Blog Image

Sadeler's blog

If I were a miller at a mill wheel grinding, would you miss your color box, and your soft shoe shining? (c) Tim Hardin

Link naar:  windmolens, Facebook   Meer weten? contacteer mij. 

Opgelet: Alle artikels en foto's zijn beschermd door copyright. Alle overeenkomsten tussen bestaande personen en personages berusten op louter toeval. Topfoto (c) Michel Verdoodt.

Neil Young wordt 75.

Classic rock Posted on 12 nov, 2020 18:09

Achteraf bekeken bestaat het leven uit een aan elkaar rijgen van gebeurtenissen. Sommige gebeurtenissen vinden plaats zonder dat we erbij zijn, of zelfs zonder dat wij er weet van hebben. Soms laten we ons misleiden door een of ander prul van een recensie van een of ander stuk onbenul in een of ander al even onbenullig week- of maandblad.
Terzake: elke luisteraar van het nachtradioprogramma met Tineke op Veronica kende haar afsluit tune, Expecting to Fly, die ze leende van Buffalo Springfield.
We wisten allemaal dat in Woodstock Crosby, Stills en Nash hun debuut maakten. Iets minder bekend was dat dwarsligger Neil Young had geeist dat hij niet zichtbaar in de film zou komen. Er waren er nog die dat liever niet hadden. CCR om ze niet te noemen.
En dan een paar jaar later werden we dagelijks, op de radio, om de oren geslagen met Heart of Gold, door radiofiguren als daar zijn: Anthony, Prince Of Darkness. Zacht gevooisde muziek tussen het geweld van Zeppelin en Deep Purple en Pink Floyd.
Kortom Neil Young stond in die jaren niet hoog genoteerd in mijn fan-lijst.
Daar kwam in 1976 verandering in. En of daar verandering in kwam. De openbaring vind plaats op 25 maart in 1976. Amper zes dagen nadat ik de liefde van mijn leven tegen kwam. Had een en ander late geprogrammeerd geweest, het had helemaal anders kunnen gelopen zijn. In die dagen dweilden we op zondag- en zaterdagavond nog de discotheken af. Plaatsen waar je Neil nooit hoorde, want everybody was still Kung-Fu Fichting. Maar dankzij ‘de Rie’ liet ik mij overhalen om mee te gaan naar Vorst. We hadden met ons beiden nog maar pas naar het Koninklijk Circus bezocht waar we in Bad Company vertoefden, en nog enkel maanden eerder zagen we Status Quo. Nog zo een band waar ik in mijn eentje niet zou voor zijn buitengekomen. Zelden zo een op en neer gaande massa gezien als die avond in de betonnen Vorstelijke tempel.

Een dag na het concert kocht ik Zuma. En daar is het niet bij gebleven. Precies op 25 maart maakte ik kennis met Neil, die zowaar gitaar kon spelen. Tenminste dat schreef ik,neer in mijn toenmalig verslag. We stapten binnen in Vorst Nationaal beladen met herinneringen aan Helpless en Woodstock. Wat direct opviel was de massale opkomst. Er waren zelfs Canadese soldaten die gekazerneerd lagen in Duitsland, met een bus gekomen. Na een poos begon ik mij stilaan te realiseren dat Young iets meer bezat dan zijn ‘eigenaardige’ stem. Hij kon begot nog gitaar spelen ook. De songs uit Zuma en ander recent plaatwerk stonden als een huis. Een solied huis. Young startte met een akoestische set. Een man op een stoel met een gitaar, die wondermooie nummers bracht. The Needle and the Damage Done was er een van. Na de pauze trad Young voor het licht met Crazy Horse, en pootte hij een geluid neer, wat ik nog nooit had gehoord. Dat was pas een rockband. Ik eindigde de korte beschrijving met: ‘We geven grif toe dat we Young danig onderschat hebben. Muziek die je energie geeft. Young heeft er weer een fan bij.’

Ik zag hem intussen tien keer live, en de rist platen en cd’s is niet meer te meten.
Wie meer wil lezen over mijn concertbezoeker of cd-recensies verwijs ik graag door naar:

Neil Young in Antwerpen

2014 Het jaar van Neil Young

Ik zou het bijna nog vergeten, maar vandaag vierde Neil Young zijn vijfenzeventigste verjaardag.
We hebben nog veel Neil Young tegoed. Wij wensen de archivaris en vooral componist en muzikant Young nog veel mooie muzikale jaren. We komen elkaar nog wel eens tegen.



Pink Floyd 1975: epiloog.

Forever Young Posted on 23 jul, 2020 13:36

Het was juli 75, en het dagelijkse leven hervatte zich.  In de Britse pers verschenen recensies. Zelfs nu nog 45 jaar later wordt er regelmatig over het Knebworth festival uit 1975 geschreven, en duiken er nog foto’s en zeldzame, vaak minderwaardige’ geluidsfragmenten op.

Blogs, rapporteren jaren na datum: Let op met verslagen, op diverse blogs, die pas jaren later werden geschreven, enkel gesteund op basis van vage herinneringen.  Een voorbeeld: https://vintagerock.wordpress.com/2014/01/22/pink-floyd-at-the-knebworth-festival-knebworth-park-5th-july-1975/

We lezen o.a. over het optreden van de Steve Miller Band. ‘We hadden natuurlijk allemaal het klassieke nummer ‘The Joker’ gehoord, maar als we kijken naar gepubliceerde setlists van zijn optreden die dag, lijkt het erop dat hij het niet heeft gespeeld (wat ik moeilijk te geloven vind, maar we waren teleurgesteld); om eerlijk te zijn herinner ik me niet veel van zijn set.’

In een uit 2016 daterende reactie van ene Bob Whiteheaf hierop lezen we:  ‘Ik was misschien een beetje meer “wakker” maar herinner me duidelijk “de joker” van de Steve Miller-band ….’ om maar te zeggen dat het geheugen een zeef is en iedereen datgene er in bewaart wat hij of zij zelf graag wil. Voor alle duidelijkheid: the Joker werd NIET gespeeld.

Ook de vlucht van het kleine vliegtuigje aan de piloon wordt op een verkeerd ogenblik gesitueerd. ‘Vlak voor het begin van Dark Side of the Moon vloog een vliegtuig over de menigte (reizend langs een draad van de verlichtingstoren) en stortte neer op het podium. En toen kwam de bekende openingsstem “Ik ben al jaren gek, absoluut jaren … ..” en het spookgelach … en we waren vertrokken, getuige van de laatste uitvoering van DSOTM door de Floyd met Roger Waters .’

En in het besluit van dit blog artikel geeft de auteur nog een herinnering mee van een aanwezige vriendin, die blijkbaar de dag doorbracht in de motregen.  Hoe slecht kan je geheugen zijn? ‘Mijn vrienden John en Susan zaten ook in de coach. De herinneringen van Susan van de dag: ik herinner me niet veel van de acts behalve Pink Floyd en ik denk dat dat kwam omdat ik zo dankbaar was dat het betekende dat het festival bijna voorbij was! Ik herinner me de dag als zittend op een deken in een vochtig veld tussen duizenden mensen (en een paar kleine honden), met nevel en motregen die vrijwel de hele dag vielen, absoluut uitgehongerd waren en de meest verschrikkelijke badkamer faciliteiten moesten gebruiken die ik ooit had tegengekomen.’

Laten we ons dus maar baseren op wat de ‘echte’ pers er in de dagen na het festival over rapporteerde. In de gespecialiseerde pers verschijnen in de week van 12 juli enkele recensies, en naar goede gewoonte in die dagen, waren dit niet direct de verslagen waarop wij, en andere aanwezigen echt zaten te wachten.

The Guardian. Robin Denselow pende reeds op dinsdag 7 juli zijn verslag neer in de Guardian. Volgens deze man leek het hem ‘een glorieus festival dat leek op de festivals uit de jaren zestig.’ Maar, merkt hij op:  ‘het publiek van vandaag verwacht gladheid en professionalisme, in plaats dan geëxperimenteer.  Rock is big business geworden,’ lezen we nog, ‘en dat vereist professionaliteit in plaats van experiment.’ 

Nog enkele citaten: ‘De Knebworth-artiesten hebben allemaal de transformatie van psychedelische kelders naar sportarena’s overleefd en zijn – in verschillende mate – bekender geworden door de verandering.’ 

‘De grootsheid en complexiteit van hun show (Pink Floyd) heeft nu zijn voor de hand liggende gevaren: op zaterdag werd hun set bijna vernield door technische fouten waardoor ze het podium moesten verlaten voor een half uurtje reparatie.’

Denselow vindt het nieuwe Shine On You Crazy Diamond, hun beste stuk. ‘Een klassieke Floyd-mix van statige, wervelende melodie en stuwende ritmes, – enigszins ironisch – opgedragen aan hun voormalige leider Syd Barrett, en handelend over verlies aan creativiteit en optimisme.’

Alle andere artiesten krijgen er tot slot ook nog van langs.‘Andere artiesten waren ook licht teleurstellend. De cultheld Steve Miller bleek een prettige, gelikte bluesman te zijn met een goede stem – maar weinig meer. Kapitein Beefheart zag er ouder en zieker uit en om de een of andere reden hadden zijn bot schokkende boogies en geestige poëzie verrassend weinig effect op de menigte.’ Waarna Beefheart zich volgens onze man van de Guardian tot het publiek richtte en vroeg:  ‘Zijn hier geen beatniks? Nou, je kunt altijd dronken worden en doen alsof. ‘

Waarschijnlijk arriveerde de reporter van de Guardian te laat, want over Linda Lewis en Roy Harper vinden we niets terug.

Wat schrijven Melody Maker en de New Musical Express?

  • Melody Maker: 12 juli 1975. Chris Charlesworth. Plain sailing for the Floyd.
  • New Musical Express: 12 juli 1975. Steve Clarke & Angy Errigo.  All Board for the Belsen Express
New Musical Express
Melody Maker

Het verslag in Melody Maker (MM) van Chris Charlesworth droeg als titel: ‘Plain sailing for the Floyd’, en viel al bij al nog mee.  Het verslag van Steve Clarke & Angy Errigo in New Musical Express (NME) met als titel ‘All Board for the Belsen Express’ viel eerder te klasseren in de rubriek bagger.  De lezersbrieven enkele weken later in de uitgave van 26 juli logen er dan ook niet om.

Om kort samen te vatten, MM vond dat ‘Het was een redelijk goed georganiseerd eendaags festival. Het weer was prima, maar het was echt een koude dag …. ’ Verder vindt Charlesworth  drie evenementen het vermelden waard: de ambras die Roy Harper veroorzaakte backstage, de twee Spitfires aan het begin van het optreden van Pink Floyd, en de gevechten tussen veiligheidsmensen achter het podium.

NME schreef: ‘Nou, het was in orde een klassieke popfestival. Jezus was daar, hij droeg een schaars blauw zwempak en zwaaide met een grote roze papieren bloem.’

Over het namiddagprogramma vernemen we het volgende: MM schat het publiek op ruwweg 100.000 man, waarvan ‘Naar schatting waren 50.000 onder hen in diepe slaap.’

NME vraagt zich af of het echt zou kunnen dat: ‘in 1975 het idee van 100.000 mensen was om op een leuke zaterdag geld te betalen om urenlang in een veld te kruipen met af en toe een ongelijkmatig muzikaal ritme als voorwerp van deze vreemde ritus?’

Volgens MM werd de lange tijd voor Harper aantrad gevuld met sketches van een als colonel verklede Graham Chapman. Hij kreeg het hard te verduren, wanneer Jesus hem vocaal van uit het publiek attaqueerde. Jesus was een figuur met ontbloot bovenlijf en een hippy bloemenvlag die in die tijd op alle festivals altijd vooraan in het publiek opdook. 

Roy Harper. MM schrijft dat Harper eerst solo aantrad, akoestisch vervolgde en daarna met een excellente band afsloot.  ‘Zijn vroege liedjes waren teveel gejammer voor een openluchtevenement. Niemand wilde huilen, maar Harper deed zijn best om een meer dan trieste sfeer op te roepen over wat een gelukkige gelegenheid had moeten zijn.’

NME vermeldt dat de violen gedirigeerd werden door David Bedford en dat Harper opende met ‘Commune’ en ‘12 hours of Sunset’. Over de sessiemuzikanten die deel uitmaakten van Trigger de begeleidingsband van Harper is NME zeer tevreden. Zij vinden hen zelfs de beste van de dag. ‘Bruford en Spedding schitterden de hele tijd en hun muzikaliteit werd niet geëvenaard door iemand anders die in Knebworth speelde.’

Harper begon nadien te klagen dat zij (het publiek)  zijn plaat moesten kopen of dat dit het einde zou betekenen, en het de laatste keer zou zijn dat ze hem te zien zouden krijgen.

Captain Beefheart & His Magic Band. MM vond Beefheart maar een mopperaar.  ‘Hij mopperde tegen het publiek met raspende stem, over een kakofonie van lawaai dat je zwaar om de oren sloeg en het zond me uiteindelijk weg voor een wandeling door het terrein.’

In NME is alweer het koppel reporters iets minder vriendelijk en onbegrijpelijker.  Zij ontmoeten er twee frontlinie-fanatici genaamd Steven & Chris die uitlegden dat ze helemaal uit Wrexham, Noord-Wales gekomen waren om Beefheart te zien. 

‘De toegift was “Big Eyed Beans from Venus” op een jungle beat van bloedstollend luide proporties.’

Zij vragen zich verder af: ‘hoe hij z’n koel bewaart en die electrische spanning  opbouwt  ‘extremely self-contained in the center of the lunacy.

Ze merken nog op dat Beefheart na het optreden onmiddellijk en gehaast vertrok.

De Steve Miller band. Over Miller zijn ze kort bij MM: het klonk goed en crisp clear over the PA.

NME ziet Steve Miller wel zitten, naar hun oordeel te zien, alhoewel…:  Net als wijzelf merken ze op dat Miller zelfs zijn laatste ‘hit’ The Joker niet eens speelde. ‘Het was 12 bar na 12 bar.’ Tweede gitarist Dudek wordt bewonderd voor zijn slide gitaarspel.  

En ze besluiten: ‘Niet memorabel, maar een professionele set en niemand werd verbrand, en dat is meer dan wat je kan zeggen over de Floyd.’

De Pink Floyd. MM: ‘In het kort, het eerste deel was zwak, “Dark side” scoorde occasionele hoogten, en  “Echoes” was pretty superb. Er waren tuning problems, en vooral Waters krijgt er van langs, wegens zwakke momenten in zijn stem.

Any colour you like, was een van de nummers waarin werd geimpriviseerd, en dat haalt uiteraard de pers.

MM: ‘Any colour you like ontwikkelde zich tot een enorme jam, David Gilmore schitterde vooral op zijn Stratocaster waar hij akkoorden uitwisselde met Waters en Wright, en doorliep een spectrum aan ideeën die niet op de plaat staan.’

NME start met het ok vinden van de Spitfires, maar heeft het vooral over de technische problemen die er waren en vat samen: `voor een groot deel van hun set lag hun spelniveau ver onder hun normale verwachtingen.’

Het eerste nummer Raving & Drooling wordt omschreven als ‘opgehangen rond de herhalingen van een niet al te geïnspireerde riff die klonk als iets gespeeld op een erg zieke Clavinet. Er waren wat rode lichten en het drummen van Nick Mason was volkomen onhoorbaar. David Gilmour voegde wat gitaar toe, het koudijs verscheen en iemand zong wat woorden.’

Vervolgens hoorden zij iemand van de bandleden voor de micro het volgende verkondigen: ‘Het zal beter zijn als het donker wordt’ wat bij hen de gedachte oproept: ‘alsof de band zelf besefte dat het niet zo goed ging.’

You got to be crazy en Shine on you crazy diamond werden dan weer beter bevonden.

In feite schrijven ze niet zo veel over Dark side of the Moon, behalve dan dat: ‘Veel van het zingen vals was, ook al waren de meiden die met de band zongen uitstekend.’

Echoes droeg dan weer wel hun waardering weg. ‘Echoes sloot hun set en dat was het, weer een anticlimax voor een groot buitenevenement.’

Charlesworth (MM) Het was de eerste keer in 3 jaar dat Charlesworth DSOFTM meemaakte. Hij besluit dat de beste keer de eerste keer was in de Rainbow in 73, of 72. Hij wist het zelf niet meer.  Is in onze herinneringen, de 1ste keer, niet altijd de beste keer? (Sadeler)   

In NME kruipt aan het einde van het verslag toch nog een eigenaardige aap uit de mouw. Precies daar waar ze het hebben over het feit dat niemand van de pers frontstage was toegelaten tijdens het concert van Floyd. Wij nemen aan dat dit met de veiligheid te maken had in functie!e van het aan een stalen kabel bevestigde vliegtuigje dat naar het podium toe zou vliegen.

‘Gedurende de set van de Floyd waren er geen journalisten toegestaan in de afgesloten ruimte voor het podium, dus als dit rapport niet zo gedetailleerd is als het zou kunnen, ligt het daar aan.’

Echt?????  Hun slotzin liegt er niet om: ‘Hoe dan ook, veel mensen hadden veel tijd veil en geld om naar Knebworth te reizen om er hun favoriete band te zien tijdens een optreden dat echt behoorlijk schandalig was.’

Lezersbrieven in New Musical Express (NME) (*)

Brievenrubriek NME

* Lezersbrieven: 26 juli 1975. (4) + 1 antwoord van NME zelf, onder de titels Tales of Brave Knebworth.

Twee weken later verschijnen in NME een aantal lezersbrieven. We beschikken niet over een uitgave van Melody Maker uit die tijd, maar hoogstwaarschijnlijk ontvingen ook zij enkele lezersbrieven dienaangaande. 

