad wil daar deel van uitmaken wanneer duidelijk is dat opcentiemen en grondbelastingen er vaak ettelijke procenten hoger zijn? Dat tonen enquêtes onder de burgers van bijvoorbeeld Kruisem en Kluisbergen aan. Wij samen met Oudenaarde, vergeet het maar… . Is het eigenlijk wel democratisch dat in ons land de ene burger meer gemeentetaksen betaalt dan de andere? Is het verantwoord dat snelheidsbeperkingen voor een zelfde weg in de ene gemeente verschillend zijn met die in de buurgemeente? Of dat de aanleg van de weg verschillend is, of dat er in de ene gemeente straatverlichting werd aangebracht die plots ophoudt bij “de grens” van de gemeente? En dan hebben we het nog niet gehad over verkeersregels zoals voorrang van rechts in buurgemeentes die zich in een en dezelfde politiezone bevinden. Of de hond die wel dan niet na tien uur ’s avonds nog mag blaffen. Het lijkt wel alsof men constant het IQ van de burger op de proef wil stellen. Of ligt het aan het IQ van wie het voor het zeggen heeft in al die kaboutergemeentes? Het is maar een vraag.
Genoeg ontleedt. Keren we terug naar de kern van dit betoog. Waarom is het nodig dat alle Kerk- Nieuw- en Molenstraten moeten wijzigen van naam, door een fusie, terwijl dit louter administratief te regelen valt. Schaalvergroting, besparen, beter bestuur. Wij herinneren ons nog het verhaal van een Hongaarse molenvriend die in de Transylvaanse regio op bezoek ging bij een groottante, die tijdens haar leven in vijf verschillende landen had gewoond… . Zij was wel nooit uit haar geboortehuis geweest.
Kan het anders?
Wij hoeven niet een zo ver te gaan om te kijken hoe het anders kan. Nederland wijst de weg. Consultatie van Wikipedia leert ons dat de woonplaats de aanduiding is van de vestigingsplaats zoals in de postale adressering gebruikelijk is. Wat betekent dit concreet? Bij verder lezen zien wij dat een adres in Nederland bestaat uit woonplaats, straat en huisnummer. Is dit dan zo verschillend met ons land? Jawel, want in Nederland bepalen gemeentes hoe hun grondgebied is onderverdeeld in woonplaatsen. En daar gaat het om: een gemeente kan dus bestaan uit verschillende woonplaatsen. Wij zouden dat dan gemeentes en deelgemeentes kunnen noemen.
In Nederland waren er op 1 januari 2015 393 gemeentes verdeeld in 2499 woonplaatsen. Per 1 januari 2023 waren er nog 342 gemeentes en 2501 woonplaatsen. Wij stellen dus vast dat ook daar fusies gebeuren, maar dat heeft amper impact op het aantal woonplaatsen. Om het nog concreter te maken: Zeeuws-Vlaanderen telt op haar grondgebied nog drie gemeentes: Sluis, Hulst en Terneuzen. Binnen deze drie gemeentes treffen wij veertien postcodes aan. Het Nederlandse postcodesysteem dat bestaat uit vier cijfers en twee letters laat toe om wanneer gecombineerd met een huisnummer, elke geadresseerde te identificeren, zelfs zonder straatnaam of woonplaats er bij te vermelden. Bij een fusie binnen dit systeem is het niet nodig te sleutelen aan straatnamen en huisnummers. Wij stonden er bij en keken er naar.
Per slot van rekening gaat het in deze kwestie toch alleen om administratieve fusies met al dan niet een extra aanduiding door een nummer. Zelfs provincies, arrondissementen voeren ook een speciaal nummer, net als overheidsinstellingen zoals de VRT, het Europees Parlement of zelfs Sinterklaas (0612).
Besluit: blijf van onze straatnamen, laat onze Molenstraten verder bestaan. Al jaren beschikken wij over een ministerie van Administratieve Vereenvoudiging, thans geleidt door Mathieu Michel, juist zoon en broer van. Het blijft zoeken met een vergrootglas naar resultaten. Misschien moeten ze die maar naar Nederland sturen op onderzoek.
(*) Bron: https://muzikum.eu/nl/lieven-tavernier/molenstraat-songtekst

Op de foto de fiere Meter en Peter, terwijl een gebrilde Broeder toekijkt.


