Elk jaar is het weer uitkijken naar de week na 19 maart. De week waarin de lente schoorvoetend aantreedt. De week waarin ik elk jaar opnieuw de vrijheid vier, en de slogan: ‘alles mag, maar niets hoeft nog’ gedenk. Acht jaar geleden in 2009, na een laatste draaibeurt door het toegangstourniquet, en nog wat drinks in een lokale pub, reed ik in een wagen getrokken door vurige paarden de hemel tegemoet. Brel zong al ‘dat het hard te sterven is als de lente komt’, iets wat ik enkel beaam.
De week lijkt wel een copie van die gedenkwaardige week in 2009, nu alweer acht jaar geleden. Wandelen te Schellebelle in nieuw aangelegde overstromingsgebieden waar de fauna schoorvoetend haar intrede doet. Waar toch al vlinders zijn neergestreken.
Luisteren naar iemand die nog maar een boek schreef over Nick Drake.
Je verschuilen achter een Duvel op een zonnige maandagnamiddag, en wat foto’s ordenen. Plannen maken voor de komende zevende maanden waarin we een uurtje meer licht krijgen toegewezen.
Zij wandelt over de zandweg. Het zonlicht weerkaatst op haar goudkleurig bezet schoeisel. Haar windjack hangt nonchalant over haar schouder. Ze snuift de warme lentelucht op, en ze denkt….



Morgen wordt de oude afgebroken. Toeval of niet maar honderd meter verder was het gedaan met fietsen. Platten tuub. Al kan dit natuurlijk ook liggen aan het feit dat mijn buitenbanden al wat langer aan vervanging toe waren. En zo werd het toch nog wat reizen vandaag, want zoals je weet is de trein altijd…

En daarmee is de “nieuwe passerelle” voorlopig toegevoegd aan de lijst met Sinterklaaswensen waarop ook al een grote feestzaal prijkt.