Vandaag is het eenvoudig om je lof te verkondigen, of je gal te spuwen, over een concert.  Twitter, Facebook, en andere sociale media zijn amper een druk op een toets verwijderd.  In 1975 kon je je enkel richten via een ‘gele briefkaart’ en een heuse brief, en was het bang afwachten of die zou gepubliceerd worden, laat staan of je een antwoord mocht verwachten. We zien dan ook dat NME deze lezersbrieven pas drie weken na het festival publiceert, in haar editie van 26 juli. 

Een eerste reactie komt van ene Janette uit Portsmouth, Hants. ‘Goed gedaan Floyd, je bent nog steeds het beste sinds Super Tampax.’ Jeanette was 21. Maar haar betoog op NME loog er niet om: ‘dagen later was ik nog steeds opgetogen en opgewonden door het concert van Pink Floyd. Die bewolkte donderdag bewoog ik mij naar mijn plaatselijke Newsagent om NME te kopen en zag het onvermijdelijke. Ik denk niet dat ik ooit in al mijn eenentwintig jaar zo’n vooringenomen onzin heb gelezen als bij Steve Clarke en Angie Errigo. Voor wie was dit artikel bedoeld? Zeker niet de 100.000 mensen die Floyd kwamen opzoeken.’

Ze oppert nog dat ze denkt dat ze haar briefjes niet zullen publiceren, maar dat doet NME wel. Wat hun (zie verder) de kans biedt om nog wat meer te sneren, en ‘crap’ te verkondigen.  

Terloops dankt ze ook nog alle andere bands en: ‘voor al het plassen in de struiken en het slapen op het natte gras dat het allemaal de moeite waard maakte.’

De tweede lezersbrief is er eentje van P. Jones uit Gwent in Zuid-Wales. Iemand die reeds verschillende festivals bezocht en daar verslagen over las. Hij vraagt zich af of… ‘ten eerste, waren Steve Clarke & Angie Errigo echt daar, of is het nodig dat de denkprincipes van een verslaggever zich op een ander niveau bevinden dan die van iedereen?’

Volgens deze man lijkt het anders. ‘Het lijkt erop dat verslaggevers groepen vernietigen op basis van technisch kunnen, daar waar ze af en toe de uitvoering zouden moeten beoordelen op basis van de reacties van het publiek.’ Hij voegt er nog beleefd aan toe: ‘We zijn niet allemaal dwazen, weet je!’ De eindopmerking in het verslag van NME lokt bij mijnheer Jones nog de volgende bedenking uit: ‘Ik kan niet anders dan mij afvragen hoe het zou zijn geweest als die heilige verslaggevers tijdens de set van Floyd in de corridors voor het podium waren toegelaten. Dat was tenslotte de enige plaats waar alcohol op de site werd verkocht. Zou het kunnen dat ze daar meer in geïnteresseerd waren dan wat dan ook?’

P. Devonald (Mr.) uit Westcliff-on-Sea in Essex is het eerder eens met de verslaggevers, en beschrijft slechts de moeilijkheden die hij ondervond om het terrein te bereiken: ‘Van 8.30 tot 1.45 onderweg om eindelijk een ongunstig plaatsje te vinden.’

Hij is verder niet te spreken over de toiletten, en besluit dat: ‘Floyd were a dissapointment, and there was lack of organisation’. Kortom een teleurstelling.  Hij is het dan ook al om 23 uur afgebold. 

En dan was er nog ene Nadge uit Plymouth in Devon. Hij dankt de NME voor de uitgebreide recensie. ‘In sommige opzichten was het het beste. Maar waarom is het zo dat de NME nooit van openluchtevenementen lijkt te genieten… Wanneer iedereen ervan geniet en ze een goede recensie geeft, doet NME het omgekeerde en kreunt.’

Nadge (mijnheer of mevrouw) was duidelijk tevreden, blijkt uit de slotzin. ‘Floyd was allesbehalve schandelijk en het was de reis meer dan waard, vooral met de toegevoegde bonus van de uitstekende Steve Miller.’

NME zal zeker een selectie doorgevoerd hebben tussen de talrijke brieven die ze kregen. Dat blijkt althans uit het antwoord dat ze scheven, met hun opnieuw in vitriool gedoopte pen.

M.B. hanteerde de schrijfstok.  Sarcastisch of ironisch? U mag zelf uw besluiten trekken. ‘Nach we houden van optredens in de open lucht .. al dat liggen in de regen, wang tegen wang, met speelse Hells Angels en tachtig pence moeten betalen voor een vettige hotdog en dan twee uur in de rij staan bij het toilet terwijl een gozer met contant geld dreigt met “Op je kop te slaan, Jimmy” omdat je zijn chick neukt en je op zijn plaatsje bent gaan zitten.’

En het gaat maar door…. ‘En wanneer je terugkomt is de Floyd bezig – beste deel. Ze hebben 30 minuten nodig om te tunen, en je denkt om het af te bollen naar huis, maar je kan niet, want de treinen zitten vol, en daarenboven er zijn er geen, en terminale zuurkoppen braken op je boterhammen. Ik bedoel dat is waar het om gaat, is het niet? Mixen met de mensen, man’

Nadge en Jones worden bedankt voor hun helpende suggesties, net als alle andere briefschrijvers die hadden gesuggereerd waar ze hun recensie konden steken, en er bestaat geen anti festival policy bij de NME. ‘We schrijven ze zoals we ze zien.’

Lezen we even mee. In een laatste waardeloze verdediging van zichzelf slagen ze er in om helemaal in de fout te gaan.  ‘In zekere zin, Jeannette was het artikel niet enkel voor de duizenden daar aanwezig, maar een beoordeling voor degenen die daar niet waren, maar we zijn verheugd om brieven over Super Tampax op te nemen – als ze passen.‘ 

De olijkerds hadden geluk dat er in die dagen, nog geen sociale media voorhanden waren, of ze waren waarschijnlijk ‘cut into little pieces’, in mootjes gehakt door de Floyd fans.

Bij het opnieuw lezen van de recensies en de reacties daarop bekruipt ons uiteindelijk de vraag: wat is er geworden van die ‘grote lichten’?

Chris Charlesworth die toen (van ‘70 tot ‘77) voor Melody Maker werkte komen we naderhand tegen als producent van het Who by Numbers album.  De man duikt op als hoofdredacteur van Omnipress vanaf de jaren tachtig tot een paar jaar geleden.  Vooral de namen van Bowie en de Who kun je aan hem linken.  Omnipress was actief in het uitgeven van boeken over muziek.

Angie Errigo schrijft nog over films en werkt o.a. voor RottenTomatoes.  Dit zegt veel. Over haar passage bij de NME valt niets terug te vinden.  Ze schreef ook nog, samen met Steve Leaning, een boek over de kunst van LP-hoezen: The Illustrated History of Rock Album Art. In de weekends naar den Amber en het criterium.

Steve Clarke. In het in googlebooks gepubliceerde deel van The History of the NME: High Times and Low Lives at the World’s Most Famous Music van Pat Long kom ik zijn naam amper een keer tegen.  Mijnheer Google levert verder ook hoegenaamd niets op.  

Laat ons dit NME duo Errigo/Clarke uit 1975 snel vergeten, net als hun met arsenicum geschreven verslag.

In de dagen en weken na het festival krabbelden we  stilaan opnieuw recht en vervielen in de dagelijks sleur van het leven. Elke dag de trein op naar de Brusselse Leopoldstraat, ‘smiddags wandelen naar Mallemunt en genieten van Willem Vermandere, of ‘s avonds kijken naar Tom Rush. Na het werk verpozen in het Poeltje gelegen in de rue Montagne-aux-Herbes Potagères, samen met Betty, een soulmate aan wie ik in geuren en kleuren onze Londense avonturen vertelde. 



Ringo Starr wordt 80.

dagblog Posted on 07 jul, 2020 14:13

Ringo Starr – Nashville Jam

Vijf jaar geleden reageerde ik op een blog artikel van Ronny De Schepper, https://ronnydeschepper.com/2020/07/07/ringo-starr-wordt-75/ waar in een bijdrage over de 75ste verjaardag van Ringo Starr, de latere platencarrière van Ringo werd weggezet als: het vermelden niet waard. Toch wel zeer kort door de bocht.

Ringo was de eerste (lang voor McCartney, Rod Stewart, Bryan Ferry, enz…) die zich aan het vertolken van standards waagde op ‘Sentimental Journey’. Het was 1970, en Beatle zijnde (dat ben je voor de rest van je leven), moet je het toch maar doen. Een tweede uitstap leverde een behoorlijk prachtige countryplaat op. ‘Beaucoups of Blues’, is tot op heden behoorlijk onderschat. ‘Ringo’, het album, de enige soloplaat van een Beatle waarop de andere drie ook te horen zijn, was een voltreffer.

Starr beschikt niet over een engelenstem, en je bent er voor of tegen, net zoals je ook voor of tegen de stem van ene Keith R. Kunt zijn. Laat wij ons vooral op zijn drumkunsten concentreren. Zoals die bijv. Te horen zijn op Abbey Road.

Ringo was de laatste die de Beatles vervoegde. De andere Beatles hadden al eerder enkele keren met hem samengespeeld in Hamburg, en de keuze viel later op hem toen bleek dat Pete Best niet voldeed.

In een boek van Ian Inglius: The Beatles in Hamburg, wordt echter een ander verhaal verteld. Volgens wat deze auteur uit een gesprek tussen Bob Wooler en Brian Epstein citeert, zou de echte reden veeleer geweest zijn dat de 38 jarige Mona Best, moeder van Pete, een buitenechtelijke zoon kreeg van de 19 jarige Neil Aspinall vriend van Pete en de andere Beatles. Men wilde nog volgens deze auteur in het puriteinse Engeland een schandaal voorkomen.  

Anyway…. Best was out, en Ringo was in, wat er ook van zij.

McCartney vertelde dan weer een ander verhaal tijdens de opname van Ringo in de Hall of Fame. Tijdens een optreden waarbij Ringo Pete verving, zou hij zo goed gespeeld hebben dat de anderen ter plekke beslisten helm voorgoed op te nemen in de groep.

George Martin heeft ook nooit toegegeven dat hij het was die Best niet goed genoeg vond.  Gebruik van sessiemuzikanten was normaal in die dagen (denk maar aan Jimmy Page, en Big Jim Sullivan die op honderden hits van anderen speelden). En dat kan kloppen, want tijdens de opname van Love me do bracht hij een sessie drummer naar de studio.  Hij was dus blijkbaar ook niet overtuigd van Ringo’s kunsten.

Dat de Beatles Ringo al lang kenden blijkt ook uit het feit dat ze elkaar dikwijls zagen bij Rory Storm thuis. Storm’s huis was een plaats waar heel wat Liverpudlian muzikanten samenkwamen. Ringo drumde in die dagen nog bij Rory Storm en de Hurricanes.  Want… Alan Caldwell, de echte naam van Rory dus, had een zusje Iris, waar zowel George als Paul nog mee geweest zijn. Zij is het die ‘just seventeen was’, you know what I mean. Iris zal later trouwen met ene Shane Fenton, in de seventies bekend als Alvin Stardust.

Vele jaren later, na de Beatles, raak Starr aan de drank, en verliest hij zijn platencontract. Sinds 2000 herpakte heeft hij zich serieus herpakt.  Zijn laatste platen werden dan ook weer  uitgebracht op Capitol en Universal. ‘Liverpool 8’ en vijf jaar geleden ‘Postcards from Paradise’ zijn stuk voor stuk beter dan de brol die dagelijks uit mijn radio stroomt.

Nog dit: in zijn jeugd was Ringo, een zwak ziekelijk jongetje dat enkele jaren doorbracht in hospitalen, en daardoor veel van zijn schooltijd miste. Hij is wel goed op weg om de langstlevende Beatle te worden, want geeft toe, die 80 jaren zijn (nog) niet aan hem te merken.

Proficiat….



1975: Pink Floyd, the day after

dagblog Posted on 06 jul, 2020 13:28

Tijd om de terugweg aan te vatten. Moe maar voldaan, terug naar de bussen, via de landweg, over droge greppels. Opnieuw de stroom mensen volgen. Gevaarlijk om in de donkere nacht elkaar kwijt te raken. Wij keken nog geen klein beetje verbaasd hoe al die Engelsen netjes een rij vormden, aan de bushalte. Eens de zitplaatsen in de bus waren gevuld, vertrok die. Geen opeengepakte massa in het middenpad. Op die manier zagen we vier bussen vertrekken eer het onze beurt was. Bij het station stonden opnieuw ellenlange rijen aan te schuiven. We vleiden ons dan maar neer in het gras. Een vent kwam vertellen dat er in Stevenage een sleep-in was waar je gratis koffie kreeg. Het leek verleidelijk, maar wij dachten aan een boot die op ons wachtte de volgende dag, en een trein die ons naar Dover moest brengen. We sloegen het aanbod af. Het beste was om toch maar te beginnen aanschuiven voor de trein. Het was intussen half drie geworden en we mochten toch nog mee op die allerlaatste trein. Hier was het net iets minder gedisciplineerd dan in de bus. We namen plaats op de vloer in een postwagon. Een lugubere gedachte bekroop mij. Verre echo’s van mensen die ooit opeengepakt in dergelijke wagons werden vervoerd doemden op. In het verslag van New Musical Express plaatsten verslaggevers Steve Clarke en Angie Errigo als kop boven hun verslag: ‘All aboard for the Belsen express.’ Blijkbaar namen deze joernalisten dezelfde trein. Meer dan wat soezen zat er niet in. Half vier en we stapten het metro in bij King’s Cross. Alle hekken naar de persons waren dicht. Wat nu? We hadden nog een adresje bij van een tentenkamp in Londen, maar om dat nu uit te zoeken, of andere mogelijkheid, toch nog een hotelletje vinden, daar had niemand eigenlijk nog zin in. We deden dan maar zoals al die andere gestrande Britten, en zochten ons een plaatsje langs de muur ergens op de grond. Twee uur hebben we daar gelegen, half slapend, af en toe een oog dicht, en dan weer open. Achter mij hoorde ik op een gegeven ogenblik in het plat Antwaarps ene verklaren dat Zeppelin in Earl’s Court toch beter was geweest. Klokslag halfzes kwam er plots veel leven in de her en der verspreide lichamen. De hekken werden geopend, en mensen begonnen over ons heen stappend zich een weg te zoeken naar de sporen beneden. We zijn dan maar wat verder opgeschoven tot bij de telefooncellen, waar het iets malser liggen was, op de met plastiek noppen bezette grond. De ochtend, bracht ook de kou met zich mee. In een straat wat verderop vonden we een kleine tearoom, waar we ons tegoed deden aan iets wat op een ontbijt leek. We keerden onze zakken om en telden wat ons nog restte van dat rare Engelse geld. Enkele oude tantes hielden ons intussen angstvallig in het oog. Hadden ze medelijden, of begrepen ze er geen snars van? Wie zal het zeggen?
We liepen de metro weer binnen en spoorden richting Victoria Station waar we de trein van 11 uur dienden te halen. Er was nog tijd over en dus liepen we het station uit, spreiden een kaart open op de grond, en hoorden plots een stem van een zich neerbuigende en meekijkende man, die ons de raad gaf om naar Buckingham Palace te wandelen. Hij hield zijn broek op met een eindje touw. Rare vent, maar heel vriendelijk. Dank zij hem zagen we nog het wisselen van de wacht. Onderweg, was er nergens een café open, die zondagvoormiddag. We kochten in een winkeltje nog een cola en wat boterhammen voor onderweg.
De zon was weer van de partij, het beloofde een schitterende dag te worden, toen we voor de laatste keer in de rij plaats namen in Victoria Station.
In de trein naar Dover haalden we een eerste stuk slaap in. Op de boot viel het behoorlijk goed mee. De zee was kalmer dan op onze heenreis. We verdeelden de platen die we gekocht hadden en die we in een koffertje, wat we om beurten droegen, nu voor de derde dag op rij meezeulden. Er zat nog een Grieks studentenkoppel in onze buurt waar we een gesprekje mee hadden. Zij gingen op vakantie naar huis via Duitsland en Oostenrijk, en zouden pas in Griekenland aankomen op dinsdagavond.
We sliepen nog een uurtje, genoten van de kalme rustgevende zee. Niet te vergeten dat sedert we Londen verlieten, Martine opnieuw een aantal keren had moeten zweren dat ze haar paspoort had verloren. Bij zover zelfs dat ze in Oostende tegen de Vlaamse doeanier in het engels begon: “Sir I lost my pasport.” De man schonk er geen verdere aandacht aan.
Om zeven uur namen Guido en ik de bus aan het station tot aan de Vijfhuizen. De laatste kilometer wandelden we te voet.
Nog dezelfde avond sprong Guido op zijn Amigo’ke en konden de aanwezigen in den Amber genieten van ons verhaal. Mijn dag eindigde in de Oordegemse dancings, moe maar voldaan.
Dit avontuur was voor herhaling vatbaar…

Twintig jaar later, enkele herinneringen: Hans

Zonder Hans hadden we waarschijnlijk ooit besloten om naar Londen te trekken, maar hadden we het plan meer dan waarschijnlijk nooit uitgevoerd. Zoals zovele plannen die jeugdige vrienden maken. We zijn nooit in de voetsporen getreden van Simon & Garfunkel, ook al knutselden we op een gegeven ogenblik in de sixties een song in elkaar. Het is te zeggen, we kregen wat tekst op papier, maar daar bleef het bij. Een vakantiejob die resulteerde in een gitaar en een bandopnemer, maar daar bleef het bij.
In juni ‘75 toen we in den Amber tussen pot en pint besloten om naar Londen en Pink Floyd te gaan bekijken, ben ik er quasi zeker van dat het dankzij Hans was dat we het plan ook uitvoerden.