Bijna 50 molenliehebbers nemen een sprong in het duister. Zij begeven zich op het leerpad, op weg naar het diploma van meester-molenaar of molengids. Door de vzw Molenforum Vlaanderen wordt een nieuwe cursus voor molenaars ingericht. Een tweejaarlijks gebeuren, dat steevast op veel bijval mag rekenen. Onze minister van erfgoed kan gerust zijn. Er zijn nog voldoende landgenoten die zich willen inzetten voor ons eeuwenoud erfgoed. Misschien wel het oudste technisch erfgoed dat we nog kunnen koesteren.
Of toch. Iets om te eten? Iets om er op te meppen? Nee helemaal niet, gewoon een plaats om naartoe te gaan.
Meer fotos te bekijken op het 
Buiten stond een mechanische maalderij (op een vrachtwagen) opgesteld. Ook hier hingen de molenaars rond alsof het een pot honing betrof waar omheen de darren vrolijk cirkelden. De tijd brak aan om ons door ’t Soete Waasland naar de volgende bestemming te laten rijden. In Sint-Niklaas werden we ontvangen met een aperitiefje geserveerd door twee allerliefste meisjes. Schepen Lieve Van Daele heette ons welkom. Zij noemde de molen de trots van de monumenten in de gemeente. Vaak is het zo dat wanneer men naar een monument vraagt aan de inwoners van Sint-Niklaas zij doorgaans eerst
De molen was door molenaar Alex Hosdez volledig opgezeild en draaide rustig op de wind, af en toe zijn Van Busselneuzen openend, om wat naar adem te happen. In de taverne naast de molen waren ze er wonderwel in geslaagd om binnen de afgemeten tijdspanne iedereen van een voortreffelijk middagmaal te voorzien. Er bleef zelfs nog tijd over om de Oost- en West-Vlamingen te laten verbroederen met de Zeeuwen. De Brabanders en Antwerpenaren mengden zich maar wat graag in dit wondere molenaarsgezelschap. Wie ook nog ter plekke een partijtje biljart wou starten zal toch later moeten terugkomen want daarvoor had Jo, die de meute bijeen toeterde, echt geen minuutje over. We reden in spanning richting Klein Brabant, naar een heus
Het is onmogelijk om in anderhalf uur gans dit museum te bezoeken, laat staan ook nog eens de tijdelijke tentoonstelling
En in een getijdenmolen moet je daarvoor dus eerst genoeg water opsparen om dat te kunnen. Bezoek je op een later ogenblik deze molen, vergeet dan zeker niet de getijdenkalender vooraf te raadplegen, want er kan amper genoeg water worden opgespaard om daarmee maximum twee uur per dag bij laagtij te malen. Dat dit een unieke molen is hoeft geen betoog. Nergens anders in het binnenland staan er nog molens langs de Schelde, onze enige getijdenstroom (tussen Gent en de kust). In heel Europa zijn ze er nog amper een tiental overgebleven.
Zoals op de foto’s te bekijken een fluitje van een cent (sic). In Zwalm, binnenkort dorp van de Ronde blijkt alvast het symbool van de gemeente te midden van een rotonde. Wat dacht je? Een molen natuurlijk.
De wieken zijn wat kort uitgevallen, maar dat is bewust zo, want burgervader Tybens ziet je liever geen slag van de molen krijgen. Het molentje is uniek, want het combineert een wind- en watermolen. Wij vermoeden dat een jonge aspirant molenbouwer hier de hand in heeft gehad.
Het overigens in fraaie zakken verpakt meel (om bokes mee te bakken) staat er ook op jou te wachten. Op de molenberg stond een van de komende generatie molenaars, een oog op de wieken gericht, het andere vermoedelijk spiedend naar Tom Boonen, beneden in de Molenstraat.












De Maasmolen te Nederasselt komen we als eerste tegen op ons molenpad. Een snelle hap onder een veel te hete, verzengende zon kan nog net. Even na enen liggen de traditionele buitenshots van de molen vast op de gevoelige dataschijf. Een gezellige babbel met de twee aanwezige molenaars dringt zich op, en brandt zo de tijd weg. We wisselden wat info uit. Ooit heb ik deze twee molenaars ontmoet tijdens een van de Brabants-Vlaamse contactdagen van een gekende molenvereniging. (*) Mogelijks kan een korte contactname met een naburig wonende molenbouwer licht scheppen in de duisternis die nogsteeds heerst rond de kennis betreffende gasdempers, nodig bij Van Bussel wieksystemen. Ik werd nog gewezen op enkele merkwaardigheden in deze molen. Zo werd voor de baansteen van deze molen gebruik gemaakt van een oude grafsteen. De tekst ‘Rust in Vrede’ is er nog duidelijk op te lezen.
waar Ton Koops en Steef Nessen ons hartelijk verwelkomden, bij enkele koppen koffie. Verder presenteerden zij een mooi eerbetoon aan 


De bewolking is te laag en er hangt teveel fijn stof in de lucht. Kortom voor de zoveelste keer smogalarm. De radio schreeuwt dat we lokaal reeds voor de vijftiende keer de drempels overschrijden. Europese bestraffingen hangen dreigend boven ons hoofd.




Enkele dagen geleden werden we nog lastiggevallen met berichten over mogelijke smogdrempels die bijna werden overschreden. Gisteren, zaterdag, reden we onder een azuurblauwe hemel, dan weer door de sneeuw. Kortom eind januari; de winter heeft zijn staart nog niet getoond.