Telkens Hans en ik elkaar ontmoeten ging het over muziek en niets anders. Na Knebworth hebben we nog dikwijls samen de trein genomen naar Brussel, waar we ons dagelijks brood verdienden. We werkten op amper honderd meter van elkaar. Hij in de Zilverstraat, en ik in de Leopoldstraat. Allebei vlak bij de Muntschouwburg. Vandaar dat we elkaar vaak troffen in het Centraal station waar we de trein namen.
In mijn leven ben ik nog een paar keer naar Londen geweest, waarvan slechts een keer met een muzikaal doel: 2007, de O2, en Led Zeppelin. Alles bijeen zal ik zeker twee keer rond de wereld gebold hebben aan de linkerkant van de straat in de rest van Groot Brittanië. Door het centrum van Londen amper drie keer. In de jaren tachtig met de auto de bocht nemen bij Hyde Park Corner, daar was de Périferique in Parijs klein bier tegen. Het was wel een stuk korter naar het noorden, dan via de North Circular Road.
Vijf nachten heb ik geslapen in Londen, waarvan een in het Bina hotel, twee nachten in de buurt van Victoria Station, een nacht in een hotelletje dat gerund werd door sikhs, en een keer samen met Guido, Martine en Hans op de koude vloer van het King’s Cross metrostation. Dat metrostation is later nog dor brand getroffen. Vooral die gedenkwaardige nacht in King’s Cross, zal elk van ons de rest van ons leven bijgebleven zijn.
Hans die verzot was op Jef Beck, Chris Bell en Robin Trower, bevond zich op de crossroads van zijn leven. Nog net geen twintig was hij toch al halfweg, en niemand die dat toen besefte.

In de trein hadden we het vaak over de vele keren dat hij nadien nog naar Londen was gegaan, en over zijn tocht naar Jamaica. Reggae was aan mij iets minder besteedt.
Recent kocht ik al kringwinkelend een ceedeetje van Slagerij van Kampen, mij redelijk onbekend. Ik kocht het omdat het mij herinnerde aan de beginjaren negentig toen ik Hans tegenkwam in Opwijk, waar de Slagerij net had opgetreden. De blik in zijn ogen, toen hij lachte en riep: “Knap werk van die gasten”.
Ons laatste gesprek vond plaats in het Aalsterse stadspark, tijdens een van de Parkconcerten, waarvan ik mij helaas niet meer kan herinneren wie er toen optrad. Het was bijna 1995, twintig jaar na Knebworth.

Hans ademde muziek, daarom draag ik de herinneringen aan dit weekend aan hem op.

Life, the best was yet to come,
On the treshold of the big chill
Together, friends, sharing lost dreams.
Why are the good ones taken?

One day, we four slept the night away
Lying on a floor in London’s King’s Cross tubestation
Turbo jets flying low over green pastures.
Remembering the sound of a heart beating,

Crowds gathering, a quadrophonic experience
Travelling through the night,
Like animals in a freight train wagon
Still warm and tense inside,

Ears full of Echoes, meandering through the night.
Why did noone hear his cry that Monday night?
All alone on the dark side of the moon.
Softly whispering along the far away sounds of Neil or Jeff.



1975: Knebworth Festival: Pink Floyd.

Forever Young Posted on 05 jul, 2020 12:53

Londen op een zaterdagochtend.

Ochtend, na het kattenwasje togen we naar het eetzaaltje, waar ons een Engels ontbijt wachtte: eggs and bacon met wat rode bonen, geroosterd brood en English tea. 

We hadden tijd, en wandelden via Earls Court, waar kort daarvoor Zeppelin nog optrad. Onderweg nog een Melody Maker gekocht, waarin ze het over het festival hadden. Onze volgende stap betrof Virgin.  In Melody Maker vonden we het adres van Virgin Mail Order.  Een taxi bracht ons naar Londen South Wharfstreet nr 10, en we hadden het kunnen weten.  “You are here”, riep de taximan, en wij stonden voor een groot grijs gebouw, met een al even grijze deur waarop een plakkaat hing, met nog maar eens Mail Order er op. Een stom verzendhuis dus.   Vandaag zou iedereen er om lachen, maar mail order is een begrip dat letterlijk werd uitgevonden door Branson en zijn Virgin firma. Nadien bleek dat er in 75 in Londen amper een winkel was van Virgin, en al de rest werd verstuurd vanuit dat stomme gebouw in die achterstraat waar wij nu stonden.  Voor hetzelfde geld had die taximan ons ergens in een verre uithoek van de haven gedropt.  Gelukkig bevonden we ons nog op loopafstand van de bewoonde wereld. Er was zelfs in de buurt een platenwinkel, waar ze tweedehands lp’s in de rekken hadden zitten. Free Live, in een kartonnen witte hoes, de Faust Tapes, de eerste twee van de Who heruitgegeven als dubbelaar en de eerste van de Byrds, werden er mijn deel. Het was nog geen middag en dus waren de cafés nog open.  Bij een zwarte medemens dronken we iets. Het begon stilaan tijd te worden om met de metro terug naar het station te sporen.  Onderweg nog een snack gegeten in een onooglijk klein etablissement. De treinen voor het noorden vertrokken vanuit King’s Cross. Er was zelfs een speciale trein richting Stevenage voor de festivalgangers. Amper 1,25 pond voor een ticket heen en terug. In de trein consumeerden we nog wat junkfood. Het was bij halfdrie toen we arriveerden in het station van Stevenage, waar we de bus op konden naar Knebworth. Van het busstation nog enkele kilometer te voet langs landelijke wegen, over droge greppels, naar het eigenlijke festivalterrein bij het kasteel. Onderweg, stond er een caravan opgesteld, waar we onze kaarten kochten. drie pond zeventig. We vervolgden de stroom volk tot bij het terrein.  Zo moet het geweest zijn, langs de paden die naar Woodstock leiden.  Voor en achter je zag je mensen stappen zo ver je kon kijken.  We kwamen aan in de speeltuin van Freddy Bannister.  

Freddy Bannister is Knebworth

Ik heb altijd al een boon gehad voort Freddy Bannister.  Hij behoorde tot de categorie concertpromotoren waartoe ik bij ons Paul Ambach reken.  Een totaal andere categorie dan deze waar de op geld beluste Schuur toe behoort.  Iedereen heeft het alsmaar over het feit dat hier in België de beste festivals plaatsvinden.  Dat is best mogelijk wanneer je het bekijkt vanuit het standpunt van de artiesten, maart dat is zeker niet zo bekeken met de ogen van de doorsnee festivalganger.  Mijn beste festivals heb in beleefd in de UK, ondermeer dankzij Bannister.

De man is nog geen jaar geleden op 84 jarige leeftijd overleden aan de grote C.  Na 1980 deemsterde het wat rond zijn figuur, en dat was onder meer ‘te danken’ aan Peter Grant, die andere grote uit het Britse concertseizoen, naar wie zelfs een management’s prijs werd vernoemd.

Bannister was in 1975 net de veertig gepasseerd, toen hij Pink Floyd naar de kasteeltuin bracht in de buurt van Stevenage.

Hij was de man die het Bath Festival, o.a. bekend van de legendarische Led Zeppelin optredens, uit de grond stampte.  Het festival waar de latere organisator van Glastonbury de mosterd haalde.

Voluit heten die Bath evenementen het Bath Festival of Blues 1969 en het Bath Festival of Blues and Progressive Music 1970 

Tussen ‘63 en ‘69 bracht hij naar het Bath Pavilion o.a. Gene Vincent, de Stones, Cream en de Beatles. Neem daar nog Hendrix, de Who, Pink Floyd en de Yardbirds bij en je hebt een palmares dat niemand anders kan voorleggen.  

Het Bath festival trok in ‘70 reeds tussen de 150 en 200.000 man aan.  Vergeet niet dat dit klein bier was tegenover de festivals die op het eiland Wight plaatsvonden en waar in navolging van Woodstock een halfmiljoen jongeren samenkwamen.

Van ‘74 tot ‘ 79 richt hij zeven keer een Knebworth festival in. Het zet hem op de wereld festivalkaart. Bannister haalde naast Britse topattracties vaak het kruim van de Amerikaanse Rock naar Knebworth: Lynyrd Skynyrd, Zappa, Captain Beefheart, de Steve Miller Band en zeker ook de Allman Brothers Band.  Stuk voor stuk topacts die het ook bij ons in Den Amber goed deden, en tijdens de reünie party’s het nog altijd goed doen.

Dat het aan het eind van de jaren 70 ophield is geheel en al te wijten aan de twee optredens die in 79 plaatsvonden van Led Zeppelin.  Het was Peter Grant die toen het onderste uit de kan wilde hebben en daarom eiste dat er twee weekends na elkaar een optreden van zijn band zou plaatsvinden.  Helaas raakte dat tweede weekend niet volledig uitverkocht, en dat leidde tot een hevig dispuut tussen het Zeppelin management en Bannister’s firma Tredoar.  Grant beweerde dat er veel meer tickets waren verkocht dan Bannister toegaf, en beweest dit zelfs met luchtfoto’s die hij had laten nemen van het festivalterrein, en waarop hij veel meer aanwezigen spotte dan Bannister.  Hij haalde het pleit, en Bannister’s firma ging failliet.  Wie had gelijk?

Bannister stond voor ‘een eerlijke prijs’ wat leidde tot ticketprijzen waarvan wij nu achterover vallen. Voor Pink Floyd en alle andere acts die dag (Roy Harper, Beefheart, Steven Miller, Linda Lewis, de Pythons) betaalden wij ter plaatse aan de kassa amper 3,70 pond.  

Veel meer valt er te lezen in de in 2003 uitgebrachte autobiografie van Bannister.

Het concert

De eerste aanblik toen we het terrein opstapten waar Roy Harper & Trigger net hun set waren begonnen was er een van ongeloof.  Hier kon Bilzen bij wijze van spreken tien twintig keer in.  Voor het eerst zagen we 100.000 mensen op een hoop.  Voorin geraken dat was uitgesloten.  We zochten ons een plekje halverwege, niet zo ver van waar het geluid gemixed werd, en waar een hoge piloon stond opgesteld, waaraan een klein (twee a drie meter) vliegtuigje was bevestigd. 

Onze plaats vormde geen probleem voor het geluid.  Dit was immers het eerste concert waar quadrofonie werd toegepast.  Quadro was totaal nieuw in die dagen en het zou in de toekomst alle stereospelers naar de achtergrond verdringen.  Maar zoals zo dikwijls met uitvindingen van Philips of Sony, liep, dat verkeerd af.  Op het festivalterrein stonden dus niet alleen naast het podium, maar op de vier hoeken van het terrein geluidsboxen opgesteld, om het quadrofonie geluid naar onze oren te sturen. Vanaf de piloon met het vliegtuigje was er eer kabel gespannen die naar het midden van het podium liep. Dat zal zeker een bedoeling hebben dachten we nog. 

Later zal blijken dat Harper  op Knebworth niet zijn beste concert weggaf. Wie Roy Harper een beetje kent weet dat hij eigenwijs kan zijn.  Zijn set uit drie delen paste in feite niet op een festivalterrein van die omvang.  Zeker niet omdat hij in het begin akoestisch speelde, en vervolgens zelfs strijkers en dergelijke meer op het podium haalde.  Zijn nummers die eerder aanzetten tot weemoed dan vreugde, sloegen niet aan bij het publiek. Wat daarna volgde, elektrisch, met Trigger kon er beter door.  Voornamelijk te danken aan het gitaarspel van Chris Spedding en de drumkunsten van Bill Bruford.  Van Trigger die hem hadden begeleid op HQ uit 1975 werd later niets meer vernomen. Wat vrij logisch is, als je bedenkt dat het een band was die samengesteld was uit sessiemuzikanten, die snel na Knebworth andere aanbiedingen kregen.

Harper zat na HQ en de erbij horende toernee ongeveer aan de grond.  De toernee sloeg een gat in zijn geldkist, en het album sloeg al evenmin aan.  Wat hem in zijn aankondigingen tot enkele wrange uitspraken aanzette.  Bovendien bleek later via de recensies in de muziekbladen dat hij nog net voor hij het podium betrad zijn caravan had kort en klein geslagen, omdat de taxichauffeur die hem bracht er van,door was met zijn podium outfit nog in de koffer.  Enkele backstage medewerkers konden er hem nog net van weerhouden of een tweede caravan onderging hetzelfde lot.

Na Roy Harper was het de beurt aan Captain Beefheart en zijn Magic Band. Ik noteerde achteraf: niet slecht.  Waarschijnlijk omdat ik in die dagen niet echt een fan was van Don van Vliet, noch van Zappa, uit wiens stal deze verkaste Nederlander kwam, die nog ooit de Nederlandse studio van Sjef Van Oekel  deelde met, toen nog charme zangeres, Cindy (Nelson). Tijd om wat hotdogs te scoren.  Op een van de kramen, waarvoor een rij van wel 100 meter stond aan te schuiven stond dat ze hamburgers verkochten.  Bleek dat de Engelse hamburger helemaal geen hamburger was, zoals bij ons, maar een ordinaire curryworst.  Andere landen, andere gebruiken, andere taal. 

De Steve Miller Band begon zijn set met enkele boogie nummers, waardoor het publiek voor het eerst recht veerde. Living in the USA, Space Cowboy en meer gingen er vlot in. Achter de drums zat Doug ‘Cosmo’ Clifford de ex drummer van CCR. 

In mijn geheugen staat vooral Stagger Lee gegrift, en uiteraard ook nog Rock’n Me, het laatste nummer voor hij afsloot met Come On in My Kitchen van Robert Johnson. Ik geef toe dat wij in die dagen Robert Johnson nog echt moesten ontdekken. 

In de daaropvolgende pauze van een uur was het wachten op dat waarvoor we gekomen waren. 

‘John Peel’ die samen met ‘Pete Drummond’ (beiden van Radio One) de presentatie verzorgde, sprak klokslag kwart voor negen de magische woorden: “We have now a lift off with the Pink Floyd”. Het werd stil, en al snel scheurden twee Spitfires over het terrein. Hoorde dat erbij?  Was dit puur toeval?  Iedereen staarde verbaasd naar de hemel, waardoor niemand oog had voor wat zich op het podium afspeelde, waar de heren intussen hadden plaatsgenomen. 

Het was geen toeval. Het hoorde er bij. Dit is wat Freddy Bannister er over vertelt: ‘Ik was gevraagd om twee Tweede Wereldoorlog Spitfires te boeken voor de Floyd en ik had contact opgenomen met wijlen Neil Williams om ze te leveren’ vertelt de promotor verder.

Het was de bedoeling dat deze twee vliegtuigen zouden opstijgen op Luton Airport en stipt om kwart voor negen laag over de bomen zouden scheren om daarna recht de lucht in te schieten. 

Bannister zat in zijn kantoortje achter het podium, aan elk oor een telefoon, om te coördineren tussen de controletoren van Luton en het podium.  Het opstijgen van de vliegtuigen werd eerst met tien minuten uitgesteld, maar kon toch doorgaan. Bannister belde de sprekende klok om de timing in het oog te houden. Het duurde immers een aantal minuten eer de vliegtuigen vanuit Luton Knebworth zouden bereiken.

Freddy vertelt: ‘Net toen de pips van de sprekende klok gingen en de twee Spitfires achter het podium verschenen en met perfecte symmetrie omhoog trokken in een verticale klim, maakten de Rolls Royce Merlin-motoren het soort geluid dat de haren achter in je nek doet opstaan. Helaas ook dat is rock’n roll’

En Oh My God, daar waren ze…. goddelijke klanken vervulden de wat koeler geworden avond.  

In het eerste deel van hun set brachten ze drie gloednieuwe nummers. Ze openden met ‘Raving and Drooling’ en ‘You gotta be crazy’. Typische Floyd sound.  Pas enkele jaren later zullen we die twee openers in een afgewerkte vorm leren kennen op Animals, als respectievelijk ‘Sheep’ en ‘Dogs’. De mannen achter de geluidstafel hadden ruimschoots de tijd gekregen om de knoppen af te regelen. Ik neem aan dat dit niet zo eenvoudig was met de quadrofonie opstelling. En er waren problemen met het geluid.  Al voor het optreden hadden ze moeten sleutelen om de klank van het orgel goed te krijgen.  De stroomgeneratoren en eigenlijk de volledige PA was niet direct voorzien op een festival van sterfelijke omvang.  En orgels willen nogal eens valse klanken produceren, wanneer de stroomvoorziening niet correct is afgestemd.  ‘Alquin’ had er in Bilzen ook ooit last van, en tapte dan maar stroom af bij een woonhuis van de buren. Wie naar een van de schaarse bootlegs (opgenomen vanuit het publiek) luistert hoort hoe op een gegeven ogenblik het concert bijna een minuut wordt stilgelegd tijdens die eerste nummers, en hoe Waters klaagt. 

Het derde nummer dat op hun volgende album zou komen was gewoon goed: ‘Shine on you crazy diamond’.  Een nummer opgedragen aan Syd Barrett. 

Achter de Floyd hing een enorm cirkelvormig scherm. Er werd een enorme diamanten bol op vertoond.  Je kent ze wel uit de discotheken. De draaiende bol leverde een weelde aan sterren op. Hoe donkerder het werd, hoe beter we de muziek begonnen te vinden, en hoe beter die ook werd.  Het eerste deel zat er op, en ze hadden amper drie nummers gespeeld. Iedereen maakte zich op voor wat komen ging, want wie verslagen had gelezen over de afgelopen toer, wist min of meer wat we mochten verwachten. In de donkerte rondom ons begonnen stilaan hier en daar hasjdampen op te stijgen.

Zuiver quadrofonisch klonken plots van alle kanten de bekende hartekloppen die de Dark Side of The Moon inzetten. Op het scherm verschenen filmbeelden, die aansloten bij de muziek.  Dit was het helemaal. We kregen DSOTM compleet. Een superb concert, zowel wat effecten als muziek betrof. Al hadden de stemmicrofoons wat beter afgeregeld kunnen worden. ‘Breathe’, de max, en dan ‘On The Run’, waarbij plots het vliegtuigje zich van de piloon losmaakt en traag maar zeker richting podium vliegt, waar het als het ware in het scherm explodeert. Een vuurwerk, en dampen van koud ijs wolken omkaderen de heren van de Floyd. 

Dit was gewoon de max. Pink Floyd is het, schreef ik toen enkel dagen later. Ik denk dat we iets unieks hebben meegemaakt. “Yes, Knebworth happened” besluit een week later ook het verslag in Melody Maker. Tijdens ‘Any color you like’ was er wat improvisatie. ‘Money’ en ‘Us and Them’, waren het einde dankzij een ons onbekende saxofonist!st. Zelfs de engelenstemmen van de meisjes waren niet te versmaden.  Tijdens ‘Brain Damage’ zagen we op het scherm een reeks foto’s van staatshoofden, begeleidt door gelach, en die nogal rare bewegingen maakten de revue passeren.

Stilaan werden hier en daar op het terrein vuren aangestoken (toen kon dat nog). Het einde zat er aan te komen, of toch nog niet. We hadden nog een bisnummer tegoed, en wat voor een: ‘Echoes’ uit het album ‘Meddle’.  Volle 25 minuten gaven ze nog het allerbeste van zichzelf.

Kwart voor twaalf, precies drie uur later bleven we wat verweesd staren naar het podium.  Vergeet niet, dat dit voor ons een eerste keer was, dat we dergelijk evenement meemaakten.

Meer info op:

https://www.neptunepinkfloyd.co.uk/memories-of-knebworth-1975-by-freddy-bannister
http://www.ukrockfestivals.com/75-Knebworth-festival.html

Knebworth 1975 setlist

Pink Floyd

Sheep (Early version, known as “Raving and Drooling”)

Dogs (Early version, known as “You Gotta Be Crazy”)

Shine On You Crazy Diamond (Parts I-V)

Have a Cigar (with Roy Harper)

Shine On You Crazy Diamond (Parts VI-IX)

“The Dark Side of the Moon”

Speak to Me

Breathe

On the Run

Time

Breathe (Reprise)

The Great Gig in the Sky

Money

Us and Them

Any Colour You Like

Brain Damage

Eclipse

Encore: Echoes

Roy Harper + Trigger

Acoustic/Orchestra

Commune

Twelve Hours of Sunset

Another Day

Electric

Hallucinating Light

Referendum

Highway Blues

Too Many Movies

The Spirit Lives

Home

The Game

Grown Ups Are Just Silly Children

Steve Miller Band

Feel So Glad

Mercury Blues (K.C. Douglas cover)

Boogie Children

Freight Train Blues

Stagger Lee (Grateful Dead cover)

The Window

Living in the U.S.A.

Space Cowboy

Shu Ba Da Du Ma Ma Ma Ma

Rock’n Me

Come On in My Kitchen (Robert Johnson cover)

Captain beefheart & his Magic band

Moonlight on Vermont

Abba Zaba

Orange Claw Hammer

Dali’s Car

When It Blows Its Stacks

My Human Gets Me Blues

Alice in Blunderland

Beatle Bones ‘N Smokin’ Stones

Gimme Dat Harp Boy

Electricity

I’m Gonna Booglarize You Baby

Sam With the Showing Scalp Flat Top (Frank Zappa & Captain Beefheart cover)

Improvisation: Big Eyed Beans From Venus

Bronnen:

Wikipedia

Ongepubliceerde dagboeken Sadeler

https://www.neptunepinkfloyd.co.uk/memories-of-knebworth-1975-by-freddy-bannister

Vervolgt…



1975: juli – op weg naar Londen

Forever Young Posted on 03 jul, 2020 21:28

Bij het begin van het eerste weekend van juli 1975, richtten we onze schreden richting Londen. De trein van tien voor acht in Aalst sloot precies aan op de boot die we in Oostende zouden nemen. Guido en ik werden door vader Cyriel met de auto naar het station gebracht. Onderweg pikte we Hans nog op. Martine zou direct naar het station gekomen. Zij arriveerde al van bij het begin aan de late kant. In Oostende werden we met het eerste obstakel op onze weg geconfronteerd. Martine constateerde dat ze inderhaast haar identiteitskaart thuis op de keukentafel had laten liggen. Precies naast het papier dat haar vader voor haar had laten machtigen op het gemeentehuis. In die dagen mocht je pas alleen reizen wanneer je boven achttien was. Met een machtiging van je ouders kon het wel.  

De douanebeambte keek bedenkelijk, en gaf te kennen dat er niets aan te doen was. “Ze zullen je in Dover, terugsturen” verkondigde hij.  Zeggen dat de tranen haar in de ogen stonden is een understatement.  Ook de douanebeambte  zag he. Hij maande ons aan om ons wat opzij te zetten en te wachten. Wachten op wat komen ging.  Was het omdat het pas vakantie was? Was het omdat de zon scheen? Was het omdat ze zo zielig keek? “Weet je wat”, zei die, “zeg gewoon in Dover dat je je pas verloren hebt op de boot”. Voor hem was het probleem hiermee duidelijk van de baan. Wij konden alle vier samen de boot op.  Of we ongerust waren over wat in Dover zou gebeuren?  Ik denk dat we in onze jeugdige overmoed al hadden besloten dat deze oorlog was gewonnen. Nieuwe obstakels doken op.

Voor het eerst op een groot schip, dat niet alleen op en neer ging, maar ook nog eens van links naar rechts “stampte”.  Jong als we waren stoven we onmiddellijk naar de bar achter in het schip.     Precies daar zagen we door de vensters de ene minuut de zee, en de andere minuut het wolkendek. We kregen er zowaar een brok van in de keel van.  Dit zat niet goed. Guido zag zo wit als een doek. Op naar buiten bij de reling waar de frisse wind gelukkig soelaas bracht en we ons wat beter voelden.  Viereneen half uur op dat schip, het leek een eeuwigheid.  Later heb ik ervaren dat je zeebenen krijgt wanneer je maar vaak genoeg het sop trotseert. 

“I lost my pasport on the boat” Er was niet veel tijd om te onderhandelen, want schepen varen op uur. En eigenlijk zonder veel poeha mochten we door.  Jaren later maakte ik een zelfde situatie mee, toen ik die kleine ‘witte kaartjes’ van mijn kinderen niet bijhad, en ook dan Engeland in mocht.  Na Brexit zou ik het toch maar niet meer wagen om papierloos te reizen.

In Dover stapten we naadloos over in een wachtende trein die ons in een uur en twintig minuten naar Victoria Station bracht. Het was precies vier uur toen we het station uitliepen. Martine wisselde ergens geld, en we togen richting Kings Road, waar de Harlequin Record Shop was gevestigd. Volgens de NME verkochten ze daar kaartjes voor het concert van Pink Floyd in Knebworth. Geen kaartjes meer in voorverkoop. De verkoper klonk overtuigend in zijn boodschap, dat er aan de ingang nog wel tickets zouden zijn.  De tijden van toen zijn niet meer te vergelijken met vandaag. Harlequin was voor ons een winkel, waarvan we hoopten dat het manna er uit de hemel zou vallen. Het mekka van de platenwereld, in niets te vergelijken met  de ons overbekende platenzaak in de Aalsterse Lange Zoutstraat van D. Kiekens. We liepen naar buiten, elk met een rist lp’s onder onze arm. Recht naar een café waar we zonder verpinken ‘four Guinness’ bestelden.  Mijn eerste Guiness, en tot op vandaag mijn laatste. Gitzwarte stout was het. Onmiddellijk gaf ik mijn vroegere schoolgebouwen gelijk die enkele jaren eerder beweerden dat het bier, over de plas, niet was te drinken. 

Te voet slenterden we door Sloane Street richting Hyde Park. Onderweg vroeg Guido, nog de weg aan een typische boldragende inboorling. De man was de ‘spitting image’ van John Cleese in zijn Silly walks tijd. “Wot, wot?”, samen met gefronste wenkbrauwen was de enige repliek op het waarschijnlijk al even onverstaanbare Engels van onze kant.  Dus besloten we maar om over te schakelen naar de Kings English, wilden we een plaatsje voor de nacht vinden. In een nabijgelegen TIC (Toerist Information Centre) boekten we een kamer ergens in Kensington. Met een taxi, spotgoedkoop, lieten we ons naar het Bina  Hotel voeren. We kregen een sleutel en konden dus de rest van de avond de deur uit.  Zonder Hans, want die voelde zich moe, en zocht zijn bed op. Waarschijnlijk genietend van alle teksten op de lphoezen van zijn net gekochte lp’s.

We namen de Tube, richting Soho.  Enkele jaren eerder waarschuwde Picture Card, onze leraar Engels, ons nog dat je beter niet alleen kan gaan ronddwalen in Soho. Wij wisten vooral dat Soho pas echt Londen was.  Soho, waar  Carnaby street en alle andere heiligdommen te vinden waren. Waar ooit de Rolling Stones, Beatles en Jimi Hendrix ronddwaalden.

The Marquee in ‘76

Plots stonden we voor de deuren van de Marquee. Een beetje zoals Eddie & The Hot Rods later op de foto van hun eerste eepee. We stoven er binnen, en stonden al even snel weer op straat. Het was vijf voor elf.  Vooraan waren enkele roadies het podium aan het leegmaken, en er dook iemand van bij de toog op voor onze neus.  “Sorry we are closed, come back tomorrow”.  Jaren later zal ik een boek waarin alle concerten van de Marquee staan opgelijst ontdekken dat precies die avond Tim Hardin er had gespeeld. 

In arren moede hebben we ons toen aan een drankstalletje een cola gekocht, want nergens kon je naar binnen. Cafés waren dicht, omdat het na elf was, en waar het wel open was bleek het telkens om een privé club te gaan, ‘members only’.  Londen viel ons voor het eerst toch wat tegen.  Bij het buitenkomen uit de Marquee waren we nog getuige van een twist tussen een buitenwipper en een grote zwarte medemens, die elkander allerlei scheldwoorden toeriepen en verder het hielden bij wat trekken en duwen. Geklopt of geslagen, zoals bij ons na een avondje ambras, kwam er niet aan te pas.  Het leek wel of die Engelsen zelfs ambras maakten op een hoffelijke gentlemen’s manier. Het was twee uur wanneer we weer in het Bina hotel kwamen waar Hans de slaap al lang had gevonden.  Morgen de grote dag.

Vervolgt…..



1975: Juni – concerten

Forever Young Posted on 01 jul, 2020 01:17
Antwerpen: Arena Hal 6 juni 1975

In juni ‘75 werden in den Amber tussen pot en pint plannen gemaakt om het eerste weekend van juli naar Londen te gaan. Platen kopen en een concert proberen mee te pikken van de Pink Floyd. Hans, Guido, Martine en ik stelden onszelf de vraag: “Doen we het? Ja? OK”. “Dat is dan afgesproken.”  

Woodstock

Eind mei hadden we nog samen, met alles wat lang haar had in Aalst, op de koer van de Tuf naar Woodstock gekeken. De film werd er levensgroot geprojecteerd op de muur, voorzien van geluid uit concertboxen.  Hierdoor kreeg het geheel een extra dimensie. Een heel andere beleving dan toen we de film voor het eerst zagen in 1970 in cinema Palace (of was het Feestpaleis). Een belevenis die heel wat gasten uit ons toenmalige klas niet konden smaken.  Voor het eerst een film met splitscreen, wat extra inspanning vroeg, en uiteraard muziek waar de meesten voor het eerst mee werden geconfronteerd. Hier op het plein naast de Tuf zat het anders. Hier waren gelijkgestemde zielen aanwezig, die tenminste van hetzelfde soort muziek genoten. Een stap dichter in de ultieme belevenis van het evenement.  Vergeet niet dat de meesten tot dan toe amper een paar duizend man hadden samen gezien, ergens op een wei in Bilzen, of in het Antwerpse Sportpaleis.  

Roland

De 21ste juni trad Roland op in de Parnassos te Denderleeuw. De Parnassos was een jeugdhuis langs de oude baan tussen Denderleeuw en Ninove. Eigenlijk niet meer dan een normaal woonhuis, waar ze in de ‘voorplaats’ een toog hadden neergepoot en via een verhoogje van twee vierkante meter suggereerden dat er een podium was.  Roland trad er alleen op. Voor wie Roland kent, was dat redelijk normaal in die dagen. De ene week was hij ‘de leider’ van de Blues Workshop, de andere week bestond die Blues Workshop weer in een andere samenstelling, en soms bolde hij ergens  heen in zijn eentje, in zijn R4’ke, zoals die avond naar de Parnassos. Het betekende zeker niet dat hij op dergelijke avonden enkel akoestisch speelde.  Hij had zijn ‘gerief’ mee.  We zagen hem nog na het optreden vertrekken, en geloof mij, hij had moeite om nog plaats te vinden achter het stuur. Zo volgestouwd had hij dat kleine autootje.

Uriah Heep

Embed from Getty Images

6 juni rij ik In mijn eentje op een doordeweekse avond richting Arenahal in Deurne.  Ik kan mij niet echt meer herinneren waarom niemand mij vergezelde. Was Uriah Heep niet meer hip voor de anderen? Was het vet er wat van af? Doet het er nog toe? In mijn archief hou ik een flyer bij van dit concert en de bijhorende toernee.  Even googelen naar een eventueel concertverslag leert mij, dat over die fameuze Arenahal in Deurne bijzonder weinig is terug te vinden. Laat staan over Uriah Heep in België in 1975.  

Enkel de Waalse tegenhanger van Humo Telemoustique bracht in haar nummer 2576 een kort verslag. ‘The Heep presenteerden een show zonder haperingen, heerlijk goed geregeld. Heel slim wisselden ze oude en nieuwe nummers af: hun laatste, “Return to Fantasy”, doet zijn naam eer aan en deed het goed, dank je.’

In hetzelfde nummer vertelt zanger Byron nog aan Jean-Noël Coghe wat de belangrijkste ambitie is van Uriah Heep: ‘Onze belangrijkste ambitie is om het rockniveau te verhogen door het een bepaalde betekenis te geven, vooral op het niveau van de teksten. Om deze reden zijn we Uriah Heep en geen andere groep: kracht in het ritme, kracht in de teksten … rock werd tot nu toe alleen beschouwd als muziek, een zinloos ritme, dat alleen van belang voor het geluid.’ 

‘Voor Uriah Heep zijn teksten en melodieën twee essentiële dingen. We moeten agressieve muziek spelen, maar gebalanceerd door de melodie. Dit is ongetwijfeld wat ons een deel van onze originaliteit geeft.’

Afgaande op mijn eigen herinneringen zie ik een podium waarop een kronkelende op zijn rug liggende gitaarspelende ‘Mick Box’ geniet van het ogenblik, met naast hem een behoorlijk goed zingende ‘David Byron’.  Die twee, samen met ‘Ken Hensley’ zijn jarenlang de nucleus geweest van Uriah Heep. Drum en bas gingen bij manier van spreken bij elke plaat over in andere handen. In de ‘75 versie waren dat ‘John Wetton’ en ‘Gary Thain’.  

Vandaag heb ik het niet meer begrepen op Uriah Heep waarin enkel nog Mick Box zit.  Ken Hensley trad jaren nadien, soms samen met John Wetton, nog voor het voetlicht (zie More Than Conquerors uit 2002).  Wat zij toen presteerden, was duizend maal beter dan wat ‘de echte’ Heep van Box neerzette.  Hensley was overigens auteur van heel wat van het beste uit de eerste Heep periode.  Ken Hensley kwam oorspronkelijk uit de ‘Gods’ die met ‘My baby’s Rich’ zelfs een klein hitje scoorden. Hun ‘Hey bulldog’ cover van de Beatles deed het dan weer iets minder.  In de Gods zat ooit ook nog een jonge ‘Mick Taylor’, zij het niet gelijk met Hensley. Een wistjedatje…. in de kringwinkels liggen heel wat lp’s waarop David Byron covers zingt van bekende hits.  Iets wat de onbekende Reginald Dwight ook deed, kwestie van een zakcentje bij te verdienen. Kijk uit naar platen in de reeks ‘Top of the Pops nummer zus en zoveel’.  Helaas werden er nooit credits op die hoezen vermeld. Je moet dus aan stemherkenning doen.

Het concert.

In Deurne was het eerste deel van de set nagenoeg opgebouwd rond hun nieuwste worp: ‘Retun to Fantasy’.  Heep zette gewoonlijk hun toernees op in functie van de promotie van hun laatste plaat en dat was tijdens de ‘75 Europese toernee niet anders. Achter hen een levensgroot scherm met afbeelding van de hoes.  Een hoes overigens ontworpen door ‘Dave Field’. Field is eveneens verantwoordelijk voor enkele andere zeer mooie hoezen, waaronder eentje van Satus Quo.  Op het Quo album groeien de koppen van de leden als het ware uit een aantal verstrengelde wortels van een boom. Ook ‘Next’ van de ‘Sensational Alex Harvey Band’ is van zijn hand net als ‘Razamataz’ van ‘Nazareth’. De man leek vaak voor Vertigo te werken.

Bij de eerste vijf nummers zitten er maar liefst drie uit Return to Fantasy. Daarna wordt geput uit nagenoeg alle lp’s die ze daarvoor maakten. De helft van de setlist is terug te vinden op ‘Uriah Heep Live’ het in ‘73 in Birmingham opgenomen schitterend live album. Te beginnen met het magistrale 9 minuten durende ‘July Morning’, nog altijd een van onze favoriete nummers. De hitsingle ‘Easy Livin’, werd onmiddellijk gevolgd door ‘Sweet Lorraine’ en ‘Gypsy’. Ze sloten af met twee tracks uit ‘Look at Yourself’: ‘Love Machine’ en als toegift ‘Look at Yourself’ zelf.

Volgens Telemoustique waren er op zeker ogenblik nogal wat strubbelingen voor het podium toen enkele kleerkasten, die de frontstage bewaakten, een zestienjarige fan hardhandig aanpakten.  Als dat al zo was is deze schermutseling bij ons in de mist van de tijd opgeslokt.

De Setlist: Antwerp 6 juni 1975

* Devil’s Daughter / 75

Stealin’ / uit Sweet Freedom 73

Suicidal Man / uit Wonderworld 74

* Shady Lady / 75

* Prima Donna / 75

Rainbow Demon / uit Demons and Wizzards 72

July Morning / uit Look at yourself 71 en Live 73

* Return To Fantasy / 75 

Easy Livin’ / uit Demons and Wizzards 72 en Live 73

Sweet Lorraine / uit The Magician’s Birthday 72n en Live 73

Gypsy / uit very eavy very umble 70 en Live 73

Bird Of Prey / uit Salisburry 1970

Love Machine / uit Look at yourself 71 en Live 73.

Look At Yourself / uit Look at yourself 71 en Live 73

Nummers met * zijn uit Return to Fantasy.

11juni: In het station in Aalst aan het Internationaal loket haal ik mijn biljet op bestemming Londen…… wordt vervolgd.



1975: nieuwjaar in Den Amber.

Forever Young Posted on 22 jun, 2020 22:04

Met vijftien waren we die dinsdagavond, oudejaarsavond 31 december 1974. We stonden aan de vooravond van wat mogelijks het beste jaar uit onze muziekgeschiedenis is geworden. Vijftien jongeren uit een los collectief van om en bij de twintig die elkaar regelmatig tegenkomen. Iets wat vanzelf groeit, eens je wat ouder werd, en je begint te verplaatsen op vier wielen. Kameraden uit de buurt vallen weg en transformeren tot jonge gezinnen. Het uitgaansleven in de seventies speelde zich af in nabijgelegen steden en in die dagen ook in boerengaten, gelegen in de buurt van het hol van Pluto. Geloof mij wij kenden al die plaatsen. Gewoonweg omdat we ze allemaal aandeden, die plaatsen. En er was altijd wel iemand die weer een nieuwe uitdaging had gevonden. Vooral ‘Freddy en Willy’ waren op zondagnamiddag cracks in het vinden van dancings met namen die ook toen al tot de verbeelding spraken. Ter Doest in Waregem of de Popcorn in Vrasene zijn maar enkele plaatsen waar we dankzij ‘De Fred en de Kleinen’, zoals ze in ‘ons milieu’ gekend waren, ooit binnenliepen.
Het kan niet anders geweest zijn, of we zijn ze tegen het lijf gelopen te Oordegem in de Bokkenstory of de Jacky’s Club. Oordegem lag en ligt nog altijd halverwege tussen Aalst en de Gentse banlieues. Melle en Gontrode waren hun thuisbasis, van waaruit ze afzakten. De Fred met zijn al wat oudere Ford, en de Kleinen, die een jaar of vijf ouder was dan de rest van ons, met zijn ‘Mini’ke’. ‘Een echte Cooper’…. sprak hij ooit de magische woorden. ‘Plakt aan de weg’. Dat was tijdens een ritje op de zich door de dorpen slingerende Geeraardsbergse Steenweg ergens tussen Melle en Sint-Lievens-Essen. Nadien ben ik er nooit meer ingestapt. Een keer was voldoende. Ik geloofde hem op zijn woord, en ik moet bekennen, dat ik nooit geweten heb dat hem iets is overkomen. Het probleem, was dat het altijd rustig startte, maar eindigde met veel teveel pinten op.
Een verhaal waar ik zelf geen getuige van was, maar dat er zeker mag zijn omdat het typeert hoe wij in die dagen onze vrije tijd beleefden. En ook omdat ‘Den Amber’ er een vooraanstaande rol in speelt.
De Polle, de Rie, de Fred en de Kleinen, Guido, William van Wanzele, Wilfried en Brigitte, de Cois en zijn lief Lea samen met haar zus Marleen, Paul en Sonja, besluiten in de Bokkenstory om richting Essen te bollen. De Truweel, de Witte Hoeve en Discovaria waren toen en al jarenlang uitgelezen locaties voor de boerenzonen uit de omliggende parochies om er zich een lief te zoeken. Decennia later zullen zelfs tv-stations documentaires weiden aan dit fenomeen.
Jaren lang was de Truweel een danskot, waar wekelijks een of ander balorkest ten dans speelde. The Garnets, de Paramounts beleefden er gouden jaren, net als de uit het nabijgelegen Zottegem komende Clee’s Five. Deze laatsten namen er eind jaren zestig een nu gezochte live lp op. Clee’s Five met in hun rangen de zangeres Kate. Ja die van haar latere Kennel.
Het moet in de beginperiode van de seventies geweest zijn, dat de balorkesten verdwenen en vervangen werden door een ‘mechanische installatie’ of in het beste geval door een disc-jockey, die van dan af ‘de sound’ bepaalde. Op die manier ontstond er een duidelijk onderscheid in het aanbod in de Truweel en de Witte Hoeve, die zich richten op een danspubliek en met graagte de Three Degrees, O’Jays en Penny MacLean omarmden. Plaatsen waar ‘the hustle’ de dansvloer vulde. In de Discovaria, later omgedoopt tot Lennon, en in het Kelderken op het dorp zaten naar onze bescheiden mening stukken betere dj’s. Marlene van Kevin Coyne, Stand by me van Lennon en I’m a Believer van Robert Wyatt waren er regelmatig te horen.
Begrijpelijk dus dat er in Sint-Lievens-Essen nogal verkast werd tijdens een uitgaansavond.

En zo werd het 1 januari 1975.
‘s Namiddags kweet ik mij van mijn ‘roadie’ taak: we haalden de discobar op in Ter Vaerent, plaatsten die opnieuw in de Lelie te Lede. ‘s Avonds waren we opnieuw present in Oordegem, zij het met iets minder van de bende. De meesten hadden weinig zin, om na de nachtzitting van de dag er voor opnieuw te feesten. Willy was zijn vest vergeten in Essen, en de meesten vonden dit niet direct de moeite om hem te vergezellen. Enkel Guido reed mee.
Pas enkele dagen later kregen we het vervolg van die avond te horen. Na Essen, waren ze via de Miranda (bestaat nog altijd) naar Aalst naar den Amber gebold, om er aan de toog nog de nodige pinten te consumeren, tot het voor de Fred laat begin te worden. Vergeet niet dat elk van ons de volgende dag nog een zware dag voor de boek hadden. Een eerste werkdag in die dagen was ‘feesten als de beesten’ en dat zeker op de plaatsen waar wij waren tewerk gesteld. De Fred in de ASLK en de Kleinen op het Ministerie van Financiën. In die dagen betekende een eerste werkdag, elkaar een gelukkig nieuw jaar wensen en om iets na negen uur het eerste het beste café binnenstappen.
Niet te verwonderen dus dat een paar uren slaap niet te versmaden zouden zijn, maar helaas…. Willy vond nergens in zijn zakken zijn autosleutels, hoe hij ze ook binnenste buiten keerde. William of was het Diane stelde hen enkele borstels ter beschikking en in die vroege uren van ‘75 werd Den Amber gekuist. Werk gespaard voor de Soef….
Het regende niet, en het sneeuwde al evenmin. Te voet trokken de drie vrienden vanuit Den Amber via de verlichte steenweg rchting Gent. Aan kruispunt Vijfhuizen zagen ze het niet meer zitten, en bij guido thuis belden ze dan maar een taxi. Guido bolde nog mee tot Oordegem waar zijn trouwe Honda op hem wachtte.
De taxi stopte aan het begin van de straat waar Willy woonde, en waar Fred zijn auto zou ophalen, om vooral de buren niet wakker te maken. Terwijl ze de straat inslenterden, zocht onze held in zijn zakken naar de huissleutel. ‘Hier si, begot, hier zijn ze’, en samen met de huissleutel haalde hij zijn autosleutels uit een van zijn broekzakken. Of de Fred er toen kon mee lachen weet ik niet….

Met deze gasten zette ik 1975 in… een onvergetelijk jaar.



Tom Jones, tachtig.

Classic rock Posted on 08 jun, 2020 13:18

Tachtig is hij geworden. En het is er niet aan te zien. De man die ooit ‘I who Have Nothing’ zong, werd geboren als Thomas John Woodward op 7 juni 1940 in Wales. Hij bracht zijn jeugd door in Pontypridd, een mijnstadje in Zuid Wales.

Zoals de meeste jongeren die iets zagen in muziek werd hij beïnvloed door rock & roll zangers zoals Little Richard, Solomon Burke, Jacky Wilson, Brook Benton, Elvis en Jerry Lee. Stuk voor stuk jongens met een gouden keelgat. Thomas hield naast muziek ook van het andere geslacht wat er toe leidde dat hij al op 16 jarige leeftijd ‘van straat’ was. Linda Trenchard blijft zijn vrouw tot bij haar dood, een paar jaar geleden. Zestien waren ze toen ze trouwden en het was zoals de Hollies ooit zongen: ‘In the Passion of the spring came the baby….’ Ze kregen een zoon. Zoonlief werd later zijn manager, en moet vandaag ook al de gezegende leeftijd van 63 hebben bereikt.

Na allerlei baantjes werd hij in 63 op zijn drieëntwintigste als Tommy Scott voorzanger van de Senators. Ze namen enkele demo nummers op voor Joe Meek, doch dat werd niets. Meek was vooral geïnteresseerd in de gespierde zanger. Jones zag dat duidelijk niet zitten, en liet dat dan ook kordaat weten aan Meek.
Pas wanneer Gordon Mills, ook al uit Wales, overkomt uit het verre Londen en hem in Wales aan het werk ziet in een club, wordt Tom Jones geboren. Op die manier komt hij in 1964 bij Decca terecht, waar zijn carrière echt start met ‘It”s not Unusual’. Mede dank zij piraten radio Caroline begint Jones’ populariteit te rijzen.
Helaas zijn het vooral jonge meisjes en vrouwen die stilaan voor hem vallen. Wie interesse vertoonde in ‘betere popmuziek’ liep voorbij aan zijn talentvolle stem, en in de in hun toenmalige ogen ‘melige’ nummers.
Dit zal zeker ook te maken hebben gehad met het feit dat Mills ook ondermeer Engelbert Humperdinck en later Gilbert O’Sullivan onder zijn vleugels nam. Wat helemaal ten onrechte er toe leidde dat Jones en Humpy al te gemakkelijk op een hoopje werden gegooid en als een pot nat werden beschouwd. Wat totaal fout was, maar het onheil was geschied. Tom Jones was een hitmachine geworden die het moest hebben van slow en sexy nummers, haast smartlappen, en slipjes die hem naar het hoofd werden gegooid tijdens optredens. Tom Jones kwam je tegen in ‘de boekjes’ en niet in de gereputeerde muziekbladen.
We betreuren dat heel wat ‘kenners’ dit tot op vandaag noga tijd zo bekijken.

We weten nu, na onderzoek van zijn erfgoed dat Jones albums heeft uitgebracht waarop hij een repertoire vergaarde om u tegen te zeggen. Bovendien liet hij zich bijstaan door de beste muzikanten. Niet te verwonderen dat in zijn band in de periode tussen ‘69 en ‘74 om precies te zijn, ene Big Jim Sullivan (*) de gitaar hanteerde. Luister even naar She’s a Lady en overtuig u zelf.
Zoals bij zovele andere sixties sterren begon zijn carriere in de jaren zeventig te tanen. Weg waren de grote hits uit het verleden: Green Green Grass of Home (ook op repertoire van Jerry Lee Lewis), Detroit City, Delilah, She’s a Lady en I’ll never fall in love again.

Reeds in 1967 had Jones opgetreden in Las Vegas, en dat was waar hij uiteindelijk heentrok. En het waren niet de hotels van Las Vegas in de eerste plaats, maar veel meer nog de verkiezingen die Labour in 1974 aan de macht brachten en die de belastingen lieten stijgen tot om en bij de 98%. Tom Jones reageerde dus niet anders dan de Rolling Stones, Led Zeppelin en Rod Stewart, die allen de UK de rug toekeerden. Big Jim Sullivan is er in het begin nog wel bij maar houdt dit blijkbaar niet vol, en verkast zichzelf naar het orkest van…. James Last. Jones werd bevriend met de ‘dikke’ versie van Elvis Presley, en ook dat deed zijn reputatie wederom geen goed, tenminste wilde hij serieus genomen worden in een wereld waar de jongeren zich op Pink Floyd en Led Zeppelin hadden gestort. Tom Jones blijft een vaste waarde in Las Vegas tot in 2011.

In de echte wereld van de rocksterren wordt de stem van Tom wel gewaardeerd. Waarom zong hij anders in ’69 een duet met Janis Joplin?
Samen met tal van andere sterren verdween hij in de jaren tachtig naar de achtergrond. Zelfs ons blijft deze periode, waarin hij verschillende country songs opnam, waar hij zelfs mee scoorde in de US Country Top 40, toch vrij onbekend.
Heeft het feit dat zijn manager Gordon Mills in ’86 sterft, gezorgd voor een nieuwe impuls in zijn carriere? Zijn zoon neemt vanaf dan zijn management waar. Vanaf ’88 merken wij, zij het met tussenpozen, dat Tom Jones een nieuwe adem vindt. Voor velen is zijn versie van Prince’s ‘Kiss’, samen met de Art of Noise, zowat het laatste wat ze zich van Tom Jones herinneren.
En laat het nu net vanaf dat ogenblik zijn dat Jones echt boeiend begint te worden voor de rock liefhebber. Bij zoverre zelf dat hij in 1992 te gast is op het Glastonbury Festival, iets wat ons hier over de plas uiteraard totaal ontgaat.

In 1993 komt een eerste niet te versmaden album op de markt: ‘The Lead and how to Swing it’. In 1997 horen we hem in de film ‘The Full Monty’ waar hij ‘You Can Leave Your Hat on’ ten beste geeft.
In 1999 doet hij zowaar een ‘Turalura’, met dat verschil dat hij samenzingt op Reload met een scala aan andere sterren, gaande van the Cardigans, Natalie Imbruglia, Cerys Matthews, Van Morrison, Portishead, de Stereophonics en Robbie Williams.
Er werden meer dan 4 miljoen exemplaren verkocht van deze samenwerking op CD, en het leverde hem een nummer 1 op. ‘Sexbomb’, het duet met Mousse T. werd een superhit, en doet het vandaag nog altijd even goed op de dansvloer. Net als zijn versie van ‘Burning down the house’ met de Cardigans. Op de maxi cd wagen ze zich verder nog aan ‘Come Together van ‘Lennon’ & McCartney.
Het mag gezegd: Tom Jones had zichzelf bij de aanvang van het nieuwe millenium opnieuw op de kaart gezet, en dat zal zo blijven. Clinton nodigt hem uit om het nieuwe millenium mee in te zingen.

Totaal weg is de crooner en smartlappen koning. Tom Jones vind zich opnieuw uit en verovert zijn plaats tussen de hedendaagse sterren. Meer nog hij zal stilaan beginnen teruggrijpen naar zijn roots: soul, gospel, blues.
We zien hem verassend genoeg in 2002 zeer overtuigend aan het werk in de Blues filmreeks van Martin Scorcese. In het deel ‘Red White and Blues’ treedt hij aan naast Van Morrison en Jeff Beck, en vertelt hij zijn verhaal.

In 2002 neemt hij een album op samen met Jools Holland, in wiens programma hij daarvoor ook al regelmatig mocht opdraven. Een snuifje bigband, rock & roll, rootsmuziek, R&B, soul. Ze gooien zich met verve op covers van o.a. Willie Dixon, Howlin’ Wolf, Presley en Solomon Burke. ‘Slow Down’ van Larry Williams, een favoriet van Lennon en door de Beatles eerder onder handen genomen krijgt hier een prachtig nieuw jasje aan gemeten. De plaat straalt spontaniteit uit. De meeste songs werden dan ook quasi live ingeblikt.

In 2010 volgt Praise & Blame een gospel en blues album waarop hij Dylan en John Lee Hooker covered. Booker T. Jones mag meespelen net als Augie Meyers. Een productie van Ethan Jones die mee aan een deel van de songs schrijft. Een album dat verschijnt op het Island label. Island “kocht” Jones over van EMI voor een behoorlijk grote som. Aan religieuze songs hadden ze niet direct verwacht.
In 2012 volgt een singel die geproduceerd werd door Jack White, die we kennen van de White Stripes.
In mei van hetzelfde jaar lanceert Island het album ‘Spirit in the Room’, en hier zien we dat Jones nu de gehele rockwereld in zijn armen sluit: Paul McCartney, Paul Simon, Leonard Cohen, Richard and Linda Thompson, Blind Willie Johnson, Tom Waits leveren songs voor deze opnieuw, uitstekende, plaat.

In September 2015 volgt deel drie in wat op een drieluik is gaan lijken: ‘Long Lost Suitcase’. Daarnaast krijgen we ook nog zijn autobiografie ‘Over the top and back’, waarbij de hoofdstukken werden opgemaakt rond de titels van de laatste cd. Deze keer werden Gillian Welch, the Rolling Stones en Hank Williams worden onder handen genomen. Voor ons het beste nummer op deze plaat, een oude Yardbirds hit ‘I wish you would’, geschreven door Billy Boy Arnold.

Een greep uit zijn repertoire voor wie aan de slag wil….

Along Came Jones (1965)
A-tom-ic Jones (1966)
Green, Green Grass of Home (1967)
Delilah (1968)
Reload (1999)
Tom Jones & Jools Holland (with Jools Holland) (2004)
24 Hours (2008)
Praise & Blame (2010)
Spirit in the Room (2012)
Long Lost Suitcase (2015)

(*) Big Jim Sullivan, was een van de top sessiemuzikanten in de UK. Hij hanteerde de gitaar op liefst 56 nummer 1 hits, en bleef al die tijd bescheiden op de achtergrond. Vaak wordt zijn werk verward met die andere sessiemuzikant ‘Little’ Jimmy Page. Vooral Wikipedia is zeer slordig wanneer het op de juiste credits aankomt. BJS moet je beluisteren op o.a. Dave Berry’s The Crying Game en PJ Proby’s Hold me.



Woensdag, 27 mei – corona dag 75

Corona Days Posted on 28 mei, 2020 10:41

Zullen we dit stukje maar beter niet: hoe ik mijn verjaardag vierde noemen?  Aan 68 worden zit toch enkel nadeel. Bon het staat iets beter op je doodprentje dan pakweg 57, maar voor de rest zie ik er weinig hoopvols in. Al zal het voor eeuwig de 75ste dag in de eerste corona cyclus blijven. Een dag waarop we nog steeds niet op een bankje mogen neerzitten. Een dag waarop scholen elkaar het licht in de ogen niet gunnen omdat de ene wel kan voldoen aan de nog op te leggen regels en de andere nu al moord en brand schreeuwt dat ze te weinig middelen heeft, en ook och ja te weinig plaats. Die van de markt zijn intussen tevreden, omdat ze er weer mogen staan. Allez sommigen toch.  Binnenkort krijgen ze het aan de stok met die cafés die een groter terras willen. We zijn er doorgekomen. Even geen rekening houden met de 25 doden die er nog elke dag vallen en de paar honderd extra besmettingen per dag.  We hebben het onder controle, dat is het belangrijkste. Tenminste dat is wat de radio mij zegt. De virologen willen het niet gedaan hebben en die beginnen nu wijselijk in hun kot te blijven…. zoek het zelf maar uit.  Wel ja: die dagelijks besmettingen: wie zijn ze? Waar wonen ze? Wat hebben ze uitgestoken?

Of speelt het zich dan toch enkel af in de WZC’s? Dan kunnen we gerust zijn…. dat zijn maar oudjes, en daar zijn wij stevige rockers nog lang niet aan toe. 

De wereld zal er anders uitzien… Echt?  Ben net wezen winkelen in de Delhaize.  Bon, iets minder volk, maar iedereen doet er normaal. Mondmaskers zie ik snel weggemoffeld  worden bij afstappende treinreizigers. Heel af en toe merk ik toch eentje bij een nieuwe donkere Vlaming die door mijn straat loopt, en vermoedelijk denkt dat wij met zijn allen de builenpest hebben.  Nice. Ja, die van Little Arrabella, fietsen mee met de Ipod. 

Mogen we van geluk spreken dat het tot nu toe bijna elke dag ‘zonnert’, en wat minder regent? Het water in de beek staat extra laag, de moljer is al lang geleden gestopt met zakken aan voeren. Niemand eet nog brood. Is het daarom dat ik over enkele weken fiets tussen metershoge mais en niet langs wuivend koren?  Waar zijn ze heen, de blauwe korenbloemen van de Zusjes De Roo? Of zijn dit gewoon bedenkingen van Emerlist Davjack? 

Verjaardagen en leeftijd. Dat ze samengaan valt niet te ontkennen. Er aan ontkomen evenmin. Het voelt raar aan te weten dat, om maar iets te zeggen, mijn peter met wie ik zo graag wandelde, al 75 was, toen we doorheen de Uemeerslos liepen. Een mooie gedachte om door mijn verjaardag heen te fietsen. 

In de verte roept een koekoek, terwijl hij zoals elk jaar opnieuw geniet van de zomerse avonden van alweer een mei maand. De mooiste tijd van het jaar, en tijd om de bomen te groeten, die er morgen en overmorgen altijd zullen zijn…



Lijst-ernest 2019

Het Lijsternest Posted on 15 jan, 2020 23:09

2019 ligt achter ons. Alle overzichten, Jaarafsluitingen, kasboeken, werden overlopen en wij kunnen besluiten dat het weer een al te vruchtbaar jaar was.
Het vierjaarlijkse symposium leidde mij dit keer door het voor mij totaal onbekende Saksen in Oost-Duitsland. Berlijn waar Bowie en Reed om nu voor mij begrijpelijke redenen een tijdje woonden, is zeer goed verteerbaar. Een grootstad met de allures van een ‘gewone’ stad.
Enkele weken ‘wonen’ in Noord-Wales, waar het ritme van de seizoenen nog aanwezig is, en alle dagdagelijkse beslommeringen veraf schijnen.
Uitstappen naar molens in ons eigen landje, Nederland, en Brexitland.

Fietsen door de Parijbossen, langs de Solegem en het Foot. Wandelen langs de Schelde op de Aard. Bankzitten te Griete, Emmadorp, Vlassenbroek, Betws-Y-Coed en bij de Eendenkooi die er niet meer is. Schuilen voor een zon die zich aanbiedt aan 42 graden.

Om toch een beetje te voldoen aan de traditionele overzichtslijstjes plaats ik in het cd/lp overzicht alle aankopen uit 2019, die muziek betreffen uitgegeven in 2019 helemaal voorin. Helaas kom ik amper aan een zestal cd’s. Bovendien allemaal van al jaren lang gevestigde waarden. Besluit: het merendeel van wat uitgebracht werd, en bejubeld wordt in Humo, en andere bladen is andermaal aan mij voorbij geraasd. Ik heb er toen niet, en ook nu niet van wakker gelegen. Mocht er toch iets tussen zitten wat ik mogelijks zou kunnen goedvinden, dan ontdek ik dat later wel, bij een van mijn kringende winkelende bezoeken. Katy Melua, Eva Cassidy, het zijn mooie voorbeelden van hoe ik dit jaar vergeten parels toevoegde aan mijn intussen veel te uitgebreide muziek verzameling. Ook op platenbeurzen en in Britse shops blijft het grasduinen in de kelders van de muziek. Blossom Toes, The Artwoods, Blodwyn Pig, Zoot Money, zijn maar enkele artiesten waarvan ik dit jaar een aantal van hun vroegere worpen mee heb gesleept naar mijn mancave.

Er valt nog zoveel aan te vullen uit de jazz en blues wereld (ook op boeken gebied) dat we nog wel een paar jaar door kunnen gaan. Uiteindelijk wordt de kern van de verzameling er alleen maar beter door. Uiteindelijk ben ik op dat punt aanbeland waarop ik stilaan mijn eigen canon kan beginnen voorstellen. Toevoegen hoeft echt niet meer, al blijft zoeken naar dat ene dat toch nog ontbreekt nog altijd een uitdaging. Verwachten dat gerenommeerde artiesten die nog steeds aan de weg timmeren, nog een ultieme worp zullen plegen, lijkt onrealistisch. Onderzoek naar wat ze ooit langs de kant lieten liggen is boeiender. De Beatles die dit jaar meer dan waarschijnlijk een echte inkijk zullen geven in wat zich in hun laatste twee jaar afspeelde, via het uitbrengen van een verbeterde Let it be film, is uiteraard iets waar naar uitgekeken wordt.
En dan belanden we nu in de boeiendste periode van de muziek. Die periode waarin men zich alles van 50 jaar geleden zal herinneren wat zich afspeelde tussen 70 en 75.

Terug naar ons overzicht. Niet meer verwacht, maar de Who zijn er in geslaagd om een topplaat af te leveren. Al zullen sommigen hun neus ophalen bij de naam de Who. Is dat nog wel de band die ons parels als Armenia city in the sky en Pictures of Lily bracht? Twee bandleden hebben het overleefd. En Page en Plant haalden het nooit in hun hoofd om zich in hun eentje Led Zeppelin te noemen. Commercieel bekeken beseffen Daltrey en Townshend natuurlijk dat een Who ‘product’ nog altijd beter verkoopt dan eender wat ze solo ooit op de markt gooiden. Maar tja, als de Stones zich met amper drie originele leden van de zes nog steeds Rolling Stones mogen noemen, wie zijn wij dan om kritiek te hebben op de Who. Misschien moet McCartney samen met Ringo Starr de hort optrekken als de Beatles. Het is maar hoe je het bekijkt.
De titelloze CD/LP van de laatste versie van de Who mag er in elk geval zijn. Ook al denk je bij elk nummer: “dat had moeiteloos op die of gene plaat uit hun carrière kunnen staan.” Nergens klinken de songs als outtakes, maar ze hebben wel hun best gedaan om de songs te laten klinken alsof ze terugblikken op hun eigen repertoire. Waarom ook niet? Elke artiest is vrij om te doen wat hij wil. Bovendien verveelt geen enkel nummer. Nooit heb je de neiging om snel naar het volgende nummer te zappen. Een terechte beste plaat van 2019.

Neil Young en Bruce Springsteen leverden typische platen af. Waarbij Springsteen er is in geslaagd om ons te doen uitkijken naar een volgend live optreden. Het blijven verhalende songs, en meer moet dat niet zijn.

Chapeau voor Savoy Brown die er na vijftig jaar nog in slagen om nieuw werk af te leveren, ook al klinken ze nog steeds als een gemiddelde boogyband. Een topband is het nooit geweest. Altijd wat in de schaduw van Chicken Shack en Fleetwood Mac geopereerd.
Rod Stewart is naar goede gewoonte opnieuw verguisd, door pennelikkers die over muziek schrijven in zogenaamde betere tijdschriften. Toch haalde ook zijn laatste plaat moeiteloos de hoogste regionen van alle hitparades, tenminste mochten die er nog zijn zoals wij ze ooit kenden. Stewart, of zijn platenmaatschappij hadden zonder veel zorgen een zoveelste herverpakte best of op de markt kunnen gooien. Zij kozen er in tegendeel voor om Stewart te laten begeleiden door een symfonieorkest, en op die manier zijn wat ‘slowere’ songs op die manier van een extra dimensie te voorzien. Stewart is altijd naast componist ook vertolker geweest van een rist select uitgekozen covers. The First cut is the deepest krijgt in de versie op deze plaat een nieuw jasje aangemeten, waardoor het opnieuw een mogelijks jonger publiek kan bekoren. Zelfs een Faces klassieker als Stay with me werd onder handen genomen.

50Blossom Toes The psychedelic sound of ‘Blossom toes’ Vol. II 
49John Hiatt The Tiki bar is open
48Buddy Miles Tribute to Jimi Hendrix 
47Ken Colyer’s jazzmen and skiffle groupThe lost 1954  Royal festival hall tapes 
46Woody Guthrie Dustbowl ballads 
45Katie Melua The Katie Melua Collection
44The ArtwoodsThe Artwoods 
43Bob Dylan Live 1966  
42Ten Years After Live at the Fillmore East 
41Blodwyn Pig Ahead Rings Out 
40Eva Cassidy Time after time 
39Bruce Springsteen On Broadway 
38Memphis Slim Alexis Korner London Sessions 
37Jacky Deshannon The Early years 
36Diversen Tribute to Edith Piaf 
35Bonnie Rait Slipstream
34Bruce Springsteen Devils & Dust
33Joe Jackson Body and Soul 
32Kathrin Jenkins One fine day plus Bonus concert DVD
31The Beatles Rode en Blauwe CD
30Neil Young Time fades away
29Coeur de Pirate Blonde
28Bob Seger Face the promise 
27Diversen Jon Savage’s 1968 The year the world burned
26Roy HarperLifemask
25The Heard Paradise Lost
24George Thorogood & the Destroyers Live at Montreux
23Eric ClaptonRainbow Concert
22Keith West Excerpt from Keith West groups and sessions ‘65-‘74 
21Paul JonesMy Way The Paul Jones Collection
20Roy Harper Stormcock
19Lonnie Johnson Blues by Lonnie Johnson Plus Losing game
18Roy BuchananLoading zone
17Chris Rea Santo Spirito Blues
16The Blues Project Anthology
15DiversenZabriskie Point Original motion picture soundtrack 
14Roy Harper Bullinamingvase 
13Joe Bonnamassa Radio City Music Hall 
12Miles Davis Bitches Brew
11Roy Buchanan Messiah on Guitar 
10The Beatles Abbey Road Anniversary edition x 2 
9DiversenA Tribute to Fats Domino Goin’ Home
8Deborah Bonham The Old Hyde expanded with live CD 
7The Yardbirds featuring Jimmy Page  Live Yardbirds (Anderson Theatre)
6John Mayal Nobody Told me 
5Savoy Brown City Night
4Rod Stewart with the Royal Philarmonic Orchestra You’re in my heart
3Neil Young and Crazy Horse Colorado
2Bruce Springsteen Western Stars
1The Who The Who Detour Double

Dit jaar een extra boekenplank bijgestoken, en volgestouwd met werk van Boontje, Zaki, Michiel Hendrickx en Annelies Beck en zoveel meer. Geniet mee van de lijst.

10De bastaard van HerzelePaul Kellens 
9Fanny by Gaslight Michael Sadleir
8The mill on the floss George Eliot 
7Boon Fenomenale FeminateekLouis Paul 
6Gerald of Wales  Giraldus Cambrensis
5Louis Paul Boon Het geuzenboek Louis Paul 
4Over het kanaal Annelies Beck 
3The Poëticale Works of Shelley Shelley
2Twee ezels Michiel Hendryckx 
1Ukranian Molinological journal Nr 2 2019 Olena Krushynska

Tot slot boeken over muziek

16Yvan Heylen Yvan Heylen
15John SteventonDJ’en voor dummies 
14John Fordham Ths Sound of Jazz
13Chris Welch Led Zeppelin The stories behind every Led Zeppelin song
12The Who The complete chronicle 1958-1978 
11Ian Carr Jazz: the essential companion
10De Missie De kruispunten van Harry ‘Cuby’ MuskeeJeroen Wielaert
9Steve Turner A hard days write The stories behind every Beatles song
8ZakiLove songs
7Francoise Hardy De autobiografie Een roemrijk vrouwenleven
6Peter Guralnick Searching for Robert Johnson
5Boudewijn de Groot Hoogtevrees in Babylon
4Mark BlakeBring it on home Peter Grant, Led Zeppelin and Beyond: The story of Rock’s Greatest Manager
3Jacky Hyams White boots & Miniskirts
2Patty Boyd Wonderful Today George Harrison Eric Clapton and me
1Chris Salewicz Jimmy Page the definitive Biography 


On the road again: ander weer op komst.

Wales Posted on 18 okt, 2019 13:16

Zaterdag, 21 september

Carol zei me deze ochtend dat dit de laatste mooie dag zal worden. Voor morgen werd er regen aangekondigd, en maandag krijgen we regen uit de staart van een orkaan.

Dat belooft dus. Laat ons vooral vandaag nog genieten. Ik doe wat inkopen in de voormiddag, en loop voor het eerst dit jaar de dorpswinkeltjes langs. Er is weinig aanbod op de t-shirt markt. Het moet nu rond de 25 graden schommelen, en de zon voelt septemberisch warm aan. Op het bankje bij de brug lees ik verder in het boek van Ron Wood. Het brugje waar niemand meer afspringt, om reden van gasboetes.

Tea en scone met jam in de lounge van het Stables hotel. Alles is er hetzelfde gebleven behalve de jongen die opdient. Ik hoor dat Charlotte er wel nog altijd werkt. Misschien haar vrije dag? Er zeilt een ouder koppel naar binnen, waarvan de man Anna Davies nog heeft gekend in haar jeugd. Anna Davies, haar kinderen, of god weet wie, baten nog hun winkel uit altijd een paar panden verder.

Het is bij halfvier wanneer ik richting Llanberis rijdt. Helaas hebben ze bij Odin Cop’r ook al weinig t-shirts in de aanbieding. Enkel nog een rode in size large. OK dan maar. We zullen ons nog maar eens in het rood steken een van de komende zomers.

Het is hier heerlijk genieten in het nazomers zonnetje op een bank bij het Slatemuseum.

Ooit overdracht ik hier hoeveel dagen ik nog zou kunnen tegoed hebben. Een mens filosofeert wat af in zijn leven. Vraag: is vijfduizend veel of toch eerder weinig?

Net in het Slatemuseum nog een filmpje en wat betere foto’s gemaakt van het grootste waterwiel op het UK vasteland. Dat op het eiland Man is namelijk van een nog groter formaat. Ik maak gebruik van het laatste uur waarop het museum (free) open is om er nog wat rond te kijken. Zelfs deze tijd van het jaar loop je er tussen toeristen van allerlei pluimage en uit alle streken van de wereld.

Zondag, 22 september

Na halfelf slaat de regen dan toch toe. Het is lang droog gebleven, en dat kwam goed uit want ontbijten in de tent is een stuk minder leuk.

Richting Llangollen, waar er tegenover een week geleden niet veel veranderd is. Op de boekenzolder liggen enkele nieuwe pareltjes. De verzamelde gedichten van Shelley in een uitgave van voor de oorlog. Shelley waar Jagger in juli, nu vijftig jaar geleden, in Hyde Parc een gedicht van voordroeg ter nagedachtenis van Brian Jones. Dit hoefde niet te verbazen, wanneer je weet dat ook Shelley verdronk.

Er is duidelijk minder volk op straat, in de shops en in de tearooms, waar ik deze keer tea met Welsh bara brith neem. Je kan het vergelijken met onze vlaai, maar dan een stuk droger, en met krenten. Kortom het zit beweegt zich ergens tussen vlaai en krentenbrood. Toch het recept eens opzoeken, wanneer ik weer thuis zal zijn.

Vanavond is er opnieuw koorzang in Betws-Y-Coed in de Saint Mary Church. Niet te vergelijken met afgelopen zondag. Dit koor bracht enigszins traditioneler liederen. Het koor werd gedirigeerd door een vrouw, die zelf een tweetal songs voor haar rekening nam. Eentje in het Welsh dat de zelfde muzieklijn volgde als het bij ons bekende Jan de mulder liedje.

Naast mij zat een ‘gemengd’ koppel, zo vernam ik van de man. Nadat ik hem vertelde dat ik uit Vlaanderen kwam, vertelde hij dat ze vaak door België rijden op weg naar München, maar bijna nooit stoppen. Zijn vrouw is Duitse. Hij niet: “British” zei hij nog. Ze hebben een tweede huis hier in Noord Wales in Nebo. Ze waren ooit een paar dagen in Antwerpen, en het verbaasde de man, dat je daar niet uit de voeten kon met de Franse taal. Een beetje reactie zoals onze ‘Europalijder’ die niet begrijpt dat hij aan de Belgische kust niet meer uit de voeten kan met, inderdaad, ook alweer frans. Dan maar Duits, voegde hij er nog aan toe. Waarschijnlijk nog nooit gedacht dat het niet slecht is om de taal van het land te spreken waar je op bezoek bent.

Later bij de pauze wanneer traditioneel verteld wordt dat het koor Welsh is, en zij ook wel willen horen waar hun publiek vandaan komt, zei mijn buur dat hij uit Abu Dhabi komt. British dus. Uiteraard hangt het er een beetje vanaf hoe je de wereld bekijkt.

Maandag, 23 september

De wolken drijven snel boven het Snowdon gebergte. Veel sneller dan boven het vasteland. Grijze wolkenluchten snellen zo voorbij. Regelmatig maakt de zon gebruik van een ‘gat’ in de wolken om ons te verblijden. Het is laat september. We zitten opnieuw in de notentijd, en de patatten worden gerooid. Het is hier aangenaam toeven aan mijn ontbijttafel, waar ik mijmer over de vakantie die veel te snel achter mij zal liggen.

Vandaag volgt de eerste trek richting zuid-oosten, naar Disserth. Ik ben er in geen twee jaar geweest. Ook daar zal alles nog wel bij het oude gebleven zijn.

Het loopt naar halftien, en ik heb nog heel wat te pakken. Wat meer zon, zou van pas komen, om de tent droog te krijgen waarop de ochtendlijke dauwdruppels zich nu nog koesteren.

Meirion Mill: tea en scones en enkele boekjes: over het weer, en nachtelijke constellaties aan de sterrenhemel.

Het regent nog steeds wanneer ik rond vier uur arriveer op de stille camping. Mike de eigenaar is er samen met zijn vrouw op uit getrokken voor enkele dagen, vertelt mij een dame die resideert in de caravan op de hoek, waar het beeld van de metalen arend staat. Zij mag de honneurs waarnemen begrijp ik. Met als gevolg dat ik een kleinigheid meer betaal, want voor haar begint het naseizoen op 1 oktober. Mike zag dit gewoonlijk door de vingers. We zoeken een min of meer droog plaatsje om de tent op te slaan. Dat is nodig, want de komende nacht zal het blijven regenen, en niet zo’n klein beetje.

Dinsdag, 24 september

Na een ontbijt in de voortent, inclusief een in de tent gebakken ei, wat ten stelligste wordt afgeraden, neem ik vanwege de nog steeds neervallende wolkjes de hoofdweg naar Hay. Het heeft geen zin om bij dit weer over ultra smalle wegels door het gebergte te gaan rijden, waar het op zich veel mooier is, maar waar je bij dit weer geen barst ziet. Gelukkig blijft de temperatuur ok, wat ondermeer te zien is aan de dampende bossen. Gek hoe de bomen de regen toch niet opnemen, maar door hun eigen warmte er voor zorgen dat de regen opnieuw opstijgt en wolken zal vormen. Wolken die zich dan doorgaans oostwaarts verplaatsen om ergens in ons land opnieuw naar beneden te komen.

Mijn maat, in Haystack Records heeft zijn shop op orde gekregen. In mei was hij nog volop bezig met alles vol te stouwen. Nu is er meer ruimte. Een valse muur is verdwenen, en bij het binnenkomen heeft hij zowaar een bureautje geïnstalleerd. Naar goede gewoonte is hij bezig vinylplaten aan het ‘cleanen’. Hij maakt trouwens reclame met het feit dat al zijn vinyl netjes wordt schoongemaakt. Ik moet toch eens uitkijken naar zo een machientje. Hij maakt mij een prijsje, voor het cd-materiaal dat ik er aantref: Bob Dylan ‘live in 66’, John Mayal & The Blues Breakers met Clapton met een ‘gold’ uitvoering op CD van de Beano lp, Eva Cassidy, alweer, een nog ontbrekende recente Tom Jones, Fleetwood Mac uit 1972, en een uitgebreider versie van ‘66 to Timbuktu’, het overzicht van Robert Plant’s carrière.

De rest van de namiddag verloopt via diverse bookshops, waar ik uiteindelijk toch nog meer cd’s dan boeken op de kop tik. En verdomd, uiteindelijk nog een molenboek vergeten te kopen, of beter vergeten om terug te lopen naar die winkel. Ik bel G. voor een nieuw verschenen boek over het leven van Peter Grant, maar krijg geen gehoor. Dus ook al te laat. Morgen toch nog even langsrijden op weg naar Abergavenny?

In Hay Cinema, een oude cinema volgestouwd met boeken, maak ik nog een praatje over Pembroke, en over hoe de Vlamingen zich daar settelden rond 1330, met de dame aan de kassa. Zij maakte er mij attent op dat Gerald of Wales, van wie ik een boekje kocht nog vlakbij in Brecon had gewoond. Later na sluitingsuur wandelde ze met een andere winkelbediende het dorp in en hoorde ik haar nog net wat over Pembroke vertellen. Ik moet een indruk nagelaten hebben.

In de cinema selecteer ik Ken Colyer uit 1954 met Lonnie Donegan, Woody Guthry met zijn Dust ballads en Maria Callas live in Covent Garden. Dit is een mooie afsluiter van mijn koopjesdag.

In de Blue Boar kies ik voor de Glamorgan sausages, een pint Timothy Taylor’s en een koffie achteraf met Lotus koekje. Koekjes bij koffie of thee zijn ze hier echt niet gewoon.

Het wordt een hele tocht door de regen, terug naar de camping. De Britten blijven toch een stuk aangenamer in het verkeer. Op de donkere wegen kan je enkel met groot licht rijden, en het is knap om te zien hoe iedereen de tegenliggers respecteert. Elke keer opnieuw wanneer ik deze baan neem voorbij Trercitt Mill denk ik aan de hitsingle ‘Where is he now’, die eigenlijk geen hit was, van Cat’s Eyes. Een band waar verder niets meer werd over gehoord. De wegen zijn hier afgeboord met cats eyes, ofwel langs de grond, aan de kant of in het midden van de weg, of op paaltjes zoals dat vroeger ook bij ons was. Ik blijf denken dat dit ‘donkere’ systeem, uiteindelijk de veiligheid in de hand werkt. Want zeg nu zelf wie gaat er op dergelijke wegen levensgevaarlijk bochten nemen? Alhoewel, af en toe…. mischien locals?

Mijn plekje is er niet natter op geworden, maar zeker ook niet droger, en het zal de ganse nacht blijven regenen.

Woensdag, 25 september

Ik mag van geluk spreken, want na achten stopte de regen. Binnen mijn kleine woonst bleef het droog, maar het ‘gebouw’ zal niet droog zijn, tegen de tijd waarop ik opkraam.

De tijdelijke uitbaatster wuift mij uit, terwijl een andere vrouw mij nog bezorgd vraagt of ik toch in het keukentje mijn aardappelschillertje niet vergeten ben. “Nee dat lag er al toen ik er aankwam.” Lach ik haar toe.

Eerst dan toch nog naar Hay, omdat gisteravond de winkel met de molenboeken reeds dicht was, en ik toch nog gebruik wil maken van de twintig percent korting, en vooral omdat ik een molenboek van bijna honderd jaar oud waarin door België en Holland gereisd wordt echt wel wil kopen.

Abergavenny wordt stoppen voor een cadeautje, en de laatste cd’s bij de kanker stichting en bij het blauw kruis. Ze kunnen er maar wel bij varen. Binnenlopen bij WHSmith waar de Beatles en Abbey Road op de cover van de Radio Times staan.

Deze keer geen bochtige wegen naar Tintern Abbey, maar het kan alweer niet anders. Op de normale weg zijn er werken aan de gang, en ze sturen je zo de wildernis in (12 kilometer one track roads), of je moet een heel eind omrijden. En dat allemaal voor een mill wheel teacake. Maar ze beloven dat het dan ook de enige echte originele zijn die ze daar serveren.

De rest van de dag wordt autootje rijden. Van iets voor drie tot bijna negen uur, met nog een stop langs de M25 te Cobham. De tocht verliep zonder al te veel oponthoud, via afrit 10 op de M4, over Bracknell en Bagshot naar de M3. De weg langs Surrey waar je langs Ascott rijdt, en waar ooit Beatles Lennon en Starr huizen kochten met het eerste grote geld dat ze verdienden.

P&O laat mij weten via sms berichten dat de boot die ik geboekt heb minstens twintig minuten vertraging zal hebben. Dat belooft. Het zal een kot in de nacht zijn eer we ons dorpje binnenrijden.



Somewhere over the rainbow

Forever Young Posted on 05 okt, 2019 23:54

Zaterdag, 5 oktober

Vijfendertig jaar terug geworpen in de tijd. De setting, vandaag, is deze van de film The Big Chill, waar een aantal mensen samenkomen om afscheid te nemen van een vriend. Ze hebben elkaar een aantal jaren niet gezien. Met dit verschil: zij waren jong, en konden nog alle kanten op, wij zijn oud(er) en kijken vooral terug op wat geweest is. Het is hard om afscheid te nemen van iemand die daar al zeventien jaar lang mee bezig was.

Begin oktober 1984 vatte ik de tweede echte job van mijn leven aan. Nieuwe uitdagingen in een veranderende wereld. Wij zouden aan de mensen uit gaan leggen hoe je met een computer, eender dewelke, kon communiceren met een andere computer, ook al eender de welke, al was dat in eerste instantie langs onze kant de Level Six van Honeywell Bull. De afgelopen twee jaar had ik mij toegelegd op het vergaren van kennis over computers, en over de programmeer taal Basic. Het bedrijf was op zoek naar compjoeterspecialisten die iets meer kenden van deze nieuwe richtingen, en die wat minder geïnteresseerd waren in de mainframes van IBM. Een nieuwe uitdaging waarin we nagenoeg carte blanche kregen van de directie, als we er maar in slaagden om hetzelfde op poten te zetten als dat waar de concurrentie ook mee bezig was.

Na mijn eerste dagen wennen aan een spuuglelijke tafel, waar ik aan mocht zitten, want er diende nog een echte buro gezocht, en mijn kennismaking met een collega, die mij liet weten dat ik alles mocht doornemen van wat ik tegenkwam in een kast achter mij, waar de legplanken ontbraken en alle dossiers en handleidingen willekeurig gestapeld lagen. ‘Mocht je tijd hebben, leg alles dan wat op orde.’ Liet hij er nog op volgen, en weg was hij, op klantenbezoek. Van een sprong in het duister gesproken. Gelukkig mocht ik wat later in oktober ‘op stage’ naar Gent, waar ik enkele mensen leerde kennen, die ik vandaag opnieuw ontmoette, godbetert, aan de kerk te Ertvelde.

De overstap van een ‘binnendienst’ naar een ‘buitendienst’ en het beschikken over nagenoeg totale vrijheid, was een openbaring. In Gent trokken we ‘s middags naar het theater. Beter gezegd, naar café theater, waar we echte en glazen boterhammen tot ons namen. ‘s Namiddags togen we op klantenbezoek naar de Sidmar’s, Lotus’sen, en andere grote bedrijven uit de regio. Leren hoe je een Racal Milgo 26 LSI kon strappen. Het zijn dingen waar geen mens nu nog wat aan heeft, maar toen was het levensnoodzakelijk om dergelijke techniek onder de knie te krijgen. Ik leerde dat, en nog honderd andere dingen van de meester, waar we vandaag afscheid van namen. De directie zat niet stil, en de leermeester, muteerde vrij snel naar Brussel, om onze cel te versterken. We mochten onze kunstjes tonen aan onze kantoorhouders, en nieuw, ook tijdens handelsbeurzen en aanverwante. Gaston Geens, de toenmalige eerste minister van Vlaanderen, wat toen nog niet zo werd genoemd, had een paar jaar eerder Vlaanderen op de kaart gezet met ‘zijn’ derde industriële revolutie. Het hoogtepunt werd om de twee jaar georganiseerd tijdens een grote Flanders Technology beurs. In 1985 ging de beurs nog door in het Gentse Kuipke. De terreinen van Flanders Expo lagen nog braak te wezen, te wachten op een pausbezoek, om daarna snel omgevormd te worden tot het complex zoals we het nu nog kennen. In 1987 konden we Flanders Technology meemaken in de nieuwe gebouwen. Het is te zeggen, ongeveer in de nieuwe gebouwen, want ze waren al direct te klein, en wij stonden met onze minicomputer, de Level Six van Honeywell Bull in een bijgezette tent, waar ‘s morgens ongeveer tien centimeter water stond. Haardrogers en alerte collega’s zorgden er voor dat niemand wat merkte en het doorweekte computer bakbeest heeft daarna nog jarenlang gewerkt.

In België had de RTT (nu Proximus) het monopolie op alles wat met telecommunicatie had te maken. Enkel zij mochten modems verhuren (5000 frank per twee maand). Een toen nog jonge ex-marconist zag er brood in en importeerde in eerste instantie modems van het Engelse Racal Milgo en verkocht of verhuurde die door aan de RTT. Een paar jaar later bracht Telindus een eigen reeks modems op de markt, met dezelfde namen als deze die later werden gebruikt in Keeping Up Apperances: Daisy, Hyacynth, Iris, enz….

Bij Telindus volgden we cursussen om onze kennis te verruimen over X25, het pakketnetwerk, ISDN, het geflopte netwerkprotocol, en leerden we onderscheid te maken tussen de ISO standaarden die beschreven werden in het OSI model. Volgt u nog?

De concurrentie kwam op de markt met een betaalschijf, waarmee je zelf van in je bedrijf je betalingen kon doorsturen naar de bank, en omgekeerd je rekeningafschriften kon ophalen.

Het ontwerpen, bedenken, programmeren en in de markt zetten van dat telecommunicatie programma, blijft een mijlpaal in de geschiedenis van mijn tweede job.

Iedereen vind het normaal dat je tegenwoordig vanaf je smartphone je betalingen uitvoert, maar in de eerste helft van de jaren tachtig had je daar een mastodont van een computer, of een van die opkomende Personal Computers voor nodig. Kostprijs van zo’n ding lag om en bij de 450.000 Belgische franken, nu 11.250 euro. Geef toe dat de prijs van een Apple Iphone van net geen 1000 euro in vergelijking maar een peulschil is. En je spaart het milieu want je hoeft niet meer de auto in om naar je kantoor te rijden.

Geen haar op ons hoofd dat er toen aan dacht, welke niet te stoppen machine wij toen hebben in gang gezet. De derde industriële revolutie is iedereen al lang vergeten. Flanders Technology is enkel nog een vergeelde poster. De evolutie zal nooit meer stoppen, en zij die aan de basis lagen zullen allemaal op termijn tot stof en as weerkeren. Een belevenis (sic) waar we vandaag nog maar eens aan herinnerd werden.

Twee keer werden we voor Flanders Technology in het nieuw gestoken. Nieuwe das, nieuwe jas, het kon niet op. We hadden een stand verantwoordelijke die ons verzorgde. Allen in hetzelfde pak, wat de herkenbaarheid vergrootte, middagmalen in de beste restaurants in de buurt, een goedgevulde bar (enkel voor de klanten), en een dankfeestje achteraf. Geef toe de doorsnee kantoorfrik maakte dit niet mee.

Bij een van de gelegenheden waarbij wij een nieuw pak kregen aangemeten, kwam de kleermaker naar het bedrijf, om ‘de maat te nemen’. Zelf was ik toen op klantenbezoek, en werd mij opgedragen om later zelf even bij die kleermaker binnen te springen. Wat ik ook deed…. alleen in de verkeerd kleerwinkel. Gelukkig werd de fout op tijd vastgesteld. ‘Waar blijft die laatste man voor dat pak?’. ‘Hoe, niet geweest?’ ‘De maat werd wel genomen hé.’ ‘s Namiddags belde een blije stand verantwoordelijke mij op: ‘ Ze waren gelukkig nog niet aan het snijden’. Gered.

In de jaren tachtig vonden bedrijven het plots nodig dat hun personeel elkaar beter leerde kennen buiten de werkomgeving en voerden ze de human relations budgetten in. Duizend frank per persoon, om samen “iets” te doen. Louter besteden aan een etentje dat mocht niet. We bezochten de sterrenwacht in Grimbergen en wandelden door de Kalmthoutse Heide. In feite hadden wij die incentive niet eens nodig, want gezellig kletsen op restaurant hadden we zelf al een paar jaar eerder in gevoerd. Naar een Griek in Molenbeek, waarna ‘s nachts enkelen nog amper de weg naar huis vonden, of we maakten de buurt van Oudenaarde onveilig, ja we reden zelfs de grens over naar Nederland om er Indonesisch of was het Thais te proeven. Mooie herinneringen.

In de jaren die kwamen groeide ons initieel viertal uit tot een hele organisatie. Nieuwe producten kwamen er bij, zelfs helpdesken werden geïntroduceerd. Tot een directeur het nodig vond om, precies zoals in de politiek, het landschap te hertekenen, en elk zijn eigen weg ging. Maar het is op dagen zoals vandaag dat banden opnieuw worden aangehaald, en blauwdrukken voor een nieuwe toekomst tegen het licht worden gehouden.

Misschien wordt het morgen beter, maar het komt toch nooit goed, zeker wanneer er iemand minder is. Iemand die al zeventien jaar onderweg was, en nu het licht zal zien achter de regenboog.



On the road again: Betws, Llanberis en Chester.

Wales Posted on 27 sep, 2019 18:48

Woensdag, 18 september

Wakker geworden om 10:30! Helemaal uitgeslapen.

Het is een stuk na de middag wanneer ik aanzet naar Llanberis. Veel te laat om nog het Snowdon pad op te wandelen. Deze keer ga ik voor een tea met een teacake in café The Heights, tegenover de Spar winkel, net voorbij de Honey tearoom, waar ik reeds zo vaak binnenliep. In het stationnetje maak ik nog mee hoe een vrouw ondersteund uit de trein wordt geholpen door een ouder echtpaar. Ze ziet zo wit als een doek, en kan nog amper wat mompelen. De stationschef roept er een ambulancier bij. Blijkt dat ze nog amper haar benen voelt, wel een soort van spasmen. Ze bleek te voet naar boven te zijn gewandeld en bij het afdalen met het treintje begijn het mis te lopen. Ze was helemaal verkleumd, en een dekentje was welkom. Uiteindelijk hebben ze haar in een rolstoel naar buiten gerold. Het doet mij denken aan de film die nog steeds wordt getoond in het toerisme kantoor in Betws en waar aan het einde wordt gezegd: ‘wees niet bang om op je stappen terug te keren: Don’t be a statistic’.

Wanneer ik tot bij het Slatemuseum rij, stel ik vast dat het winkeltje van Odyn Cop’r reeds gesloten is. Ik kom nog wel terug.

Nog wat inkopen bij Spar, een avondmaal bij de tent, en een koffie in de Stables, van waaruit ik probeer een bus te boeken voor onze uitstap op 28 dezer.

Donderdag, 19 september

Koude nacht, maar warme voormiddag. De maan die gisteravond nog in het zuidoosten zat is nu nog amper te zien in het noordwesten.

Rommelmarkt in de kerk in Betws. Twee postkaarten gekocht: eentje met Cranbrook Mill en een tweede met het grote waterwiel op het eiland Man.

Tijd voor een wandeling naar de samenvloeiing van de Llugwy en Conwy rivieren. Het bankje wacht. Tijd om te reflecteren over mijn kampeerverleden. Voer voor een latere blog bijdrage.

In Llanrwst is de kringwinkel deze keer wel open en aan de prijs van 0,25 pond per cd heb ik er al snel een stuk of tien in mijn pollen. Wat verder bij Barnardo’s zijn alle cd’s die ik er vorige week nog tegenkwam bijna allemaal weg. Nieuwe stock. Goed voor nog een extra stuk of acht. Mijn collectie Jools Holland, Katie Melua en Rod Stewart CD’s is nu wel behoorlijk aangevuld.

Van recenter popwerk in de UK wil ik wel eens proeven via een paar verzamelcd’s van het tv programma Cold Feet.

Tea en scone, vandaag in Trefriw in de woollen mill, en daarna een wandeling langs de Conwy. De tweede al vandaag. De koeien die ik er vorig jaar tegenkwam zijn dit jaar schapen geworden.

De tea cottage bij de brug in Llanrwst oogt mooi in de stilaan komende avondlijke, vooral heldere, lucht. Een uitgelezen moment om de Nikon nog even boven te halen.

In de Stables vind ik een plaatsje aan de zijkant tussen de twee wc’s, naast een tafel taterende ‘wives’. De wat gedecimeterde jazzband arriveert; de drummer zullen we nooit nog zien, en ik vernam dat ook de trompettist er niet bij zou zijn. De toetsenist was ook al niet de man die mijn t-shirt indertijd de max vond, maar een andere al wat oudere muzikant. Uiteraard swingde hun repertoire hierdoor toch wat minder, en lagen de nummers dichter bij de trad jazz van weleer.

De bandleider begroet mij vriendelijk. Die mannen vergeten hun ‘fans’ niet.

Geen boogiewoogie deze keer. Vermoedelijk zal het niet zo eenvoudig zijn om voor een dergelijke band nog nieuwkomers te vinden. Laat ons hopen. Weer geen prijs met de raffle tickets, en het bleef dus bij een pondje besteedt voor het goede doel. Tot volgend jaar.

Vrijdag, 20 september

Chester, wil ik dit jaar bezoeken op een vrijdag. Vermoedelijk iets minder druk dan op zaterdag. Maar daar geef ik niet echt om, want ik maak toch ook deze keer weer mijn klassieke wandeling doorheen het rechte Romeinse stratenpatroon van de oude stad Deva. Via Park & Ride wordt ik netjes afgeleverd beneden aan de ‘rows’, vanwaar mijn tocht langs de diverse winkels start. Bij Oxfam zijn ze aan het renoveren. Net voor ik aankom bij de overdekte markt, vertrekt op het centrale plein waar je de bib en het toerisme kantoor kan bezoeken een optocht jongeren die betogen voor een beter klimaat. Een hele troep, die blijkbaar de oproep volgt om in alle steden tegelijk op straat te komen. Proficiat, alleen al omdat de schoolbetogingen toch niet zijn stilgevallen na de vakantie. Voor het nageslacht, en facebook, leg ik ze vast op digitale pelicule.

Het valt mij op dat in de overdekte markt toch weer wat klassieke kramen met kledingstoffen en zowaar zelfs voeding zijn verdwenen. Daar waar vroeger in de nissen aan de zijkanten van de markt heel wat Bric-à-brac winkeltjes zaten zie je nu tearooms in de plaats komen. In het midden zit nu een jonge gast met een uitgebreide stand met boeken, vinyl, cd’s en dvd’s. Hij houdt amper zijn shop in de gaten, terwijl hij socialiseert met andere standhouders. Er worden ook daar echte dumpingprijzen gehanteerd. Een recente Eagles dubbel CD voor 1 pondje is echt geen geld.

Ik loop ‘Frodhamstreet’ in waar zich letterlijk bijna de ene kringwinkel naast de andere bevindt.

Clapton en Dylan liggen er voor het grijpen. Nashville Skyline, die ontbrak nog in mijn collectie. Voor een ander pond wil ik wel Meatloaf’s ‘Bat out of hell’ versie 3 uitproberen. Net als een cd single van Katie Melua waarop ze samen zingt met Eva Cassidy. Loop je de straat uit, het brugje over, voorbij het nieuwe lijnbus complex, een plaats waar ik vroeger altijd parkeerde, arriveer je zo in Hoole Road. De enige straat waar je nog een voortreffelijke tweedehands platen shop treft. De eigenaar herkent mij direct, en rond zijn prijs wat af naar beneden, wanneer ik mijn zilveren kleinoden voorleg: ‘Roy Harper, Paul Jones, The Moody Blues en Miles Davis met John McLaughlin op gitaar’.

Tussendoor liep ik Sint Peter’s Church in voor thee met een thee-koek . De kerk is enigszins aangepast. Bij het binnenkomen loop je nu langs het ‘echte goddelijke’ gedeelte ingericht als kapel. Het vroegere deel van de kerk dat tot vorig jaar nog door de echte kerkgemeente werd gebruikt is nu omgevormd tot een theaterzaaltje. Het is daar dat een ‘Ludwig’ drumstel staat opgesteld, wachtend op wat komen zal.

Ik maak kennis met een van de vrouwen die zich met de bezoekers, en ook de thee en koekjes ledig houdt. Wil ze mij overtuigen om tot hun kerkgemeenschap toe te treden? Niet echt, wanneer ze hoort dat ik van ‘nearby Brussels’ kom. We babbelen over de leegloop van kerken en het hergebruik ervan. Iets wat in ons land niet echt van de grond komt. In het gesprek laat ze mij verstaan dat mijn Engels er best mee doorkan. Het besef hoe weinig talen zij zelf kennen zal hier zeker meespelen. Ik vertel haar dat dit 55 jaar geleden al startte met de liedjes van de Beatles. En uiteraard mede dankzij de vele Engelstalige films in cinema en op tv, die wij absorbeerden in de originele, meestal Engelstalige versies, met ondertiteling in plaats van gedubde versies zoals in Frankrijk of Duitsland. Alleen begrijp ik nog altijd niet waarom de meeste Nederlanders Engels praten met een afschuwelijk accent. ‘Wizz an akseint…..’ “Ben ik al ooit in Liverpool geweest?” vraagt ze mij. “Oh jawel” knik ik. Er blijkt de laatste vijf jaar veel veranderd. Dat verhaal hoor ik nu al sinds 1981, en het zal wel kloppen dat er architecturaal van de gewone huizen uit de Beatlestijd van ‘55 tot ‘65 geen steen meer op een andere staat. Zelfs in het behouden Beatles hart van de pool werd de Cavern lichtjes verplaatst, ook al oogt het allemaal authentiek, en trad McCartney zelfs op in de nieuwe locatie met David Gilmour aan zijn zij. Het museum in Albert Dock is uiteraard helemaal nieuw, want in de dokken naast Pier Head werd in die tijd wel andere arbeid verricht, dan plaatjes tonen. “Wij gingen uit in de cafés waar zij kwamen, en het waren niet alleen de Beatles hoor. Er waren er wel meer.” Ik kon enkel maar denken: “Lap weer eentje die er bij was, toen wij nog veel te klein waren.” Ook al schatte ik haar leeftijd nu niet direct zo hoog als die van bijv. Ringo Starr.

“De kerk is hier dus nog wel levend, alleen op een andere manier” besloot ze. Ik dronk mijn tea, en nam een beet van mijn teacake. De ecclescake is voor later op de middag, wanneer mogelijks een hongertje toeslaat.

Bij HMV hoef ik niet meer langs te gaan, want de winkel is verdwenen. HMV was toch wel een van de laatste grote ketens waar CD’s aan de man werden gebracht. Zou het kloppen wat Roen Hetzwoen via facebook postte, dat ‘de drie grote’ er over nadenken om enkel nog muziek te verkopen via download, en streaming? Sony en Universal beheersen nu al, dankzij de nodige overnames, quasi de gehele markt. Pak daar nog Apple bij die mee van de taart eet, en het begint er voor Spotify lelijk uit te zien. En niet enkel voor streamingdienst, maar evenzeer voor kleiner platenzaken. En hoe zit het bij ons met Fnac en Mediamarkt, de grotere afzettingen voor fysieke cd’s?

Dan maar enkele tijdschriften bij WHSmith, waar ze in de kelder ook al aan outlet doen. Bij Starbucks neem ik een kleine koffie. Die bakken koffie zijn op zich nog groter dan twee normale tassen van bij ons. Veel koffie voor weinig geld, al kennen ze er in de Stables ook wat van. Vorig jaar 1,95 en dit jaar 2,5 pond voor een bakje troost. Is de koffieoogst mislukt? Never mind, I’ll stick to tea…

De bus voert mij terug naar de P&R, vanwaar ik met de auto de stad inrij. Parkeren bij Iceland shopping, waar ik vorig jaar wegkwam zonder ticket te nemen, moet ook nu weer lukken. Bij het kruis voor Sint Peters geniet ik nog van enkele busker muziekjes van een of ander van huis weggelopen zeventienjarig grietje. Bij Witherspoons is het ‘Friday Battered Fish Evening’. Friet met haddock en een drankje naar keuze voor 7,79. De franse merlot smaakt.

Het is even voor elf wanneer ik na een kleine 100 km het camping terrein oprij.



On the road again: old cities

Wales Posted on 18 sep, 2019 16:59

Maandag, 16 september

Bedgelert

Ochtend op de campsite. Aan elk grassprietje hangt nog een bolletje regen. In de vallei dampen de bomen, onder de opkomende warmte. De vogels fluiten na een nachtje regen. Gisteravond was er enkel een uil te horen die de nachtelijke stilte verscheurde met zijn oehoe.

Af en toe probeert de zon door het nu nog grauwe wolkendek te breken. In het zuiden ziet het er nu al beter uit.

Namiddag op een bank achterin op het kerkhof van Beddgelert. Over de ‘dry stonewall’ het met losse stenen opgebouwde muurtje rond het kerkhof, zie ik mensen af en aan wandelen richting ‘Gelert’s Grave’. Dit is gewoon te gek. Hoeveel mensen van overal ter wereld komen hier jaarlijks voor een verhaal dat niet eens echt is, maar pakweg honderd jaar geleden uit de pen van een of andere schoolmeester kwam. Het is een mooi verhaal en bovenal een goed verhaal over perceptie. Mocht iedere bezoeker die hier komt de dubbele bodem er van zien, de wereld zou er een stuk op vooruitgaan. In het register in de kerk zijn sedert mijn laatste bezoek in september vorig jaar op zijn minst 1000 registraties bijgekomen. Dit is fenomenaal, wanneer je bedenkt, dat dit toch ook maar een bergdorp is zoals er wel meer zijn in de omtrek. Er zijn de cafés, tearooms, toeristenwinkeltjes, naast het feit dat je hier langs de kabbelende rivier uren kan wandelen, en wat verderop zelfs ondergronds kan gaan.

Vooral de waanzinnige rust hier op dit bankje is aantrekkelijk, en trekt mij steeds weer opnieuw en opnieuw aan. Het kerkhof met zijn vele staande zerken, sommige eeuwenoud, is de laatste rustplaats van heel wat Jones’sen. Soms denk je dat iedereen in Wales Jones heet. Al liggen er ook een aantal Roberts’en tussen. Sommigen afkomstig uit plaatsen waarbij je alleen al bij het stillezen de neiging hebt om er je tong over te breken. Rhyd-Ddu ligt hier niet zo ver vandaan. De Snowdon bergen krijgen vandaag het eerste echte zonlicht te verwerken. De dag begon grijs, en de temperatuur schommelt rond de 15 graden, zal de lokale Frank DB hier zeker hebben verteld aan de lokale bevolking. De lucht kleurt blauw. De Ierse zee is vermoedelijk moe en voldaan gestopt met wolkenproductie.

Net nog in de toerist info een folder meegenomen waarop wordt uitgelegd aan de hand van een kaartje waar je de donkerste plekjes van Noord Wales nog kan vinden. NOS, dark skies partnership. Een vereniging ter protectie van de donkere hemel. Welshtaligen kunnen terecht op #AchubYrAwyr, maar wij kunnen ook terecht op #SaveOurSkies. In Betws-Y-Coed alleen al worden drie verschillende locaties opgegeven.

Tijd voor een bosbessenwandeling langs de rivier, want over een dik uur vervalt mijn parkeerticket.

Dinsdag, 17 september

Bala Machynlith

Blauwe lucht bezaaid met witte wolkjes tijdens het ontbijt. Ik krijg zoals zo vaak hier opnieuw gezelschap van enkele wespen. Eerst eentje, waar ik wat ga weg bewegingen naar maak. Naar ik vernam kun je dat beter niet doen, want dan begint die ene signalen uit te sturen om de anderen te roepen. En dat klopte ook weer deze morgen. Wat ik mij wel afvraag is het volgende: vanwaar komen die wespen? Ze leven toch in van die hangende nesten bij elkaar, of ergens in een holte in een boom of zo? Hoe dicht zitten ze hier, of beter hoe ver hier vandaan? Ze herkennen in ieder geval de geur van jam, en het uitnodigen van hun vriendjes nam ook al niet veel tijd in beslag. Vermoedelijk communiceren ze over toch wel grote afstanden. In mijn kindertijd kropen ze met honderden tegelijk over de koekenkramen op de dinsdagmarkt te Lede. Op alle koeken zat het vol met die engerds. Ik kan mij niet van de indruk ontdoen dat die niet allemaal dicht bij de markt zaten te wachten op de volgende dinsdag. Een raadsel zal ik het dan maar noemen, tot iemand mij hierover iets meer kan vertellen.

In Bala is er niet veel veranderd in een jaar tijd. Enkel de man die er aan de rechterkant van de straat zat met een huis volgestouwde rommel en ook wat lp’s is verhuisd naar de linkerkant van de straat, waar hij nu in een …. oude leegstaande kerk huist.

McCartney, Eva Cassidy twee maal en Kathrin Jenkins liggen er voor het grijpen, bijna voor niets in enkele Cancer research winkeltjes.

Tweedehands cd’s worden hier precies overal in prijs verlaagd. Leuk, maar uiteindelijk geen goede zaak, wanneer er geen geld meer aan te verdienen valt. Facebook vertelde mij via Roen Hetzwoen dat de bib van Geraardsbergen 10.000 cd’s heeft gedumpt. Gedaan met cd’s ontlenen, want blijkbaar ontleende niemand ze nog.

In Machinlith zit een vrij goede boekenwinkel waar ik elke keer enkele schatten op de kop tik. Dit keer een molenboek van ene Moon over de lamineer bekende regio Rutland. Twee interessante muziekboeken, allebei over geschiedenis van enerzijds acid folk en anderzijds algemene muziekgeschiedenis van de UK. De schrijver toerde door heel het land, en praatte met jan en alleman over muziek, ook bekendere muzikanten.

Tijd voor tea en scone met jam.

In een BRIC a brac zaak, pal nevens de ijzerwinkel waar Robert Plant al eens durft buitenwndelen met een strijkplank onder de arm, vind ik nog een Franky McBryde lp: Five little fingers. Voor mij een cultplaat. Waar is de tijd dat we ‘s nachts huiswaarts reden van de Nieuwerkerkse Las Vergas, en Five little fingers brulden in de warme zomerse nacht?

Voor het eten nog een avondwandeling langs het golfterrein bij Betws.



Volgende »